Volksnationalisme en Zuid-Afrika (Deel 1)

0
413

Na het schrijven van de artikelenreeks over het Vlaamse nationalisme en de België-kwestie – te vinden op deze website – leek het me passend om over te schakelen naar een ander, veel verder gelegen land: Zuid-Afrika. Er is in Nederlandse volksnationalistische kringen enige aandacht voor de Afrikaners, maar toch vermoed ik dat het voor velen toch een onderwerp is dat letterlijk en figuurlijk op een behoorlijke afstand staat van Nederlands volksnationalisme. De Zuid-Afrika-kwestie leeft meer in Vlaamse nationalistische kringen dan in Nederland: bij veel bijeenkomsten wordt daar gestart of afgesloten met drie volksliederen: het Vlaamse, het Nederlandse én de Zuid-Afrikaanse variant, ‘die Stem van Suid-Afrika’.

In die heel-Nederlandse geest wil ik in een reeks artikelen een korte weergave geven, vanuit volksnationalistische optiek, over Zuid-Afrika. Deze zal geschiedenis en geo-/partijpolitiek bestrijken, waar deze van invloed is geweest op de Afrikaners. Het politieke aspect gaat vooral vanaf de 19e eeuw een grote rol spelen, en op die implicaties zal uitgebreid ingegaan worden. Dit eerste deel bevat voornamelijk de vroege geschiedenis van de Kaapkolonie. Uiteindelijk zullen we uitkomen bij de dag van vandaag, en de huidige benarde situatie waar de Afrikaners zich in bevinden. Ik baseer dit geheel op enkele gelezen boeken, die elk één van de belangrijke globale periodes in de Afrikaner geschiedenis afschilderen. Net als de gelezen boeken zullen citaten of in het Engels, of het Afrikaans uitgedrukt worden.

Ontdekking en nederzetting

De Europese geschiedenis van Zuid-Afrika start in het jaar 1488, wanneer de Portugese ontdekkingsreiziger Bartolomeu Dias de eerste Europeaan werd die de kust van het huidige Zuid-Afrika – inclusief de Kaap Goede Hoop – verkende. Hij ging echter niet verder dan de Visrivier, in de Oostkaap gelegen. Het verkennen van het oostelijke deel van Zuid-Afrika gebeurde door de bekende Portugese ontdekkingsreiziger Vasco Da Gama: hij kwam op eerste Kerstdag van 1497 aan bij dit gebied, en noemde het Natalia, ter ere van de geboorte van Jezus Christus.

De Portugezen deden vrij weinig met de ontdekking van dit gebied. De eerste expliciete interesse die getoond werd voor Kaap de Goede Hoop was door de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie, ofwel VOC. Zij kwamen tot het inzicht dat het een goed idee was om de mogelijkheid voor een tussenstop te hebben op de reis van Europa richting vele Aziatische bestemmingen, en zagen de Kaap als een zeer geschikte plek hiervoor.

In 1652 was de eer aan Jan van Riebeek om de eerste permanente nederzetting te stichten in de Kaap. Deze nederzetting werd in eerste instantie slechts gebruikt voor haar beoogde doel: het bevoorraden van VOC-schepen die op doortocht waren. Echter kwamen er al snel met de passerende schepen Nederlanders mee die een nieuw bestaan op wilden bouwen in de Kaap en haar omgeving. Ook kwamen er in mindere mate Lutheraanse Duitsers om dezelfde redenen op het gebied af.

Afbeelding 1: Jan van Riebeek. [A1]

In 1688 kwam er een nieuwe groep bij: door het terugtrekken van het Edict van Nantes in 1685 werd het Protestantse geloof de facto illegaal verklaard in Frankrijk. Hierop sloegen de Franse Hugenoten op de vlucht naar verscheidene landen in Europa. Vanuit Nederland komen er in 1688 zo’n 200 Hugenoten naar Zuid-Afrika [1]. De plaats waar zij neerstreken kreeg de passende naam ‘Franschhoek’. In tegenstelling tot Frankrijk sloten de Hugenoten met hun Calvinistische insteek naadloos aan bij de al aanwezige Nederlanders. Ondanks dat zij de Franse taal sindsdien volledig verleerd zijn in Zuid-Afrika, vallen hun nazaten ook in recente tijden op: met achternamen als Du Toit, Joubert, Du Plessis en Malan laten zij hun sporen achter in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis.

