Rasrealisme, een introductie

In de moderne, westerse samenleving zijn vele taboes geslecht. Eeuwen geleden, met het begin van de verlichting, werden ratio en rede de belangrijkste middelen tot kennisvergaring waar voorheen religieuze dogma’s onaantastbaar waren. Verlichtingsdenkers konden deze dogma’s echter niet rationeel verklaren en accepteerden de enige keus die ze hadden: ze verwierpen die dogma’s. De enorme dominantie die de katholieke kerk had op de samenleving begon af te nemen. Heden ten dage is religie teruggedrongen tot een hoofdzakelijk cultureel verschijnsel en de scheiding van kerk en staat is een absoluut fundament onder de westerse samenleving geworden.

Andere taboes werden, in het kielzog daarvan, eveneens bespreekbaar. De positie van de vrouw, die van oudsher ondergeschikt was aan die van de man, werd mettertijd verbeterd zodat vrouwen nu volledig op gelijke hoogte staan met mannen. Op talloze punten zijn ze mannen zelfs voorbij gestreefd. Zaken als bijgeloof werden teruggedrongen, aangezien bijgeloof niet stoelt op rationele verklaringen en zijn bestaansrecht dus verloor. De wetenschappelijke methode brak definitief door als de enige acceptabele methode om kennis te vergaren. Het moge duidelijk zijn dat de West-Europese samenleving een bijzonder snelle progressie boekte, zowel op wetenschappelijk, filosofisch als economisch gebied. De huidige West-Europeaan heeft toegang tot onvoorstelbare hoeveelheden verifieerbare kennis en is dusdanig welvarend dat, zo iemand dat een eeuw geleden voorspeld zou hebben, hij als een sciencefictionschrijver zou worden weggezet. Denk bijvoorbeeld aan de bekende Franse auteur Jules Verne.

Wie echter van mening is dat we nu vrijelijk over alles mogen spreken zit er echter toch naast. Veel taboes zijn er niet meer over nadat moedige, gedreven en tegendraadse mensen ze aanvielen en uiteindelijk, op grond van de ratio en de reeds genoemde wetenschappelijke methode, niet meer van repliek konden worden gediend. Er is echter één taboe dat uitermate hardnekkig is en waarover niemand durft te spreken tenzij hij de algemeen aanvaarde dogma’s ondersteunt. U raadt natuurlijk al op welk taboe ik hier doel: verschillen tussen menselijke rassen. Wie hier ook maar de geringste afwijking van de enige toegelaten mening hierover tentoonspreidt wordt bespot, beschimpt, overladen met kritiek, verstoten uit de media – tenzij om hem zwart te maken – en weggezet als racist, nazi of wat dies meer zij. Iemand die dat bijvoorbeeld overkwam is Yernaz Ramautarsing. Yernaz Ramautarsing is echter geen bijster bekend persoon en buiten Nederland zal hij vrijwel niet bekend zijn. Een ander geval betreft de geniale wetenschapper James Watson. Watson legde het theoretische en empirische raamwerk voor de dubbelehelixvorm van het DNA en daarmee heeft hij de biologische wetenschap misschien wel de grootste dienst ooit bewezen! Een enkele opmerking over intelligentieverschillen tussen Afrikanen en westerlingen was zijn publieke doodvonnis. Hij mag van geluk spreken als hij nog ergens biologieles op een middelbare school kan geven. Geen genade voor dergelijke vreselijke racisten! De tientallen jaren dat hij een tomeloze inzet toonde om de mensheid verder te helpen betekenen niets meer. Het moge duidelijk zijn dat dit illustreert hoe sterk dit taboe is.

De stellingen

In dit hoofdstuk wil ik de stellingen waarover rasrealisten – doorgaans heimelijk of anoniem – trachten vrijelijk te discussiëren weergeven en van een toelichting voorzien.

Menselijke rassen bestaan

Hoewel volgens de wikepedia menselijke rassen niet bestaan en het zelfs strafbaar is volgens het eerste artikel van de grondwet (nogmaals, zie hoe enorm sterk het taboe is) om enig onderscheid naar ras te maken zijn er wel degelijk verschillen tussen groepen mensen die op evolutionaire afkomst gebaseerd zijn te zien en deze kunnen ook wetenschappelijk verklaard worden. Zo is het geen geheim dat pygmeeën kleiner zijn dan andere homo sapiens. Dat ontkennen is zo absurd dat rasdogmatici pygmeeën eenvoudigweg niet noemen. Minder bekend is echter dat pygmeeën ook een kleinere herseninhoud en een lager IQ hebben. Het IQ van pygmeeën is het laagste van alle af te bakenen groepen mensen. Er zijn maar weinig pygmeeën wetenschapper, advocaat of beurshandelaar.

