Volksnationalisme en Zuid-Afrika (Deel 5)

0
373

In het voorgaande deel hebben we een blik geworpen op de geschiedenis van Natalia, de Boerenrepubliek die het slechts kort uitgehouden heeft. Het huidige deel zal ingaan op het onstaan en de vroege geschiedenis van de bekendste Boerenrepublieken, de Oranje Vrijstaat en de Transvaalrepubliek.

Orange River Sovereignty

Na de annexatie van Natal door de Britten in mei 1843 trok een meerderheid van de Afrikaners in Natal voorbij deze grenzen, en daarmee ook voorbij Britse jurisdictie. Zij streken over het algemeen neer in twee gebieden. Het ene gebied, later bekend onder de naam Oranje-Vrijstaat, strekte van de Oranjerivier aan zuidzijde tot de Vaalrivier aan de noordzijde. In de jaren 1840-1850 was het gebied nog niet op deze wijze gecentraliseerd, en bestond het uit meerdere districten, zoals te zien is in afbeelding 1.

Afbeelding 1: De Oranje-Vrijstaat, haar districten en veranderende grenzen gedurende de 19e eeuw. [A1]

Dit was het eerste gebied waar de Afrikaners tijdens de Grote Trek (zie deel 3) in terechtkwamen in 1836, en waar zij in de jaren daarvóór al vaker met hun vee de Oranjerivier overgestoken waren om hun vee te laten grazen. Zij waren echter bij aankomst niet de enigen in het gebied: in deel 3 werd beschreven hoe zij slaags raakten met de Matabele, en dezen naar het noorden wisten te verdrijven. Naast de Matabele was er een andere groep die vanuit de Kaapkolonie vertrokken was: de Griqua, beter bekend als kleurlingen. ‘Kleurling’ werd (en wordt) gebruikt als verzamelterm voor een vrij diverse groep, die op vrijwel dezelfde wijze ontstond als de mestizo’s in Zuid-Amerika. In de vroege jaren van de Kaapkolonie was er een behoorlijk overschot aan mannen in de VOC-gelederen. Sommigen namen lokale Khoisanvrouwen, waaruit een Europees-Afrikaanse mengeling ontstond die ‘kleurling’ als overkoepelende term tot gevolg had. Deze groep, die zich niet thuis voelde tussen de Afrikaners of de Khoisan, trok zelf voorbij de Oranjerivier, en streek neer rondom Philippolis, wat een plaats was waar de Britse missionarissen zendingswerk verrichtten. Het beschreven gevoel van ‘anders zijn’ dan andere groepen is iets dat de kleurlingen in de verdere geschiedenis blijft onderscheiden van blank en zwart, tot op de dag van vandaag.

Zij hebben ook meerdere republieken gesticht, die slechts korte tijd bestonden, door Britse of Afrikaner toedoen. Het gebied rondom Philippolis stond bekend als Adam Koksland, vernoemd naar Adam Kok (verrassing), de patriarch van de leidende familie onder de kleurlingen. Toen de Voortrekkers in grote aantallen voorbij de Oranjerivier trokken in 1836, ontstonden er Afrikaner nederzettingen in dit gebied (in afbeelding 1 met horizontale strepen aangegeven), wat al snel leidde tot spanning tussen de twee groepen. In 1845 komt er nog meer druk op de ketel, afkomstig van een derde speler: het Verenigd Koninkrijk.

Na de conflicten met de Afrikaners in Natal in 1843 keken deze met argusogen naar Afrikaner bezigheden. Zij gebruikten de spanning tussen Afrikaners en kleurlingen door in 1845 de hand uit te reiken naar de kleurlingen, en om een protectoraat uit te roepen over Transoranje, een andere naam voor wat later de Oranje-Vrijstaat zou worden [1]. Op 3 februari 1848 werd het gehele gebied officieel geannexeerd door de Britten, vooral door toedoen van Harry Smith, gouverneur van de Kaapkolonie. De Afrikaners die zich in het noordelijke deel van de Orange River Sovereignty bevonden, vroegen al snel om hulp van voorbij de Vaalrivier.

