Vrijheid van meningsuiting en Memento Mori

0
89

Dit is het transcript van de speech die Greg Johnson van Counter-Currents Publishing heeft gehouden op 3 november 2018, ter gelegenheid van het jaarlijkse congres van Erkenbrand.

Ik heb goed nieuws, en ik heb slecht nieuws.

Het goede nieuws is dat iedereen graag goed nieuws krijgt. Het is makkelijk om goed nieuws te geven en gemakkelijk om het te aanhoren.

Het slechte nieuws is dat niemand graag slecht nieuws ontvangt. Het is moeilijk om slecht nieuws aan de man te brengen, en moeilijk om het te aanhoren. Slecht nieuws maakt mensen ongemakkelijk, de voornaamste reden dat slecht nieuws brengen zo moeilijk is. Soms gaat het gepaard met tranen en boosheid.

Maar slecht nieuws is altijd belangrijker dan het goede nieuws, voornamelijk omdat *als* er iets fout aan het gaan is, het belangrijk is dat dit gegeven bekend is. Slecht nieuws is geen probleem. Slecht nieuws is iemands bewustwording van een probleem. En ongeacht hoe slecht een gegeven probleem is, het is vrijwel altijd beter om het te weten dan het niet te weten, omdat het weten de eerste stap is naar het oplossen van dit probleem. De enige situatie waarin het wellicht beter is om een probleem niet te weten, is wanneer het onoplosbaar is, zodat het bekend zijn met dit probleem het simpelweg groter maakt dan dat het helpt op te lossen.

Omdat slecht nieuws mensen ongemakkelijk maakt, reageren mensen er vaak irrationeel op. Soms geven ze er de voorkeur aan om er niet bewust van te worden, ook al kan je geen problem oplossen waar je geen kennis van hebt. Soms gaan ze er emotioneel verkeerd mee om. In plaats van kwaad worden op het bestaan van dit probleem, en het daarom proberen op te lossen, wordt men kwaad op de brenger van het slechte nieuws en wil men hen straffen voor het in de bekendheid brengen van het probleem. Maar dit is idioterie, want een gemeenschap werkt het beste wanneer informatie vrijelijk kan vloeien, en de belangrijkste vorm van informatie is slecht nieuws.

De vraag hoe om te gaan met slecht nieuws is een test voor iemands karakter. Zij die slecht nieuws aanhoren moeten vervolgens hun emoties onder controle zien te krijgen, want als je mee gaat in de emotie door te huilen of kwaad te worden, maak je het veel ondraaglijker voor jezelf om slecht nieuws in de toekomst te kunnen verwerken. Dit kan ertoe leiden dat je slecht nieuws gaat proberen buiten te sluiten, tot het moment dat het te laat is om het probleem dat wordt blootgelegd in het slechte nieuws niet meer te rectificeren valt. Tegelijkertijd is het brengen van slecht nieuws ook een test voor iemands karakter, omdat je riskeert er ongemakkelijke persoonlijke consequenties door te ervaren, maar soms zijn kortstondige persoonlijke risico’s noodzakelijk om op de lange termijn het welzijn van het grotere geheel te verzekeren. Maar aangezien de brengers van slecht nieuws ons allen een dienst bewijzen, is het aan ons om voor hen de risico’s tot het absolute minimum te beperken. Dit is waarom de vrijheid van meningsuiting een recht moet zijn in de grondwet van ieder land.

Men heeft de vrijheid van meningsuiting niet nodig om mensen te kunnen vertellen wat ze graag willen horen. De vrijheid van meningsuiting is precies de vrijheid om mensen te vertellen wat ze niet willen horen – maar dat ze desondanks toch moeten horen. Een recht om te spreken is, daarnaast, niet noodzakelijk wanneer men slechts nieuws heeft voor mensen die machteloos zijn, bijvoorbeeld iemands kinderen, iemands pupillen, iemands werknemers. Zij kunnen je namelijk niet straffen voor het benoemen van bestaande problemen. We hebben het recht op de vrijheid van meningsuiting nodig wanneer we slecht nieuws hebben voor mensen die machtiger zijn dan ons – mensen die slecht nieuws nodig hebben omdat ze de macht hebben om belangrijke beslissingen te maken, en mensen die dus ook de macht hebben om anderen te straffen voor het verkondigen van slecht nieuws. Maar men kan niet gestraft worden als vrijheid van meningsuiting een grondrecht is. Dat recht gaat boven hun verongelijkte woede.

