Ter herinnering aan Ludwig van Beethoven

0
921

Dunn dunn dunn DUUUUNNNNNN… dunn dunn dunn DUUUUNNNNNN…

Het jaar 2020 had een groot Beethoven-jaar moeten worden. Het coronavirus gooide echter roet in het eten en er gebeurde ook nog iets met ene George Floyd. Ludwig van Beethoven is zonder twijfel een van de grote componisten van de geschiedenis. In een herzien en vertaald artikel neemt Erkenbrand zijn plaats in de cultuurgeschiedenis van Europa onder de loep. Niet onbelangrijk, gelet op het gegeven dat ook klassieke muziek in toenemende mate wordt beschouwd als uiting van blank supremacisme.

In een artikel van het progressieve, stadse mediaplatform Vox werd de Vijfde Symfonie kritisch benaderd. De compositie zou er medeverantwoordelijk voor zijn dat de etiquette bij concerten veranderd zou zijn en wel in negatieve zin. Muziek werd een uiting van culturele fijnproeverij en verhevenheid en daarmee een middel om vrouwen en etnische minderheden uit te sluiten, aldus Vox.

Het is waar dat hetgeen we klassieke muziek noemen uitingen zijn van de blanke ziel en het elitaire leven. De muziek is gemaakt door blanke Europeanen en behoort tot de Europese cultuurgeschiedenis. Klassieke muziek is ook nog eens een domein waarin door de geschiedenis heen zeer strikt geselecteerd is op talent en discipline. Dit maakt het automatisch verdacht in de ogen van de egalitaire cultuurmarxist.

De cultuurmarxist wisselen hun tijd af tussen het uithalen naar Europese cultuur en het het als kwaadaardig afschilderen en het herschrijven van deze geschiedenis om hun eigen subversieve agenda door te drukken. Je zult de volgende zin minstens tweemaal moeten lezen om hem te geloven, maar er is daadwerkelijk enig debat, ook in academische kringen waarin de stelling wordt verdedigd dat Ludwig van Beethoven een zwarte man was. We wuz komposers and sheeeeiitt! Nu ja, in het wereldbeeld van de cultuurmarxist is het vast consistent dat een componist zowel een vaandeldrager der “racistische, perfide” Europese cultuur is, als dat hij zwart was. Ter compensatie wordt er naarstig gezocht naar vrouwelijke componisten en obscure gekleurde componisten.

Beethoven werd geboren in de stad Bonn en had een Vlaams-Duitse vader en een Duitse moeder. De datum van zijn geboorte is niet bekend, maar hij werd gedoopt op 17 december, dus hij werd hoogstwaarschijnlijk op 16 december geboren. Van jongs af aan toonde hij wonderbaarlijk talent en kon hij al op 11-jarige leeftijd Bachs ‘Das wohltemperierte Klavier’ spelen. Zijn eerste leraar was zijn vader, Johann van Beethoven, een alcoholist die zijn zoon sloeg en hem af en toe opsloot in de kelder. Later kreeg hij les van Christian Gottlob Neefe, een operacomponist en dirigent. Zijn vroege composities, die vaak worden verwaarloosd maar niettemin van historisch belang zijn, omvatten drie veelbelovende pianosonates (meestal weggelaten uit de canon van Beethoven-sonates), een octet voor houtblazers en een cantate die is geschreven na de dood van keizer Jozef II. Beethovens stijl ontwikkelde zich aanzienlijk toen hij in 1792 naar Wenen verhuisde. In Wenen studeerde hij compositie bij Haydn, contrapunt bij Johann Georg Albrechtsberger en vocale compositie bij Antonio Salieri.

De carrière van Beethoven wordt doorgaans verdeeld in drie periodes, ongeacht alle kanttekeningen die dit oproept. Zijn eerste periode komt overeen met het decennium na zijn aankomst in Wenen. Zijn meest opmerkelijke vroege werken zijn de “Lentesonate” voor viool en piano; Pianosonate nr. 7 in D, op. 10 nr. 3; Pianoconcert nr. 3; Symfonie nr. 1; en Strijkkwartet nr. 6. Al het bovenstaande is duidelijk Beethoveniaans ondanks hun ereschuld aan Haydn en Mozart. Zijn Symfonie nr. 1 is bijvoorbeeld gevuld met plotselinge belangrijke veranderingen en zijn handelsmerk sforzandi. De ongebruikelijke orkestratie en het misleidende begin zijn ook een voorafschaduwing van Beethovens latere innovaties.

In april 1802, toen zijn gehoor begon af te nemen, verhuisde Beethoven op advies van zijn arts naar Heiligenstadt. Daar schreef hij een ontroerende brief aan zijn broers, nu bekend als het Heiligenstadt Testament, waarin hij zijn wanhoop over zijn gehoorverlies en zijn zelfmoordgedachten beschrijft. Beethoven heeft de brief, die na zijn dood werd ontdekt door zijn vrienden Anton Schindler en Stephan von Breuning, nooit verzonden. In oktober 1802 keerde hij terug naar Wenen wat het begin van zijn middelste, of ‘heroïsche’ periode markeerde. Het overheersende thema van zijn ‘heroïsche’ werken is het overwinnen van lijden door wilskracht en zelfverwezenlijking, een weerspiegeling van Beethovens vastberadenheid om ondanks zijn toestand door te gaan met componeren.

