Israëls geheime arsenaal is geen geheim meer

0
418

Weinig Amerikanen zijn op de hoogte van het feit dat geen enkele Amerikaanse regeringsfunctionaris, met inbegrip van congresleden, op enigerlei wijze het nucleaire arsenaal van Israël mag vermelden of bespreken, dat volgens sommige waarnemers bestaat uit niet minder dan 200 tactische kernwapens die hun doel kunnen treffen door de lucht, over land of over zee. Het verbod is uiteengezet in een “classification bulletin” van het ministerie van Energie met rubricering “Secret”, dat werd uitgegeven op 6 september 2012 en het dossiernummer WPN-136 draagt. De onderwerpregel luidt: “Richtsnoeren voor het vrijgeven van informatie met betrekking tot het potentieel voor een Israël als nucleair macht”. Het zou interessant zijn om te weten te komen hoe de tekst van het memo precies luidt, maar ondanks herhaalde pogingen om een kopie te verkrijgen in het kader van de ‘Freedom of Information Act’, blijft het volledige corpus van het document geheim.

Wat wel bekend is, is dat de memo in feite een spreekverbod is, vermoedelijk uitgevaardigd door de regering Barack Obama om te voorkomen dat een ambtenaar een opmerking zou maken die zou kunnen worden geïnterpreteerd als zou de federale regering erkennen dat Israël kernwapens heeft. Het stilzwijgen over het Israëlische arsenaal gaat terug tot een overeenkomst tussen president Richard Nixon en de Israëlische premier Golda Meir. In zijn meest recente versie antwoordde president Barack Obama, toen hem werd gevraagd of hij wist van “enig land in het Midden-Oosten dat kernwapens heeft”: “Ik wil niet speculeren.” Hij loog natuurlijk.

Het eerste bekende slachtoffer van het bulletin was Los Alamos National Laboratory nucleair beleidsspecialist James Doyle, die in 2013 een zin schreef waarin werd gesuggereerd dat Israël een nucleair arsenaal had. Het verscheen in een artikel met de titel “Why Eliminate Nuclear Weapons?” dat door Los Alamos was beveiligd en verscheen in het tijdschrift van het International Institute for Strategic Studies. Een onbekende medewerker van het congres eiste een herziening en Doyle liet zijn thuiscomputer doorzoeken voordat hij werd ontslagen.

Israël krijgt, zoals zo vaak het geval is, een vrijbrief voor wat voor anderen crimineel gedrag is. Zijn nucleaire programma is ontstaan door het stelen van Amerikaans uranium en wapentechnologie. Het voorkomen van de verspreiding van kernwapens was in feite een belangrijke doelstelling van de Amerikaanse regering toen president John F. Kennedy in het begin van de jaren zestig uit een CIA-rapport vernam dat Tel Aviv een kernwapen aan het ontwikkelen was. Hij zei tegen de Israëli’s dat zij hun programma moesten beëindigen of anders het risico lopen om de Amerikaanse politieke en economische steun te verliezen, maar hij werd vermoord voordat er stappen werden ondernomen om het project te beëindigen.

Israël versnelde zijn nucleaire programma na de dood van president Kennedy. Tegen 1965 had Israël het ruwe materiaal voor een bom vergaard, bestaande uit hoogverrijkt ‘weapons grade’ uranium van de Amerikaanse regering, dat verkregen werd via een bedrijf in Pennsylvania, NUMEC genaamd, dat in 1956 was opgericht en eigendom was van Zalman Mordecai Shapiro, hoofd van de Pittsburgh afdeling van de Zionistische Organisatie van Amerika. NUMEC was een leverancier van verrijkt uranium voor overheidsprojecten, maar het was van de meet af aan ook een dekmantel voor het Israëlische nucleaire programma, met zijn belangrijkste financier David Lowenthal, een vooraanstaand Zionist, die minstens eenmaal per maand naar Israël reisde voor een ontmoeting met een oude vriend Meir Amit, die aan het hoofd stond van de Israëlische inlichtingendienst. NUMEC verdusterde de verzending van verrijkt uranium naar Israël door te beweren dat het metaal “verloren” was gegaan, verliezen die in totaal bijna zeshonderd pond bedroegen, genoeg om tientallen wapens te produceren. Het belang van de operatie was zo groot dat de NUMEC in 1968 zelfs een incognito privé-bezoek kreeg van een Israëlische top-spion Rafi Eitan, die later de spion Jonathan Pollard leidde.

Ook was er fysiek bewijs in verband met het vervoer van het uranium. Geraffineerd uranium heeft een eigen handtekening die identificatie van de bron mogelijk maakt. Sporen van uranium uit NUMEC werden in 1978 door inspecteurs van het Department of Energy in Israël geïdentificeerd. De Central Intelligence Agency heeft ook onderzoek gedaan naar de verduistering van verrijkt uranium uit de NUMEC-fabriek en is tot de conclusie gekomen dat dit deel uitmaakte van een breder programma om de technologie en grondstoffen voor een kernwapen voor Israël te verkrijgen.