De twee zaken die ongelooflijk belangrijk zijn voor nationalisten vandaag de dag zijn:

  • Het afbreken van het taboe op blanke identiteitspolitiek, i.e., het idee dat het immoreel is voor blanken – en alleen voor blanken – om te kiezen voor de eigen kant in het geval van etnische conflicten.
  • Het behouden van het recht op vrijheid van meningsuiting zolang dit taboe nog niet doorbroken is.

Nationalisten zijn vandaag de dag de brengers van slecht nieuws: dat diversiteit geen kracht is, maar een bron van vervreemding, conflict, en geweld; dat de moderne politiek en moraal onze volkeren op een pad van zelfvernietiging hebben gezet; en dat de enige oplossing is om liberalisme, hedonistisch individualisme, globalisering, en multiculturalisme af te wijzen en gezondere, pro-blanke maatregelen, normen en waarden in ere te herstellen. We zijn de geesten van mensen aan het veranderen, en de elite is niet in staat om dat terug te draaien. Dat is de reden dat men probeert ons te censureren.

Maar hoe kunnen we omgaan met deze dreiging?

Op de korte termijn hebben we een soort grondwet voor het internet nodig, die dissidenten beschermt van censuur en buitensluiting. Bedrijven zou niet meer moeten worden toegestaan gebruikersovereenkomsten voor te leggen of werknemers aan te nemen op basis van politiek correcte normenstandaard – mensen zouden niet hun broodwinning moeten kunnen verliezen vanwege het hebben van dissidente gedachten. Op het moment dat zulke wetgeving aanwezig is in een gegeven land, ben ik ervan overtuigd dat we kunnen winnen. We zouden zoveel geesten kunnen ontwaken dat er uiteindelijk een nieuwe balans ontstaat. Het taboe op blanke identiteitspolitiek zal als sneeuw voor de zon verdwijnen. Nationalistische waarden zullen de cultuur domineren. Uiteindelijk kunnen we genoeg steun vergaren om het huidige politieke establishment te vervangen door een die wel pro-blank is.

Maar wie zei dat dit simpel en ongevaarlijk zou zijn? Nationalisten strijden tegen het meest alomvattende totalitaire systeem in de geschiedenis. Het is een systeem dat op niets minder uit is dan de genocide van alle blanken, een doel zo kwaadaardig dat het zelfs buiten de schema’s van Plato en Aristoteles valt – zoiets was simpelweg ondenkbaar. Om dit systeem omver te werpen moeten we wellicht meer riskeren dan slechts onze broodwinning. We moeten misschien wel ons leven in de waagschaal leggen.

Op de lange termijn bezien gaan we echter winnen, ook al krijg we geen internet grondwet. Censuur kan ons afremmen, maar het kan ons niet tegenhouden. Er zijn al mensen bezig met het aanleggen van de funderingen voor een nieuw internet dat vrij zal zijn van het afknijpen van informatievoorziening door censuur. Men zou dus, uiteindelijk, als enige optie hebben om het internet in zijn geheel stil te leggen om onze vooruitgang te doen stoppen. Maar juist de elite zal dat nooit voor staan, omdat het globale politieke en economische systeem nu afhankelijk is van datzelfde internet.

De elite – of tenminste het kleine deel daarvan dat zich volledig bewust is van de huidige dreiging van blanke identiteitspolitiek – heeft eenzelfde relatie tot het internet als een junkie heeft tot drugs. Hij weet dat het hem op de lange termijn zal doden. Maar weinig junkies komen volledig van hun verslaving af, omdat ze de korte termijn pijnen niet aankunnen, ook al is de prijs van die onkunde hun eigen ondergang.