Niet alleen

De Afrikaners waren echter niet de enige bewoners van wat nu Zuid-Afrika is: in het gebied vlakbij de net ontstane Kaapkolonie waren er voornamelijk twee inheemse volkeren. De namen die aan deze groepen gegeven worden, is veranderd naarmate de tijd vordert. In zeer oude bronnen spreekt men over de Hottentots en de Bosjesmannen. In de 20e eeuw zijn deze termen veranderd naar de Khoi en San, respectievelijk. Ook worden de twee groepen vaak samengevoegd onder de term Khoisan.

De Kaapkolonie kwam al snel in aanraking met de Khoi, die in die tijd als een pastoraal volk leefden. De relatie tussen de VOC/Afrikaners en de Khoi was gerust wisselvallig te noemen. In sommige periodes werd gehandeld, en slaagden de Afrikaners er ondere andere in om vee en stukken grond te kopen. Echter waren er veel instanties van conflicten rondom het vee en de te begrazen gebieden van de beide kampen, en er werd over en weer gestolen. In de 17e eeuw zijn er, mede door deze conflicten, meerdere oorlogen uitgevochten tussen de VOC/Afrikaners en de Khoi, die nooit goed voor de Khoi uitpakten. Voor veel andere Afrikaanse stammen en volkeren leidde een dergelijke situatie vaak tot slavernij. Echter benadrukte Jan van Riebeek dat dit niet het lot van de Khoi mocht worden.

Het verlies van de oorlogen en de daaropvolgende wegdrijving van het gebied rondom de Kaap is bepaald geen positieve zaak voor de Khoi gebleken. Echter was het grootste wapen van de VOC/Afrikaners niet de letterlijke wapens die zij met zich meebrachten: de pokken werden ook voor het eerst geïntroduceerd in Zuid-Afrika in de 17e eeuw, en hebben vele malen méér doden veroorzaakt dan de VOC/Afrikaners ooit zouden kunnen. De dodenaantallen waren dusdanig hoog dat de Khoi er nooit meer echt bovenop gekomen zijn. Naarmate de 17e en 18e eeuw vorderden kwamen veel Khoi uit ellende op de Afrikaner boerderijen terecht, om daar als horigen op het land te werken. Hun verhaal, met zowel desastreuze oorlogen met Europeanen als de pokken die hun beschaving decimeerden, leest op vrijwel dezelfde manier weg als de Indianen in de VS.

De San waren een volk dat (nog) primitiever was dan de Khoi. Waar de Khoi een pastorale levenswijze hadden, leefden de San in de 17e eeuw nog als jager-verzamelaars. Zij leefden een vrij nomadisch bestaan, waarbij ze leefden van wat ze tegenkwamen. De opinie van de Europeanen over dit volk was allesbehalve vleiend. In de woorden uit 1852 van Engelsman Henry Cloete, destijds comissaris van Natal:

‘… where a few isolated Bushmen, the very outcasts of the human race, seemed to verify the fabulous accounts of the ‘Troglodytes’ of Africa, living, as they were, in holes and caves, hardly able to procure a scanty subsistence from the wild animals of the desert and from a few bulbous roots of the earth.’ [2]

Slavernij van elders

Door de snelle uitdijing van de daapkolonie ontstond er vanuit de Afrikaner gemeenschap gelijk vraag naar slavenarbeid om te helpen bij het bewerken van het land en het zorgen voor de grote kuddes vee. Terugkijkend vanuit de huidige tijd, wetende hoe demografie werkt, was dit zeker geen verstandige beslissing. De VOC zag het probleem echter niet: deze haalde in de 17e en 18e eeuw slaven uit zowel andere delen van Afrika, Madagaskar etc., maar ook uit eigen koloniale gebieden als Indonesië.

Specifiek de Indonesische invloed is af en toe ook terug te zien in het Afrikaans, waar leenwoorden uit het Maleis bij de taal ingeslopen is. Een veelgebruikt woord is bijvoorbeeld het Afrikaanse ‘baie’ wat in het Nederlands op ‘erg’ of ‘veel’ slaat. Baie is afgeleid van het Maleis, waar het woord banyak hetzelfde betekent. Dergelijke invloeden van de volkeren tussen en rondom de Afrikaners oefenen de grootste invloed uit op de taalverschillen die opvallen tussen het Afrikaans en het Nederlands.

Afrikaners trekken oostwaards

De 18e eeuw wordt in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis vooral getypeerd door de oostwaardse uitbreiding van de Kaapkolonie. In 1703 geeft de VOC een aantal boeren toestemming om voorbij de koloniale grens van dat moment te gaan, teneinde de productiviteit van de kuddes te verhogen. Het effect hiervan werd al snel zichtbaar: in tien jaar was de koloniale veestapel haast verdriedubbeld [3].