Wie wel eens naar Studio Sport kijkt weet ook dat marathons tegenwoordig vrijwel altijd worden gewonnen door mensen van Afrikaanse afkomst, vooral Kenyanen. Het NRC verklaart dit bijvoorbeeld door de bouw van Oost-Afrikanen te omschrijven, die zich goed leent voor het lopen van lange afstanden. Iets positiefs zeggen over Afrikanen valt buiten het gangbare taboe.

Zo’n driekwart van de Amerikaanse profbasketballers is zwart hoewel ze maar zo’n 12% van de bevolking uitmaken. Dit suggereert ten sterkste dat zwarten meer talent hebben voor basketbal en dat Aziaten, die maar zo’n 0,2% van de profbasketballers uitmaken, dat veel minder hebben.

Groepen mensen mengen ook veel sneller binnen eigen kring dan daarbuiten. Een zwarte met een zeer donkere huid heeft bijvoorbeeld geen of vrijwel geen Europese voorouders in zijn stamboom en zijn lijn loopt dus rechtstreeks terug naar Afrika. Een blanke die geen getinte huid heeft heeft juist een zeer lange lijn vanuit Europa. Immers: als er een voorouder met een andere huidskleur in de lijn had gezeten had dat bij dat individu nog zichtbaar moeten zijn. Zo zijn er groepen mensen die al vele tienduizenden jaren niet met elkaar gemengd zijn.

Het spreekt dat we zo eindeloos kunnen doorgaan. Of we op grond van deze feiten over ‘menselijke rassen’ in de strikt wetenschappelijke term kunnen spreken zal ik in het midden laten. Wat echter wel vaststaat is dat er groepen af te bakenen zijn op grond van bepaalde kenmerken en dat die groepen bepaalde eigenschappen in meerdere of mindere mate hebben. Het idee dat het begrip ‘ras’ zich slechts beperkt tot oppervlakkige uiterlijke kenmerken is echter volmaakt absurd.

Het evolutionaire pad voor groepen mensen is divers

De moderne mens, de homo sapiens, verspreidde zich vanuit Afrika over de wereld. Niet allemaal uiteraard en ook Afrika werd voor het overgrote deel bevolkt door de homo sapiens, de enige mensachtige die niet is uitgestorven1. De homo sapiens kwam uiteindelijk ook in Europa. Europa werd al bevolkt door mensachtigen zoals de neanderthaler voordat de homo sapiens Europa binnendrong. De neanderthaler stierf uiteindelijk uit, maar niet alvorens zich te mengen met deze homo sapiens. Terugkeer van deze homo sapiens naar Afrika heeft niet plaatsgevonden. De homo sapiens in Europa en Afrika ontwikkelden zich vele duizenden tot tienduizenden jaren zelfstandig.

De omstandigheden in Europa en Afrika waren echter zeer verschillend van elkaar. Zo zijn er enorme verschillen in klimaat, flora en fauna. Evolutie in verschillende omstandigheden kan zelfs tot het ontstaan van compleet nieuwe soorten leiden! Wie de evolutionaire geschiedenis van om het even welke diersoort bestudeert zal vrijwel altijd uitkomen op een voorouder die ook de voorouder is – op de lange evolutionaire termijn – van een soort die er nauwelijks nog op lijkt. Zo stammen walvissen af van op het land levende hoefdieren.

Het is absurd om aan te nemen dat de evolutie van de homo sapiens in compleet verschillende omstandigheden niet leidt tot verschillen in groepen op grond van hun evolutionaire achtergrond. Er is geen enkele fundamentele reden waarom dat het geval zou moeten zijn. We zouden zelfs bij alledaagse dieren als honden zien dat ze in warme omstandigheden een dunnere vacht ontwikkelen dan in koude omstandigheden en dat hun nazaten een aanleg voor een ‘passende’ vacht ontwikkelden. De Europese mens mengde zich, zoals reeds vermeld, zelfs met neanderthalers die nooit homo sapiens waren. Desondanks zijn er geen verschillen tussen groepen?

IQ is onderhevig aan evolutie

Talloze fysieke kenmerken zijn onderhevig aan evolutie. Zo verloor de Europese homo sapiens zijn kroeshaar en donkere huidskleur. Een grote beschikbaarheid van voedsel kan leiden tot organismen die groter en sterker zijn, terwijl voedselschaarste eerder zou leiden tot kleinere organismen die met minder voedsel toe kunnen. Slangen stammen af van dieren die wel nog gewoon poten hadden en bij sommige soorten zijn daarvan nog – inwendig – sporen zichtbaar. De slang paste zich aan aan de omgeving waarbij poten niet meer zinvol of zelfs hinderlijk waren en met de tijd verdwenen ze zelfs volledig.

