Volksnationalisme en Zuid-Afrika (Deel 3)

1
518

In het vorige deel kwam het conflict tussen de Afrikaners en de Britse administratie in de Kaapkolonie aan bod. Deze zou leiden tot de Grote Trek, waar we een blik op werpen in dit artikel.

Begin van de Grote Trek

In 1836 hadden veel Afrikaners genoeg van de Britse administratie, en begonnen zij hun plannen te maken voor de Grote Trek in het begin van dat jaar. Het betekende onder andere de verkoop van hun huidige boerderijen, die vaak voor zeer lage prijzen verkocht werden [1]. De Britse administratie probeerde er op juridische grond nog een stokje voor te steken, maar plannen hiervoor vielen in duigen door de luitenant-generaal van de Kaapkolonie, die de volgende ondoordachte uitspraak deed in augustus:

“It is but candid at once to state that I am not aware of any law which prevents any of His Majesty’s subjects from leaving his dominions and settling in another country, and such a law, if it did exist, would be tyrannical en oppressive!” [1]

Cloete noemde de uitspraak ondoordacht, en zou met de kracht van de terugkijkende blik zeker gelijk krijgen. Datzelfde jaar nog – 1836 – vertrok de eerste lichting Afrikaners, zo’n 200 man, onder leiding van Hendrik Potgieter voorbij de Oranjerivier, de noordgrens van de Kaapkolonie. Deze zou al snel gevolgd worden door andere groepen, die in eerste instantie allen neerstreken in het gebied dat later de Oranje Vrijstaat zou worden. Thaba ‘Nchu zou een belangrijke tussenstop worden voor veel voortrekkers. Dit was de hoofdplaats van de Barolong, een zwarte stam die snel een bondgenoot van de Afrikaners werd. Zij raakten kort hiervoor slaags met de Matabele, een afsplitsing van de Zulu’s. De Voortrekkers kwamen ook al snel met deze stam in aanraking. Een kleine groep die voorliep op de rest werd door de Matabele aangevallen, waarbij 28 doden vielen aan Afrikaner zijde [2]. De Matabele volgden dit succes op met nog een aanval op een kleine groep in de voorhoede, die ook zonder kans afgeslacht werd, met nog eens 25 doden tot gevolg.

Slag bij Vegkop

Slechts enkele Voortrekkers wisten aan deze aanvallen te ontkomen. Zij waren in staat om de rest van de groep te waarschuwen wat er in het noorden gebeurd was. Potgieter wist met zijn groep een laager, de Afrikaanse term voor wagenburcht van enkele tientallen ossenwagens (het vervoer van de Voortrekkers) te bouwen als defensieve positie. Deze werden in een vierkante positie opgesteld en afgedekt met doornstruiken om een bestorming te bemoeilijken.

De numerieke verhoudingen tussen de twee partijen zijn gerust waanzinnig te noemen. Paul Kruger, later president van de Transvaalrepubliek, was als 11-jarige jongen aanwezig bij dit gevecht. In zijn memoires zet hij het aantal volwassen strijdkrachten aan Voortrekker zijde op slechts 34 [3]. Het leger van de Matabele werd door Kruger geschat op enkele duizenden, een heel andere orde van grootte. De twee groepen raakten slaags op 16 oktober 1836, en werd een klinkende overwinning voor de Voortrekkers, die met succes hun positie wisten te verdedigen met slechts 2 doden aan hun zijde. Een totale overwinning was het echter niet te noemen: een nadeel van hun defensieve positie was dat al hun vee zich buiten de laager bevond, dat geroofd werd door de Matabele.

Afbeelding 1: Vegkop-monument te Heilbron, vlakbij de plaats van de slag [A1]

Kort na dit gevecht kwamen er versterkingen vanuit de Kaapkolonie onder leiding van Gerrit Maritz, die met enkele honderden Voortrekkers de Vaalrivier overstak en een van de belangrijkste dorpen van de Matabele, Mosega, aanvielen. Zij boekten een overwinning en wisten een deel van het gestolen vee mee terug te nemen naar eigen gebied. Uiteindelijk werden de Matabele voorbij de huidige grenzen van Zuid-Afrika verdreven.