Hulp kwam in de vorm van Andries Pretorius, de Voortrekker die ook een leidende rol had in de slag bij Bloedrivier en de daarop volgende boerenrepubliek Natalia. De inval was in zijn vroege stadium een succes: de Afrikaners slaagden erin Winburg en Bloemfontein te bezetten en de Britse magistraat te verjagen. De Britten haalden versterkingen uit andere delen van hun imperium, en versloegen de Afrikaners op 29 augustus 1848 in de slag van Boomplaats, vlakbij de Oranjerivier [2]. Andries Pretorius, die nu een premie op zijn hoofd had door de Britten, trok zich met zijn manschappen terug tot voorbij de Vaalrivier. De Orange River Sovereignty was voor nu veilig.

Stichting van Oranje-Vrijstaat en Transvaalrepubliek

De Britten hadden de slag gewonnen, maar waren niet optimistisch gestemd over het conflict in het algemeen. De Britten waren in hun koloniale doen en laten op de wereld zeer afhankelijk van hun uitermate sterke vloot. Dit zorgde ervoor dat zij een goede greep hadden op kustgebieden, waar dan ook ter wereld. Wanneer gebieden zich verder landinwaarts bevonden, werd deze greep zwakker. Dit was zeker het geval voor de Orange River Sovereignty – een gebied zonder kuststreek -, om nog maar te zwijgen over de Transvaal, wat nog verder landinwaarts lag. Waar zij in Natal door de haven van Durban in staat waren om een goede basis te leggen voor de overname van het gebied, was dit niet zo in deze situatie. De militaire aanwezigheid in het gebied bestond uit zo’n 70 manschappen, wat verklaarde waarom Pretorius hen zo gemakkelijk overrompelde en de hoofdplaatsen in kon nemen. Daarnaast was er ook een zwarte stam die aan oostelijke zijde voor onrust zorgde: de Basotho. De conflicten die hier veroorzaakt werden wogen zwaar op de toch al dun bezette Britse aanwezigheid, los van de Afrikaners.

De Britten hadden hun heerschappij uitgesproken, maar deze vasthouden zou een heel ander verhaal zijn. Door een wisseling van de wacht in het Engelse koloniale ministerie, vooral door de invloed van Henry Grey, draaide de beleidsvoering omtrent de Afrikanerkwestie volledig om [3]. Dit was zoals beschreven deels een stukje realpolitik om eventuele internationale blunders te voorkomen, maar het heeft aan de grondslag gelegen van het ontstaan van de twee bekendste boerenrepublieken.

Afbeelding 2: Vlag van de Zuid-Afrikaanse Republiek, ofwel Transvaal. Het is opnieuw duidelijk waar de inspiratie voor deze vlag opgedaan is. [A2]

Het eerste gebied waarin de Afrikaners officieel los kwamen te staan van de Britten was de Zuid-Afrikaanse Republiek, ook bekend onder de naam Transvaal/Transvaalrepubliek. De Britten hadden dit gebied nooit militair bezet, en hun claim kwam definitief ten einde bij de Zandrivierconventie op 17 januari 1852. De voor de Britten vogelvrije Andries Pretorius tekende de overeenkomst met de Britten aan Afrikaner zijde, waarmee ook een eind kwam aan zijn vogelvrije status. Het zou de laatste grote prestatie van Pretorius zijn: kort daarop kelderde zijn gezondheid en overleed hij in juli 1853.

De onafhankelijkheid van de Oranje-Vrijstaat liet niet lang op zich wachten: de Bloemfonteinconventie werd getekend op 23 februari 1854. Echter loste dit vanaf Afrikaner zijde slechts het Britse probleem op, en bleven er nog anderen over. Het conflict met de Basotho laaide in de volgende jaren weer op, omdat de grenzen aan de oostzijde van de Oranje-Vrijstaat niet vastgesteld waren. Dit leverde onenigheid op tussen de Basotho en de Afrikaners over waar deze grens zich daadwerkelijk bevond.

