Vaderland of de dood: een reflectie op de Cubaanse revolutie

2
406

Een flink aantal lezers zal verbaasd in hun ogen wrijven als ze deze kop lezen op de Erkenbrand website. Misschien behoort u daar zelf bij en controleerde u de URL-regel nogmaals. De Cubaanse revolutie geldt immers als een klassiek “links” project. Dat is echter een achterhaalde stellingname, omdat de reeds lang vastgeroeste indeling van politieke ideeën in linkse en rechtse hokjes inmiddels vervangen zijn door een werkelijke tegenstelling, namelijk die van nationalisme versus globalisme.

Het is nu 62 jaar geleden dat op 1 januari 1959 de door de VS geïnstalleerde Cubaanse dictator Fulgencio Batista het eiland moest ontvluchten. De revolutionaire guerrillastrijders van Fidel Castro versloegen hem en namen de macht in Cuba over. Toen Castro een week later op 9 januari de Cubaanse hoofdstad Havana innam, werd hij onder een uitzinnig gejuich door de bevolking met open armen verwelkomd. Aan deze triomftocht gingen jaren van guerrillastrijd vooraf. Voor die tijd stond Cuba bekend als het grootste bordeel van de VS, het vazalregime van dictator Batista gaf vrij spel aan Amerikaanse conglomeraten zoals de “United Fruit Company” om de economie en het volk uit te buiten. De overgrote meerderheid van de Cubanen werd gedwongen om in armoede en ellende weg te kwijnen. Slechts een kleine Cubaanse elite profiteerde van dit systeem: een door de VS gedicteerd roofkapitalisme in de meest zuivere vorm. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de revolutie van Castro’s guerrilla’s op de steun van het gewone volk kon rekenen en naar beste vermogen werd gesteund.

Een van Castro’s eerste officiële daden nadat hij aan de macht kwam, was de onteigening zonder compensatie van alle Amerikaanse activa en de nationalisatie van alle voormalige Amerikaanse ondernemingen. Zijn strijdmakker Ernesto “Che” Guevara gaf de rechtvaardiging hiervoor: “Om het terug te winnen, moeten we het van de ander afnemen (…) datgeen we moeten winnen – namelijk de soevereiniteit van de natie – moet worden terug gepakt van diegene die het monopolie heeft (…). Dat wil zeggen, onze weg naar vrijheid begint met een overwinning op de monopolies, meer in het bijzonder: de Amerikaanse monopolies.”

Het moedige en consequente optreden van de nieuwe revolutionaire regering van Cuba was tegelijkertijd de opmaat tot een handelsembargo van de VS tegen Cuba. Een handelsembargo dat min of meer tot op de dag van vandaag standhoudt. Dit embargo valt ook andere landen aan die met Cuba handelen; dit beleid was bedoeld om de Cubanen letterlijk uit te hongeren. Daar is echter niets van terecht gekomen. Integendeel, de Cubanen en hun leiders zijn na het embargo en na nieuwe pogingen tot interventies door de imperialistische VS juist dichter tot elkaar gekomen. De Cubanen hebben een sterk nationaal volksbewustzijn ontwikkeld dat hen in staat heeft gesteld zelfs de zwaarste stormen te doorstaan. “Patria o muerte” – “Vaderland of de dood” werd hun slogan. De herwonnen nationale identiteit mocht nooit meer opnieuw worden geroofd.

Deze nationalistische onderneming lijkt te zijn geslaagd. Waar de meeste andere regimes en systemen allang zijn verdwenen in de storm van de geschiedenis – heeft het socialistische Cuba ze allemaal overleefd. Cuba heeft nog steeds een sociaal gemeenschapsmodel dat veel gemeen heeft met de klassieke socialistische staten van het Oostblok. Hoewel het doel om een zelfvoorzienende industrie te creëren om verschillende redenen nooit is bereikt, heeft Cuba niettemin nog steeds een van de hoogste levensstandaarden in Latijns-Amerika. Het analfabetisme-cijfer van minder dan 3%, is lager dan dat in Nederland. De gezondheidszorg in Cuba is nog steeds voorbeeldig en het is een van de leidende naties in de wereld op het gebied van biotechnologie. Onderwijs en gezondheidszorg zijn gratis voor alle Cubanen. Een basisvoorziening van water en voedsel is gegarandeerd voor alle Cubanen, ondanks voedseltekorten – niemand hoeft honger te lijden. Straatkinderen zijn ook in Cuba een onbekend verschijnsel.