Piet Retief en de oostwaardse trek

Wat inmiddels wel duidelijk werd voor de Voortrekkers was dat een noordwaardse beweging niet zonder weerstand voor elkaar te krijgen was. Dit leidde bij een deel van de Voortrekkers tot de wens om een oostwaartse route te proberen. Er ontstond dus een oostwaarts trekkende splintergroep, die onder leiding was van Piet Retief, een Afrikaner van Frans-Hugenootse afkomst. Deze trok in het begin van het jaar 1837 met zo’n 100 Afrikaners weg uit de Kaapkolonie, nadat hij in een lokale krant in de Oostkaap een manifest uitgebracht had waarin de grieven van de Afrikaners tegen de Britse administratie bondig verwoord werden [4]. Hij werd tot leider van de expeditie benoemd en trok de Drakensbergen over richting het gebied dat de Afrikaners Natalia zouden noemen, zoals Vasco da Gama het bijna drie eeuwen daarvoor genoemd had.

Een terechte vraag is waarom de Afrikaners dachten dat een trek naar het oosten een beter idee was. De Drakensbergen zijn immers de hoogste bergketen in Zuid-Afrika, en bepaald niet makkelijk begaanbaar met ossenwagens. In 1834 was er een expeditie ondernomen vanuit de Oostkaap richting Port Natal om te zien hoe het omliggende land daar was. Port Natal was een kleine haven die de Britten in 1824 gesticht hadden als tussentop voor haar zeetochten. Zij hadden hierover met Shaka, de beruchte Zululeider, onderhandeld en waren tot een overeenkomst voor deze stichting gekomen. Later zou Port Natal Durban genoemd worden, naar de destijdse gouverneur van de Kaapkolonie, Benjamin D’Urban.

Kort gezegd was het plan van Retief hetzelfde als dat van de Britse zeevaarders: hij wilde met de Zulukoning onderhandelen voor een stuk land dat zijn Voortrekkergroep in bezit zou kunnen nemen. Shaka was inmiddels gestorven, dus zou er onderhandeld moeten worden met zijn broer, Dingaan. Hij trok naar Umgungundlovu, de hoofdstad van het Zulukoninkrijk, om deze in persoon te starten. Daar vond hij bij toeval een Britse missionaris, die als ooggetuige alle volgende gebeurtenissen heeft aanschouwd [5]. Deze diende ook als een soort diplomaat en tolk tussen Dingaan en Retief.

De deal was kortgezegd als volgt: Dingaan beloofde een deel van zijn territorium weg te geven in ruil voor het terughalen van gestolen vee, dat nu in bezit was van een andere stam. Retief klaarde de klus zonder een schot te lossen, door een ultimatum aan de naburige stam te geven. Eind januari 1838 trok Retief met zo’n 70 Voortrekkers terug naar Umgungundlovu om de buit door de geven.

Afbeelding 2: Fries op het Voortrekkermonument waar Dingaan en Retief de deal tekenen.

Op 4 februari vond de overhandiging van Natalia aan Retief en de Voortrekkers officieel plaats, en het tekenen van Dingaan en andere hooggeplaatste Zulu’s is vastgelegd in een Engels document door de aanwezige missionaris. De Voortrekkers bleven echter enkele dagen, op aandringen van Dingaan. Op 6 februari brak de dag aan dat de Voortrekkers Umgungundlovu zouden verlaten. Echter werden zij gevraagd om een laatste maal bij Dingaan te verschijnen, en hun wapens in hun kamp achter te laten. Misplaatst vertrouwen aan de kant van Retief zorgde ervoor dat hij regelrecht een hinderlaag in liep. Dingaan deed nog lijken alsof er niets aan de hand was door drank e.d. uit de delen, maar kort daarna gaf hij het bevel ‘bulala matagati’, wat staat voor ‘dood de tovenaars’. De Voortrekkers werden door hun gebruik van paarden en geweren, beiden vreemd voor de Zulu’s, als tovenaars gezien.

