Verleden en toekomst van radicaal-nationalistisch Nederland

3
121

Verleden en toekomst van radicaal-nationalistisch Nederland

Op de geslaagde en goedbezochte nieuwjaarsborrel van Erkenbrand keek een spreker terug op de ontstaansgeschiedenis van de radicaal-nationalistische beweging in Nederland om schetsen te geven voor de toekomst. Hieronder volgt zijn tekst, die hier en daar geredacteerd is om de leesbaarheid te vergroten.

Waarom wordt iemand een radicaal-nationalist? Belangrijk zijn hierin het gevoel van vernieuwing, het idee onderdeel te zijn van iets groters, iets overstijgenders dan jijzelf, een dynamiek die al het slechte in de wereld richting de afgrond stuurt. De radicale stromingen die in deze zaal aangehangen worden worden gekenmerkt door maakbaarheid. Men wil het lot niet zomaar over zich heen laten komen, men wil geschiedenis schrijven door het lot met de handen vast te grijpen. Wij radicalen zijn idealisten, wij worden opgezweept door een rijke innerlijke gevoelswereld die wij met onze creatieve kracht vorm willen geven in het leven van alledag. We laten ons niet temmen door ratio. We wensen Nederland richting een nieuwe glorietijd te loodsen.

Roger Griffin, schrijver van the Nature of Fascism hanteert 4 criteria om aan de minimumdefinitie van fascisme te voldoen: revolutionairisme, palingenese (wedergeboortedenken), populisme, ultranationalisme (het belang van de natie dat het individu overstijgt, waar individualisme juist een kenmerk van liberalisme is). Het is niet verplicht om aan alle criteria te voldoen om als fascistische partij gedefinieerd te worden. Volgens Willem Huberts, schrijver van In De Ban van een Beter Verleden waarin hij het Nederlandse radicaal-nationalistische landschap van 1918-1945 onderzoekt is het enkel Zwart Front dat aan alle 4 de criteria voldeed. Veel fascistische partijen probeerden tussen 1923 en 1935 via een gang naar de stembus macht te verkrijgen. Weinigen van hen probeerden een echte corporatistische samenleving te bewerkstelligen. Het ontbreekt vele partijen daarom aan een revolutionair element.

Het Nederlandse radicale politieke landschap was vrij uniek in zijn soort. Weinig landen hadden zowel fascistische als nationaal-socialistische groepen en partijen. Het Nederlandse fascisme was doorgaans radicaler dan het Nederlandse nationaal-socialisme. De NSB werd naarmate de jaren ’40 naderde op last van de NSDAP steeds extremer. Voor die tijd werd zij in antisemitisme, racisme, antidemocratisch gedachtegoed en wens tot revolutie duidelijk overvleugeld door ANFB van Jan Baars en Zwart Front, dat werd geleid door Arnold Meijer. De NSB werd door Jan Baars en Arnold Meijer zo nu en dan op spottende wijze aangeduid als burgermanspartij. Er waren veel partijen en partijtjes die doorgaans veel op elkaar leken en vooral tijd stopten in het bestrijden van elkaar.

Het bouwen van een brede nationale beweging is van groot belang. Dit is in het verleden mislukt. De NSB was een soort stropop die in het zadel werd gehouden door de NSDAP. Zelfstandig had de NSB nooit zoveel invloed verkregen als dat ze uiteindelijk kreeg.

Huberts omschrijft in zijn boek drie stadia van het Nederlandse fascisme: reactionair-conservatisme, fascisme en nationaal-socialisme. Deze stadia zijn deels qua radicalisering geordend en deels qua tijd.

De reactionair-conservatieve partijen

Vanaf 1918 kwamen er in Nederland diverse reactionair-conservatieve partijen op. Huberts omschrijft dit als protofascisme. Deze partijen kwamen voort uit de onvrede over de toegenomen democratisering. In 1917 was er het algemeen kiesrecht voor mannen, en vanaf 1 januari 1920 trad het algemeen kiesrecht voor vrouwen in werking. Beide waren de reactionair-conservatieven een doorn in het oog. Temeer omdat algemeen kiesrecht automatisch leidt tot een vergroting van de rol van de landelijke overheid in het dagelijks leven. Voor die tijd was Nederland een land waar zaken vooral werden opgelost door de lokale gemeenschap. De levensmiddelenwet en de inkomstenbelasting werden in 1914 geïntroduceerd wat ertoe leidde dat de overheid voortaan ging over voedseldistributie en belasting over inkomen geheven werd. De zomertijd werd in 1916 ingevoerd om energie te besparen. Het is lastig om te omschrijven hoe ingrijpend dit was voor de gemiddelde Nederlander zonder daadwerkelijk aanwezig te zijn geweest in die tijd. Uit onvrede over deze ontwikkelingen radicaliseerde een bovenlaag van conservatief-liberalen tot reactionair-conservatieven, wat later ook weleens het fascisme van de hoge hoeden wordt genoemd.

