Soevereiniteit in volksgemeenschappelijke zin

1
84
Frankfurt_Nationalversammlung_1848 02
De Nationalversammlung in Frankfurt in 1848 was een vroege poging om gewone mensen meer invloed te geven

Net als in veel andere Europese landen regeert de elite in Nederland zonder zich veel aan te trekken van de mening van de gewone mensen. In dit artikel onderzoek ik enkele mogelijkheden om deze mensen een grotere stem in het kapittel te geven.

 

In Nederland regeert de koning ‘bij de gratie Gods’. Dit is zo vastgesteld in de Nederlandse grondwet. Strikt genomen maakt dit van Nederland een
theocratische monarchie. Dit zogenaamde ‘droit divin’ houdt in dat het gezag van een heerser, van zijn ‘soevereiniteit’, door God wordt gelegitimeerd. Toegegeven, in de huidige tijdgeest kan de opening van dit artikel wellicht wat overdreven of zelfs absurd overkomen. Nederland kent geen ‘droit divin’ in letterlijke zin. De koning heeft heden ten dage vooral een ceremoniële functie, die de bevolking zo nu en dan de
mogelijkheid geeft om op feestelijke dagen driftig te zwaaien met rood-wit-blauwe vlaggetjes.

Nederland is gaandeweg de tijd geëvolueerd to een democratische rechtstaat waarin gelijkheid centraal staat. De werkelijke macht van de Nederlandse staat ligt in de ‘trias politica: een onderverdeling van machten in drie onderdelen: de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. De organen die deze drie machten vertegenwoordigen controleren elkaar.

In de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk (1798) werd een begrip opgenomen dat ‘volkssoevereiniteit’ wordt genoemd. “De oppermagt berust in
de gezamenlijke leden der Maatschappij, Burgers genoemd.” (art. 2). Hoewel de Bataafse Republiek horig was aan de Fransen en het Nederlandse volk dus niet vrij was, sprak er uit de opname van volkssoevereiniteit in de voornoemde grondwet wel de intentie om het volk boven het staatsbestel te plaatsen. Ongetwijfeld was de opname van artikel 2 bij uitstek bedoeld om de Nederlandse volksgemeenschap duidelijk te definiëren en af te zetten tegen het Franse gezag.

Wat wordt er bedoeld met volk? Volgens Wiktionary het volgende:
1. Lieden, natie, stam, ras
2. Krijgslieden, manschappen
3. Kudde, zwerm, bijeenkomst
4. Gewone volk, lagere klasse, arbeidersklasse

Van deze definities is met de eertste, en in het bijzonder de betekenis ‘natie’ interessant. Heden ten dage wordt met natie vooral bedoeld een staat op een bepaald grondgebied. Het woord natie is in hedendaags gebruik een synoniem geworden voor staat en land. Als we echter ook bij dit woord naar de etymologie gaan kijken zien we de volgende betekenissen:
1. Een historisch vastgestelde, stabiele gemeenschap van mensen met als
gedeeld fundament een gemeenschappelijke taal, territorium, economisch
leven, etniciteit en psychologische geesteshouding die zich manifesteert
in een herkenbare cultuur (de oorspronkelijke betekenis van het woord).
2. Een soevereine staat (de meest gebruikte definitie vandaag de dag).
3. Een studentenvereniging gebaseerd op geboorteplaats en etniciteit
(wordt nauwelijks nog gebruikt).
4. Een grote hoeveelheid (inmiddels in ongebruik geraakt).

Indien we nog dieper graven komen we bij het Oud-Franse ‘nacion’ en het Latijnse ‘natio’, wat is afgeleid van het Vroeglatijnse ‘gnasci’: voortbrengen.  Het gaat dus om geboorte, afkomst en ras. Een natie bestaat dus uit een volksgemeenschap met een gedeelde afkomst, identiteit, levensinrichting, normen en waarden.