Volgens rasdogmatici, zoals Dimitri Tokmetzis is er echter geen enkel verschil in IQ tussen menselijke ‘rassen’. Blijkbaar wordt het IQ – feitelijk de aanleg voor intelligentie, vergelijk het met talent voor voetbal – dus volledig willekeurig bepaald bij ofwel de conceptie ofwel tijdens de ontwikkeling van de foetus in de baarmoeder. Het ligt voor de hand dat dit al bij de conceptie gebeurt, als het DNA van de vader en het DNA van de moeder samensmelten tot een nieuwe embryocel, aangezien intelligentie voor zo’n 50% tot 80% erfelijk is. Dat IQ voor een deel erfelijk is is weinig controversieel. Als dat niet het geval zou zijn geweest en het puur ‘roulette’ is dat het IQ zou bepalen zou dat al lang en breed opgevallen moeten zijn. Nu storen rasdogmatici zich in het geheel niet aan feiten, maar de erfelijkheid van intelligentie ontkennen zou tot een storm van kritiek vanuit het veld leiden. Omdat erfelijkheid van intelligentie in principe niet is gebonden aan enige discussie over rassen en dit ook binnen rassen het geval is viel dit niet onder het taboe. Daarover kan men dus vrijuit spreken en publiceren.

De neanderthaler had een grotere herseninhoud dan de homo sapiens. Blijkbaar heeft evolutie ook betrekking op de grootte van de hersenen en hebben deze grotere hersenen de neanderthaler een voordeel gebracht. Hersenen verbruiken veel energie en voedsel was in die tijd per definitie schaars. Evolutie zou niet kunnen hebben geleid tot grotere hersenen als deze geen voordeel zouden bieden. Nu hoeft er nog geen directe link te zijn tussen de grootte van de hersenen en het IQ. Het ligt echter wel zeer voor de hand dat evolutie van toepassing is op intelligentie. De zware omstandigheden in Europa boden mensachtigen die werktuigen konden ontwikkelen een voordeel boven degenen die daarin minder bedreven waren. Het leven in sociale verbanden maakte het mogelijk extra barre tijden te overleven, doordat individuen konden overleven ook als ze enige tijd – bijvoorbeeld door verwondingen – niet voor zichzelf konden zorgen. Het plannen van de toekomst is een kenmerk van intelligentie dat we ook in het dagelijks leven terugzien. Wie voedselvoorraden kan aanleggen om zware tijden te overleven heeft een onmiskenbaar voordeel. Bij een grotere beschikbaarheid van voedsel zullen echter wellicht andere kenmerken dominanter worden, zoals spierkracht, waardoor een potentiële partner veroverd kan worden ten koste van iemand die minder hard kan slaan.

Rasdogmatici beweren dat de verschillende omstandigheden nog niet de geringste invloed hebben op de evolutionaire ontwikkeling van intelligentie, hoewel de intelligentieverschillen tussen de verschillende mensachtigen in de menselijke stamboom enorm zijn en deze intelligentie met de tijd toeneemt. Geen enkele diersoort komt ook maar in het minst in de buurt van de intelligentie van de homo sapiens! Het is absurd aan te nemen dat de homo sapiens in Afrika te allen tijde precies zo intelligent was als de Europese homo sapiens waarmee hij zich niet uitwisselde. Hetzelfde kan gesteld worden voor bijvoorbeeld Noord-Amerikaanse indianen, die zich uiteindelijk geografisch hebben afgescheiden van hun voorouders en hun eigen evolutionaire pad gingen volgen. Het is te zot voor woorden of zelfs gedachten dat niet elke groep uiteindelijk een bepaald gemiddeld intelligentieniveau kende. Wie dat beweert kan echter worden opgesloten of op z’n minst uit het publieke debat verbannen worden.

Kunstmatige selectie

Evolutie is het resultaat van natuurlijke selectie, de ‘survival of the fittest’. Een veel gemaakte fout is om ‘fittest’ te lezen als ‘sterkste’, maar dat wordt er niet mee bedoeld. Een oersterke gorilla zou in het water geen schijn van kans hebben om te overleven. ‘Fittest’ betekent hier ‘passendst’ van ‘to fit’. Degene die het best aangepast is aan zijn omgeving zal zich het beste voortplanten en voor de volgende generatie geldt uiteraard weer hetzelfde. Natuurlijke selectie verloopt zeer langzaam.

Er is echter ook sprake van kunstmatige selectie. Zo komen honden van nature niet voor in de natuur, maar zijn ze door de mens gefokt uit wolven. De wolf zal een veel grotere overlevingskans hebben in de natuur, maar de mens verkoos de eigenschappen van honden boven de natuurlijke eigenschappen van de wolf.

Deze vorm van kunstmatige selectie kan echter ook onbewust plaatsvinden en dan extreem snel verlopen. Stel dat de overheid zou bepalen dat alleen mensen met een IQ van boven de 120 zich mogen voortplanten en dat de kinderen van ouders met een lager IQ na de geboorte gesteriliseerd werden. Binnen slechts enkele generaties – dus minder dan een eeuw! – zou het IQ binnen die samenleving met sprongen zijn gestegen, al is er natuurlijk een grote kans dat de populatie dan veel kleiner is. Je kan mensen ook laten krimpen door alleen kleine mensen zich te laten voortplanten. Dit idee is minder vergezocht dan het lijkt.

