Nationalisme en de België-kwestie (deel 6)

0
458

In deel 5 zijn we gestrand in het jaar 2014. In dit deel ga ik in op de regering-Michel en mijn kijk op de N-VA.

Eerdere delen zijn hier te vinden:

deel 1 , deel 2 , deel 3 , deel 4

Charles Michel en de nationalisten

In 2014 vonden nieuwe federale verkiezingen plaats, nadat de regering Di Rupo drie jaar volgemaakt had. Deze drie jaar waren voldoende om de vijfjarige termijn vol te maken, doordat de formatie – beschreven in het vorige deel – een recordtijd duurde. Zowel Vlamingen als Walen vroegen zich dan ook terecht af of de Belgische politiek weer moeite zou hebben met de formatie. Dit hing uiteraard af van de mate van verschuivingen op het politieke spectrum.

En die verschuivingen waren er zeker, in zowel Vlaanderen als Wallonië. De N-VA pakte 33% van de stemmen in Vlaanderen, waarmee het met afstand de grootste partij van België werd. De gewonnen stemmen kwamen vooral weg bij Vlaams Belang, dat met 5,9% van de stemmen op het nippertje boven de kiesdrempel (5%) bleef. Andere verschuivingen binnen Vlaanderen waren niet groot.

In Wallonië verloren de PS (socialisten) en Ecolo (groenen) licht, maar de PS bleef de grootste partij aan Franstalige kant. De MR pakte lichte winst met 25% van de stemmen en werd gezien als de morele winnaar van Wallonië. Opvallend genoeg wist ook de PTB, de Waals-communistische partij, twee zetels te bemachtigen en terug te keren op het Belgische federale toneel. Hun Vlaamse tegenhanger, de PVDA, bleef onder de kiesdrempel hangen.

Door deze uitslag werd het initiatief voor de regeringsvorming gegeven aan de N-VA. Na enkele maanden kwam een opmerkelijke coalitie tot stand, die niet eerder gezien was in België. Aan Vlaamse zijde werd de coalitie die in het Vlaams parlement gevormd werd gespiegeld: de N-VA vormde daar een regering met CD&V (christendemocraten) en Open-VLD (liberalen). Daarbij mocht het ook voor het eerst de Vlaamse minister-president leveren.

Nu was de coalitie aan Vlaamse zijde niet heel opmerkelijk, los van de eerste deelname van een Vlaams-nationalistische partij aan de regering. Aan Waalse zijde, echter, namen alleen de Waalse liberalen van de MR deel aan de regering. De partijen die de Waalse regering vormden, de PS (socialisten) en cdH (christendemocraten), wilden niet in zee met de ‘separatistische Flaminganten’ van de N-VA. De weigering van de cdH was het meest opvallend, aangezien de Vlaamse tegenpool wel deelnam aan deze regering. Deze ‘Zweedse coalitie’, met N-VA/CD&V/Open-VLD/MR als deelnemers, had een meerderheid in het federale parlement, maar liep tegen hetzelfde probleem aan als de coalitie Di Rupo: het kon niet op een meerderheid rekenen in zowel Vlaanderen als Wallonië. Waar onder Di Rupo geen meerderheid voor Vlaanderen vertegenwoordigd was, was dit nu het geval voor Wallonië: het MR kon immers maar op 25% van de stemmen rekenen daar. Het werd door politieke commentatoren aan beide kanten van de taalgrens dan ook gezien als de politieke zelfmoord van de MR, en de coalitie stond ook bekend als de ‘kamikazecoalitie’ om deze reden.

Drie van de vier Waalse stemmers werd niet vertegenwoordigd in deze Belgische regering, wat wel een teken is van de democratische tekortkomingen van de Belgische staat in de 21e eeuw. Als troostprijs voor Wallonië kreeg België wel – weer – een Waalse premier in Charles Michel. Echter was deze coalitie in vier maanden gevormd, wat een van de snelste regeringsvormingen in de recente geschiedenis was. De vrees dat de formatieperiode weer lange tijd zou duren, was in dit geval dus ongegrond.

N-VA als splijtzwam Vlaamse beweging

De deelname van de N-VA aan de Belgische regering als grootste partij kan gezien worden als een positieve mijlpaal voor de Vlaamse beweging in de breedte. Echter valt er genoeg kritiek op hen vanuit deze hoek, en deze leek tijdens de regering Michel alleen maar toe te nemen. Waarom eigenlijk?

Allereerst heeft de N-VA te maken met nationalistische concurrentie op het politieke toneel door Vlaams Belang, waarbij N-VA de gematigdere partij is. Deze houding heeft duidelijk voor- en nadelen. Wat in het voordeel valt van de N-VA is dat er nooit sprake is geweest van een cordon sanitaire dat onderhouden wordt door de andere partijen op Vlaams en federaal niveau. Vanaf haar oprichting heeft de N-VA al meerdere keren deelgenomen aan regeringsformaties, waar Vlaams Belang systematisch rechts blijft liggen. Dit was ook terug te zien in de verkiezingsuitslag van 2014, waarbij een stem op Vlaams Belang eigenlijk werd gezien als een weggegooide proteststem. De N-VA doet echter mee op alle politieke lagen, zij het gemeentelijk, Vlaams of federaal.