Het idee dat fascisme in ieder land op een soortgelijke manier is ontstaan is met het voorbeeld uit de vorige alinea verworpen. In Italië en Duitsland kwam respectievelijk het fascisme en nationaal-socialisme op een heel andere wijze op. Nederland kende een bestaande overheid die haar positie wilde versterken waarover onvrede ontstond. Italië en Duitsland kende juist zwakke overheden. Daarnaast waren in Italië en Duitsland nog andere redenen voor de opkomst van de genoemde ideologieën. Dit proces van versimpeling is in de huidige tijd ook waar te nemen: er is een universele Henk, die ten alle tijden met een universele Ingrid is getrouwd, die in alle landen op universele wijze boos zou zijn over universele onderwerpen.

Fascisme van de hoge hoeden en fascisme van de platte petten

Hoewel de oervorm van het Nederlandse fascisme opkwam uit een bovenlaag van welgestelde conservatieven, werd zij al snel gevolgd door enthousiaste kunstenaars en 5 jaar na de eerste fascistische kiem verscheen ook het fascisme van de platte petten, oftewel de midden- en arbeidersklasse ten tonele. In 1923 leidde dit in Leiden tot de oprichting van het Verbond van Actualisten (prachtige naam trouwens), die gefinancierd werd door de Nederlandse Amerikaan Alfred Haighton en geleid door Hugues Sinclair de Rochemont, die ik verder aan zal duiden als Sinclair, omdat het zo’n mond vol is.

Sinclair was zoals zijn naam al verraad van Franse komaf en daarnaast een intellectueel, een levensgenieter, een dandy en showman met gevoel voor humor die gemakkelijk lag bij vrouwen. Hij had echter ook een andere kant. Zijn vele hersenspinsels en visionaire ideeën waren vaak te complex of te vooruitstrevend om uit te voeren in de praktijk. Hij schreef poëzie van een schijnbaar hoog niveau, wat zich echter ook uitte in het karakter van een gekweld kunstenaar. Fascisme heeft kennelijk een grote aantrekkingskracht op kunstenaars. Sinclair wisselde dagen van geweldige en aanstekelijke creatieve energie af met dagen van diepe somberheid en onberekenbaarheid. Op deze donkere dagen bleek hij emotioneel nauwelijks bereikbaar voor anderen. Velen vonden hem lastig in te schatten. Hij had een aangeboren achterdocht, wat ertoe leidde dat Sinclair zich zelfs in het gezelschap van ideologische bondgenoten, zoals wij hier nu in de zaal bij elkaar zijn, gedroeg alsof hij in een spionageroman terecht was gekomen. Politiek gezien was zijn ergste doodzonde nog wel dat hij geen begenadigd publiek spreker was. Naast dat zijn karakter het onmogelijk maakte om stabiel leiding te geven aan de Actualisten. Na het uiteenvallen van de Actualisten leidde hij nog enkele fascistische groepen. Een van die groepen was een poging, met een veel te lange naam en wat verder ook niet zo ter zake doet, om nagenoeg alle radicaal-nationalistische ideologieën te bundelen. De eerste van zijn soort. Een protoalt-rechts. Het mislukte, zoals alle andere groepen die Sinclair leidde. Hij raakte steeds meer vrienden en bondgenoten kwijt en sloot zich uiteindelijk gedesillusioneerd aan bij de Waffen SS, waar hij uiteindelijk stierf aan het Oostfront nabij Leningrad, als drager van het IJzeren Kruis van de tweede klasse.