‘Soeverein’ kan het volgende betekenen:
1. Gebruik van macht om te heersen.
2. Uitzonderlijk in kwaliteit.
3. Koninklijk, vorstelijk, aristocratisch.
4. Vooraanstaand, groots, beslissend.

Kijkend naar deze definities mogen we stellen dat men in het westen van de begrippen natie en soeverein, laat staan in combinatie, geen
notie meer heeft. Bij natie denkt men aan een staatsbestel. Daar ligt de soevereiniteit, niet bij het volk. Deze situatie doet denken aan het ‘droit divin’, en zelfs aan de, aan de Franse koning Lodewijk XIV toegeschreven uitspraak: “L’État c’est Moi” (De staat dat ben ik). Verantwoording aan de volksgemeenschap wordt veronachtzaamd. Zoals GeenStijl zou zeggen: “Zij van WC-eend, adviseren WC-eend.”

De wetgevende macht wordt in Nederland belichaamd door de Eerste en Tweede Kamer. In een representatieve democratie worden de leden van deze kamers gekozen door de burgers. Volgens de grondwet is er geen plaats voor directe invloed en betrokkenheid van de volksgemeenschap.

Naar mijn mening moet er worden gezocht naar mogelijkheiden om de bevolking wel directe invloed te geven. Er zijn op dit moment initiatieven voor (bindende) referenda. Hoewel een goed initiatief, is het de vraag of dit niet puur een pleister op de wonde is, temeer omdat de uitslag van het recente Oekraïnereferendum naar verwachting via achterkamertjespolitiek gesaboteerd zal worden.

Het probleem van referenda als vorm van directe democratie is dat het telkens momentopnamen zijn. Werkelijke directe volksinvloed hoort net zo’n continue factor te zijn als de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. De Nederlandse volksgemeenschap dient permanent een plek te krijgen aan de regeringstafel.

Een oplossing zou het vormen van een Derde Kamer kunnen zijn. Het grote gevaar hierbij is wel dat ook deze kamer bemand zal worden door beroepspolitici, zodat deze kamer simpelweg een verlengstuk wordt van de Eerste en Tweede Kamer.

De waterschappen vormen misschien een goed aanknopingpunt voor directe invloed voor het volk. De waterschappen vormen een van de oudste Nederlandse instituties. Opsplitsing van de huidge 23 grote waterschappen en het overhevelen van bestuursmacht lijkt een idyllische gedachte, daar deze waterschappen wel wat weg hebben van de dorpsraden zoals die onder de Germanen in gebruik waren.

De meest realistische optie lijkt echter het openbreken van de trias politica en een vierde component toevoegen: een orgaan dat de volkswil en
volksopvattingen zeer geregeld peilt en deze vertaalt in advies, beleid, wetsvoorstellen en directe actie. Dit orgaan zou een directe rechtvaardiging hebben de andere organen in het staatsbestel te controleren. We zouden dit orgaan het ‘Volksconcilie’ kunnen noemen. We kunnen hierbij kijken naar het zogenaamde ‘anarcho-syndicalisme’. Dit is een vorm van anarchisme dat het staatsbestel wil inrichten met nadruk op macht voor de vakbonden. Dit laatste moet op zichzelf geen doel zijn. Wel kan het Volksconcilie bestaan uit afvaardigingen van syndicaten. Syndicaten zouden bijvoorbeeld betrekking kunnen hebben op de zorgsector, het onderwijs, scheepvaart & haven, politie, krijgsmacht, technici, bouwmedewerkers en financiële sector.

In het Volksconcilie zouden geen bestuurders of politici moeten zitten, maar  enkel mensen die in hun syndicaat werkzaam zijn of zijn geweest. Mensen die de praktijk van de werkvloer kennen. Ieder syndicaat heeft een vastgestelde hoeveelheid vertegenwoordigers waarbij het syndicaat via interne verkiezingen bepaalt wie er zitting mag nemen in het Volksconcilie. Er zou een evenredige verdeling gemaakt kunnen worden over de vier sectoren van de economie: de primaire, secundaire, tertiaire en quartaire sector. Uiteraard kunnen soortgelijke organen ook op provinciale of gemeentelijke schaal plaatsvinden om kleinschaligheid en burgerparticipatie te bevorderen.

