Volksnationalisme en Zuid-Afrika (Deel 4)

0
391

In het vorige deel werd de Grote Trek beschreven, en de daaropvolgende overwinningen bij Vegkop en Bloedrivier. Dit leidde tot het ontstaan van de Boerenrepubliek Natalia, waar we in dit artikel mee verder gaan.

Consolidatie Afrikaners en ‘regime change’

Na de geboekte overwinning in de slag bij Bloedrivier lag het initiatief in Natal bij de Voortrekkers. Dingaan, de leider van de Zulu’s, was op de vlucht geslagen om zich te hergroeperen. Toch bleef de situatie in Natal gespannen, en na eerder op onverwachtse wijze overrompeld te zijn waren de Voortrekkers niet op hun gemak door de nabijheid van de Zulu’s. Dingaan stuurde afgevaardigden om diplomatieke lijnen met de Voortrekkers open te houden, maar dezen hadden ook een minder onschuldig doel: ze dienden tegelijk als spionnen om te kijken of de Voortrekkers hun geweren weg hadden gelegd en het normale leven weer opgepakt hadden [1].

Echter had Dingaan beter een blik op zijn eigen kamp kunnen werpen: er ontstond grote ontevredenheid over de recente gang van zaken en de nederlaag bij Bloedrivier onder de Zulu’s. Dit betekende op een vrij directe wijze ook ontevredenheid over Dingaan als leider. De voornaamste kandidaat om hem te vervangen was Mpande (ook genoemd als Umpanda/Panda), de halfbroer van Dingaan. Deze werd als een minder oorlogszuchtig man gezien, en dat was een eigenschap die de meeste Zulu’s nu goed uitkwam, gezien hun recente ervaringen in de oorlog met de Voortrekkers.

De Voortrekkers zagen een kans voor regime change, zoals we dat in de huidige eeuw in het Midden-Oosten kennen. De Voortrekkers sloten een bondgenootschap met Mpande en zijn volgelingen, met als uiteindelijke doel hem tot koning van de Zulu’s te maken. De hoop vanuit Voortrekkeroptiek was om een meer vredelievende buurman te creëren, die ook nog eens in een verschuldigde positie tegenover hen stond. Andries Pretorius, die ook bevelhebber was bij de slag bij Bloedrivier, trok met 400 Voortrekkers ten strijde in het begin van het jaar 1840, samen met Mpande en 4000 Zulu’s [2].

Echter bleken de Voortrekkers geen schot te hoeven lossen: terwijl Mpandes troepen tegen Dingaans troepen streden, liepen velen onder de laatstgenoemde groep over naar Mpande. De resulterende overwinning was definitief, en Dingaan vluchtte met een splintergroep naar het noorden, waar hij niet veel later om zou komen. Op 14 februari 1840 riep Andries Pretorius Mpande uit tot de onbetwiste koning van de Zulu’s, wat op een vrij directe wijze ook leidde tot de veiligstelling van Natal als grondgebied van de Voortrekkers. Waar de kwestie omtrent de Zulu’s een conclusie leek te krijgen, laaide het conflict met de Britten echter (weer) op.

De Volksraad, het bestuur van Natalia

Naast de veel grotere Zulu-aanwezigheid in Natal was er ook sprake van een Britse aanwezigheid in Durban, dat onstond in 1824 (zie ook deel 3 van deze reeks). In deze haven hadden de Britten ook een regiment aan Schotse troepen gestationeerd (72nd Highlander regiment) om haar aanwezigheid kracht bij te zetten. Echter trok dit aan het eind van 1839, na een jaar gestationeerd te zijn in Durban, weer weg uit Natal. De Afrikaners zagen dit als een goed teken: de Britten leken toe te geven aan de hegemonie van de Afrikaners in dit gebied.

Omdat Durban in Britse handen was, hadden de Afrikaners hun eigen hoofdplaats voor het gebied gesticht in 1838: Pietermaritzburg. Vernoemd naar Voortrekkers Piet Retief (zie deel 3) en Gert Maritz, laten ook de plaatsnamen de Afrikaner geschiedenis doorschijnen, die in dit geval nog zeer recent daarvoor had plaatsgevonden. De nog zeer jonge republiek werd bestuurd door de Volksraad (prachtige naam), die zetelde in Pietermaritzburg. Hoe de jonge Boerenrepubliek eruit zag op bestuurlijk vlak, deed de Engelsen behoorlijk de wenkbrauwen fronsen.

