Macht en monopolies: Hoe ‘gender’ de maatschappij in is gesijpeld

2
60
LGBT (Lesbian Gay Bi Trans) pride rainbow flag

Eerst de LGB beweging, daarna de LGBT beweging, vervolgens is er de LGBTQA+ beweging en worden er steeds meer ‘genders’ bij verzonnen. Gender betekent, volgens de definitie, de gedrags- en identiteitsaspecten van sekse, die onderscheiden worden van de biologische (genetische) en lichamelijke aspecten van een persoon. Oftewel, al ben je van het mannelijke geslacht, je gender is misschien dat van een vrouw.

De gedachtegang die hierachter schuilt is dat iemands doen en laten los staan van zijn of haar fysieke realiteit. Gevoel staat hier eigenlijk voorop, een vorm van relativisme. Deze ideologische denkwijze staat natuurlijk bol van de hypocrisie en vraagstukken, waar de progressieve post-moderniteitstrijders wat op hebben bedacht: sociale constructen. Alles is een sociaal construct en de realiteit kan verbogen worden naar iedereens voorkeur, omdat de realiteit in essentie geen betekenis heeft. Gevoel daarentegen is veel belangrijker, ondersteunt door rationeel denken, dat weer onder invloed staat van dat gevoel, en dus niet zo rationeel meer is (inderdaad verwarrend). De vraag is nu echter waar deze ideologische denkwijze vandaan komt, hoe die tot stand is gekomen en waarom die houvast heeft gekregen in de (met name) westerse wereld.

Om dat te doen moeten we terug naar het einde van de 19e en begin en midden 20e eeuw. De antropoloog Frans Boaz migreerde in 1877 naar Amerika en werd daar een van de prominente wetenschappers op het gebied van antropologie. In 1899 was hij professor antropologie aan Columbia University voor de rest van zijn carrière. Boaz stond bekend als een van de ferventste tegenstanders van wetenschappelijk racisme en was dan ook gedreven om deze theorieën onderuit te halen. Hij ontwikkelde zo ook het cultureel relativisme, wat inhoud dat men andere culturen niet kan beoordelen als hoger of lager, maar als intrinsiek gelijk; iedereen ziet culturen door de lens van hun eigen culturele achtergrond. Cultuur heeft daarbij bijna even veel, al dan niet meer, invloed op mensen en hun ontwikkeling dan hun biologische realiteit. Er zit ook geen verschil in de gemiddelde intelligentie tussen verschillende rassen. Eenzelfde gedachtegang werd ook geadopteerd voor mannen en vrouwen, wat met name ontwikkeld werd door een van zijn belangrijkste studenten, Margaret Mead.

Margaret Mead is een antropologe omringd door controversie en ophemeling. Haar voornaamste studieveld bestond uit de culturele invloed op het gedrag van mannen en vrouwen. Hiervoor ging ze onder andere naar Samoa, waar ze een van haar belangrijkste studies verrichte. De studie bleek naderhand echter vol tegenstrijdigheden en pseudowetenschap te zitten, hetgeen zorgde voor een jarenlang wetenschappelijk conflict tussen haar en mede-antropoloog Derek Freeman – haar grootste criticus. Mead stelde in haar onderzoek dat de mensen in Samoa gemakkelijk in de omgang waren, tieners zonder seksuele restricties opgroeide, verkrachting vrijwel niet bestaand was en dat seks voor het huwelijk veel voorkwam. Jonge mensen zouden opgroeien tot adolescenten zonder de adolescententrauma’s te verduren die zo typisch waren voor westerse landen, aldus Mead. Ze gebruikte deze bevindingen als ondersteuning voor haar theorie dat cultuur, en niet biologie, een bepalende factor was voor het menselijk gedrag en karakter.

Freeman, die vloeiend Samoaans kon, kwam er echter achter dat Mead meerdere slordigheidsfouten had gemaakt. Uit verder onderzoek van hem bleek zelfs dat ze was begonnen met zeer slechte voorbereiding, slecht verstand van de taal en dat ze woonde tussen vooral blanke mensen in plaats van daadwerkelijk veel tijd te besteden met de bewoners van het eiland. Freeman kwam met zijn reactie in Margaret Mead and Samoa: The Making and Unmaking of an Anthropological Myth. Hij stelde dat in tegenstelling tot het beeld dat Mead schetste, Samoanen vrij puriteins op het gebied van seks waren. Verkrachting kwam erg veel voor, mannen waren erg agressief en seks voor het huwelijk werd streng afgekeurd. Sterker nog, het was zeer belangrijk voor een vrouw om maagd te zijn voordat ze zou trouwen. Freeman beweerde eerst dat Mead slachtoffer was geworden van een hoax door vrouwen te interviewen die indruk op haar wilde maken. Freeman lukte het zelfs om een van de inmiddels bejaarde vrouwen te traceren, die vervolgens toegaf wat Freeman al beweerde. Hij concludeerde uiteindelijk ook dat haar onderzoek was uitgevoerd zodat het zou passen bij de ideeën van haar leermeester, Franz Boas(1).