Aanloop naar burgeroorlog

Daarnaast kwam een mogelijk gevaar voor de Oranje-Vrijstaat uit een andere, vrij onwaarschijnlijke hoek: de Transvaalrepubliek. De Britten hadden voor het bijeenroepen van de Bloemfonteinconventie gepoogd de Oranje-Vrijstaat over te dragen aan Andries Pretorius. Het bericht dat naar Pretorius gestuurd werd kwam helaas enkele dagen na diens dood aan, hetgeen een dergelijke regeling bemoeilijkt. Echter zag Marthinus Wessel Pretorius, oudste zoon van Andries Pretorius, een kans tot de vereniging van de Boerenrepublieken.

Marthinus Wessel Pretorius werd in 1857 gekozen tot voorzitter van de uitvoerende raad van de Transvaalrepubliek. In het vorige deel is kort ingegaan op de bestuursvorm die de jonge Boerenrepublieken kennen, waarin geen officieel staatshoofd bestond. Pretorius jr. was hetgeen dat hier het dichtst bij zat, kort gezegd. Hij wist van het Britse aanbod af, en vond dat hij deze van zijn vader kon erven, wat hem leider van zowel de Oranje-Vrijstaat als de Transvaalrepubliek zou maken [4]. Deze werden door de volksraad van de Vrijstaat verworpen, waarna het twee jaar rustig bleef.

Deze rustige jaren kwamen ter einde omdat Pretorius in 1859 tot president van de Oranje-Vrijstaat was verkozen, bovenop zijn leidende rol in de Transvaal. Hij hield deze overlappende posities een half jaar vast, waarbij hij in de Vrijstaat verbleef om een poging te doen de republieken samen te smelten. Het bleek onvoldoende: in afwezigheid van Pretorius stemde de Transvaler volksraad in met een wet die ervoor zorgde dat de leider van de Transvaal geen andere posities kan houden. Dit betekende voor Pretorius dat hij moest kiezen, en zijn verblijf in de Vrijstaat betekende dat zijn positie in de Transvaal verviel [5].

Het probleem ontstond toen Stephanus Schoeman, commandant-generaal van de Transvaal, naast deze wijziging nog veel verder wilde gaan qua staatshervorming. Zijn wens was om de volksraad af te schaffen en de macht bij de uitvoerende raad te leggen. Dit leek veel Afrikaners, inclusief een 35-jarige Paul Kruger, geen goed idee, maar Schoeman had als voornaamste militaire leider veel invloed in de republiek. Toch keerde de politieke sfeer tegen hem: de volksraad ontsloeg hem als commandant-generaal, en wilde dat hij terecht stond voor een speciale rechtbank. Schoeman zag de bui hangen, en probeerde een leger op de been te brengen.

Er speelde ook een kwestie van religieuze aard in de Transvaal, die in dit geval door de politieke kwestie heen gewoven werd. Zoals al eerder in deze reeks aangegeven waren (en zijn) de Afrikaners zwaar gelovig, in calvinistische traditie. De Nederduits Hervormde Kerk werd in 1857 de staatskerk van de Transvaal: een begrijpelijke zet wanneer alle Afrikaners onder deze denominatie vallen. Echter houdt men binnen het protestantisme erg van afscheidingen, en dit is niet anders in Zuid-Afrika, waar in 1859 de Christelijk-Gereformeerde Kerk afsplitste van de Hervormden. Een van de vroege overstappers was Paul Kruger, en dit resulteerde in een beweegreden onder Schoeman en zijn volgers om andere Afrikaners te rekruteren voor hun zijde. Zij beweerden dat Kruger de Christelijk-Gereformeerde kerk als staatskerk wilde installeren, en de Hervormden opzij te schuiven. Die wens was er niet, maar het hielp bij de rekrutering [6].