Mensen kunnen wellicht het beste gedefinieerd worden als een halfweg rationeel dier, en een van de meer hardnekkige vormen van irrationaliteit is het constant najagen van korte termijn doelen ten koste van het welzijn op de lange termijn. Dit is hoe naties en individuen schuldenaar worden; dit is hoe economische, demografische, en ecologische crises zich vormen. Gelukkig voor ons, is dit ook precies de reden waarom het huidige systeem zal falen om het enige te doen dat de opkomst van nationalisme kan tegengaan – tot het te laat is.

Wees dus met goede moed. Als we onze boodschap blijven uitdragen, zullen we overwinnen. Ook internet censuur kan dat proces niet tegengaan. Het maakt het alleen langzamer en moeilijker.

Wat moet onze houding tegenover vrijheid van meningsuiting zijn nadat we gewonnen hebben? Sommigen zien vrijheid van meningsuiting slechts als een middel tot macht. Ik wil juist beargumenten dat vrijheid van meningsuitings iets is dat we zouden moeten koesteren ook nadat we de overwinning behaald hebben.

Vrijheid van meningsuiting is van waarde omdat we allen feilbaar zijn en kwetsbaar. Feilbaar betekent dat we fouten kunnen maken. Iemand kan een vals of verkeerd beeld hebben van de wereld, maar dit kan verbeterd worden. Kwetsbaarheid betekent simpelweg dat onvoorziene omstandigheden zelfs onze beste plannen omver kunnen werpen. Om fouten en ongeluk te boven kunnen komen moeten we hier dus zoveel mogelijk over te weten zien te komen. Dat betekent dat we de vrijheid nodig hebben die brengers van slechts nieuws kunnen gebruiken om deze zaken bloot te leggen. We hebben vrijheid van meningsuiting nodig, omdat het oprechte intellectuele en sociale vooruitgang mogelijk maakt.

Een gemeenschap die de mogelijkheid niet heeft om te veranderen, verliest de kunst om zichzelf in stand te houden en te verbeteren. Een gemeenschap kan niet veranderen als er geen mogelijkheid bestaan om slecht nieuws aan de elite te communiceren. Dit is waarom we de vrijheid van meningsuiting ten alle tijden nodig hebben, ook als we zelf aan de macht zijn.

Waarom zijn mensen dan tegen de vrijheid van meningsuiting? Er lijken twee voorname redenen te zijn.

Ten eerste zijn er mensen die denken dat zij altijd de waarheid in pacht hebben. De waarheid is zelfs absoluut: het is compleet en onmogelijk om aan revisie te onderwerpen. Enige tegengestelde positie is daarom ketters. Hier zie je heel sterk de Abrahamistische traditie in terug – inclusief marxisme – en waarom zij principieel tegen deze vrijheid van meningsuiting zijn. Zij claimen de absolute waarheid. Daarom zijn alle andere religies fout – of op zijn minst slechts shaduwen van de waarheid – en moeten daarom onderdrukt worden.

Ten tweede zijn er mensen die er een gegeven politiek of economisch belang bij hebben dat het huidige systeem niet bekritiseerd wordt, omdat het hun macht en gestel aantast.

Beide van deze standpunten zijn irrationeel.

We maken allen fouten. We lijden allen ook aan ongeluk. Maar slechts enkelen van ons zijn eraan onder door gegaan. Anderen kunnen van hen leren en hen daarmee te boven komen. Maar de eerste stap voor het oplossen van een probleem is door te erkennen dat het bestaat.

Een van de meest indrukwekkende ideeën in Plato’s De Republiek is dat politieke regimes en persoonlijke karakters in zekere zin analoge structure bezitten, zodat de stad licht kan schijnen op de ziel, en de ziel licht kan laten schijnen op de stad.