Hetzelfde gold voor andere onderzoeken die te maken hadden met het gedrag van mannen en vrouwen op Nieuw-Guinea. Ze bestudeerde drie groepen; de Berg Arapesh, de Mundugumor en de Tchambuli. De Berg Arapesh waren veruit de belangrijkste groep voor haar, waar ze ongeveer de helft van haar werk, Sex and temperament, aan wijdde. De Berg Arapesh waren volgens haar een passieve groep, waar weinig verschil zat tussen de mannen en vrouwen. Ze waren beiden zorgzaam, coöperatief en teder. Oorlog was vrijwel onbekend bij ze. De Mundugumor was een stam waar zowel de vrouwen als mannen erg agressief en gewelddadig waren. De Tchambuli was volgens Mead het omgekeerde van een westerse traditionele rolverdeling; de mannen waren kattig en ijdel en de vrouwen domineerde het economische en politieke leven. Hét bewijs dat er zoiets is als gender. Behalve dat ook deze bevindingen aan alle kanten rammelden. Nota bene haar collega en man, Reo Fortune, kwam met kritiek in zijn boek Arapesh Warfare. De Arapesh waren niet zo passief als ze leken. Sterker nog, ze waren jaren daarvoor een ware krijgerscultuur die zich regelmatig verwikkelde in oorlog waar een sterke hiërarchie de samenleving typeerde. Moorden werden regelmatig gepleegd en de mannen waren degenen die vochten. De laatste werd echter zwaar verloren waarbij alle heiligdommen van de Arapesh werden vernield, alsmede hun samenleving drastisch werd veranderd. Toch een andere kant van het verhaal, voorwerk blijkt maar weer van belang te zijn voordat men aan een onderzoek begint. Ook de invloeden op de onderzoeker zijn van belang, zoals van collega Ruth Benedict en haar boek Pattern of Culture, waar ongeveer dezelfde pseudowetenschappelijke bevindingen te lezen zijn als in die van Margaret Mead’s boek over Samoa. Benedict’s boek was echter al een jaar eerder uitgebracht. Mead was open over de invloed die haar werk op haar had(2).

Men vraagt zich dan af: Hoe dan, is dit gedachtegoed zo wijd verspreid als het zo pseudowetenschappelijk is? Frans Boaz had meerdere studenten. Zijn antropologische tak had een monopolie via Columbia University en zijn studenten gingen Amerika en Canada rond, waar ze hun eigen afdeling opstartte. A.L. Kroeber was een van hen, hij richtte de antropologische afdeling op op de Universiteit van California in Berkeley. Ruth Benedict, een andere student, werd een zeer invloedrijke schrijfster die de ideeën van Frans Boaz aanhing en verspreidde. Margaret Mead, de vrouw waar we het al over hebben gehad, schreef meerdere invloedrijke werken en werd in 1972 zelfs verkozen voor het presidentschap van de ‘American Association for the advancement of Science’. Melville Herskovits werd een lector op de afdeling antropologie aan Columbia University en Howard Univeristy. Edward Sapin, ook een student van Boaz, werd het hoofd van de antropologie bij het Canadees nationaal museum (1910-1925), sloot zich aan bij de faculteit aan de Universiteit van Chicago in 1925 en richtte ook een afdeling antropologie op aan Yale University, waar hij vooraf ook als lector bezig was(3).

Frans Boaz is een van de vaders van de antropologie en is met zijn club studenten gigantisch invloedrijk geworden en heeft daarmee het leeuwendeel van het antropologische klimaat in de V.S. geschapen. Daarmee was de opkomst van het transgenderisme onvermijdelijk. De gendertheorieën werden opgenomen in de feministische studies in zowel Zuid als Noord-Amerika en beïnvloedde o.a. John William Money, de man die het ombouwen van mannen en vrouwen introduceerde en de eerste ‘seks-change’ operatie uitvoerde. Zijn jonge patiënt, David Reimer, had een besnijdenis gehad die was fout gegaan waardoor zijn penis zwaar beschadigd was. In overleg met zijn ouders werd besloten om hem in 1966 te opereren en castreren en te laten opgroeien als meisje. Money verwijderde de hele penis en beweerde dat de operatie geslaagd was. In 1973 kondigde hij aan dat Reimer’s transitie naar vrouw succesvol verliep en dat het goed met hem ging. Volgens hem was dit het bewijs dat mannen en vrouwengedrag was aangeleerd. In 1997 werd er echter een rapport geopenbaard uit het medisch archief van pediatrische en adolescente medicijnen. De jongen in kwestie bleek zijn vrouwelijke identiteit op 14 jarige leeftijd verworpen te hebben en onderging zelfs een operatie om zijn genitaliën te reconstrueren. In 2004 pleegde de man zelfmoord door ernstige depressie. Logischerwijs kwam Dr. Money hierdoor in opspraak en kreeg hij veel kritiek te verduren(4).

