Waarom falen derdewereldlanden?

0
104

20160517 Waarom falen derdewereldlanden 01De blindheid van de huidige machthebbers in Europa voor etnische verschillen doet sterk denken aan het fatale beleid van de Fransen op Haïti.

De vluchtelingencrisis en de demografische metamorfose waar Europa vandaag de dag mee wordt geconfronteerd doen me sterk denken aan aan de geschiedenis van Haïti. In Haïti voltrok zich ruim tweehonderd jaar geleden een soortgelijk schouwspel; de heersende Franse elite – verblind door nieuwe waarden voortgebracht in de Verlichting – gaf zonder slag of stoot hun land uit handen. Welke parallellen bestaan er tussen het hedendaagse Europa en het Caribische eiland? We gaan twee eeuwen terug in de tijd, toen Haïti nog bekend stond als het kroonjuweel van het Franse koloniale rijk.

Ooit behoorde Haïti tot het meest welvarende deel van de Nieuwe Wereld; een schril contrast met de huidige situatie in het land. Op het eiland stonden talrijke statige landhuizen en het sociale leven in de steden was vergelijkbaar met die van steden op het Franse vaste land. Alles stond echter op het punt te veranderen.

In 1789 brak de Franse Revolutie uit. Radicale politieke groeperingen kwamen in opstand tegen de monarchie, de aristocratie en de geestelijkheid. Onder het motto ‘liberté, egalité, fraternité’ (vrijheid, gelijkheid, broederschap), kwam het absolute koningschap aan zijn einde. Uit deze nieuwe waarden zouden later de fenomenen ontspringen die we tegenwoordig kennen als politieke correctheid, multiculturalisme en het idee van een maakbare samenleving.

De Franse Revolutie sloeg ook over op delen van het koloniale rijk. In een vlaag van verlichting beëindigde de Franse elite de slavernij en de klassenmaatschappij. Dit leek op zich een nobel gebaar. Daarna trok de voormalige elite zich terug in hun clubs, salons en bibliotheken. Drinkend van hun wijn observeerden zij de sociale en politieke omslag in het land.

Binnen een mum van tijd verviel Haïti van een van de meest productieve delen van de Nieuwe Wereld tot een Afrikaans niveau van chaos en misère. Niet veel later werden alle Franse mannen, vrouwen en kinderen genadeloos afgeslacht. Em daar bleef het niet bij. Ook talloze mulatto’s – mensen van gemengd Afrikaanse en Europese afkomst – en de Indianen werden niet gespaard. De steden, wegen en plantages raakten in verval. Franse kunst en literatuur werden verbrand of eindigden als buit van krijgsheren. Periodes van anarchie en despotisme wisselden elkaar continu af.

Honderd jaar later waren de omstandigheden weinig veranderd. Alleen al tussen 1911 en 1915 werden er zes regeringen omver geworpen door staatsgrepen, politieke moorden en gedwongen ballingschap. Gewapende bendes terroriseerden het land. Hierop besloot de Amerikaanse president Woodrow Wilson een bataljon mariniers naar het land te sturen. De werkelijke reden voor deze ingreep was het veiligstellen van Amerikaanse handelsbelangen, hoewel Wilson het thuisfront probeerde te overtuigen dat hij handelde om democratie in Haïti te verwezenlijken.

De mariniers bleven maar liefst negentien jaar in het land. Ze brachten niet alleen politieke stabiliteit, maar bouwden ook scholen, ziekenhuizen, elektriciteitscentrales, een telefoonnetwerk en honderden kilometers aan verharde wegen. De Amerikanen zorgden ervoor dat de Haïtianen konden beginnen met een schone lei. Echter, zodra de Amerikaanse troepen vertrokken, verviel de bevolking wederom tot de oude manier van leven, die in het teken stond van apathie, corruptie en Voodoo. Alles wat de Amerikanen hadden opgebouwd verviel na verloop van tijd tot ruïnes.

In 1958 stuurden de Verenigde Staten wederom mariniers naar Haïti. De beweegredenen hiervoor waren de opbouw van de economie en de infrastructuur, om op deze manier het oprukkende communisme – zoals dat al eerder gebeurde in Cuba – een halt toe te roepen. Honderden miljoenen dollars werden geïnvesteerd om op te bouwen wat de Haïtianen hadden vernietigd. Duizenden mensen werden getraind om de samenleving op een ordelijke manier draaiende te houden. Na het vertrek van de mariniers vielen de Haïtianen echter wederom terug op Afrikaans tribalisme.