De meest voorname tegenhanger van Sinclair was Jan Baars. Een vlot van de tongriem gesneden Amsterdamse marktkoopman. Een man van actie. Een man van het volk. Hij was kort lid van het Verbond van Actualisten, maar werd al snel leider van De Bezem. Een organisatie die, zoals de naam misschien al weggeeft duidelijk meer een partij was van het fascisme van de platte petten. Later werd de Bezem hernoemt tot de Algemene Nederlandse Fascisten Bond. Baars was de eerste fascistische leider van Nederland die een grote, stabiele aanhang voor de ideologie wist te winnen. Dit had alles te maken met zijn meeslepende publieke toespraken. Baars was een man die een rauwe revolutionaire vorm van fascisme aanhing. De gang naar de stembus zou Nederland niet kunnen redden van de naderende ondergang nadat dit al enkele malen was geprobeerd door fascistische partijen. Baars was een rechtlijnige man met het hart op de tong wat heeft geleid tot vele ruzies in radicaal-nationalistische kringen. Na het bezoek aan een fascistische jonkheer die tevens homoseksueel was merkte hij het volgende op: “Als je daar komt, moet je je hand voor je achterwerk houden.”

Een opmerkelijke actie van wat toen nog de Bezem heette, was het kopen van de archieven van de CPH. Ze werden gekocht van gefrustreerde ex-communisten. In het gelijknamige nieuwsblad van de Bezem werd uitgebreid geciteerd uit dit archief, waardoor publiek bekend raakte dat het CPH betaald werd door Moskou, wat een enorme klap voor de populariteit van de communisten bleek. De organisaties die door Baars geleid werden vochten echter niet enkel zeer regelmatig met communisten, Baars voerde ook veel gevechten aan tegen andere fascistische partijen en de NSB in het bijzonder. Sterker nog, een bijeenkomst in 1934 van de ANFB en NSB, aangevuld met kleinere fascistische partijen en communisten liep uit op een van de meest gewelddadige evenementen in die tijd, waar zowel binnen als buiten de conferentiezaal fascisten, nationaal-socialisten en communisten pas na langdurig en hardhandig ingrijpen van de politie uit elkaar konden worden gedreven. Naast zijn vechtlust bleek Baars theoretisch ook niet al te sterk onderlegd en had hij weinig organisatievaardigheid. De eenzijdige focus op het stellen van de daad zorgde ervoor dat vele leden maar ook kiezers van bewegingen die door Baars geleid werden verward waren over de koers. De gebrekkige theoretische en ideologische worteling van Baars werd pijnlijk blootgelegd door het gegeven dat hij zich gedurende de Tweede Wereldoorlog aansloot bij het verzet tegen de Duitsers. Van het Duitse nationaal-socialisme en Nederlandse partijen die zich hierop baseerden moest Baars nooit iets hebben. Na de oorlog ontving Baars een verzetspensioen als dank voor bewezen diensten. Hij werd in besloten kring begraven in 1989, waar hem nog eenmaal de fascistengroet werd gebracht.

In een van de kranten werd de radicaal-nationalistische beweging van de jaren ’20 en ’30 als volgt omschreven: “Het streven naar nationale eenheid en nationaal herstel brengt een versplintering aan het licht, welke in de geschiedenis van de Nederlandse politiek enig in zijn soort is te noemen. Het is een stapeling van onmin en onenigheid tussen lieden, die zich als leiders opwerpen, zonder ooit blijk te hebben gegeven zichzelf te kunnen of te willen leiden, laat staan anderen.”

Wat ik geprobeerd heb te zeggen met een beknopte beschrijving van Sinclair en Baars is dat de discussie tussen hoge hoeden en platte petten ons nooit meer mag splijten. We hebben een land te redden. Het is daarom hoog tijd voor goede organisaties, ik spreek bewust in meervoud, waarover later meer. Rondom de opening van AZC’s ontstond er veel volkswoede in Nederland. In Rotterdam in de wijk Beverwaard, waar burgemeester Aboutaleb afgevoerd moest worden om veiligheidsredenen, in Gelderland waren er in Geldermalsen enorme rellen, Noord-Brabant was het toneel van meerdere grimmige demonstraties waar met name Heesch en Steenbergen opvielen.

Hoewel deze acties te prijzen zijn, zeker als tegenwicht tegen het vaak wat meelzakkige, meegaande karakter van Nederlanders bieden ze op de lange termijn geen oplossingen. Voor systematische oplossingen, moeten we ons organiseren, om te voorkomen dat we in de oude fouten van de jaren ’20 en ’30 vervallen van slecht geleide partijen en organisaties. Spontaniteit is prijzenswaardig maar geen recept voor langdurige en ingrijpende verandering. In heel Europa en in bredere zin het westen, waait er een reactionair-nationalistische wind na jaren van cultuurmarxistisch-globalistische indoctrinatie. Staan we er nu al beter voor dan we denken?

