Nationalisme en de België-kwestie (deel 4)

0
186

In het vierde deel van de reeks omtrent de Vlaamse beweging en haar strijd tegen België gaan we verder vanaf 1985.

Verschuiving naar confederalisme

In 1986 werd de volgende stap omtrent de België-kwestie zichtbaar binnen de Vlaamse Volksbeweging (VVB): men vond het federale systeem niet toereikend om een zekere toekomst voor het Vlaamse volk te garanderen, en legde het streven voor confederalisme vast. De laatste druppel voor deze stap was de financiële imbalans die was ontstaan tussen Vlaanderen en Wallonië, waarbij een geldinfuus liep van Vlaanderen naar het zuiden. In een confederalistisch systeem is elk deel verantwoordelijk voor haar eigen in- en uitgaven, wat de Waalse afhankelijkheid teniet zou doen. Dit standpunt werd destijds breed gedragen binnen de hele Vlaamse beweging, separatisme ‘’mocht niet meer als vies woord beschouwd worden’’. Deze overstap is een duidelijk teken van hoe de veelbesproken ‘Overton Window’ langzaam opschoof door de decennia heen in Vlaanderen.

Franse taal in Vlaamse Raad?

Er vond in 1987 een ontknoping plaats omtrent een ander probleem met de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (besproken in deel 3). De Vlaamse Raad, voorloper van het Vlaams parlement van nu, werd verkozen door alle Vlaamse kieskringen sinds 1980. Het werd bij oprichting vastgesteld dat de Vlaamse raad moest bestaan uit Nederlandstalige leden, in zowel Kamer als senaat. Echter werden er twee Franstalige Brusselaars van het FDF in 1980 verkozen in kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, die vonden dat zij recht hadden op zitting in de Vlaamse raad. Dit werd hen ontzegd door de Vlamingen, waarna een klacht werd ingediend tegen de Belgische staat. Het meest veelzeggende stuk van de aanklacht was dat de Franstalige parlementariërs zich beriepen op het Europese verdrag voor mensenrechten in deze kwestie, waardoor het uiteindelijke oordeel niet eens in België maar in Straatsburg geveld werd. Uiteindelijk bleek in 1987 dat de Vlamingen gelijk kregen en de Franstaligen niet onredelijk benadeeld werden.

Het is een vroeg voorbeeld van de algemene tendens van globalisten om zich in rechtskwesties te beroepen op supranationale wetgeving en verdragen. Dezen zijn sinds 1987 slechts in aantal en intensiteit toegenomen. Deze wetten zijn dan ook vaak met een anti-nationale en anti-volkse insteek verzonnen en geimplementeerd.

Eerste breuklijnen in IJzerbedevaart

Het heel-Nederlandse besef wordt vrij breed gedragen in de Vlaamse beweging vandaag de dag. Veel evenementen in deze kringen vangen aan of worden besloten met drie volksliederen: de Vlaamse Leeuw, het Wilhelmus en Die stem van Suid-Afrika. Dit was tot 1987 ook een tijdlang de gewoonte op de IJzerbedevaart, totdat deze aangaf te stoppen met de Nederlandse en Zuid-Afrikaanse volksliederen in het genoemde jaar. De VVB vond deze maatregel niet echt een probleem, zij achtte de culturele verbondenheid met Nederland en Zuid-Afrika als vanzelfspreken.

Dit besluit lag echter niet goed met de radicale flank van de beweging, waar onder andere het Vlaams Blok onder viel. In feite werden hier al de strijdlinies zichtbaar die jaren later zouden leiden tot de oprichting van de IJzerwake en de uiteindelijke implosie van de IJzerbedevaart als voornaamste evenement van de Vlaamse beweging.

Geen gezwans, Nederlands

In het begin van de jaren 90 is de Franse taal niet de enige taal die het Nederlands onder dreigt te sneeuwen in Vlaanderen: het Engels begon ook aan te dringen. In Nederland werden onder het kabinet Kok I de beginselen gelegd voor de intrede van Engels als voertaal op het hoger onderwijs. Deze ideeën waaiden al snel over naar Vlaanderen. De VVB en de Vlaamse beweging in het algemeen hadden door dat de taalstrijd nu op twee fronten, tegen twee talen gestreden zou worden: onder het motto ‘Geen gezwans, Nederlands’ organiseerden zij verscheidene acties.

