Ontworteling: hoe de moderne Westerling z’n houvast verloor (deel 3)

Een groot voordeel van het internet en de sociale media is dat ze een kijkje bieden in het gedachtengoed van groepen waarmee je in het dagelijks leven niet of nauwelijks in aanraking komt. Of met wie het contact normaal gesproken te weinig diepgang bereikt om een beeld te kunnen vormen van hun belevingswereld. Zo’n inkijkje bood het massale boerenprotest van enkele weken terug, of beter gezegd de reacties van stedelijke jongeren op het boerenprotest. Stedelijke jongeren… u weet wel, de mensen die in een niet al te grijs verleden onder de doelgroep van Stichting Jantje Beton vielen. Bleekneusjes die uit de grijze betonwijken werden gehaald naar de echte wereld, de wereld van de bollenoogst en de geur van omgeploegde kleigrond.

Op Twitter mengde een stedelijke jongere zich in de discussie over het boerenprotest. Zijn punt: als dat protest nog langer zoveel gedoe geeft dan kopen we het vlees toch niet meer van de boeren? Het vlees van de slager of de supermarkt is toch net zo goed? Ik moest even grinniken, maar ging toch zijn eerdere tweets teruglezen. Kennelijk zocht ik de bevestiging dat zijn opmerking ironisch bedoeld was. Maar nee, het omgekeerde was het geval, de opmerking was onironisch bedoeld. De jonge inwoner van de Randstad had nog niet het verband gelegd tussen het vee bij de boer en de lappen vlees bij de slager.

Een ander voorbeeld kwam in dezelfde periode voorbij.Ik trof een tienerjongen van een jaar of 13 op straat die druk doende was met het spel Pokémon Go op zijn Smartphone. Hij was zo aardig om me te vertellen waar hij mee bezig was. Hij vertelde dat hij zijn vrije tijd grotendeels online doorbracht, maar dankzij Pokémon Go weer buiten kwam. Nooit ravotten met vriendjes in de bossen, nooit een balletje trappen in het park, nooit de frisse buitenlucht opsnuiven, nooit die dingen doen die voor mijn generatie en alle generaties jongens en meisjes voor mij zo gewoon waren. Het enige dat hem buiten de deur bracht was het vangen van digitale wezentjes op de zogeheten Pokéstops.

Wat een verschil binnen een generatie. Als ik terugdenk aan mijn eigen jeugd, denk ik aan klimmen, klauteren, fietsen, boomhutten bouwen, over sloten springen, door bossen struinen, door het ijs zakken, uitglijden in een modderpoel en thuis doorweekt weer opwarmen bij de verwarming. Later, tegen de tijd van mijn eerste baantjes, werkte ik op zaterdagen op het land bij fruittelers, bloemkwekers en bij boerderijen en later fietste ik 6 dagen per week door weer en wind een flinke route als krantenbezorger. Wandelen met de hond, genieten van het aanzicht van grazende koeien en paarden, het contact met boerderijdieren, het hoorde als vanzelfsprekend bij het opgroeien.

Ik had het geluk op te groeien in een dorp in Gelderland. Als in de stad was opgegroeid waren de mogelijkheden voor buitenspel minder geweest. Maar er is meer veranderd. Tot voor kort was buitenspelen de norm, of je nou opgroeide op het platteland of in de stad. Die kinderen die niet buiten speelden waren kneusjes waar iets mee moest gebeuren, daar was iedereen het over eens. Zij hadden hulp nodig, zoals van Stichting Jantje Beton. Deze stichting deed afgelopen jaar onderzoek naar buiten spelen en vond dat nog maar 14% van de kinderen elke dag buiten speelt. De norm is in feite gedraaid, niet buiten spelen maar binnen spelen is de norm geworden.

Ik vraag me af wat dit met de psyche van kinderen en jongeren doet. Ik kan me niet voorstellen dat het gezond is voor de vorming van een mens als hij nooit het gevoel van duinzand tussen de tenen ervaart, nooit de geur van dennenappels opsnuift, nooit de ruwe tong van een koe over z’n hand voelt schrapen, nooit een keer doorweekt van een stortbui thuis aan komt fietsen, nooit een keer in een boom klimt om de omgeving te kunnen zien vanuit de top, nooit leert hoe hij een vuur aanmaakt. Wat een gemis moet het zijn voor kinderen die slechts het beton en het asfalt van de woonwijk kennen, die opgroeien met het haast onafscheidelijke mobieltje in de hand, hun weekenden doorbrengen met het spelen van videospelletjes. En als jongere of volwassene verstaan zij onder een natuurervaring een middag doorbrengen in een vervuild en overbevolkt Amsterdams Vondelpark, waar ze worden getrakteerd op de stank van wiet en aangebrand vlees. Raken wij zo niet ontworteld?

De natuur is heilzaam voor de geest. Na een middag wandelen in de bossen voel ik me als herboren. Mijn vakanties zijn gericht op het genieten van natuurschoon. Niets fijner dan een warme zomeravond op een heuvel te zitten in de Dordogne, liefst alleen. Even is er niets dan het het Franse landschap, een stokbroodje met brie en de wind door m’n haren.

Het lijkt mij van fundamenteel belang dat een mens beseft dat hij onderdeel is en altijd zal blijven van de aarde waaruit hij is voortgekomen. Als wij Westerlingen onze landen weer in bezit willen nemen, als wij onze gemeenschappen weer willen bezielen, dan is de eerste stap letterlijk een eerste stap: trek een jas aan, pak de fiets en ga de natuur in.

PS: laat je mobiel thuis.