Waarom zou er nu wel succes kunnen zijn?

Een belangrijke reden waarom de oude beweging niet van de grond kwam is de volgende: verzuiling. De oude zuilen zijn geheel verdwenen. Het geloof staat toetreding tot een radicale ideologische groepering niet meer in de weg. Er is nu juist alle ruimte voor geloof in het herstel of de wedergeboorte van de natie.

De vele afsplitsingen binnen de beweging zijn mogelijk een gevolg van de de religieuze oorlogen die Nederland eeuwenlang hebben gekenmerkt. Niet alleen tussen katholieken en protestanten, maar juist ook tussen protestanten onderling is er veel ruzie gemaakt, soms om de meest kleine dingen. Er zijn weinig gebieden ter wereld waar zoveel religieuze genootschappen zijn ontstaan als in Nederland. Dit bleek een blauwdruk te zijn voor de ruzies in de nationalistische beweging. Nederlanders blijken een soort religieus-ingegeven twistziekelijkheid te bezitten die hopelijk is vergaan met de afname van de christelijke religie uit het straatbeeld en de levensinrichting.

Een onderschat instrument door zowel de oude als nieuwe radicaal-nationalistische beweging zijn de Waterschappen. De eerste samenwerking van Nederlanders in iets wat veel weg had van waterschappen was in 1122. Het eerste Waterschap werd in 1255 opgericht en reikte van Leiden tot en met Gouda. De Waterschappen zijn een van de oudste organisatievormen in Nederland. Het is als bestuursorgaan zelfs een van de oudste continu bestaande bestuursorganen ter wereld. Het is diep verweven met onze ontwikkeling als natie. Het woord poldermodel zal in onze kringen al snel hoongelach opwekken vanwege het vaak wat slappe karakter van eindeloos praten. Maar de waterschappen hebben in belangrijke mate vorm gegeven aan het poldermodel. Het poldermodel houd in dat politiek, lokale ondernemers, burgerinitiatieven en diverse organisaties die economische, agrarische, industriële en professionele belangen vertegenwoordigen bijeen komen om aan oplossingen te werken. In feite is dit niets anders dan corporatisme naar fascistisch model. Zeker niet wanneer de juiste mensen aan de knoppen zouden zitten. In dat geval zouden de politici eruit getrapt moeten worden en moet het gilde-element versterkt worden.

Waterschappen hebben een groot voordeel t.o.v. andere politieke bestuursorganen. Ze hebben een wezenlijke intrinsieke functie: het waterpeil beheren, of plat gezegd, onze voeten droog houden. Kwaliteitsbeheer van water behoort ook toe aan waterschappen. Tot slotte beheren waterschappen ook onze vaarwegen en doen sommige waterschappen zelfs aan wegenbeheer in poldergebieden buiten de stadsregio. Waterschappen vervullen dus een belangrijke infrastructurele functie, ondanks hun tegenwoordig wat nutteloze reputatie, voortkomend uit een gebrek aan kennis. Helaas is dit gebrek aan eerbied en kennis voor de rijke historie van de waterschappen tot in de hoogste regionen van ons politiek bestel doorgedrongen. In het Regeerakkoord van 2012 is de wens opgeschreven om waterschappen uit de Grondwet te verwijderen. Dit klinkt pietluttig, maar zoals ik heb proberen aan te geven kunnen de waterschappen een belangrijke rol voor de verwezenlijking van onze idealen spelen. Wanneer waterschappen uit de Grondwet verdwijnen, verdwijnt daarmee een belangrijke pijler onder enige wens om op een legalistische wijze, of wat sommige mensen een nette wijze zullen noemen om onze doelen te realiseren.

In tegenstelling tot de jaren ’20 en ’30 hebben wij nu mogelijkheden om op grote schaal de massamedia te omzeilen. We hebben eigen sites, eigen sociale media. We kunnen continu onze boodschap uitzenden. Dit is heel anders dan toen, waar de massamedia de oude beweging kapotschreef en dol was op het hoge soap-gehalte van leiders en groepen die elkaar in de haren vlogen. Het geloof in massamedia neemt zienderogen af. Bovendien is er met TPO.nl al een mediakanaal waar er ruimte is voor reactionair-conservatieve artikelen.