Het IQ van Asjkenazische joden2 is bijvoorbeeld bijzonder hoog – gemiddeld zo’n 115 – en joden winnen zo’n 25% van de Nobelprijzen3, behalve voor de litaratuur en de vrede. Dit komt doordat ze vroeger, in Europa, veel beroepen niet mochten uitoefenen en ‘veroordeeld’ werden tot beroepen waarbij intelligentie belangrijk was, zoals in de financiële sector en jurisme. Daardoor konden intelligente joden betere partners kiezen en meer nakomelingen in leven houden en was er sprake van een opwaartse druk op de intelligentie. Niet-joden hadden die opwaartse druk in mindere mate en hun intelligentie bleef uiteindelijk achter bij die van joden.

Stel dat alle rassen, behalve natuurlijk pygmeeën, precies aan elkaar gelijk zijn maar dat bepaalde rassen worden onderdrukt door dominantere rassen. Waarom zou deze kunstmatige selectie dan niet kunnen leiden tot een ander gemiddeld IQ bij dat ras? Als het bij joden tot een hoger IQ heeft geleid, en dus bij niet-joden gemiddeld tot een lager IQ, waarom zouden andere groepen daar immuun voor zijn? Of zou een dergelijke vorm van onderdrukking niet plaats kunnen vinden omdat het resultaat ervan tegen de rasgelijkheidsdogma’s in gaat? Dat is natuurlijk bespottelijk. Bovendien zijn rasdogmatici vrijwel altijd dezelfde figuren die roepen dat blanken onderdrukkers zijn en racisme endemisch is in de samenleving.

Aan het eind van het liedje hebben we allemaal hetzelfde gemiddelde IQ? Dat kan onmogelijk het geval zijn.

IQ-testen leveren verschillende uitkomsten op

Voor wie zich met de materie bezighoudt is dit een bekend verschijnsel. Zwarten scoren structureel lager op IQ-testen dan blanken en blanken scoren weer lager dan Zuid-Oost-Aziaten die de Asjkenazische joden weer voor zich moeten dulden. Dezelfde effecten zie je ook terug in opleidingsniveau, sociaal-economische status, maatschappelijk succes, inkomen en criminaliteit, om maar enkele verschijnselen te noemen die samenhangen met intelligentie. Ook Dimitri Tokmetzis (!) geeft zonder pardon toe dat IQ-testen verschillende uitkomsten naar ras opleveren, hoewel hij zelf de eerste zou moeten zijn die dat ontkende in zijn artikel: Dit zijn de waanideeën waarop ‘rassenleer’ is gebaseerd. Als zelfs hij het al zegt, hoeven wij er niet meer aan te twijfelen toch? De grootste kritiek erop zou immers uit zijn eigen kamp moeten komen.

Dimitri Tokmetzis beweert echter in hetzelfde artikel dat dit komt door sociaal-economische verschillen tussen de groepen, waarbij hij niet lijkt te overwegen dat het aangeboren IQ deze sociaal-economische verschillen juist veroorzaakt. De stelling dat alle rassen precies hetzelfde gemiddelde IQ hebben is een bijzonder boude stelling. Je zou verwachten dat rasdogmatici deze trachten aan te tonen door te schermen met onderzoeken waarbij deze intelligentie daadwerkelijk gemeten wordt en overal precies dezelfde uitkomst oplevert. Dat gebeurt echter nooit en ook de topwetenschappers die James Watson demoniseerden deden dat niet. Ze kwamen niet verder dan luidkeels te roepen dat de stelling van Watson niet door onderzoek wordt gestaafd. Dat is ten eerste onjuist, want zelfs Tokmetzis verwijst naar die onderzoeken. Ten tweede kan het ook betekenen dat er nog onvoldoende onderzoek is geweest hetgeen niet verrassend zou zijn omdat niemand er zijn vingers aan zou durven branden. Afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid.

De onderzoeken geven echter al een eeuw hetzelfde resultaat. Er is een verschil in gemeten – dus niet veronderstelde – IQ tussen rassen. Dit lijkt dogmatici echter niet af te schrikken. De vraag is of ze ook zo de hakken in het zand zouden zetten als onderzoeken juist aantoonden dat er een gemiddeld wereldwijd IQ is, hetgeen feitelijk is wat ze beweren. Me dunkt dat ze dat dan als bewijs voor hun stelling zouden presenteren. Dergelijke privileges gunnen ze hun tegenstanders echter niet.

Argumenten van tegenstanders

Uiteraard komen de tegenstanders met argumenten die de stellingen van rasrealisten zouden moeten ontkrachten. Ik zal de belangrijkste hieronder noemen en toelichten.