Retief en zijn groep maakte zonder wapens geen schijn van kans tegen de overmacht van bewapende Zulu’s, die op zo’n 3000-4000 man geschat wordt, en werden tot de laatste man afgemaakt. Dingaan liet het niet hierbij: hij stuurde zijn regimenten richting de resterende Voortrekkers die nietsvermoedend in Natal de terugkeer van Retief verwachtten. Omdat niemand terugkeerde, kwam Dingaan’s aanval opnieuw als een totale verrassing. De slachting die bij de Bloukrans-rivier plaatsvond en de gruwelen die daar verricht werden zijn met dit citaat op grafische wijze samengevat:

“The grass was matted with the noble blood of women, girls, and tiny babes. The wagons were smashed and burned, the earth white with feathers from the bedding. Infants nursing at their mother’s breast were pierced with tens of assegaais— so that both bodies were fixed together. Children were seized by the legs and their heads smashed against wagon wheels. Women’s breasts were severed, their bodies mutilated and ravished. Vultures circled over the laager of yesterday; among the dead and the still-smoldering ashes wild animals prowled around— presently to gorge themselves on human flesh” [6]

Slag bij Bloedrivier

Overlevenden snelden richting andere Voortrekkers en de Afrikaners in de Kaapkolonie om versterking te vragen, en duidelijk te maken wat er met Retief gebeurd was. In Natal bleven er maandenlang schermutselingen tussen Voortrekkers en Zulu’s. Nu de Voortrekkers wisten dat het oorlog was, waren ze beter voorbereid en konden zij standhouden in hun laagers. Echter werd Piet Uys, een van de meest bekende Voortrekkers, in een hinderlaag gelokt door de Zulu’s, waarbij onder andere hijzelf en zijn zoon het leven lieten.

De definitieve slag in deze oorlog vond plaats op 16 december 1838, nabij Bloedrivier. Enkele weken hiervoor kwam Andries Pretorius, die zich zou ontpoppen tot een van de grootste namen in Afrikaner geschiedenis, aan in Natal vanuit het westen. Hij leidde een groep van zo’n 460 Voortrekkers tegen de Zulu’s, die aantraden met een overmacht van 10.000 tot 12.000 man [7]. De Voortrekker laager werd gedurende de dag meerdere malen zonder succes bestormd. Toen de munitie aan Voortrekkerzijde bijna op was, beval Pretorius een cavalerie-charge, die zeer effectief was.

Afbeelding 3: Bloedrivier-monument te Dundee [A2]

De overwinning bleek compleet: aan Voortrekkerzijde geen doden, en slechts drie gewonden. Doden aan de zijde van de Zulu’s werden op 3000 geschat. Ook al worden bronnen het niet eens over dit aantal – het wordt als te hoog beschouwd – het leidde ertoe dat Dingaan zijn hoofdstad in de as legde en de omringende bossen in vluchtte [8]. De Zulu-overmacht werd teniet gedaan door het combineren van een goede defensieve positie, de technologische overmacht van de Voortrekkers en het tactische besef van Pretorius.

De Afrikaners zouden buiten het militaire perspectief om God aanheffen als een van de redenen van de overwinning, zo niet als de hoofdreden. Voordat het gevecht plaatsvond had Pretorius een gelofte afgelegd dat hij God alle jaren hierna op deze dag zou eren als hij de Voortrekkers een overwinning schonk. Aldus geschiedde, en ook Pretorius hield zich aan zijn woord. 16 december bleef een belangrijke datum voor de Afrikaners, en werd in 1910 een officiële feestdag in Zuid-Afrika die onder meerdere namen bekend heeft gestaan: Dingaan’s dag, Geloftedag en Dag van het Verbond.

Uiteindelijk zou deze feestdag in 1994 na de ANC-overname hernoemd worden naar Verzoeningsdag, en werd de hele betekenis van de feestdag ook gelijk verdraaid. Een herdenking van een belangrijke Afrikaner overwinning op de Zulu’s zou immers averechts werken in de nieuwe Regenboognatie, waar Afrikaners en Zulu’s als beste vrienden verder door het leven zullen moeten. Geloftedag wordt echter nog door veel Afrikaners op zijn oorspronkelijke wijze gevierd [9].

Voortrekkers als onderdeel Afrikaner mythe

Een eeuw later zouden zowel de Grote Trek als het gevecht bij Bloedrivier een belangrijke rol spelen in de aanwakkering van het Afrikaner nationalisme. Er werd een nieuwe ‘Grote Trek’ georganiseerd, waarbij met waarheidsgetrouwe nagebouwde ossenwagens door heel Zuid-Afrika gereisd werd. 16 December 1938 zou de start worden van de bouw van het Voortrekkermonument, en de grootste viering van Geloftedag tot dan toe zou op deze locatie plaatsvinden. Men schat dat zo’n 100.000 Afrikaners (ongeveer een tiende van de bevolking) hierbij aanwezig was. Daniël François Malan, leider van de Nationale Partij (Afrikaans: Nasionale Party) en later president van Zuid-Afrika, mengde de Voortrekker-verbeelding met de problemen waar de Afrikaners in de vroege 20e eeuw, zoals bijvoorbeeld de armoede in de onderlaag van de Afrikaner bevolking. De ‘donker vloedgolf’ kan zeer letterlijk genomen worden:

“Ons Bloedrivier lê in die stad en ons Voortrekkers is ons arm mense wat onder die mees knellende omstandighede teenoor die aanrollende donker vloedgolf in die bres moet staan vir ons volk.”

