Vervangingstheologie en de loyaliteit van Kees van der Staaij

2
981

Er kwam zeer recent een opmerkelijke foto voorbij op Twitter, die een kijkje biedt in de werk/zolderkamer van SGP-voorman Kees van der Staaij. Let vooral op de attributen in de vensterbank:

Zowel een menorah als de Israëlische vlag zijn in de vensterbank te vinden. Blijkbaar was er geen ruimte meer over voor een kruis of een Nederlandse vlag. Het is een tafereel dat vaker zichtbaar is in de Nederlandse politiek op ‘rechts’. Of het nu Wilders is die oppert voor regime change in het Midden-Oosten ten behoeve van Israël, of Baudet die in een van zijn eerste interviews met Ongehoord Nederland stelt dat ‘we Israël moeten steunen’, nationalisten zijn bekend met dergelijke verschijnselen. Als er naar de verhouding tussen de duimen omhoog en omlaag wordt gekeken bij de genoemde pro-Israëlvideo met Baudet (657 vs. 536), lijken de nationalisten op het politieke vlak wellicht al wat Israëlmoe.1

Nu is Van der Staaij echter geen nationalist, maar staat hij aan het hoofd van een christelijke partij. Daarnaast wordt deze partij gezien als de meest fundamentalistische optie die de Nederlandse stemmer kan kiezen. Maar is het op een voetstuk plaatsen van Israël – zij het het volk of de staat – wel een fundamenteel christelijke visie? Er is zeker geen tekort aan bijvoorbeeld christelijk-zionistische initiatieven, en deze lijken vooral in de Verenigde staten in de zesde versnelling te staan. De indruk dat Israël een speciale plaats heeft in het christendom, kijkend naar christelijke politiek in Nederland en elders in het Westen, kan men snel krijgen. Deze interactie ligt, vermoed ik, ook aan de grondslag voor de afkeer van het christendom binnen volksnationalistische kringen. In dit artikel wil ik, door een korte behandeling van vervangingstheologie, laten zien dat het jodendom en Israël als staat geen speciale plek (zouden moeten) hebben in het christendom van vandaag, voornamelijk door passages en gebeurtenissen in het Nieuwe Testament.

Christus centraal

Laten we bij een zeer simpel feit beginnen. Waar draait het om binnen het algehele christendom, ongeacht denominaties en varianten? Het zit hem in het woord: Christus. Met Pasen hebben christenen stilgestaan bij een centraal deel van het evangelie: het sterven en de daaropvolgende opstanding. Dit is ook het allereerste dat behandeld wordt in de Heidelbergse Catechismus (Zondag 1):

Vraag. Wat is uw enige troost, beide in het leven en sterven?
Antwoord. Dat ik met lichaam en ziel, beide in het leven en sterven, niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben, Die met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomenlijk betaald en mij uit alle heerschappij des duivels verlost heeft…

Jezus Christus wordt eerder in het antwoord genoemd dan zowel God als de Heilige Geest. Echter is de bijbel qua indeling niet echt berekend op de centraliteit van Christus. Het centrale verhaal van Christus is vooral te vinden in de eerste vijf boeken van het Nieuwe Testament: het evangelie volgens Mattheüs, Markus, Lukas, Johannes en Handelingen. Het is even bladeren voordat je bij deze boeken uitkomt, aangezien het Nieuwe Testament slechts het laatste kwart van de bijbel bestrijkt. Echter vormen de genoemde vijf boeken de lens waardoor de rest van de bijbel gelezen moet worden.

Het ontbreken of verzwakken van deze lens leidt tot een scheve lezing van de bijbel, waarbij de nadruk op het veel grotere Oude Testament komt te liggen, en het daarin centraal staande Israël. Dit is, vermoed ik, de val waar veel christenen met zionistische insteek in trappen. Het is verleidelijk wanneer een groot deel van het boek over dit door God uitverkoren volk gaat, dat dit doorgedragen wordt als een centraal thema van het Christendom.

