Om te herinneren

1
1265

Alsof wij, de Hyperboreeërs, het allemaal niet eerder hebben gehoord. Het verhaal waar wij in terecht zijn gekomen is het verhaal van de Toren van Babel, die mooie en grote, door God verheven maatschappij die werd besmeurd met de al te menselijke hoogmoed. Het EU parlement huist in het evenbeeld van de toren van Babel in zowel geest als architectuur, het is hun diabolische machtscentrum.
Niets is minder waar als we zien tot welke gevolgen dit heeft geleid en hoe trouw de modernisten zijn geweest aan hun ideaal. Het idee was oh zo nieuw, maar in zijn herhaling toch oh zo oud. De elite zwakt af en verliest zijn vonk, de rest wordt stuurloos en dronken van hun eigen arrogantie, waarna de zaak implodeert. Massale immigratie, woekerij en de regie van materialisme en kwantiteit vatten de huidige stand van zaken goed samen.

In het oosten komen de communisten op, de aloude vijand. In het westen zien we een kapitalistische maatschappij zijn laatste adem uitblazen en in het midden staan wij, alleen en zonder enig besef van wat ons te doen staat. De situatie lijkt uitzichtloos en verdoemenis lijkt onvermijdelijk. Is dit wel echt zo?

Onze grond wordt bevuild met een wereldbeeld dat ons vreemd is en een type mens dat op niks anders uit is dan de uitbuiting van alles om hem heen, voor niks anders dan kortstondig geluk, voor het tijdelijke. Moeten wij ons hierbij neerleggen? Onszelf begraven en vaarwel zeggen met de woorden ‘het was mooi geweest, tot ziens’? Is dat onze erfenis? Is dat ons lot? Bespuugd, vertrapt, de mond gesnoerd en weggegooid bij het oud vuil? Zodat zij die niet in staat zijn ook maar enige vorm van beschaving uit zichzelf te produceren, nee erger, niet eens in staat zijn tot het dromen ervan, het kunnen appropriëren en ons laten verdwijnen?

De stroom van de wateren waarin wij dreigen te verdrinken zijn sterk, maar wij vergeten dat we het in ons hebben boven deze wateren uit te stijgen en erover heen te lopen. Wij zijn in staat de lelie te zijn die uit het water springt, de ochtendster te zijn die zichzelf laat zien bij elke zonsopkomst, de stralende zon te zijn die de duisternis verlicht en boven de wateren uitstijgt en meester over ze is. Wij zijn, zoals Miguel Serrano ooit eens verwoorde, De kinderen in de schaduw van het licht van de Zwarte zon. Hoe ver wij ook in de diepte in vallen, hoe uitzichtloos de situatie ook lijkt, wat ons kenmerkt is dat wij niet opgeven. Wij buigen niet, wij laten ons niet overlopen, wij laten ons niet de mond snoeren en laten ons niet domineren door een vijand die de wereld wil reduceren tot een hoop getallen en statistieken, tot een wereld van handel, exploitatie en goddeloosheid. Wij hebben geen andere keus dan door te zetten en om eerlijk te zijn, er was nooit een alternatief. We sluiten af met Serrano’s woorden over de eeuwige terugkeer:

Ik weet dat we elkaar weer zullen ontmoeten en alles precies zal gaan zoals het lang geleden ging. Behalve dat ik deze keer jouw dood niet zal toelaten. Ik zal je in mijn armen houden, je beschermen voor de donkere wateren van de dood. Want deze keer zal ik me herinneren. Ik zal me herinneren dat je al bent gestorven. Of… Zal ik het me herinneren?

~ Kalki


1 COMMENT

  1. De vijand, die kennelijk de wereld wil reduceren tot zoiets als een boekhoudregister, is druk bezig met het herschrijven van de geschiedenis. Vandaag de dag zien we dit open en bloot voor onze ogen voltrekken, zonder dat er maar de minste of geringste moeite wordt gedaan dit enigszins te verbergen. Onwillekeurig vraag ik mij af hoe vaak dit in het verleden al niet heeft plaatsgevonden.

Comments are closed.