Het zijn sociaal-economische factoren

Volgens rasdogmatici zijn het sociaal-economische factoren die de verschillen in maatschappelijk succes en de resultaten van IQ-testen verklaren. Dit is echter onmogelijk hard te maken. Als IQ voor het grootste deel erfelijk is, waarom zou het dan afnemen bij een slechte sociaal-economische positie van mensen? Dit verandert hun DNA immers niet. Het zou het restant, dus het niet-erfelijke gedeelte, misschien kunnen verklaren. Dit verklaart echter niet waarom die verschillen wereldwijd terugkomen. Afrikanen scoren in Afrika zelfs nog een stuk lager dan zwarten in de VS, bijvoorbeeld. Dit terwijl hun onderdrukkers zeer ver weg zijn. Bovendien zijn de verschillen in de IQ-testen veel te groot om nog door het beperkte niet-efelijke deel te worden bepaald.

Het mechanisme waardoor een lagere sociaal-economische status tot een lagere IQ-score zou leiden wordt ook nergens toegelicht. Het is nu aan de rasdogmatici om deze stelling wetenschappelijk aan te tonen en waarom een kind van een arme tienermoeder zonder vader in beeld lager scoort op IQ-testen.

Een lagere intelligentie betekent een lagere opleiding, meer schooluitval, minder goede banen, impulsiever gedrag, het minder goed inschatten van de gevolgen van daden en een grotere kans op drugsgebruik, een slechtere partnerkeuze, een lager inkomen en een beperkter vermogen de toekomst te plannen. Ofwel: een lagere sociaal-economische positie. Komaan, zo moeilijk is het niet…

Rassen bestaan niet

Wellicht bestaan rassen niet in de wetenschappelijke zin van het woord, maar er zijn wel degelijk groepen mensen af te bakenen. Noord-Amerikaanse indianen zijn inderdaad geen ras, maar zijn wel los van de rest van wereld geëvolueerd en ze mengen zich hoofdzakelijk in eigen kring. Er zijn maar weinig kinderen die indiaanse en een zwarte ouder. Zwarten hebben ongetwijfeld een evolutionaire achtergrond waarbij te pas en te onpas groepen gemengd en weer afgescheiden zijn, maar ze hebben wel gemeen dat ze uit Afrika komen en niet met anderen zijn gemengd. Voor Aziaten geldt hetzelfde. Ze zijn dusdanig geïsoleerd geweest dat ze specifieke uiterlijke kenmerkten ontwikkelden. Het zal ongetwijfeld geen ras zijn, maar ze zijn wel als groep af te bakenen.

We kunnen over groepen wel degelijk uitspraken doen die ook wetenschappelijk te onderbouwen zijn. Omdat in de omgangstaal het begrip ‘ras’ wordt gebruikt voor mensen van verschillende afkomst en niet voor de wetenschappelijke term is het ontkennen van het bestaan van rassen geen valide argument, al zou het wetenschappelijk juist zijn.

IQ-testen meten geen intelligentie

Tokmetzis noemt dit ook als argument in zijn artikel. Het is echter volkomen onjuist. IQ-testen zijn een zeer goede, zo niet de beste, voorspeller van maatschappelijk succes. Intelligente mensen scoren er hoger op en zijn later ook maatschappelijk succesvoller. Groepen met een laag gemeten IQ doen het ook maatschappelijk slechter. Bovendien is een IQ-test niet de enige methode om intelligentie te meten. Een andere methode is om te kijken naar het opleidingsniveau. Aangezien iemands schoolcarrière vele jaren duurt waarbij in de tussentijd ook van niveau gewisseld kan worden moet het uiteindelijke opleidingsniveau een goede representatie van de intelligentie zijn. Bepaalde groepen zijn lager opgeleid en andere groepen hoger en dit correleert sterk met IQ-testen. De stelling dat de verschillen in IQ-testen niet aantonen dat er intelligentieverschillen zijn tussen groepen snijdt dus ten eerste geen hout en ten tweede zijn die intelligentieverschillen ook zichtbaar als er naar andere factoren wordt gekeken.

Rastheorieën zijn kwaadaardig en hebben tot grote rampspoed geleid

Er zullen in het verleden ongetwijfeld talloze rastheorieën de ronde hebben gedaan en dat kan inderdaad tot grote rampspoed leiden. Dit houdt echter niet in dat we moeten stoppen met op wetenschappelijke wijze onderzoek te doen naar de verschillen tussen groepen mensen. Dit is om verschillende redenen noodzakelijk.

Allereerst kan het een verklaring geven voor problemen die bepaalde groepen mensen in ernstige mate teisteren. Zo zijn allochtonen van Afrikaanse afkomst vele malen crimineler dan Nederlanders of Europese migranten. Om dat probleem te bestrijden moet de oorzaak daarvan worden achterhaald zodat een passende oplossing kan worden gevonden.