Het eerste grote werk van Beethovens middenperiode is Symfonie nr. 3 (“Eroica”), zijn grootste en meest ambitieuze werk tot dan toe. De emotionele diepte en monumentale reikwijdte van de symfonie onderscheidde haar van alle voorgangers. Het was bedoeld als een eerbetoon aan Napoleon Bonaparte, maar Beethoven schraapte zijn naam van de titelpagina toen Napoleon zichzelf in 1804 tot keizer verklaarde; hij bewonderde het genie en heldendom van Napoleon, maar verafschuwde zijn keizerlijke plannen.

Beethovens Symfonie nr. 5, geschreven tussen 1804 en 1808, is een even belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van de westerse muziek. De legende dat het beroemde openingsmotief staat voor ‘het lot dat aan de deur klopt’ is apocrief, maar het beeld is toepasselijk, aangezien de rauwe heldhaftigheid van de symfonie herinnert aan Beethovens verklaring dat hij ‘het lot bij de strot zou grijpen’. Net als de ‘Eroica’ heeft Beethovens Vijfde een bijna programmatische kwaliteit, en de strakke constructie – deze symfonie is een goed voorbeeld van Beethovens beheersing van motivische ontwikkeling – geeft het het gevoel van een verenigd verhaal. De reis van de stormachtige toonsoort C mineur (Beethovens meest dramatische werken staan in deze toonsoort) naar de klinkende finale in de zonnige toonsoort C majeur roept een zwaarbevochten overwinning op de elementaire krachten van de natuur op.

Sommige geleerden, zoals muziektheoreticus Rudolph Reti, hebben motivische ontwikkeling geïnterpreteerd als de muzikale representatie van een heroïsch verhaal. Het thema van een symfonie in dit schema is de ‘held’, en de verschillende manifestaties en interacties met nieuw materiaal vertegenwoordigen de evolutie van de held. Inderdaad, de techniek doet denken aan de nadruk van de romantici op ‘worden’ en zelfactualisatie (bijvoorbeeld Goethe’s ‘Sterf en wordt!’). Of Beethoven dit in gedachten had tijdens het componeren van de Vijfde symfonie, het is een interessant idee.

Beethoven beschouwde zijn Symfonie nr. 7, geschreven tussen 1811 en 1812, tegen het einde van zijn middelste periode, een van zijn beste werken. De onderscheidende kenmerken zijn de vitaliteit en ritmische vindingrijkheid. De uitbundige uiterlijke bewegingen en scherzo staan in contrast met het melancholische Allegretto, een van de mooiste stukken die Beethoven ooit heeft gecomponeerd.

Beethoven belichaamde meer dan misschien welke andere figuur dan ook de dualiteit van universalisme en nationalisme die in de Duitse cultuur bestaat, en de Negende symfonie, die zowel een lofzang is op universele broederschap als een symbool van de Duitse identiteit (deels vanwege zijn onconventionele keuze voor een Duitse tekst), is hiervan het beste voorbeeld. Beethovens universalisme was, net als dat van Wagner in The Artwork of the Future, van een duidelijk Duitse soort, dat het streven naar transcendentie en alomvattend bewustzijn inhoudt. Wagner beschreef Beethovens Negende, die hij zag als een voorloper van zijn opera’s, als “de verlossing van muziek van haar eigen bijzondere element naar het rijk van de universele kunst”.

Het is een vergissing Beethoven af te schilderen als een proto-globalist die aan boord zou hebben gezeten van de moderne neoliberale globalistische agenda. Beethoven verachtte het imperialisme en was afkerig van autoriteit, maar hij was nauwelijks tegen nationalisme. Het republikeinisme van de verlichting en het verzet tegen het conservatisme van Metternich waren in lijn met de zaak van nationalisme in de tijd van Beethoven. Ik kan me voorstellen dat hij de mening van Johann Gottfried Herder zou hebben gedeeld, die voorstander was van een vorm van nationalisme die cultureel pluralisme in stand hield. Hoewel hij buiten de muziek weinig formeel onderwijs had genoten, was Beethoven zeer geletterd en was hij bekend met de geschriften van Herder (van wie hij drie gedichten op muziek zette), Goethe, Schiller, Shakespeare, Kant, Rousseau, Homer, Plato, Plutarchus.

Net als Herder hield Beethoven van epische poëzie, vooral van Ossian en Homerus, die samen met Goethe en Schiller zijn favoriete dichters waren. De heroïsche en levensbevestigende geest van epische poëzie doordringt zijn grootste werken, waarvan de dramatische reikwijdte en diepte terugkijken op Homerus en vooruit op Wagner. Het kenmerkt ook Beethoven de man, een Prometheïsch genie die zegevierde ondanks veel lijden. Het is passend dat Heinrich Schenker zijn analyse van de ‘Eroica’-symfonie wijdde aan ‘Beethoven de held’.

Erkenbrand raad het u zeer aan onderstaande bron te raadplegen, daar Alex Graham duidelijk een elitaire fijnproever is, alsmede goed ingevoerd in de muziektheoretische materie.

Bron:
Counter-Currents
Remembering Ludwig van Beethoven
Auteur: Alex Graham
https://counter-currents.com/2020/12/remembering-ludwig-van-beethoven/