De oude beweging had een sterk culturele grondslag. We hebben tegenwoordig een raciale component. In de jaren ’20 en ’30 waren negers en moslims een bezienswaardigheid in de Nederlandse straten, voor zover ze daar al voorkwamen. Nu kijken we demografische verdoemenis recht in de ogen. Dit besef dringt steeds meer door onder de bevolking.

Het socialisme heeft gefaald in haar bescherming van de maatschappij tegen het grootkapitaal. Banken hebben vrij spel, softwarebedrijven hebben vrij spel, energiebedrijven hebben vrij spel. De rijken der aarde kunnen hun geld wegsluizen middels ingewikkelde juridische constructies. In alles wordt het signaal gegeven dat je in toenemende mate boven de wet staat, of op z’n minst meeschrijft aan wetten wanneer je geld hebt. We hebben ook nu weer een kans om de midden- en arbeidersklasse voor ons te winnen.

Er zit een toenemende afstand tussen de mooie koopkrachtplaatjes die Rutte voorspiegelt en de beleving van de koopkracht die mensen bij het openen van de portemonnee ervaren. Het debat over de dividendbelasting legt een pijnlijk gegeven bloot: de Nederlandse parlementaire politiek bestaat enkel als transferorganisatie van financiën naar de bezitters. Dit zal op termijn niet meer gepikt worden.

In tegenstelling tot de jaren ’20 en ’30 is er nu de EU. Onze politiek draagt niet alleen geld maar ook soevereiniteit af aan een globalistische mogendheid. Dit is een heel andere situatie dan inmiddels bijna een eeuw terug. De EU is velen een doorn in het oog en kan in de toekomst een reden vormen om wel actief te worden.

De greep van onze ideologische vijanden op het onderwijs was er toen niet of nauwelijks. Hoewel dit nu een blokkade lijkt te zijn, is ook dit een boemerang die in het gezicht van onze ideologische vijanden terug zal vliegen. Er is in toenemende mate kritiek waarneembaar op ons onderwijs en dan met name haar gekleurdheid, alsmede haar verloedering in kwaliteit. Ik sluit niet uit dat e.e.a. met elkaar te maken heeft.

Onze rechtsstaat ligt in toenemende mate onder vuur. Men heeft niet het gevoel dat rechtvaardigheid op juiste wijze tot uiting komt binnen de rechtsstaat. We kennen allemaal voorbeelden van jonge gezinnen die overhoop gereden worden door een dronkenlap achter het stuur en die er vanaf komt met een taakstraf. Of een grof bericht plaatsen over buitenlanders, daarvoor politie aan de deur krijgen terwijl mensen die jij bent welkom zingen en daarmee medeplichtig zijn aan het binnenhalen van criminelen zorgeloos kunnen leven. Een vluchteling die een vrouw verkracht krijgt geen straf omdat hij getraumatiseerd is door een vermeend oorlogsverleden. Plato schreef in de Republiek al dat hij weinig achting had voor wetten die zijn opgesteld door rechters. Hij had veel meer respect voor wetgeving vanuit de volkswil, wat heel veel jaren later bekend zou staan als Gesundes Volksempfinden. Het hoogste respect had hij voor wetgeving vanuit de natuur en de Goden.

Paradoxaal genoeg is de doorgeschoten democratisering en verrechtsstatelijking van Nederland ook een zegen. Het is in Nederland niet gemakkelijk om individuen te muilkorven of groepen te verbieden, zelfs niet als ze antidemocratisch zijn. Dit was in de jaren ’20 en ’30 anders. Hier zijn wel ontwikkelingen in gaande, wij zijn niet de enige die parallellen zien met een eeuw geleden. De staat is wakker en zal in toenemende mate bedreigingen voor haar voortbestaan de kop proberen in te drukken. We zijn echter nu nog niet op het niveau van Engeland, Duitsland of Zweden.

Verkijk u ook niet op de kracht van woorden. Woorden als fascist, nazi, xenofoob, racist en allerlei soortgelijke woorden zijn inmiddels zoveel gebruikt en misbruikt dat ze aan alle betekenis hebben ingeboet. Op een gegeven moment zal men een fascist niet meer kunnen herkennen wanneer deze in een zwart hemd met fascistengroet voor de neus staat.