De Volksraad bestond uit 24 mensen, ofwel twee gekozen personen per district, in een republiek met 12 districten. Deze kwam om de drie maanden bijeen om het land in veel opzichten te besturen: de Volksraad belichaamde zowel de uitvoerende, wetgevende als rechterlijke macht. Van een scheiding der machten was dus geen sprake. Daarnaast was deel uitmaken van de Volksraad vrijwilligerswerk: er bestond geen politieke klasse in de moderne zin. De enige betaalde politieke functies waren de landdrosten (lokale gouverneurs) van de grootste plaatsen in de republiek.

De Volksraad was ook het hoogste orgaan in een ander, vrij uniek opzicht. Natalia verwierp als republiek de monarchie, maar sloeg wellicht door in het feit dat het geen officieel staatshoofd kende. Deze ontstaat in de gemiddelde republiek in de vorm van een president, die ofwel gekozen of aangesteld wordt. In Natalia werd er bij een bijeenkomst van de Volksraad iemand als leider van de vergadering aangewezen, maar deze persoon kreeg daar geen enkele bijkomende bevoegdheden bij. Bij de volgende vergadering was het goed mogelijk dat iemand anders de leiding had, net zoals het mogelijk was dat de Volksraad een heel andere samenstelling kreeg.

De Britten waren op zijn zachtst gezegd niet onder de indruk van dit bestuurlijke systeem. Henry Cloete, later de Britse gouverneur van hetzelfde gebied, schreef:

“…..The inhabitants were preparing for themselves a state of anarchy, from which the most deplorable results to themselves must inevitably arise.” [3]

Het bestuurssysteem van Natalia kan gerust rudimentair genoemd worden, maar dit is, gezien de omstandigheden, ook wel te verwachten. De republiek bestond nog geen jaar, en heerste over een klein aantal mensen. Er was domweg (nog) geen draagvlak voor iets dat begon te lijken op een professionele politieke klasse, zoals dat in het Verenigd Koninkrijk wel bestond. Sterker nog, het kan gesteld worden dat de Britse administratie in Zuid-Afrika aan het omgekeerde probleem leed: een topzware bureaucratie die nooit kon handelen zonder expliciete toestemming uit Londen.

Britse toestemming en Nederlandse inmenging

Natalia was ook op zoek naar toestemming uit Londen, maar dan op andere wijze: het probeerde zijn onafhankelijkheid van de Britten zwart-op-wit te krijgen, en stond hiermee in contact met de gouverneur van de Kaapkolonie, sir George Napier. De inzet was hierbij de onafhankelijkheid van ‘The republic of Port Natal and adjacent countries’, waarbij de naastgelegen landen sloegen op de Voortrekkers buiten Natalia, in wat later de Oranje-Vrijstaat zou worden [4].

De Britten weigerden echter een dusdanige vraag in te willigen, en de sfeer tussen beide partijen werd grimmiger na een vanuit Britse optiek agressieve aanval door Voortrekkers onder Andries Pretorius op een nabijgelegen zwarte stam. Pretorius werd voor de Volksraad gedaagd en kon vervolgens vrijuit gaan, en dat was het einde volgens de Afrikaners. Echter zagen de Britten dit ook als een tekortkoming van de Volksraad als besturend orgaan.

George Napier zou in september 1841 een definitief aanbod sturen: de Britten zouden de onafhankelijkheid van Natalia niet kunnen steunen, maar zouden ermee handelen, indien Natalia een Britse militaire aanwezigheid zou accepteren om andere Europese machten weg te houden. De Afrikaners zagen het als een slecht verhulde poging tot bezetting, en waren allerminst positief. Zij stuurden een brief terug waarin militaire bezetting als onwenselijk werd beschouwd, en herhaalde nogmaals hun verscheidene redenen voor hun exodus uit Brits grondgebied.