Radicalisatie van de Vlaamse beweging

Het kan gesteld worden dat de ideologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen in de Vlaamse beweging. Zo ook in de VVB: waar het confederalisme voor het eerst officieel als standpunt aangeheven werd in 1986, ging men vijf jaar later al een grote stap verder. Op het congres van 1991 werd besloten dat slechts de onafhankelijkheid van Vlaanderen voldoende zou zijn om het Vlaamse volk een toekomst te garanderen. Wensen zijn onder andere dat huidige taalgrens de staatsgrens zou worden, en dat Brussel weer in de Vlaamse politieke invloedssfeer zou komen.

Op dat moment waren alleen het Vlaams Blok en enkele gelieerde organisaties dusdanig ver in hun pro-Vlaamse en anti-Belgische gedachtegoed gevorderd. Verenigingen die zich aan de linkerkant van de Vlaamse beweging bevonden, waaronder het IJzerbedevaartscomité, volgden niet gelijk. Het duurde nog een tijd voordat de eis voor onafhankelijkheid zo breed gedragen wordt als nu het geval is.

Over Vlaams Blok gesproken: 1991 was ook het jaar waarin zij een aanzienlijke overwinning boekten in de federale verkiezingen. De psychologische grens van 10% werd doorbroken in Vlaanderen, en de betreffende verkiezing werd hierdoor in de media getypeerd als ‘zwarte zondag’. Een wat apocalyptische benaming voor een score van 12 zetels in een parlement dat destijds 212 zetels bevatte. Het zijn immers peulenschillen in vergelijking met de huidige scores van Vlaams-nationalistische partijen, maar waarschijnlijk was dit moment het besef dat het Blok een blijvende rol zou gaan spelen in de Belgische politiek. De Volksunie bestond ook nog, en behaalde 10 zetels in diezelfde verkiezing, maar deze was niet uitgesproken voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen, en gedroeg zich op onder andere sociale kwesties ronduit links-progressief.

Het begin van de jaren 90 lijkt ook de periode waarin de maatschappelijke discussie rond ‘extreemrechts’ begint te lijken op hoe deze vandaag de dag gehouden wordt. De VVB krijgt dit label toegewezen door haar ideologische verwantschap met Vlaams Blok, en wordt beschuldigd de successen van laatstgenoemde te faciliteren. Dit soort besmeuringen lijkt in aantal en intensiteit slechts toe te nemen wanneer het debat verloren wordt, en nationalistische ideeën aan terrein winnen onder het volk. Het mocht in dit geval niet werken: zowel VVB als VB gingen ongestoord verder met Vlaams nationalisme.

Euro-Brussel

Zoals deze artikelreeks doet blijken hebben de Vlamingen in hun geschiedenis al genoeg problemen met Brussel gehad aan het begin van de jaren 90, om verscheidene redenen. Bovenop eerder genoemde problemen valt het oog van de EU op Brussel als mogelijke hoofdstad van Europa. Vanaf het eerste moment zag de Vlaamse beweging de bui al hangen: de komst van het Europese circus zou de stad Brussel uit zijn voegen doen barsten, en het Vlaamse karakter van de stad verder aantasten. Ook zou het druk leggen op de Vlaamse Rand en de rest van Vlaams-Brabant. Het VVB en andere Vlaamsgezinde organisaties verzetten zich tegen de komst van de EU naar Brussel, en boden ook een alternatieve kijk op de structuur van de EU: een gedecentraliseerd confederaal Europa zonder ‘hoofdstad’.

Sint-Michielsakkoord

In 1992 kwamen ook gesprekken op gang voor de vierde staatshervorming van België, beter bekend als het Sint-Michielsakkoord. Slechts enkele wensen van de VVB en Vlaamse beweging werden voldaan: de splitsing van de provincie Brabant in een Vlaams en Waals deel kwam eindelijk op het programma. Het Vlaamse en Waalse parlement werden direct verkozen, waar dat niet gold voor de Vlaamse Raad. Ook kregen de gewesten meer bevoegdheden op het gebied van wetenschap en leefmilieu.