Afbeelding 2: Geografische indruk van de Oostkaap met haar vele rivieren. [A2]

Zoals op afbeelding 2 te zien is, is de Oostkaap een rivierrijk gebied. Deze rivieren werden door de VOC gebruikt om als oostgrens van de Kaapkolonie te dienen. Naarmate de 18e eeuw vorderde werd de oostgrens meerdere malen verder oostwaards verschoven door de VOC, waarbij de weerstand van andere groepen tegen de Afrikaners niet al te groot was. Dit was het geval totdat Kaap-gouverneur Van Plettenberg in 1778 de Grote Visrivier (Great Fish River op afbeelding 2) als oostgrens aanduidde. Deze oostwaardse beweging zorgde ervoor dat de Afrikaners in aanraking (en al snel botsing) kwamen met de Xhosa, een Bantu-volk dat uit vele stammen bestond.

Deze trokken zich weinig aan van de proclamatie van de VOC, en bleven in het gebied ten westen van de Grote Visrivier wonen, terwijl de Afrikaners hun intrede deden. Deze situatie leidde al snel tot conflict, zowel in de vorm van diefstal als van schermutselingen. Echter had de VOC niet de militaire capaciteit om dit conflict, dat in meerdere oorlogen uitmondde, snel in hun voordeel uit te doen vallen.

Dit gebied ten westen van de Grote Visrivier, dat door de Afrikaners het Zuurveld genoemd werd, zou het strijdtoneel worden van drie grensoorlogen aan het einde van de 18e eeuw. Waar deze allen gewonnen werden door de Afrikaners, waren de overwinningen niet definitief, wat wil zeggen dat de Xhosa aanwezig bleven in het Zuurveld na de nederlagen. Uiteindelijk zou het conflict definitief beslist worden door de Britten: hierover meer in een volgend artikel.

Kaap in Britse handen

Aan het eind van de 18e eeuw komt Europese politiek om de hoek kijken bij Zuid-Afrika. De Franse revolutionaire oorlogen woedden door Europa, en in 1794 valt Frankrijk Nederland binnen, en roept het de Bataafse Republiek uit. Deze Bataafse Republiek was Fransgezind, en de Britten zagen de noodzaak in van het veiligstellen van de zeeroute rond de Kaap, door deze in te nemen. Een Britse expeditie in 1795 leidt na een voor Nederland vrij hopeloos gevecht – de slag om Muizenberg – tot de bezetting van de Kaap.

Deze bezetting bleek van tijdelijke aard. De Britse bezetting duurde in eerste instantie tot 1803, wanneer de Bataafse Republiek de Kaapkolonie weer terugkrijgt dankzij het Verdrag van Amiens tussen Groot-Britannië en Frankrijk. De VOC, die aan het eind van de 18e eeuw al aan macht had moeten inboeten, werd opgeheven in 1798, en speelde geen rol meer in deze korte Nederlandse administratie. Echter breekt in Europa in 1803 weer oorlog uit tussen het Frankrijk van Napoleon en vrijwel de gehele rest van Europa, waardoor de Britten zich genoodzaakt zagen om de Kaap opnieuw in te nemen in 1806, waar ze in slaagden na een korte slag met de Kaapkolonie.

Deze inname werd verzilverd in 1814, toen de Kaapkolonie definitief in handen kwam van de Britten. De Afrikaners, vooral zij die verder van de Kaap af woonden, waren maar weinig te spreken over de wisseling van de wacht. Een volk, bestaande uit vooral Nederlanders, maar ook Duitsers en Fransen, valt in handen van de Engelsen. De spanningen die uit de Britse administratie vanaf 1806 zouden ontstaan tussen Brit en Afrikaner zijn groot, en kennen verschillende oorzaken. Uiteindelijk zal de frictie tussen Brit en Afrikaner leiden tot een van de meest belangrijke momenten in de geschiedenis van de Afrikaners: de Grote Trek. Hoe deze tot stand kwam, en het verloop hiervan wordt behandeld in het volgende artikel.

Bibliografie

[1]    T. Dunbar Moodie (1975): The Rise of Afrikanerdom: Power, Apartheid and the Afrikaner Civil Religion

[2]    W. Cloete (1899): The history of the Great Boer Trek and the origin of the South African Republics

[3]    http://www.sahistory.org.za/pages/chronology/general/1700.htm

Afbeeldingen

[A1]    https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_van_Riebeeck#/media/Bestand:Jan_van_Riebeeck.jpg

[A2]    Uitsnijding van https://www.freeworldmaps.net/africa/southafrica/easterncape-geography-hd.jpg