Ten tweede: als de rasdogmatici gelijk hebben kunnen ze dat wetenschappelijk aantonen en daarmee de rasrealisten de wind uit de zeilen nemen. De rasdogmatici zouden juist moeten pleiten voor de onderzoeken die ze zo verketteren als rasrealisten ze uitvoeren of ermee schermen.

Ten derde: het zou misschien wel het grootste taboe binnen de westerse samenleving slechten. De westerse samenleving heeft juist zoveel progressie geboekt doordat uiteindelijk alles bespreekbaar werd en met de ratio beoordeeld werd. Het doorbreken van taboes heeft ons gebracht waar we zijn. Laten we de laatste taboes doorbreken en we zullen nog verder doorstomen!

Conclusie

Er zijn verschillen in IQ tussen verschillende rassen. Deze worden niet direct door de ‘raskenmerken’ veroorzaakt, maar zijn het resultaat van een evolutionair pad dat zowel tot een bijbehorend gemiddeld IQ als tot deze uiterlijke kenmerken leidt. Zo zijn mensen van Afrikaanse afkomst zwart en hebben ze een lager gemiddeld IQ dan mensen van Europese afkomst, die daardoor zowel blank als gemiddeld intelligenter zijn. Onderzoeken tonen dit keer op keer aan terwijl er geen enkel wetenschappelijk bewijs, of zelfs maar suggestie is, dat er een globaal IQ is waaraan iedereen onderhevig is.

Jan de Scherprechter

Voetnoten
1: Mensachtige dieren zoals de dwergchimpansee reken ik hierbij niet tot mensachtigen.
2: Joden zijn geen ras, maar wel als groep af te bakenen.
3: Rasdogmatici ontkennen het intelligentieverschil tussen groepen mensen. De vraag is of ze hier nu een joodse samenzwering in zien.

5 thoughts to “Rasrealisme, een introductie”

  1. Interessant en bijzondere helder geschreven stuk. Toch vraag ik met af of verschillen in het IQ tussen bv. Europeanen en bewoners van het Afrikaanse continent wel dusdanig groot zijn dat dit leidt tot significant waarneembare verschillen in het aandeel van deze groeperingen in criminaliteit, welvaart, onderwijs, arbeidsmarkt participatie etc.

    1. Bedankt voor het compliment Albert!

      De verschillen verklaren wel degelijk het overgrote deel van de problemen. Je ziet aan laag-intelligente blanken dat ze dezelfde problemen hebben als veel zwarten: lage opleiding, impulsiviteit, grotere kans op de criminaliteit in te gaan enz.

      Het verklaart waarom Afrikaanse landen zich niet goed ontwikkelen en landen met blanken of Aziaten wel. Het beste voorbeeld daarvan is Zuid-Afrika. De zwarte had het nergens zo goed in Afrika als in Zuid-Afrika, met hun blanke leiders. Daarna werd de Apartheid afgeschaft en met 85% zwarten die op zwarten stemden kreeg het direct zwart leiderschap. Kijk in dit filmpje maar hoe dat is afgelopen: https://www.youtube.com/watch?v=f4D9T7OG9rg .

      Het verklaart waarom zwarten, die steeds roepen dat ze onderdrukt worden, het wel veel beter doen op sportvelden maar minder goed op universiteiten. Aziaten zijn weer precies het omgekeerde.

      De zwarten wonen al eeuwen in de VS, maar niets heeft hun positie nou echt significant verbeterd. Steeds naar blanken als onderdrukker wijzen is zinloos, je kan niet eindeloos anderen de schuld geven als je zelf getto’s maakt van je wijken, de criminaliteit in gaat, met school stopt enz.

      Landen als Japan en Korea hebben nog geen eeuw geleden vreselijke oorlogen doorgemaakt. Ze herstelden zich in korte tijd. Afrikaanse landen mekkeren nog steeds over de kolonisatie, hoewel dekolonisatie ze niets gebracht heeft en ze zich op eigen kracht niet ontwikkelen.

      Je ziet het ook bij Aboriginals, die een zeer laag IQ hebben. Die zijn 40.000 jaar stil blijven staan terwijl de Europeaan zijn land in een eeuw volledig in cultuur bracht.

      Dus Albert: de verschillen in IQ verklaren de verschillen in uitkomst. Het is ten hemel schreiend dat er niet over gepraat mag worden als er gepraat wordt over migratiestromen! Je weet dat bepaalde groepen hier nooit succesvol gaan zijn, zoals Somaliërs. Grenzen dicht voor achterlijke culturen!

