Slouching Towards Gomorrah

0
282

De Amerikaanse rechtsgeleerde Robert H. Bork (1927 – 2012) publiceerde in 1996 het boek ‘Slouching Towards Gomorrah: Modern Liberalism and American Decline’. Deze titel is een knipoog naar het boek ‘Slouching Towards Bethlehem’ van Joan Didion, afgestudeerd in de Engelse Letterkunde en schrijfster, die haar ervaringen in de hippie en ‘contracultuur’ van de jaren ‘60 kritisch beschreef. De jaren ‘60 waren volgens Didion geen utopische jaren, maar jaren waarin de degeneratie van de westerse cultuur, veelal in een walm van cannabis, in rap tempo versnelde. Het boek van Bork heeft eenzelfde premisse, maar dan beschreven vanuit het recht, de politiek en over een grotere tijdspanne.

Om te beginnen iets over de auteur. Robert H. Bork begon zijn loopbaan bij een advocatenkantoor. Vanaf 1962 tot en met 1981 was hij als rechtsgeleerde en professor verbonden aan de vermaarde Yale Law School. Zijn specialisatie was gelegen in het bestuursrecht en mededingingsrecht. Bork was een zogeheten originalist. Dit betekent dat hij de Amerikaanse Grondwet trachtte te interpreteren zoals haar opstellers, ‘The Founding Fathers’ het bedoeld hadden.

Bork’s opkomst geschiedde onder president Richard Nixon. Laatstgenoemde stelde Bork aan als Solicitor General of the United States van 1973-1977, een van de belangrijkste functies op het Amerikaanse Ministerie van Justitie. Gedurende iets meer dan een jaar was Bork tegelijkertijd United States Attorney General, de hoofdjurist van het genoemde ministerie, kabinetslid en een voornaam juridisch adviseur van de president. President Ronald Reagan stelde Bork in 1982 aan als rechter in het United States Court of Appeals for the District of Columbia Circuit. Een Hof van Beroep, waarvan er dertien zijn in de VS, gezeteld in Washington D.C. Hier diende Bork tot maart 1988.

In 1987 nomineerde Reagan Bork voor een zetel in het Supreme Court van de VS. Dit was het moment waarop ‘Borking’ een werkwoord werd. Burgerrechten-, vrouwenrechten- en LBGT-activisten en Democratische politici onder aanvoering van senator Joe Biden voerden een felle anti-campagne. Deze campagne werd niet enkel in de Senaat gevoerd. Tot in TV spotjes werd Bork afgeschilderd als een iemand die ‘The Civil Rights Act’ als ongrondwettelijk beschouwde, als een anti-abortusjurist, hij zou vrouwen slechts toe hebben willen laten tot de arbeidsmarkt wanneer ze vooraf gesteriliseerd zouden worden, hij zou de rechten van homoseksuelen in willen perken. De Democratische senator Ted Kennedy, lid van de Kennedy dynastie, verwoordde zijn afkeer als volgt:

Robert Bork’s America is a land in which women would be forced into back-alley abortions, blacks would sit at segregated lunch counters, rogue police could break down citizens’ doors in midnight raids, schoolchildren could not be taught about evolution, writers and artists could be censored at the whim of the Government, and the doors of the Federal courts would be shut on the fingers of millions of citizens for whom the judiciary is—and is often the only—protector of the individual rights that are the heart of our democracy… President Reagan is still our president. But he should not be able to reach out from the muck of Irangate, reach into the muck of Watergate and impose his reactionary vision of the Constitution on the Supreme Court and the next generation of Americans. No justice would be better than this injustice.”

Bork’s reactie: “There was not a line in that speech that was accurate.”

Bork had zonder twijfel conservatieve denkbeelden, maar was lang niet zo’n extremist als zijn tegenstanders wilden laten geloven. Nadat hij in 1988 niet werd verkozen voor de Supreme Court gaf hij teleurgesteld ook zijn positie op als rechter in Washington D.C.. In het latere deel van zijn carrière gaf hij college op de kleinere Amerikaanse universiteiten en was een adviseur van Mitt Romney tijdens een zijn mislukte pogingen om president te worden. Ook schreef Bork academische artikelen en juridische columns.

U begrijpt al, het werkwoord ‘borking’ betekent het neerhalen van een kandidaat door middel van een lastercampagne. Twee nominaties voor Supreme Court van Donald Trump, Neil Gorsuch en Brett Kavanaugh zou hetzelfde lot ten deel vallen. Gorsuch zou een Ku Klux Klan-sympathisant zijn. Kavanaugh zou meerdere vrouwen sexueel hebben geïntimideerd en vier vrouwen hebben verkracht. Voor geen van de beschuldigingen werd ooit bewijs gevonden.