Met het uranium binnen handbereik begon het stelen van de geavanceerde technologie die nodig is om een kernwapen te maken, en dat is waar Hollywood-filmproducent Arnon Milchan in het verhaal komt. Milchan werd geboren in Israël, maar verhuisde naar de Verenigde Staten en werd uiteindelijk de oprichter-eigenaar van ‘New Regency Films’. In een interview van 25 november 2013 op de Israëlische televisie gaf Milchan toe dat hij zijn vele jaren in Hollywood had doorgebracht als een agent voor de Israëlische inlichtingendienst, die hielp bij het verkrijgen van onder embargo staande technologieën en materialen die Israël in staat stelden een kernwapen te ontwikkelen. Hij werkte voor Israël’s Bureau of Science and Liaison acquisitie divisie van de Mossad, aangeduid als het LAKAM spionage agentschap.

Milchan gaf in het interview toe: “Ik deed het voor mijn land en ik ben er trots op.” Hij verwees niet naar de Verenigde Staten. Hij zei ook dat “andere grote Hollywood namen verbonden waren met [zijn] heimelijke zaken.” Naast andere successen, verkreeg hij via zijn bedrijf Heli Trading 800 krytons, de verfijnde ontstekers voor kernwapens. De apparaten werden gekocht van de Californische top geheime defensie aannemer MILCO International. Milchan recruteerde persoonlijk MILCO’s president Richard Kelly Smyth als een agent alvorens hem over te dragen aan een andere Heli Trading werknemer, toekomstig Israëlisch Eerste Minister Benjamin Netanyahu voor afhandeling. Smyth werd uiteindelijk gearresteerd in 1985, maar voor zover bekend zijn noch Milchan noch Netanyahu ooit door de FBI ondervraagd over de diefstallen.

De kernwapens van Israël zijn nu in het nieuws vanwege een opiniestuk dat verrassend genoeg op 11 augustus in de New York Times verscheen, geschreven door Peter Beinart, getiteld “Amerika moet beginnen de waarheid te vertellen over de kernwapens van Israël.” Beinart schreef dat “Israël al kernwapens heeft. Je zou het alleen nooit vernemen van de leiders van Amerika, die de laatste halve eeuw hebben doorgebracht met het veinzen van onwetendheid. Dit bedrog ondermijnt Amerika’s vermeende toewijding aan nucleaire non-proliferatie, en het verstoort het Amerikaanse debat over Iran. Het is tijd voor de regering Biden om de waarheid te vertellen.”

Beinart wijst erop dat het Amerikaanse publiek moeilijk een geïnformeerd oordeel kan vellen over wat er in het Midden-Oosten moet gebeuren als het niet zeker weet of Israël een kernmacht is of niet, maar één kwestie die hij niet bespreekt is de geldkwestie. Grant Smith van het IRMEP, die de geheimhouding rond het Israëlische arsenaal aan de kaak stelt, merkte onlangs op dat “de Symington & Glenn bepalingen van de Arms Export Control Act (22 USC §2799aa-1: Nuclear reprocessing transfers, illegal exports for nuclear explosive devices, transfers of nuclear explosive devices, and nuclear detonations) verbieden dat de VS hulp biedt aan landen met kernwapenprogramma’s die het Verdrag inzake de verspreiding van kernwapens niet hebben ondertekend, zonder de vereiste speciale procedures… Maar geen enkel lid van het Congres heeft deze kwestie ter sprake gebracht – of zelfs maar het kernwapenarsenaal van Israël genoemd.”

Smith is gefrustreerd door de onwil van progressieven in het Congres, die zich hebben verzet tegen de recente extra 735 miljoen dollar aan militaire hulp aan Israël om het land in staat te stellen zich te herbewapenen na de aanval op de Gazanen, om het spreekverbod te negeren en de kwestie van het nucleaire arsenaal aan de orde te stellen. Hij schrijft: “Het lijkt erop dat zelfs deze leden van het Congres, evenals de rest van de Amerikaanse regering, zich houden aan dit geheime spreekverbod, terwijl zij actie zouden kunnen ondernemen die de weigering van de regering om Israëls kernwapens te erkennen zou aanvechten en mogelijk zou kunnen voorkomen dat 3,8 miljard dollar aan belastinggeld naar Israël gaat.”

Dat het document van het Ministerie van Energie überhaupt bestaat, is een erkenning van de verbazingwekkende macht van de Israëlische Lobby over de Amerikaanse regering op alle niveaus, vooral omdat het bedoeld is om andere wetgeving die door het Congres is aangenomen om nucleaire proliferatie tegen te gaan, te negeren of zelfs teniet te doen. En de ontkenning van wat iedereen weet dat waar is, namelijk dat Israël een nucleair arsenaal heeft, lijkt allemaal neer te komen op de mogelijkheid van de regering van de Verenigde Staten om een rijk Israël te blijven belonen met miljarden dollars belastinggeld per jaar. Om te suggereren dat de regeling snode bedoelingen heeft is nog zacht uitgedrukt, maar het is meer dan dat. Het is misdadig. Israël heeft toestemming gekregen om weg te komen met massale spionage gericht tegen de Verenigde Staten en diefstal van materiaal en technologie, terwijl het ook sinds de jaren zeventig betrokken is bij een samenzwering met de regering van de VS die het buitenlands beleid van Amerika verstoort, grotendeels om de miljarden dollars te kunnen blijven krijgen waarop het volgens de bestaande Amerikaanse wetgeving geen recht heeft. Dat is beschamend. Meer dan dat, het zou kunnen worden opgevat als verraad.

Philip Giraldi, Ph.D. is uitvoerend directeur van de Council for the National Interest.

Dit is een vertaling van een artikel dat op de website www.unz.com verscheen