Dit deerde Napier weinig: op 2 december 1841 maakte hij de Afrikaners duidelijk dat de militaire bezetting van Port Natal weer hervat zou worden, met toezegging uit Londen. De Afrikaners antwoordden dat zij dit niet zouden aanvaarden, en herhaalden hun problemen met de Britten. Het diplomatische schaakspel begon in herhalingen te vervallen, de impasse leek bereikt, tot de Britten definitief het leger zouden sturen. En zij zagen zich hier volgens Cloete sneller door genoodzaakt door de inmenging van een zekere staat aan de Noordzee waar wij zeer bekend mee zijn.

Nederlandse inmenging, Britse actie

Afbeelding 1: Vlag Natalia-repbubliek, een duidelijke gelijkenis met Nederland. [A1]

In maart 1842 kwam een schip genaamd Brazilia aan in de haven van Durban, met goed nieuws voor de Afrikaners. Het was afkomstig uit Nederland, waar veel handelaren sympathiseerden met hen, en dit schip gestuurd hadden om een directe lijn voor contact en handel aan te leggen. Deze onverwachte hulp uit een voor de Afrikaners bekende hoek, gezien hun afkomst, deed de sfeer in Natalia volledig omslaan. Er onstond (zoals te zien is in afbeelding 1) een vlag-ontwerp wat zeer leek op dat van Nederland, en de voornaamste afgezanten werden als koningen behandeld in de republiek.

De Britten waren uiteraard minder te spreken over deze ontwikkelingen. De gesprekken over een eventuele garantie vanuit Nederland voor de onafhankelijkheid van Natalia strookten in tegen Britse wensen. Echter wisten de Britten ook dat de dreiging niet heel overweldigend was: Nederland anno 1842 was in een neerwaartse spiraal beland, als je bedenkt dat de Belgische Revolutie van 1830 grofweg de helft van hun Europese grondgebied als sneeuw voor de zon deed verdwijnen. Nederland was niet meer de speler op het toneel die het in tijden ervoor wel was, alleen leken de Afrikaner zich daar niet echt bewust van, volgens Cloete. Up-to-date zijn wat Westerse geopolitiek betreft gaat wat lastig als je je aan de andere kant van de wereld bevind in de vroege 19e eeuw.

De Britten gingen desondanks een maand later – april 1842 – definitief tot actie over: zij zonden vanuit de Kaapkolonie een klein leger van zo’n 250 man om Durban te bezetten. Door de dunbevolktheid van het gebied en het vrij beperkte aantal manschappen slaagden zij erin de haven op 3 mei te bezetten vóór de Afrikaners een gepaste reactie klaar hadden. Afgesneden worden van hun voornaamste haven was echter een onhoudbare toestand. Zij verzamelden een leger van zo’n 300-400 man onder Andries Pretorius om hier verandering in te brengen. Zij zetten hun kamp op bij Congella, nabij Durban, en slaagden er al snel in het vee van de Britse expeditie te stelen.

De dienstdoende kapitein genaamd Smith (je verwacht het niet) besloot om de Afrikaners op hun positie te verrassen door middel van een nachtelijke aanval, en koos hiervoor de nacht van 23 op 24 mei. De plannen werden gemaakt en uitgevoerd: echter was er tijdens die nacht sprake van een volle maan, die het beoogde verrassingseffect van de Britten volledig teniet deed. Sterker nog, zij liepen zelf regelrecht in de hinderlaag van de Afrikaners: verkenners aan Afrikaner zijde kregen snel door dat de Britten voor een vrij frontale aanval gingen, en zorgden ervoor dat zij de Britten van meerdere kanten belaagden. De kanonnen van de Britten werden buitgemaakt, en door het maanlicht en goede scherpschutterkunst van de Afrikaners vielen ook de meeste officieren, waardoor paniek en chaos heersten onder Britse gelederen. Volgens Cloete kwamen er van de 140 uitgezonden manschappen slechts 37 terug, de overige 103 waren overleden, gewond, gevangengenomen of vermist [5].