Jaren geleden heb ik een artikel gelezen dat de kenmerken uiteen zette van een narcistische baas. Het punt in het artikel dat het meeste indruk op mij maakte was dat narcisten vaak geneigd zijn om de brengers van slecht nieuws te straffen.

Het definiëren van narcisme is een lastig iets, omdat we in een maatschappij leven waarin elke uiting van eer, en zeker van mannelijke eer, is gepathologiseerd als narcisme. Er is echter niets mis met gezonde trots en dat je verlangt dat je wordt behandeld met respect. Er is niets mis met trots zijn wanneer je wordt geprezen voor je goede daden. Er is niets mis met zelfverzekerdheid, zolang het is gebaseerd op objectieve gegevens.

Narcisme zelf is een probleem wanneer het leidt tot een positief zelfbeeld voordat een positieve verwezenlijking van je eigen persoon is gerealiseerd.

De weg naar een positieve ontwikkeling van jou als persoon hangt ermee samen dat je fouten durft te erkennen, er verantwoordelijkheid voor durft te nemen, ervan kan leren, en dat je er vervolgens bovenuit kan stijgen. De narcist echter draait het om, voor hem gaat het in stand houden van het zelfbeeld boven de eigenlijke verbetering van zichzelf. Wanneer hij dus geconfronteerd wordt met zijn fouten, zal hij ze ontkennen en zich nog meer opsluiten in zijn eigen wereld. Of hij geeft anderen de schuld voor zijn fouten. Of hij gaat in de aanval, in het bijzonder tegen de brengers van slecht nieuws. Hij zal alles doen, zolang hij maar geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen en te erkennen dat er ruimte bestaat om te leren en te groeien als persoon.

Narcisten kunnen zeer aantrekkelijke mensen zijn. Ze kunnen een enorm potentieel bezitten. Jammer genoeg denken ze dat ze al perfect zijn zoals ze zijn, en deze houding is dodelijk voor hun persoonlijke groei. Met de tijd zal je zien dat narcisten slechts in zeldzame gevallen hun potentieel daadwerkelijk bereiken.

Narcisten hebben ook moeite om vriendschappen te onderhouden. Vrienden vertellen jou namelijk wat je moet horen – ook al is het een pijnlijk gegeven. Mensen die iets van je willen echter, zullen je vertellen wat je wilt horen. Vrienden stimuleren persoonlijke groei omdat ze je slecht nieuws zullen vertellen. Anderen stimuleren juist zelfgenoegzaamheid omdat ze je aanwrijven hoe goed je nu al bent. Vrienden bedreigen een narcist zijn positieve zelfbeeld, terwijl anderen het juist zullen versterken.

Natuurlijk is het desastreus om narcisten in machtsposities te zetten, omdat ze altijd beslissingen zullen maken die gebaseerd zijn op valse of incomplete informatie die hen is toegestopt door mensen die een wit voetje willen halen. Dit is nooit een wijze waarop je een maatschappij geleid wilt zien.

De censuurzuchtige elite van vandaag de dag is narcistisch tot op het bot.

Door het censureren en onderdrukken van nationalistische ideeën verandert de elite nagenoeg niets. We willen graag geloven dat de nationalistische beweging een drijvende kracht is achter het rijzende raciale bewustzijn. Onze vijanden hebben dezelfde illusie. Maar de voornaamste krachten achter de opkomst van nationalisme zijn de morele crises en dessastreuze consequenties van het multiculturalisme en onteigening van blanken hun thuislanden. Mensen komen vaker en sneller tot ons niet zozeer omdat we hen naar binnen trekken, maar meer omdat het systeem zelf hen onze richting uit duwt. Dit betekent dat het blanke bewustzijn zal blijven groeien ook al zouden nationalisten compleet de mond worden gesnoerd.