Geloof, niet bloed

Stel, je begint vooraan met lezen in de bijbel. Je stuit al snel op de roeping van Abram (later Abraham) in de eerste verzen van Genesis 12:

“De Here nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.” (NBG 1951: Genesis 12: 1-3)

Verderop, in Genesis 22, wordt Abraham door God op de proef gesteld door hem op te dragen zijn enige zoon, Isaak, te offeren. Snel wordt duidelijk dat Abraham hiertoe bereid is, en hij wordt op het laatste moment gestopt. Vervolgens spreekt een engel tot Abraham:

“Toen riep de Engel des Heren ten tweeden male van de hemel tot Abraham en zeide: Ik zweer bij Mijzelf, luidt het woord des Heren: omdat gij dit gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt, Zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt.” (NBG 1951: Genesis 22: 15-18)

Smullende bijbelteksten voor de zionistische christenen, zou je in een korte oogopslag kunnen stellen. Met het talrijke en gezegende volk en Abraham zal Israël bedoeld worden. Echter schuilt er meer achter deze tekst als je het leest door de eerder genoemde lens, vooral in Genesis 22 vers 18. Door welk nageslacht zijn alle volken gezegend? Israël? Nee, Christus alleen is in dit geval het nageslacht waarop gedoeld wordt in dit vers, wat het resultaat zal zijn van een lange lijn vanaf Abraham. Ook Genesis 12 vers 3 (Ik zal zegenen wie u zegenen, etc.) kijkt op deze wijze vooruit naar de vervulling die gedaan wordt in het Nieuwe Testament. Wat Abraham een belangrijk figuur maakt in de bijbel is niet zijn DNA als voorvader van het Joodse volk, maar zijn geloof in God, tot op het punt waar Abraham bereid is zijn enige zoon voor Hem op te geven.

Het hierboven beschreven argument kan ook omgedraaid worden: betekent het toebehoren aan Israël een automatische redding door hun bloed/DNA, ook al ontbreekt het aan geloof? Voor het antwoord op deze vraag kan men in het Oude Testament blijven, toen het oude verbond nog in volle werking was. Er was vaak sprake van ongehoorzaamheid aan de kant van Israël, en dat liet God niet onverschillig: veertig jaar lang dwaalde Israël door de woestijn na de uitleiding uit Egypte tot het uiteindelijk zover was om het door God beloofde land in te trekken en over te nemen van de daar gevestigde volkeren. Echter weigerden dezen dit te doen, wat ertoe leidde dat – op twee uitzonderingen na – iedere Israëliet die toen leefde nooit het Beloofde Land zou zien:

“Toen de Here uw woorden hoorde, werd Hij toornig en zwoer: Niet een van deze mannen, dit boze geslacht, zal het goede land zien, waarvan Ik gezworen heb, dat Ik het aan uw vaderen zou geven,” (NBG 1951: Deuteronomium 1: 35-36)

In het volgende bijbelboek, Jozua, werd dit gebrek aan geloof verder benadrukt:

“Want veertig jaren zijn de Israelieten door de woestijn getrokken, totdat het gehele volk omgekomen was, de krijgslieden, die uit Egypte getrokken waren, die naar de stem des Heren niet gehoord hadden, aan wie de Here gezworen had, dat Hij hun niet zou laten zien het land, waarvan de Here hun vaderen gezworen had, dat Hij het ons geven zou, een land, overvloeiende van melk en honig.” (NBG 1951: Jozua 5: 6)

In het Oude Testament zijn meer taferelen als deze te vinden, maar dit voorbeeld is voldoende om het algehele beeld te schetsen: slechts toebehoren aan het volk dat een verbond met God had, was niet voldoende. Joods bloed hebben was zelfs in het Oude Testament niet voldoende om te kunnen rekenen op Gods goedkeuring, als er een gebrek aan geloof was. Het contrast met Abraham is in ieder geval enorm.

Vervangingstheologie

Zoals eerder gezegd blijft het verhaal van Jezus, vooral beschreven in de eerste vijf boeken van het Nieuwe Testament, het centrale punt van het evangelie. Geloof in Christus als messias wordt het centrale punt van het nieuwe verbond, wat hij zelf duidelijk verwoordt:

“Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.” (NBG 1951: Johannes 14: 6)
Geloof in Christus is de essentie van het nieuwe verbond, wat in het Oude Testament al genoemd woord door Ezechiël, wat vervolgens in 1 Petrus 2 leidt tot een herdefinitie van ‘Gods volk’, die wezenlijk anders is dan het Israël van het Oude Testament. Het omvat nu de algehele christelijke kerk, die toen uiteraard nog in de kinderschoenen stond:

“Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.” (Eigen nadruk) (NBG 1951: 1 Petrus 2: 9-10)

Dat niet alle Joden automatisch tot Gods volk behoren, maakt Paulus – zelf een Jood – ook zeer duidelijk in de volgende passage. Het is een wat langer citaat, maar het geeft de interne strubbeling van Paulus in deze kwestie goed weer:

“Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, want mijn geweten betuigt mij dit mede door de heilige Geest: Ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees; immers, zij zijn Israelieten, hunner is de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften hunner zijn de vaderen en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die is boven alles, God, te prijzen tot in eeuwigheid! Amen. Maar het is niet mogelijk, dat het woord Gods zou vervallen zijn. Want niet allen, die van Israel afstammen, zijn Israel, en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloften gelden voor nageslacht.” (Eigen nadruk) (NBG 1951: Romeinen 9: 1-8)

De manier waarop Paulus onder andere in dit citaat gebruik maakt van de christelijke kerk als een ‘nieuw Israël’ is een praktijk die, zo vermoed ik, voor veel verwarring zorgt. Echter is een lezing van het Nieuwe Testament nog verwarrender als je Israël blijft opvatten als het fysieke volk, en niet de herdefinitie van Paulus en Petrus in acht neemt. Romeinen 9 is zeer duidelijk over het buiten de boot vallen van Joden die Christus niet als messias zagen, en dat redding voor hen ver te zoeken was.

Conclusie

Vervangingstheologie, ofwel het vervangen van het oude verbond dat God gesloten had met het Israëlische volk door een nieuw verbond met de vroege christelijke kerk door Christus, is zeer lange tijd de gangbare positie geweest van zowel katholieken, protestanten als orthodoxe christenen. Echter is deze positie in de eerstgenoemde denominaties deels of volledig onder de voet gelopen in de afgelopen eeuw. In de katholieke kerk werd een lossere houding aangenomen tegenover de Joden tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie, wat ook een verzwakking van het aanhangen van vervangingstheologie inhield2. In het protestantisme werd vooral in de Verenigde Staten de vervangingstheologie verworpen door ronduit foutieve bijbelvertalingen als de Scofield Reference Bible, die leidde tot opmerkelijke ideeën omtrent de terugkeer van Christus. Het ontstaan van de moderne Israëlische staat heeft sommige protestantse denominaties helemaal op hol laten slaan. Dit is in zekere mate ook overgewaaid naar Nederland, zoals ook te zien is in de afbeelding waar dit artikel mee begon.

Nu zijn enkele genoemde punten in deze conclusie een eigen artikel waard, dat wellicht in de toekomst op deze website zal verschijnen. Mijn hoofddoel voor dit verhaal was voornamelijk om door middel van een kijk op de basis van vervangingstheologie te schetsen waarom Israëlverering geen bezigheid zou moeten zijn voor christenen. Mijn oproep aan Van der Staaij is dan ook om zijn werkkamer grondig anders in te richten. Of om anderzijds volledig open kaart te spelen, het christelijke deel te schrappen, en verder door het leven te gaan als de Staatkundige Israëlpartij.

Marcus

1:    Het betreft de volgende video: https://www.youtube.com/watch?v=_Da5IG4xYpY

2:    E. Michael Jones heeft hier uitbundig over geschreven in ‘The Jewish Revolutionary Spirit and its Impact on World History’.

2 COMMENTS

  1. Eigenlijk is het heel simpel: Wanneer Adam en Eva het eerste proefgebod hadden gehouden, dan was erfelijkheid voldoende geweest om tot het volk van God te behoren: in casu dus de gehele mensheid.
    Maar doordat zij zakten voor het proefgebod raakten zij van God los en raakte de mensheid die uit hen voortkwam vervreemd van Hem.
    De enige manier om God van nu af te kennen was door het geloof zoals Hij beschreven werd in de mondelinge overleveringen en de ‘Moederbelofte’ zoals deze direct na de zondeval werd gedaan (Genesis 3:15): ‘En Ik zal vijandschap zetten tussen u (d.i. de satan) en tussen deze vrouw (d.i. Eva), en tussen uw zaad en tussen haar Zaad…’ (d.i. de Heere Jezus die later komen zou).
    Van al Gods kinderen m(waaronder ook Abraham, Isaac en Jacob) staat geschreven dat zij geloofden in deze ‘Moederbelofte’ d.i. de komst van de Heere Jezus.
    Dus hier kun je al uit opmaken dat erfelijkheid geen rol speelt, behalve in die zin dat deze ‘Moederbelofte’ alleen aan de Joden bekend was. Maar er waren evengoed ongelovige Joden, die dus niet geloofden cq zich niet bezighielden met de komst van Jezus Christus.

  2. #MIGA

    OT: fenixx was weer eens vermoord, maar gaat verder op frontnieuws.com

Comments are closed.