In 1994 keerden de Amerikanen weer terug naar Haïti, om – volgens de woorden van de Amerikaanse president Bill Clinton – “de democratie te herstellen.” Na verblijf van enkele jaren in het land keerden de troepen terug naar de VS. Wat er daarna gebeurde, behoeft geen verdere uitleg.

In 2010 werd Haïti getroffen door een zware aardbeving, waarbij naar schatting 100.000 mensen om het leven kwamen. Vele landen wereldwijd schoten het Caribische eiland te hulp en zamelden miljarden euro’s aan hulpgelden in. Veel delen van het land zijn zes jaar na dato echter nog steeds niet opgebouwd. Bovendien is er een groot deel van de hulpgelden verdwenen  in de zakken van corrupte ambtenaren. Keer op keer vraagt men zich af waarom Haïti – evenals vele andere derdewereldlanden – geen enkele progressie heeft geboekt.

Waarom kunnen we maar niet accepteren dat de bevolking van derdewereldlanden zich structureel anders gedraagt dan wij? Wanneer de Haïtianen compleet op zichzelf zijn aangewezen, zullen zij terugvallen op de levenswijze die zij gewend zijn: apathie, corruptie en Voodoo.

Ruim honderd jaar geleden bezocht de Britse militair en ontdekkingsreiziger Hesketh Prichard het land, die al zijn ervaringen beschreef in het boek Where Black Rules White: A Journey Across and About Hayti. Prichard was uit eigen beweging naar het eiland getrokken en had sympathie voor de lokale bevolking. Hij wilde met eigen ogen zien hoe de Haïtianen – die immers geïntroduceerd waren tot de westerse beschaving – hun samenleving zelfstandig bestuurden, zonder enige inmenging van buitenaf. In het eerste hoofdstuk van zijn boek schreef hij het volgende:

“In Haïti zijn de wetten van de wereld omgedraaid en heeft de zwarte man de macht in handen. Het is een van de weinige plekken op aarde waar de neger privileges heeft. De Afrikaan heeft het hoogste gezag. Zelfs de mulatto’s en halfbloeden worden gehaat en zijn na verloop van tijd door moordpartijen in aantal flink uitgedund.”

Prichard’s boek staat vol met gedetailleerde beschrijvingen omtrent het alledaagse Haïtiaanse leven. Hij omschrijft de lokale bevolking als vriendelijk en open. Desalniettemin was men in staat de meest gruwelijke slachtpartijen aan te richten bij de minste provocatie. De officiële religie van het land was weliswaar het katholicisme, maar de volksreligie is voodoo, een Afrikaanse godsdienst waarbij het vereren van slangen centraal staat. Prichard sluit zijn boek af met de volgende vraag: “Is de zwarte man in staat zichzelf te besturen?” Hij beantwoordt deze vraag als volgt: “De zwarte man heeft zijn kans gehad. Hij erfde het mooiste en meest vruchtbare gebied van de Caraïben. Onvoorwaardelijk verkreeg hij een stabiel land, waar de welvaart voor het grijpen lag. Hij had de toekomst in eigen hand. Welke voortgang heeft de zwarte man geboekt, ruim honderd jaar na de onafhankelijkheidsverklaring? Absoluut geen.”

Prichard gedroeg zich voor een man uit zijn klasse nogal ongewoon. Hij reisde naar Haïti, bestudeerde het land evenals de lokale bevolking met sympathie, en trok conclusies op basis van zijn eigen ervaringen en observaties. Tegenwoordig is het ondenkbaar dat een onderzoeker dezelfde conclusies als Prichard kan publiceren in een boek bij een gerenommeerde uitgever. Dergelijke bevindingen passen immers niet in het politiek correcte kader.

Net als hun Franse koloniale voorgangers is ook de huidige Europese elite verblind door politieke correctheid en gelijkheidsidealen. Maar de waarheid is hard. Verschillen in etniciteit zijn een realiteit, die menselijk gedrag sterk beïnvloeden. Zodra u zich dit beseft, begrijpt u dat massa-immigratie een bedreiging vormt voor onze manier van leven.

Alle afbeeldingen zijn afkomstig van wikimedia.org