  2. Volledig eens met dit stuk en het aanvullend commentaar. Ik ben nu een vijftiger, maar zag dit al in de jaren 70 toen ik een tiener was. Het viel me toen al op dat de grote massa’s “gastarbeiders” (zoals ze toen nog genoemd werden) niet bijster slim over kwamen. Idem de vele Antillianen en Surinamers in ons land.
    Ook toen al kwam de criminaliteit voor een groot deel voor rekening van deze groepen. Ik heb jaren geleden bij toeval een aantal statistieken in handen gehad van de politie, van begin jaren 80 en daar zat een grafiek bij van de toename van de criminaliteit (overvallen, diefstal, geweld etc, wat men later “kleine criminaliteit” ging noemen) en die curve blijft vanaf de jaren 50 laag, maar schiet halverwege de jaren 70 gigantisch de hoogte in om maar te blijven stijgen. Heel toevallig loopt die stijging parallel met de komst van vele gastarbeiders en “rijksgenoten”.

    Ook op hedendaagse scholen is het goed zichtbaar. Hele VMBO-scholen worden bevolkt met donker en minder donker getinte kinderen die er niks van bakken. Ordeverstoringen aan de orde van de dag, dealen, wapens, geweld, allemaal gewoon de in schoolgangen. Mijn dochter heeft de pech gehad een jaar op zo’n school te hebben moeten bivakkeren en dat was een bezoeking. De klas zat vol met allochtone kinderen die grossierden in stoornissen en daarvoor niet behandeld werden, omdat de ouders er niet op aanspreekbaar waren.
    De mentor gaf aan mij toe dat dit verschrikkelijk was (ja, zij was een uitzondering in onderwijsland, ik weet het) en gaf mijn dochter de kans haar toetsen te maken in een apart kamertje, want in de klas was het volstrekt onmogelijk door de vele ordeverstoringen.
    Zij heeft daarna vervolgopleidingen gekozen waar het aantal allochtonen heel klein is en dat is een verademing. Want ook op het MBO en zelf HBO is het een ramp. Een van mijn andere kinderen volgt een HBO opleiding en toen de groep begon bestond ruwweg de helft uit Turken, Marokkanen en Bosniërs. Deze waren binnen 3 maanden van de opleiding vertrokken, konden het niet aan of kwamen gewoon nooit meer terug. De groep bestaat nu uit wél gemotiveerde en getalenteerde studenten (het betreft een zware technische opleiding).

    Wat je ziet gebeuren is dat overheidsdiensten perse een allochtonenquotum willen halen, dat ze zichzelf overigens hebben opgelegd (deugen mensen, komop!). Ik heb dat gezien bij de overheidsdienst waar ik werkte. Daar moesten grote groepen allochtonen worden aangenomen in functies met complexe takenpakketten. Daarvoor was een VMBO-TL diploma nodig, waarna men intern een juridische MBO opleiding kreeg.
    Allereerst bleek het al heel lastig allochtonen te vinden met een VMBO-TL diploma. Tpen eindelijk een groep van start ging, bleek de MBO opleiding een struikelblok. Je zou verwachten dat ze van de opleiding verwijderd werden, maar neen, de normen werden steeds weer naar beneden bijgesteld, zodat iedereen de eindstreep haalde. Het behoeft geen betoog dat de kwaliteit van het werk van deze mensen beslist niet hoog lag. De meesten waren na een jaar weer ontslagen, wegens corruptie, machtsmisbruik of gewoon totaal disfunctioneren.
    Mijn vader vertelde als politieman precies hetzelfde te hebben meegemaakt toen in de jaren 80 en 90 veel allochtonen bij de politie aangenomen werden.

    Laatst hoorde ik weer dat er veel meer allochtonen tot rechter en officier van justitie benoemd moeten worden. Daarbij las ik ook weer dan men desnoods de toelatingseisen voor de RAIO opleiding maar moest aanpassen aan het algemene niveau van deze allochtonen….Dat wordt een kwalitatieve rechtspraak hoor! Juristen die op de universiteit al gematst zijn omdat ze anders hun tentamens niet halen, vervolgens toegelaten worden tot de RAIO opleiding en dan recht moeten gaan spreken met gebrekkige kennis en vaak nog een religie die nou niet bepaald bekend staat om zijn objectiviteit en gewogen oordelen.

    Het eindeloze deugen en alles hierop aanpassen, met allochtonenquota en lagere normen is zeer gevaarlijk. het zal uiteindelijk zorgen dat ons land verword tot een ongeorganiseerd, zielloos hell-hole zoals we die in Afrika en het Midden-Oosten op grote schaal aantreffen.

    1. @André: bedankt voor je uitgebreide reactie! Ik ben blij dat het artikel je heeft aangesproken.