Echter bleven er veel punten onbeantwoord: er kwam geen verandering in de geldtransfers van Vlaanderen naar Wallonië, het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde bleef bestaan, en Brusselse Vlamingen konden niet vertegenwoordigd worden in het Vlaamse parlement. Ook werd met deze hervorming de status van Brussel als derde gewest verder uitgebouwd. De VVB beoordeelde de hervormingen die het Sint-Michielsakkoord inhield als ‘minder dan minimaal’ en voerde druk uit op de partijpolitiek. Uiteindelijk wordt het akkoord gesloten op 29 september 1993, door Vlaamse en Waalse christendemocraten (CVP en PSC), socialisten (SP en PS), Groenen (Agalev, Ecolo) en de Volksunie.

Dreiging breuk IJzerbedevaart

Zoals eerder in dit artikel gesteld begonnen er twee ideologische kampen te ontstaan bij de IJzerbedevaart, zowel in het publiek als in het IJzerbedevaarscomité: de pacifisten en de nationalisten. De thematiek van de IJzerbedevaart begon te verschuiven in de jaren 90 naar een meer algemene oorlogsherdenking, en dreigde de nadruk op de wens voor Vlaamse zelfbeschikking en zelfbestuur te verdwijnen. In 1995 bereikt de situatie zijn kookpunt: er worden enkele nationalisten uit het IJzerbedevaartcomité ontslagen, en de aanwezigheid van het Vlaams Blok en gelieerde organisaties worden steeds nadrukkelijker veroordeeld. De VVB hoopte op verzoening tussen de twee kampen, en probeerde dit te verwezenlijken door samen met andere groepen het IJzerbedevaartsforum op te richten. Vanuit hier probeerden ze inspraak te kunnen krijgen op het comité. Echter leverde dit niet veel op.

1995 Was ook het jaar waarin de IJzerwake voor het eerst georganiseerd wordt door het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (VNJ), op dezelfde plaats als waar deze vandaag de dag gehouden wordt, bij Steenstrate. De dreigende splitsing naar meerdere locaties leidt toch tot enige toenadering en gesprekken tussen alle kampen, en de IJzerwake verdwijnt enkele jaren uit beeld om de Bedevaart een nieuwe kans te geven.

Dit lijkt echter niet lang goed te gaan: in 1996 dalen er fluitconcerten neer vanuit de nationalistische hoek van het publiek en ontstaan er opstoten tussen de twee kampen op de weide. Toch lijken de gesprekken in de top tot enige vooruitgang te leiden in 1997, waarbij de eisen voor staatshervormingen en de wens naar onafhankelijkheid weer helder worden uitgesproken.

Conclusie

De periode 1985-2000 is een periode waarin de Vlaamse beweging enkele kleine overwinningen scoort in zijn strijd tegen België, waaronder de splitsing van Brabant. Ook is de aanwezigheid van het Vlaams Blok en haar blijvende invloed een positieve factor qua partijpolitiek. Echter wordt deze periode vooral getypeerd door de interne ideologische verandering in de Vlaamse beweging: het geloof in een Belgische oplossing wordt van tafel geveegd, en de Vlaamse onafhankelijkheid verwordt tot de enige aanvaardbare oplossing binnen nationalistische kringen.

Vlak voor de wisseling van het millennium belandt het premierschap van België in handen van een man die zich ontpopt tot groot antagonist van het Vlaamse volk, ondanks dat hij er zelf toebehoort: Guy Verhofstadt. Voor Nederlanders zal deze man bekender zijn door zijn rol in de EU in de afgelopen jaren, maar voor Vlamingen is hij al 20 jaar de personificatie van globalisme en voorstander van onwerkbare structuren, zij het de EU of België. Deze geschiedenis zal aan bod komen in het volgende deel van deze reeks.

-Marcus