Conclusie

In totaal zijn er naar schatting zo’n 12.000 tot 15.000 Afrikaners uit de Kaapkolonie getrokken in de beschreven jaren. Met voorbeelden als Retief, Potgieter, Uys en Pretorius zijn slechts enkele groepen beschreven die deel uitmaakten van de Trek. Anderen kwamen minder gevaar tegen, en weer anderen zijn bijvoorbeeld door ziekten volledig weggevaagd. Sommige Afrikaners trokken tot voorbij de huidige grenzen van Zuid-Afrika, en kwamen zelfs zo ver als de Kongo.

Deze volksverhuizing en daarop volgende gevechten en overwinningen hadden uiteraard gevolgen: het bracht de Afrikaners naar gebieden waar zij pogingen zouden ondernemen om hun eigen republieken te stichten, los van de heerschappij van de Britten. De eerste republiek die ontstond uit deze poging was de republiek Natalia, die slechts een korte levensduur kende. Hoe deze tot stand kwam, eruit zag, en uiteindelijk ten onder ging, wordt beschreven in het volgende artikel.

Marcus

Bibliografie

[1]    W. Cloete (1899): The history of the Great Boer Trek and the origin of the South African Republics (Blz. 87)

[2]    Zie 1 (Blz. 89)

[3]    Paul Kruger (1902): The memoirs of Paul Kruger, four times president of the South African Republic (Blz. 8)

[4]    Retief’s manifest is hier te vinden: https://www.sahistory.org.za/archive/manifesto-emigrant-farmers-piet-retief-1837

[5]    Zie 1 (Blz. 97)

[6]    T. Dunbar Moodie (1975): The Rise of Afrikanerdom: Power, Apartheid and the Afrikaner Civil Religion (Blz. 6)

[7]    Zie 1 (Blz. 108)

[8]    Zie 1 (Blz. 109)

[9]    https://maroelamedia.co.za/nuus/sa-nuus/fotos-rekordgetal-suid-afrikaners-kom-byeen-vir-geloftedag/

Afbeeldingen

[A1]    https://tracks4africa.co.za/listings/item/w159111/vegkop-battle-site-museum-1836/

[A2]    https://www.pinterest.co.uk/pin/546624473520606163/

1 COMMENT

  1. Wederom een interessant stukje geschiedenis. Zuid-Afrika was vroeger een enorm ‘hot issue’. Daar was racisme zelfs tot officieel overheidsbeleid verworden! De weerzinwekkende blanken onderdrukte de arme, autochtone zwarten. Opmerkelijk genoeg is het feit dat blanken autochtoon zijn in Europa niet bepaald een argument om de migratie van mensen uit Afrika in te perken. Dat is dan weer geen enkel probleem.

    Toen de Apartheid afgeschaft werd knalden hier de champagnekurken en het verbaast me bijna dat het hier geen nationale feestdag is geworden. Daarna hoorde je niets meer van dit land. Het was nu een Afrikaans land zoals de andere geworden. Een corrupte teringzooi, een kwakkelende economie, de misdaad is door het dak en het hemelgewelf gegaan en de zwarten hebben het nu nog veel en veel slechter. Maar nu er geen blanke daders meer zijn kan het niemand hier nog wat schelen. Onderdrukking van zwarten door blanken is een schande, tien keer zo zware onderdrukking door hun eigen gekozen leiders is geen enkel probleem.

    Zuid-Afrika is het schoolvoorbeeld van een land dat aantoont dat verschillende groepen niet goed met elkaar kunnen leven, maar de neiging hebben om altijd weer op zichzelf terug te vallen. Wat een regenboognatie had moeten worden – de eerste in de wereld die echt functioneert! – werd een volkomen mislukte natie.

    Maar ik loop vast op de artikelen vooruit!

Comments are closed.