Onze anti-blanke onderdrukkers zien het natuurlijk niet zo, want dat zou hun positieve zelfbeeld bedreigen. De opkomst van blanke identiteitspolitiek kan nooit hun fout zijn. Dus moet het wel onze fout zijn. Zij denken dat blanke identiteispolitiek slechts bestaat omdat goede sprekers als Jared Taylor en Millennial Woes Twitter accounts hebben. Dit is waarom zij denken dat censuur ons zal stoppen. Maar nationalisten zijn niet de oorzaak van etnisch conflict. Wij zijn slechts de brengers van het slechte nieuws – en daarnaast presenteren we ook nog eens een werkbaar alternatief.

Het censureren van nationalisten online zal mensen er niet van weerhouden om verbanden te zien, hun eigen conclusies te trekken en om dissidente gedachten te vormen. Het zal mensen er niet van weerhouden om discreet hun gedachten te communiceren met andere personen of zelfs om kleinschalige bijeenkomsten te houden in de echte wereld. Al wat censuur doet is het obscuur maken van de schaal van verzet. Dit betekent dat het moeilijk is voor de elite om rationele politieke beslissingen te maken. Censuur maaokt het systeem niet sterker; het maakt het alleen blind, broos en kwetsbaar. Zij die graag willen censureren zijn mensen die de batterij uit hun brandalarm zouden halen omdat ze moe zijn van een vals alarm. Maar wanneer het huis in vlammen opgaat, wil je het toch liever vroeger te weten komen dan later.

Als ik een maatschappij zou leiden, zou ik willen weten wie de dissidenten zijn en wat zij denken. Ik zou de vrijheid van meningsuiting tot een fundamenteel politiek recht verheffen. Als de dissidenten het een keer correct hebben, kunnen we van ze leren. Als ze het fout hebben, kunnen we hen dit duidelijk maken. En als ze koppig in hun fouten blijven zitten, kunnen we een oogje op ze houden.

Maar als we winnen, zijn we werkelijk bereid om onze vijanden de mogelijkheid te geven om te hergroeperen en onder een nieuwe naam verder te gaan, en zo ons volk weer op een pad zetten dat tot uitsterven zal leiden? Willen we niet dat hun leugenachtige monden gesnoerd worden?

Er zijn hier twee punten ter overweging.

Ten eerste, als we aan de macht komen zullen de bestaande instituties ontmanteld moeten worden. We hoeven niet de rijkdom, invloed en politieke macht die van die instituties uitgaat in de handen te laten van mensen die altijd vijandig tegenover ons zullen staan, ook al is het gelijk aan onze kant. We zullen dat soort lui hun plaatsen in de politiek, media en scholing moeten ontnemen. Ze krijgen een vroeg pensioen en zullen zo niet meer spreken in het openbaar. Vervolgens kunnen we die posities opvullen met mensen die niet weerbarstig zijn, en ons sympathiek tegenover staan. Dit is nog verre van het opzetten van een regime van intellectuele censuur zoals er tegenwoordig bestaat.

Ten tweede, zelfs al is dat alles gebeurd, zullen er altijd na verloop van tijd mensen opstaan die vanwege hun contraire persoonlijkheid aangetrokken zijn tot ideeën die de antithese zijn van de maatschappelijke orde. De beste manier om te voorkomen dat deze ideeën zich vormen is niet door een wereld te creëren waar mensen nog nooit hebben gehoord van zulke gedachten. In tegendeel, we moeten een wereld creëren waar iedereen gehoord heeft van zulke ideeën. Een goede opleiding geeft feitelijke informatie, maar ook gezonde waarden en normen mee. Zulke scholing zal ons dan beschermen tegen slechte ideeën. We hoeven slechte ideeën niet te censureren als we er immuun voor geworden zijn.

Het kwaad zal altijd met ons zijn. Maar we hoeven niet bang te zijn dat we immuun worden voor die verleiding. We zouden het kwaad om ons moeten houden, maar van invloed ontdaan, als een soort memento mori doodskop tijdens een feest, zodat we er constant aan herinnerd worden dat de hel op aarde is overwonnen – maar alleen als we de vrijheid van meningsuiting vandaag nog gebruiken en verdedigen.