Spengler en Yockey tegen de cultuur van steriliteit

0
481

Oswalds Spengler’s grootste bijdrage aan de geschiedfilosofie is zijn opvatting dat geschiedenis moet worden gezien als een biologische kwestie in plaats van een mechanische, als een reeks van oorzaak en gevolg. Menselijke maatschappijen bestaan immers uit mensen en het is dan niet meer dan logisch dat culturen en beschavingen onderworpen zijn aan de biologische wetten, in plaats van de mechanische. In een van zijn meest bekende uitspraken zegt Spengler: “Aan het oppervlak van het wereldgebeuren heerst het onvoorziene.”1

Als er een wiskunde voor geschiedenis zou zijn, zou het leven een stuk eenvoudiger zijn. Geschiedenis is te complex om beschouwd te worden als mechaniek. Geschiedenis is geen wiskunde. Als discipline is het meer een kunst dan een wetenschap en daarom is het ook de enige van de zogeheten ‘sociale wetenschappen’ die door de oude Grieken een eigen muze2 kreeg toegewezen.

Spengler maakt onderscheid tussen Kultur en Zivilization. Een Kultur is de collectieve manifestatie van de artistieke, wetenschappelijke, economische, morele en religieuze identiteit van een menselijke groep in de vitale fase. Normaal gesproken manifesteert Kultur zichzelf op het moment dat de groep zich nog in een pastorale levenswijze bevindt. Zodra de groep meer verstedelijkt en minder vitaal wordt, bevindt het zich in de fase die we Zivilization noemen. Op het moment dat deze fase op zijn hoogtepunt is, is het stervensproces al ver gevorderd.

In dissident rechts spreken we vaak over neerwaartse geboortecijfers als een vorm van culturele en raciale zelfmoord. Spengler zag dit al reeds meer dan een eeuw geleden en breidde het inzicht uit om de artistieke en intellectuele prestaties van de desbetreffende groep: “Als men het woord ‘onvruchtbaarheid’ in heel zijn oorspronkelijke zwaarte opvat, duidt het op het lot dat de grootstedelijke hersenmens beschoren is, en het behoort tot het belangrijkste van de historische symboliek dat deze omslag niet alleen tot uiting komt in het uitdoven van de grote kunst, van de maatschappelijke vormen, van de grote denksystemen, van de grote stijl in het algemeen, maar ook heel lichamelijk in de kinderloosheid en de rassendood van de geciviliseerde, ontwortelde lagen van de bevolking, een verschijnsel dat in de Romeinse en Chinese keizertijd veel aandacht trok en waarover veel werd geklaagd, maar waar noodzakelijkerwijs niets aan te doen viel.”3

Onvruchtbaarheid, gebrek aan vitaliteit, gesteriliseerd – allemaal termen die niet alleen Westerse geboortecijfers beschrijven, maar ook hedendaags Westerse kunst en gedachtegoed. De filosofie van Derrida, een gebouw ontworpen door I. M. Pei, een kunstwerk van Jeff Coons, de gehele zogeheten ‘Performance Kunst’ zijn allemaal zo steriel als de baarmoeder van een man die gelooft dat hij een vrouw is.

Als we Spengler’s geschiedfilosofie en zijn inzichten over westerse onvruchtbaarheid serieus tot ons nemen, geeft ons dit een belangrijk inzicht in de nog bestaande mogelijkheden voor de Westerse wereld. De periode van Kultur ligt achter ons, u kunt de enorme prestaties uit deze periode bewonderen in musea in heel Europa. Wat voor ons ligt is de laatste fase van het Caesarisme, beschreven door Yockey in zijn Spengleriaanse werk Imperium:

Maar het hogere wezen nadert een crisis. Het heeft zichzelf uitgeput in dit aarde-transformerende proces. Het huivert, blijkbaar verzwakt, het palpiteert – chaos en anarchie bedreigen zijn aardse actualisaties – krachten van buiten komen samen om het neer te slaan. Maar het wekt zichzelf op, het levert de grootste inspanning van alles – niet langer in het creëren van innerlijke dingen, kunst, filosofie, theorieën over het leven, maar in de vorming van het pure extern machtsapparaat: strikte regeringen, gigantische legers, industrie om hen te ondersteunen, vloten van schepen voor oorlog, rechtsstelsels om de veroveringen organiseren en bestellen. Het breidt zich uit over nieuwe gebieden, verenigt al zijn eigen naties in één, die zijn naam aan de rest geeft en hen op leidt naar de laatste grote inspanning.”4

De provisionele beginfasen van dit Imperium, deze laatste fase van de westerse beschaving hebben we reeds meegemaakt voor het begin van de tweede wereldoorlog waarna de lotsbestemming van het Westen definitief lijkt te zijn gefrustreerd door een alliantie van innerlijke vijanden uit het westen en een overweldigende horde barbaren uit het oosten. Maar een organisme volgt zijn eigen innerlijke logica: “De innerlijke toekomst van het Westen bevat veel noodzakelijke ontwikkelingen zoals de wedergeboorte van religie, het bereiken van nieuwe hoogten in techniek en chemie, perfectie van juridisch en administratief denken, en anderen. Deze kunnen allemaal worden vervuld onder een permanente bezetting door barbaren uit andere continenten. De grootste, machtigste kant van het leven, die van actie, van oorlog en politiek, zou zich in een dergelijk regime uiten in onverbiddelijke, voortdurende, bittere opstand tegen de barbaar. In plaats van de vlag van het Westen te planten op de uiteinden van de aarde, zou het worden gereduceerd tot het bevrijden van de heilige grond van het Westen uit de klauwen van de vijandelijke tirannie.”5

Hier zien wij onze historische taak: Europa bevrijden van het naoorlogse antiwesterse regime om plaats te maken voor het Imperium, het laatste enorme eerbetoon aan de Westerse cultuur.

Het volgende citaat van Yockey’s “The Enemy of Europe” somt op waar we naar streven: “Onze Europese Missie is het creëren van de Cultuur-Staat-Natie-Imperium van het Westen, en daarbij zullen we zulke daden verrichten, zulke werken volbrengen en onze wereld zo transformeren dat ons verre nageslacht, wanneer ze de overblijfselen van onze gebouwen en standbeelden aanschouwen, hun kleinkinderen zullen vertellen dat dit het werk was van een ras van goden.

1 Oswald Spengler, De Ondergang van het Avondland, Vol. 1, vertaling Mark Wildschut, p.194

2 https://nl.wikipedia.org/wiki/Clio_(muze)

3 Ibid, p. 455

4 Francis Parker Yockey, Imperium, 1948, p.19

5 Ibid, p.348

Bovenstaande is een bewerkte vertaling van:
Quintilian
Spengler on Unfruitfulness (13 juni 2019)
Counter-Currents
https://counter-currents.com/2019/06/spengler-on-unfruitfulness/