Wat het N-VA doet met dit voordeel, is echter een punt van kritiek voor mijn part. De N-VA kreeg in de regering Michel de asielpost toegewezen, die in handen viel van Theo Francken. Een uitgelezen kant om je migratiekritische woorden om te zetten in daden, zou je zeggen. Vooral met de migratiecrisis van 2015 was het een kans voor de N-VA om Vlaams Belang irrelevant te maken en de nationalistische kroon te pakken. Echter nam de migratie per saldo toe in de jaren 2014-20181. Een flinke misser voor de N-VA, waar Vlaams Belang garen bij kon spinnen.

Uiteindelijk is de migratiekwestie wel de reden geworden voor de val van de regering-Michel. De N-VA weigerde een handtekening te zetten onder het welbekende Marrakeshpact van de VN, en dreigde uit de regering te stappen indien Charles Michel zou afreizen naar Marrakesh. Michel tekende het Marrakeshpact toch, en schoof na de val van zijn regering door naar een invloedrijke en lucratieve EU-baan als voorzitter van de Europese Raad.

De N-VA toonde zich dus bereid om de regering te laten vallen op een vooral symbolische migratiekwestie, maar liet eerst vier jaar lang het migratiesaldo oplopen. Oppositie tegen migratie is dus vooral in woorden, niet in daden bij de N-VA. Naar mijn mening had er veel meer gedaan moeten worden met de asielpost die ze verkregen. Natuurlijk heb je te maken met coalitiepartners als Open-VLD en MR, die niet vies zijn van de massamigratie, maar ze wisten zelfs niet een lichte daling te bewerkstelligen.

Het is dan ook vrij komisch om te zien dat Theo Francken hier in Nederland gezien wordt als een soort migratiekritisch voorbeeld, hetgeen zichtbaar werd op het FvD-congres enkele maanden terug. Als deze regering het voorbeeld is dat het FvD wil nastreven op het Nederlandse toneel, kan de hele partij beter opgedoekt worden wat nationalisme betreft. Dat de N-VA ook diversiteit heeft in de eigen politieke rangen, denkend aan namen als Assita Kanko en Zuhal Demir, komt het algehele plaatje omtrent migratie niet ten goede.

Naast de gemiste kans omtrent migratie was er ook geen sprake van staatshervormingen tijdens de regering-Michel. Nu was het in 2014 uiteraard kort na de vorige staatshervorming (2011-2012), maar hier staat tegenover dat enige mate aan hervormingen een vereiste is voor regeringsdeelname van de N-VA, volgens haar programma. Deze eis heeft zij dus verstek laten gaan voor deze regering, wat ook tot kritiek heeft geleid vanuit de Vlaamse beweging. Daar was de verwachting dat deelname van Vlaams-nationalistische partijen tot een versnelde afbraak van de Belgische staat zou leiden.

Hier moet echter ook een punt gemaakt worden van het N-VA-standpunt rond de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Technisch gezien zijn zij daar namelijk tegen. De N-VA streeft naar een confederaal systeem, waarbij Vlaanderen en Wallonië de facto vrijwel op zichzelf aangewezen zijn. Slechts enkele zaken worden federaal geregeld in een dergelijk systeem, bijvoorbeeld defensie en diplomatieke zaken. In dit systeem zou er een einde komen aan de geldtransfers van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel, wat zeker goed zou zijn voor de Vlamingen. Echter gaat dit inmiddels al decennialang niet ver genoeg voor het overgrote deel van de Vlaamse beweging, inclusief Vlaams Belang. Zoals in eerdere delen beschreven vond in de jaren 90 de verschuiving naar de volledige onafhankelijkheid van Vlaanderen plaats in nationalistische kringen.

Conclusie

De N-VA lijkt dus vanuit volksnationalistische optiek tekort te komen op kwesties die erg belangrijk zijn voor nationalisten, namelijk migratie en soevereiniteit. Echter is de partij essentieel voor een democratische uitweg voor Vlaanderen, gezien het aantal stemmen dat zij weet te vergaren. Al deze genoemde kwesties maken de blik van volksnationalisten op de N-VA een ingewikkelde zaak. Er zijn genoeg punten van kritiek, maar de Vlaamse beweging kan niet zonder het gewicht dat de N-VA in de politieke weegschaal weet te leggen. In het volgende deel komen de meest recente verkiezingen en de huidige regeringsformatie aan bod. Ook zal ik mijn blik op het Vlaams Belang werpen in deel 7.

1: Totale internationale migratie (Belgen en vreemdelingen) 1948-2018

Marcus