      Dat de criminaliteit met de migratie toenam is geen geheim. Zo is het aantal aangiften sinds de jaren zestig vertienvoudigd, maar moet uiteraard wel rekening ermee worden gehouden dat de bevolking ook aanzienlijk toenam. Wel is het zo dat de gevangenissen disproportioneel veel allochtonen bevatten en dat er desondanks nog talloze allochtone criminelen vrij rondlopen. Je mocht er in het begin absoluut niets over zeggen, hoewel die criminaliteit deels verklaard kon worden door de oververtegenwoordiging van jonge (mag je wel zeggen) mannen (mag je wel zeggen) onder de migranten. Inmiddels is dat voor het grootste deel weer gelijk getrokken en kan je concluderen dat allochtonen met een Afrikaanse achtergrond crimineler zijn. Dat mag je niet zeggen, maar wel dat ze door blanken onderdrukt worden en dat dat zich uit in een hogere criminaliteit. Of vrouwen dan ook mannen onderdrukken wordt in het midden gelaten.

      Allochtonen zijn ook nog steeds lager opgeleid, terwijl blanken in Afrikaanse landen juist hoger opgeleid zijn. Jared Taylor – zoek daar zorgvuldig op want hij krijgt vaak met censuur te maken – beschreef in een van zijn boeken al de toestanden op zwarte scholen in de VS. Sommige docenten hadden permanent oordoppen in tegen het lawaai, boeken waren een zeldzaamheid bij ouders van kinderen, analfabetisme was heel normaal, kinderen hadden oma’s die krap 30 jaar ouder waren dan zijzelf, geweld, gangs en wapens waren aan de orde van de dag en van de geringste intellectuele uitdaging was geen sprake. Competitie op een gezonde manier kon plaatsvinden op sportvelden waar ze allemaal ‘the man’ wilden zijn, maar wie hoge cijfers haalde of zelfs maar wilde halen was een ‘uncle Tom’. Ouderavonden waren haast niet meer te houden vanwege de kakofonie aan talen die werden gesproken, nog even los van het feit dat de vader normaal gesproken niet in beeld was. Meisjes lieten zich vanaf jonge leeftijd door jan en alleman neuken, maar van enige vorm van duurzame relaties was geen sprake. Zwarten in de VS trouwen nauwelijks nog en zwarte vaders zijn die voor hun eigen kinderen zorgen zijn zeldzaam. Die komen normaal zelf uit een eenoudergezin.

      Hij schrijft ook uitgebreid over de gevolgen van quota, maar dat hield in dat allochtonen niet meer hoefden te functioneren en uitsluitend op hun quotum gingen leunen. Zo kwamen er talloze bedrijfjes op van zwarten waarbij ze niets anders deden dan het werk uitbesteden aan de beste bedrijven, maar dat waren vaak bedrijven van Aziaten en blanken. Bij het afschaffen van de quota gingen die zwarte doorschuifkantoortjes weer verloren. Het is absurd te denken dat we allemaal precies hetzelfde zijn, maar dat betoog ik ook uitvoerig in het artikel.

      Blanken onderdrukken geen zwarten en blanken zijn bijna de enige groep die geen enkele onderlinge verbondenheid zien. Zwarten kunnen elkaar aanspreken met ‘brother’ of ‘sistah’ en Zuid-Amerikanen kunnen zich onderling zien als ‘la raza’ oftewel ‘het ras’. Daar is dat heel normaal. We vinden het normaal als zwarten americanfootballspelers weigeren te gaan staan omdat ze opkomen voor hun rasgenote. Een blanke die zijn blankheid ziet als een pigmentcuriositeit en zich voldoende schaamt mag ademhalen. Maar een blanke die zich verbonden voelt met blanken mag dat niet! Dat is zonder meer strafbaar. Het is jammer dat veel blanken zo in zelfhaat zwelgen terwijl anderzijds vele tienduizenden migranten hun leven en een kapitaal op het spel zetten om het blanke Europa te bereiken. Ik ken er niet een die z’n leven waagde om Europa te verlaten!

  3. Interessant! Logisch beredeneerd en consistent uitgewerkt. 3 vragen/opmerkingen:

    1. Wat is jouw reactie op de nuanceringen zoals aangebracht door deze hoogleraren?
    Zie: https://eenvandaag.avrotros.nl/item/iq-verschillen-tussen-volkeren-zijn-wetenschappelijk-bewezen/

    2. Algemeen daar uit afgeleid, in deze context; hoe kijk je tegen “nature vs. nurture”?

    3. Jouw volgende statement is mijns inziens véels te kort door de bocht! Een uitholling.

    “Heden ten dage is religie teruggedrongen tot een hoofdzakelijk cultureel verschijnsel en de scheiding van kerk en staat is een absoluut fundament onder de westerse samenleving geworden.”

    Wat vind je van de visie van Ben Shapiro op twee peilers van de Westerse beschaving?

    Samengevat: “Jerusalem & Athene” > Revelation & Reason > Spiritualiteit & Rationaliteit…
    Zonder ‘Jeruzalem’ geen betekenis en zingeving, maar zonder ‘Athene’ geen “Teleologie”.

    Zie: https://www.youtube.com/watch?v=RVD0xik-_FM

    Gegroet!

Reacties zijn gesloten.