Aan financiële middelen is minder behoefte dan in de jaren ’20 en ’30. Een hoofdkwartier was noodzakelijk, evenals een eigen drukpers. Alfred Haighton, die van 1923-1941 voor omgerekend 4,2 miljoen euro heeft gestopt in diverse fascistische groepen heeft geen doorbraak weten te realiseren. De NSB kreeg een vliegende start middels een anonieme financier, werd daarna omarmt door de Duitsers, maar heeft als zelfstandige organisatie eigenlijk maar weinig voor elkaar gekregen. Natuurlijk maakt geld e.e.a. wel makkelijker, maar het internet maakt het mogelijk om veel van onze kleinere doelen zonder al teveel investeringen te realiseren.

Er is sowieso een algehele onvrede over het functioneren van de politiek. In de jaren ’20 en ’30 kwam het fascisme niet op omdat de bevolking de Nederlandse overheid dankbaar was voor het neutrale opstelling in WO1. Nederland bleef een plek waar het leven doorkabbelde terwijl om haar heen gevochten werd. Het zorgde er ook voor dat Nederland geen gefrustreerde veteranen had die een appeltje te schillen hadden met de zittende macht. Uit diverse onderzoeken blijkt nu dat mensen zeer ontevreden zijn over onze partijpolitiek (partijkartel is niet voor niets een populaire term geworden), over onze democratie, over het effect van onze stem op de beleidsvorming.

Het meer egalitaire karakter van deze tijden houd sowieso in dat mensen minder geneigd zijn om zichzelf als nieuwe grote leider te positioneren. We respecteren elkaars vaardigheden en kwaliteiten. Er heerst meer dan voorheen het besef dat we dit als groep moeten doen.

Het big tent-principe van Erkenbrand blijft voor mij een belangrijk punt. Zoals ik eerder zei, is het bouwen van een goede nationale beweging van groot belang. Voor Erkenbrand zie ik een rol weggelegd als bemiddelaar en als cement tussen de andere genoemde groepen. We kunnen ook een bijdrage leven aan intellectuele vorming en propaganda. Aangaande de verdere beweging zie ik ruimte voor IDverzet (identitair), Voorpost (volksnationalisme), Falanx Nederland (derde positie) en ik wens een organisatie gebaseerd op klassiek fascisme. Dit moeten de kerngroepen zijn waarop en waarvoor we ons gaan inzetten. Het zijn groepen die naast elkaar kunnen bestaan omdat ze ieder hun eigen profiel hebben. Samen moeten zij de bundel, of moet ik zeggen, fascio vormen die Nederland redt van het opdoemende watergraf. We moeten af van de kneuzengroepjes met hooguit 25 man in de gelederen.

Ik had het zojuist over cement. Laten we er naar streven een nieuw huis voor ons volk te bouwen. De toekomst ligt voor ons open. Het is nu aan ons om eindelijk te slagen waar onze voorgangers zijn gefaald. Dank u wel!

3 COMMENTS

  1. Ik ben benieuwd hoeveel ‘steun’ jullie nog kunnen verwachten van TPO, PVV, FvD en andere salonfähige neocons zodra je jezelf openlijk “fascistisch” noemt. Denk dat je daarmee nog weleens van een koude kermis thuis kan komen.

    Maar de altright is momenteel toch al aangeschoten wild en ik denk dat je meer bereikt door een alternatief voor de neocons te bieden, dan er kritiekloos achteraan te huppelen. Dus ben benieuwd hoe dit zich in 2018 gaat ontwikkelen.

    • Alt-right is een paraplubeweging, waar ook klassieke fascisten zich thuis zullen voelen. De meningen verschillen nogal eens per artikel. Alt-right of Erkenbrand zijn geen groepen waarin iedereen hetzelfde denkt of vind. Dit zal de persoonlijke mening van de spreker zijn geweest.

      • Beste Leen, dat doet daar verder niets aan af. Schuld door associatie blijft plakken. Daarnaast is het natuurlijk ook lastig om een politieke club te zijn als men niet collectief een duidelijke stelling in durft te nemen. Of erger: mensen afdankt als die mening onverhoopt tot negatieve publiciteit leid (dat zou erg opportunistisch zijn).

        Ikzelf kan het enkel toejuichen als radicale nationalisten afstand nemen van neocons en een alternatief voor dat gedachtegoed gaan bieden. Uiteindelijk zijn Bolkestein, Fortuyn, Wilders en Baudet allemaal kinderen van het neoconservatisme van de Edmond Burke Stichting. Daar hebben radicale nationalisten of fascisten volgens mij niet veel bij te zoeken (los van het feit dat ze daar waarschijnlijk ook niet gewenst zijn).

Comments are closed.