Ondanks de pseudowetenschap en de gefaalde theorieën houdt de theorie nog steeds stand dat sekse niet tot nauwelijks verband heeft met persoonlijk gedrag. Dit leidt tot zeer gevaarlijke situaties. Psychologische problemen die vaak op de achtergrond spelen, worden al snel gebagatelliseerd, waardoor verminking van diens geslachtsorganen én lichaam in het algemeen al snel de hoek om komen kijken. Als voorbeeld kunnen we een kind noemen – waargebeurd verhaal – dat sinds de geboorte van zijn zusje het idee heeft minder aandacht te krijgen van zijn ouders. Om die reden begint hij met poppen te spelen en meisjeskleren aan te trekken. Transgender, zeggen de moderne tijdsgeesten. Terwijl in normaal en vergaand psychologisch onderzoek naar boven zou komen dat de jongeman dit gedrag vertoond omdat hij dit als manier ziet om aandacht te krijgen van zijn ouders; zijn zusje krijgt het immers, vandaar de logica dat een meisje zijn hem óók zoveel aandacht zal geven van zijn ouders. Het is niet voor niets een patroon onder transgenders dat ze zeer veel zelfmoord plegen. Een Zweedse studie(5) uit 2011 laat zelfs zien dat na de operatie de kans op zelfmoord met 19 keer vergroot wordt ten opzichte van de rest van bevolking. Het Nationaal centrum voor gender en gelijkheid in Amerika kwam met een soortgelijke bevinding(6) in 2015 waaruit bleek dat 40% van de mensen die zichzelf identificeren als transgender zelfmoord hebben geprobeerd te plegen. Hetzelfde geldt voor het Verenigd Koninkrijk waar de helft van de transgenders zelfmoord heeft geprobeerd te plegen of doet aan zelfverminking(7).

In plaats van het veranderlijke te wijzigen (de gedachten en gevoelens), wordt ervoor gekozen het onveranderlijke te wijzigen (het lichaam). Opereren betekent medicijnen, de vagina oprekken omdat hij anders dichtgroeit en tegen je lichaam vechten die probeert terug te keren naar zijn natuurlijke staat.

Zal deze informatie zin hebben? Dat is de volgende ethische vraag. Wellicht irrelevant in een maatschappij die egoïsme en persoonlijk verlangen als hoogste goed ziet. ‘Als die persoon daar toch “gelukkig” van wordt, laat het dan lekker’. In de postmoderne maatschappij zijn gevoelens belangrijker dan waarheid. Relativisme prevaleert, tolerantie en vormloze vrijheid zijn onze waarden.

Herakles

 

(1) http://hoaxes.org/archive/permalink/margaret_mead_and_the_samoans

(2) https://anthropology.virginia.edu/sites/anthropology.virginia.edu/files/Dobrin.Bashkow-2010-Arapesh.Warfare.pdf

(3) https://www.britannica.com/biography/Franz-Boas

(4) http://www.nytimes.com/2006/07/11/us/11money.html

(5) http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0016885

(6) http://www.ustranssurvey.org/

(7) https://www.theguardian.com/education/2017/jun/27/half-of-trans-pupils-in-the-uk-tried-to-take-their-own-lives-survey-finds

2 COMMENTS

  1. Dit is een doodzieke wereld waarin je bijna machteloos bent. het enige wat je nog kunt doen is of je terugtrekken of toch gedachteloos meedoen. dat is dus ook precies wat iedereen doet. het exacte probleem is wanvertrouwen en een gebrek aan zeggenschap. we zijn verdeeld in 17 miljoen stukjes, en als 1/17.000.000 krijg je niets voor elkaar. en als je dan al een beweging hebt opgezet in bijvoorbeeld een politieke partij moet je nog steeds water bij de wijn doen. conclusie: het word nooit wat, behalve als de rapen gaar zijn. de spreekwoordelijke dan he? zoeken jullie het allemaal maar uit in die onheilige drek, hier kun je geen chocola meer van maken. ik ga de tuin in!

    Er zou trouwens ook nog een manier zijn, en dat is niet meer stemmen op dat volk in Den Haag dat niets in jouw persoonlijk leven kan veranderen. de focus moet veranderen naar gemeentelijk niveau, maar dit gaat niet meer gebeuren jongens en meisjes, het is al 10 over 12. Nederland is ten dode opgeschreven. dit zijn de laatste uren. geniet er nog maar van, straks is al die ellende voorbij en hoeven we niet meer te lijden.

Comments are closed.