Voor volksraadplegingen van het Volksconcilie zou er geen kiesdrempel moeten bestaan. Het instellen van kiesdrempels beinvloedt de beslissing om al dan niet te gaan stemmen. Dit zagen we bij het reeds genoemde Oekraïnereferendum. Om burgers te motiveren om te gaan stemmen is een gewogen stemming het beste middel. Naarmate meer kiesgerechtigde burgers gaan stemmen bij de volksraadpleging wint de uitslag aan kracht. Een opkomst van 75% of hoger zou bijvoorbeeld de volledige macht geven om een wet zoals opgesteld door de wetgevende macht (de Eerste en Tweede Kamer) in zijn geheel te in zijn geheel te annuleren of te bekrachtigen. Bij 50-75% is een vooraf of nader te bepalen aanpassing(en) vereist, tussen 50-25% treed het Volksconcilie namens de volksgemeenschap op als onderhandelaar met de Eerste en Tweede Kamer en onder de 25% kan het Volksconcilie enkel een adviserende rol spelen.

Hetzelfde principe geldt voor besluiten van de uitvoerende macht (de regering) en de gerechterlijke macht. Daarnaast zou het Volksconcilie afgevaardigden (in de vorm van een jury en/of expert-getuigen) kunnen sturen naar rechtszaken om de aldaar gevoerde argumentatie en besluitvorming te toetsen aan de volkswil en volksopvattingen.

Zoals bij alle verkiezingen zouden voor het Volksconcilie enkel mensen mogen stemmen die tenminste 3 kinderen hebben gekregen met een Nederlandse partner van het andere geslacht. Het krijgen van kinderen garandeert namelijk een blijvende verbintenis aan de rest van de volksgemeenschap.

Volkssoevereiniteit is een absolute noodzaak voor onze volksgemeenschap. Het dwingt de staatsinstitutie precies te definiëren wat we verstaan onder de  natie en wat onder de staat. Indien de betekenis van natie weer terugkeert naar haar oorsprong betekent dit dat alleen de autochtone bevolking invloed mag uitoefenen op het beleid van de natie. Enkel autochtone Nederlanders zouden publieke functies mogen bekleden.

Ik stel me de aanpassing van de grondwet me ongeveer zo voor: “De soevereiniteit berust bij de oorspronkelijke leden der Nederlandse maatschappij, Nederlanders genoemd. Hiermee bedoelen wij die bevolking die volgens strikte ius sanguinis behoort tot de Nederlandse volksgemeenschap. Deze volksgemeenschap valt te herkennen aan een gedeelde afkomst, identiteit, opvattingen, taal en cultuur, zoals gemanifesteerd op het territorium van de huidige natiestaat Nederland en haar voorgangers op grofweg hetzelfde territorium.”

Lodewijk XIV zou gezegd hebben: ‘De staat dat ben ik’?

Nee! Wij zijn het volk!

 

Isengrim
 
Alle afbeeldingen zijn afkomstig van wikimedia.org

1 COMMENT

  1. De hersenen van deze auteur werken perfect, en wat een woordenschat.
    Een warm bad, dit studiegenootschap.
    Wat een goed stuk zeg, en wat kan ik me er goed in vinden.
    Volksconcilie moet er komen.

    Citaat:
    “Het krijgen van kinderen garandeert namelijk een blijvende verbintenis aan de rest van de volksgemeenschap.”

    Heel erg belangrijk. Zo krijgen mensen die de ‘YOLO-lifestyle’ aanhangen geen kans om de natie te plunderen van eigen zeden en eigen schoon, noch van buitenlandse invloeden op ons nationaal beleid.

Comments are closed.