De twee kampen raakten tweemaal slaags, in 1963 en 1964, wat beide keren tot een nederlaag van Schoeman leidde. De wil om een grootschalige burgeroorlog te voeren leek aan beide kanten afwezig te zijn, en door bemiddeling van Marthinus Pretorius wordt een definitief staakt-het-vuren overeen gekomen [7]. De status quo voor wat betreft de bestuursvorm van de Transvaal bleef intact, en Schoeman werd verbannen na schuldig te zijn bevonden van rebellie. Wellicht is de term ‘burgeroorlog’ wat overdreven voor een conflict waarbij in totaal nog geen 15 doden zijn gevallen, maar het is vrij unaniem de boeken ingegaan als burgeroorlog, dus noem ik het ook zo.

Opmars van Paul Kruger

De ‘burgeroorlog’ in de Transvaal had ook als gevolg dat Paul Kruger een gevestigde naam werd onder de Afrikaners. Na het staakt-het-vuren werd hij herkozen als commandant-generaal, en hij bleef een prominente stem binnen de Afrikaner gemeenschap voor de rest van zijn leven. Zowel in dit artikel als in volgende artikelen over de Afrikaners put ik veel uit zijn memoires, uitgebracht in 1902 en hier verkrijgbaar.

Afbeelding 3: Een jonge Kruger [A3]

Krugers memoires doen je realiseren dat beschouwingen op de geschiedenis als deze niet echt recht doen aan de Zuid-Afrikaanse situatie. Dan bedoel ik het volgende: in deze reeks behandel ik vooral het verloop van de Afrikaner geschiedenis, en hoe deze zich verhoudt tot andere groepen, ofwel de geschiedenis van mens tegen mens, volk tegen volk. Kruger doet je beseffen dat het Zuid-Afrika van de vroege 19e eeuw een absolute wildernis is: vooral het vroege deel van het boek staat vol met verhalen over het strijden tegen de wildernis. Of het nu je eerste leeuw doodschieten is op veertienjarige leeftijd, of op de vlucht moeten slaan voor een woeste olifant, of je duim moet amputeren door een ontploffend geweer bij een neushoornjacht: het schetst een beeld van een ongerepte wildernis dat heel ver af ligt van de Nederlander in de 21e eeuw. Het is een belangrijke onderliggende factor die niet vergeten moet worden tijdens een vertelling van de geschiedenis als deze. Ik raad het boek in ieder geval van harte aan, het werkt net zo goed in het avonturengenre als dat het een goede beschrijving van 19e-eeuwse Afrikaner geschiedenis is, het gaat niet vervelen!

Conclusie

Vanaf 1854 staan zowel de Oranje-Vrijstaat als de Transvaal op vrije voet als verwante Boerenrepublieken. Ook lijken ze beide van een minder tijdelijke aard te zijn dan Natalia was. De Afrikaner geschiedenis belandt vanaf hier in een nieuwe fase, door het overlijden van de Voortrekkerleiders en het opstaan van anderen als Paul Kruger, en het einde van grote trektochten naar totaal onbekende oorden. Het toen nog wilde en voor de Afrikaners onbekende land zal verder verkend, bewerkt en iutgeplozen worden, wat ironisch genoeg aan de grondslag zal liggen van de twee conflicten met de Britten die de Afrikaners in een klap wereldberoemd zouden maken: de twee Boerenoorlogen. Zowel de oorlogen zelf als de aanloop naar deze conflicten zullen aan bod komen in het volgende artikel.

Marcus

Bibliografie

[1]    John Ormond Neville (1900): Boer and Britisher in South-Africa (Blz. 23)

[2]    https://af.wikipedia.org/wiki/Slag_van_Boomplaats

[3]    Zie 1 (Blz. 24)

[4]    The Memoirs of Paul Kruger (1902) (Blz. 69)

[5]    Zie 4 (Blz. 70)

[6]    Zie 4 (Blz. 75)

[7]    Zie 4 (Blz. 90)

Afbeeldingen

[A1]     https://digital.lib.sun.ac.za/handle/10019.2/345

[A2]    https://af.wikipedia.org/wiki/Zuid-Afrikaansche_Republiek#/media/Lêer:Flag_of_Transvaal.svg

[A3]    https://en.wikipedia.org/wiki/Paul_Kruger#/media/File:Kruger_c1852.jpg