Door ingrijpende overheidsmaatregelen is het mogelijk geweest in Cuba een solidaire nationalistische volksgemeenschap tot stand te brengen, die bereid is de natie tegen elke vijand van buitenaf te verdedigen. Vóór de revolutie van 1959 waren de Cubanen een gehavend, vernederd volk zonder enig gevoel van eigenwaarde. Ze waren van hun eer beroofd, waren slaven van het Amerikaanse imperialisme en verlangden naar nationale identiteit en sociale vrijheid. Het waren Fidel Castro en zijn getrouwen die de eer van de natie en het volk herstelden en Cuba bevrijdden van het juk van de kapitalistische slavernij.

Vandaag de dag zijn de Cubanen een trots en zelfverzekerd volk. Vanaf het prille begin vertoonde de Cubaanse Revolutie al zeer sterke nationalistische trekken. Che Guevara schreef: “Deze revolutie is zuiver Cubaans. Of beter, Latijns-Amerikaans. Politiek gezien, kunnen Fidel en zijn beweging misschien wel revolutionair nationalistisch genoemd worden.” Een uitgesproken cultivering van nationale symboliek, alsmede talrijke borden met overeenkomstige slogans langs de wegen in heel Cuba getuigen hier vandaag de dag nog van. De tekst van het Cubaanse volkslied dateert nog van de Onafhankelijkheidsoorlog aan het begin van de 20e eeuw. Ook deze wordt gekarakteriseerd door een sterk nationalistisch bewustzijn: “Heb geen angst voor een glorieuze dood. Want om te sneuvelen voor de natie is om te leven.” (La Bayamesa)

Wat er nu na het einde van het Castro-tijdperk van dit Cubaanse nationale volksbewustzijn overblijft, valt te bezien. Het gevaar dat Cuba wederom door de VS geannexeerd zal worden loert om de hoek, maar het lijkt erop dat onder leiding van president Miguel Diaz-Canel ze de Cubaanse revolutionair nationalistische koers zullen blijven varen. Het is moeilijk te voorspellen aangezien de Cubaanse regering sinds de dood van Castro meer dan eens verkeerde wegen is ingeslagen. De verlokkingen van de materiële welvaart van de kapitalistische machten zal niet zonder gevolgen zijn voor het Cubaanse volk. Van het opzwepend nationalistische idealisme uit de begindagen van de Cubaanse revolutie blijft steeds minder over en de nieuwe regering zal waarschijnlijk niet om diepgaande hervormingen heen kunnen.

Echter, de moed van de Cubanen en hun leider Fidel Castro om decennialang verzet tegen de Amerikaanse imperialistische hydra te bieden is bewonderenswaardig. Het is een expressie van de kracht van het revolutionaire nationalisme; het illustreert wat een klein volk kan bereiken als deze ontwaakt en bewust van zichzelf wordt. Het Cubaanse nationalistische socialisme dat in Latijns-Amerikaanse landen zoals Venezuela (onder Hugo Chavez) navolging vond, staat minder ver van onze eigen wereldbeschouwing af dan sommigen willen doen denken. Als zodanig biedt de Cubaanse revolutie inspiratie aan alle nationalisten die sociale en nationale bevrijding nastreven!

Mark Druhtman

Bovenstaand is een ingezonden artikel.

2 COMMENTS

  1. Inspirerend volkje. Jammer dat mainstream ‘rechts’ steeds blindstaart op het communisme en daardoor direct de Cubaanse revolutie afwijst. De zaken liggen veel genuanceerder.

    • Komt bij dat de Cubaanse revolutie oorspronkelijk helemaal geen communistische, maar juist een nationalistische revolutie was. Het “communistische” vineer was er hoofdzakelijk om zich van de steun van communistische grootmachten (Rusland&China) te verzekeren tegen de Amerikaanse hegemonie.

      Zo was Castro er ook niet wars van om met Francoistisch Spanje een samenwerkingsverband aan te gaan. Niet zo gek als je bedenkt dat Castro zelf opgroeide in een falangistische familie en Mussolini als een politiek voorbeeld zag.

Comments are closed.