Wat ‘Slouching Towards Gomorrah’ de moeite van het lezen waard maakt is dat het een grondige analyse is van de opkomst en infiltratie van wat Bork ‘Nieuw Links’ noemt: Activistische studenten en professoren (waaronder grondlegger Herbert Marcuse) die zich tegen de westerse beschaving keren en alle mogelijke middelen gebruiken om haar te ondermijnen. Bork heeft ook de Amerikaanse rechtspraak steeds politieker zien worden omdat rechters werden en worden aangesteld vanuit ‘Nieuw Linkse’-kringen om ideologisch gekleurde uitspraken te doen. Bork verwoordde deze ontwikkelingen als volgt:

“In tracing the progression of liberty and equality to their present, corrupt states of moral anarchy and despotic egalitarianism, the influence of the “intellectual” class must be noticed. Intellectual is in quotes to indicate that most of that class is not involved with serious mental work. Its members are generally critical of, if not actively hostile to, bourgeois society and culture. They are, moreover, susceptible to Utopian fantasies.”

(…)

Intellectuals may be intellectually negligible, but they are an important cultural force nonetheless. Because they wield the power of language and symbols, their values and ideas are broadcast by the press, movies, television, universities, primary and secondary schools, books and magazines, philanthropies, foundations, and many churches. Thus, intellectuals are influential out of all proportion to their numbers. Worse, it may well be that their leftist political and cultural attitudes are permanent, beyond the reach of rational argument.”

(…)

Hatred of America and the West is seen most clearly in American universities, which, as sociologist Paul Hollander remarks, “have since the 1960s become the major resources or reservoirs of the adversary culture.” When Yale proposed a program for the study of Western civilization, a professor of English exploded: “Western Civilization? Why not a chair for colonialism, slavery, empire, and poverty?” while a history professor said: “The major export of Western Civilization is violence.

(…)

“It will be extremely difficult to defend traditional values against intellectual class onslaught. Not only do the intellectuals occupy the commanding heights of the culture and the means by which values and ideas are created and transmitted, they control the most authoritarian institution of American government, the federal and state judiciaries, headed by the Supreme Court of the United States. The courts have increasingly usurped the power to make our cultural decisions for us, and it is not apparent that we have any means of redress.”

(…)

In its cultural-political role, the Court almost invariably advances the agenda of modern liberalism. That is to say, the Justices, or a majority of them, are responsible in no small measure for the spread of both radical individualism and radical egalitarianism. The Court chose this path before the spirit of the Sixties became evident, which is another sign that the Sixties radicals did not originate but accentuated trends that were already active.”

(…)

“Judicial radical individualism weakens or destroys the authority of what sociologists call “intermediate institutions”… families, schools, business organizations, private associations, mayors, city councils, governors, state legislatures…that stand between the individual and the national government and its bureaucracies. All of this has happened within the lifetimes of many Americans. We are worse off because of it, and none of it was commanded or contemplated by the Constitution.”

Deze citaten geven een kenschets van het juridisch activisme in het westen. De promotie van LGBT-rechten, niet langer mogen discrimineren, als in geen enkel onderscheid mogen maken tussen groepen, steeds meer sociaal-maatschappelijke invoelendheid van rechters, steeds meer politieke kleuring van vonnissen, versoepeling van wetgeving aangaande drugsgebruik, het zijn ontwikkelingen die nu al decennia gaande zijn. Zeer planmatig wordt er gewerkt aan een verandering, wat heet, een ondermijning van de maatschappij en de mensen die er deel van uitmaken. Zo strompelen we richting Gomorra.

Het antwoord op dit vijandige programma ligt volgens Bork in het omarmen van traditionalisme, waar het laatste en zwakste deel van het boek over gaat: “The passive conservatism that Hayek described is characteristic of those Republicans the press loves to describe as “moderates.” As former Senator Malcolm Wallop put it: “If the Democrats were to suggest burning down every building on Capitol Hill, the Republican moderates would say, ‘That’s too radical. Let’s do it one building at a time and stretch it out over three years.’ ”There is, however, a more aggressive conservatism, or traditionalism, and it is there that our salvation must be found, if it is to be found at all.”

Bork, als man die jarenlang staatsinstituten heeft gediend, ziet kans in een heropleving van het westen langs de weg van het conservatisme, waar hij eerder verwarrend genoeg de term traditionalisme hanteerde. Conservatieve kerkgenootschappen, conservatieve politici en conservatieve juristen dienen samen met een conservatieve culturele volksgemeenschap de VS en het westen te behoeden voor ultiem verval. Het was echter al bij het verschijnen van het boek in 1996 duidelijk dat conservatisme er nooit in slaagt ook maar iets te behouden. De analyse van Bork is ijzersterk, de oplossing ligt echter niet in institutioneel-gedreven conservatisme, maar in daadwerkelijk traditionalisme uitgaand van de onbreekbare eenheid van een nationale volksgemeenschap.

Isengrim