Wat volgde was een belegering van het Britse kamp, wat onderhevig was aan schermutselingen. Wat uiteindelijk met de terugwerkende blik doorslaggevend bleek, was dat de Britten erin slaagden een boodschapper richting de Kaapkolonie te sturen, die de ondankbare taak had om bijna 1000 kilometer af te leggen richting Grahamstad, om versterkingen te regelen. Dezen kwamen aan op 24 juni, en dat bleek net op tijd. In het Britse kamp was men kort voor deze datum overgegaan op zeer kleine rantsoenen, en zagen ze zichzelf genoodzaakt om hun paarden op te eten. De versterkingen telden twee volledige regimenten die via zee aankwamen, en dit deed de balans van de strijd weer duidelijk de andere kant op zwaaien.

Na enkele succesvolle schermutselingen voor de Britse zijde trokken de Afrikaners zich terug richting Pietermaritzburg, waar de Volksraad bijeenkwam en de wens bestond voor een wapenstilstand met de Britten. Deze beslissing kende meerdere oorzaken: allereerst de Britse versterkingen, maar ook omdat de garanties die gegeven werden voor eventuele Nederlandse hulp gebakken lucht bleken. Uiteindelijk, na amnestie voor de gevangenen aan beide zijden geregeld te hebben, gaf de Volksraad zich officieel over aan de Britten. Het doek voor de Natalia-republiek viel definitief op 12 mei 1843, de officiële datum van de annexatie door het Verenigd Koninkrijk.

Conclusie

Het zal wellicht opvallen dat er geen grootse nederlaag aan te pas is gekomen aan Afrikaner zijde voor het voortbestaan van Natalia als republiek. Dit had een vrij simpele reden: bij de onderhandelingen in de Volksraad met afgevaardigden van de Britten, waaronder Henry Cloete (de schrijver/spreker in het boek waar dit verhaal op gebaseerd is) ook aanwezig was, werden de grenzen van de Britse annexatie vastgelegd. Deze stelde dat de Draaksberg-keten de noordgrens van het geannexeerde gebied zouden vormen. De Afrikaners stemden in… en verdwenen in grote getalen over diezelfde noordgrens, in de richting van andere Voortrekkers in wat later de Oranje-Vrijstaat en de Transvaalrepubliek zou vormen. De stappen die tegen de Kaapkolonie ondernomen werden, zagen zich herhaald worden na de Britse annexatie van Natal [6].

Dit verhaal rondom Natalia laat in een notendop zien in welke aspecten de Afrikaners later ook vaak tegen de lamp zouden lopen: Ze namen het op tegen de grootste natie van de tijd, die oppermachtig was op het water. De rol die Durban als haven/doorvoerpunt speelt is doorslaggevend geweest voor de Britten, en is de manier waarop zij hun invloed uitoefenden. Dit aspect, betreft de toegang tot de zee, zal vaker een knelpunt blijken voor de Afrikaners.

Daarnaast is het vaak het geval geweest, dat wanneer een andere Europese macht interesse toont in de Afrikaner zaak, het slechts bij de morele steun blijft. Dat is uiteindelijk hoe Nederland zich gedragen heeft in dit specifieke geval, en dit zal later ook in andere stadia van de Afrikaner geschiedenis blijken. Uiteindelijk weten de Britten ook in Natal te oogsten wat de Afrikaners gezaaid hebben: waar zij slagen leverden tegen de Zulu’s en de basis legden voor een staat, kwamen de Britten om de hoek kijken tegen de tijd dat het een profitabele onderneming zou zijn de Afrikaners te overrompelen.

Na de annexatie van Natal verschuiven de schijnwerpers van de Afrikaners zich naar het gebied dat verder van de kust af ligt, voorbij de Oranjerivier. Hier richtten de Afrikaners de twee bekendste Boerenrepublieken op, niet lang nadat Natal ingelijfd werd door de Britten. Hoe dit tot stand kwam en hoe haar geschiedenis verliep zal behandeld worden in het volgende artikel.

Marcus

Bibliografie

[1]    W. Cloete (1899): The history of the Great Boer Trek and the origin of the South African Republics (Blz. 113)

[2]    Zie 1 (Blz. 115)

[3]    Zie 1 (Blz. 131)

[4]    Zie 1 (Blz. 135)

[5]    Zie 1 (Blz. 154)

[6]    Zie 1 (Blz. 182)

Afbeeldingen

[A1]    https://en.wikipedia.org/wiki/Flag_of_the_Natalia_Republic#/media/File:Flag_of_Natalia_Republic.svg