In het paradijs vond de ondergang plaats

1
107

Erkenbrand was erbij in Paradiso toen de kwalitatief uitstekende Nederlandse vertaling van ‘Der Untergang des Abendlandes’ door Boom Uitgevers Amsterdam werd gepresenteerd. Het was een lange en opmerkelijke avond met ruimte voor voordrachten, debat, experimentele atonaal-muzikale begeleiding en beeldmateriaal m.b.t. het boek. Het was een avond waarbij zowel uitgesproken voorstanders, sympathisanten, apologeten alsook onverbiddelijke critici, bespotters en tegenstanders aanwezig waren onder sprekers en publiek.

De avond is onmogelijk samen te vatten omdat daarbij alle argumenten van voor en tegenstanders naast elkaar zouden moeten worden gelegd, met exacte citaten. In plaats daarvan is dit artikel bedoeld als een sfeerimpressie van wat een interessante maar ook roerige avond was. Dit maakt deze bijdrage dan ook niet volledig.

De avond startte in de grote zaal van Paradiso, al begon kort daarna in de kleine zaal een alternatief programma. Gedurende de avond was er door het volle programma geen pauze ingepland. Dit leidde tot een soort cafésfeer waarin het publiek vrijelijk tussen de zalen door liep en in de zaal de keel smeerde met een assortiment aan dranken.

Het eerste woord was aan de uitgever. Het boek is nu, bijna 100 jaar na de oorspronkelijke publicatie vertaald en uitgebracht omdat veel van de aangesneden thema’s van Spengler nu weer actueel zijn, zo stelde de uitgever. Boom Uitgeverij heeft zichzelf de vraag gesteld of dit boek wel uitgegeven zou moeten worden, ook omdat deze vraag in het publieke debat naar voren kwam. Activistische tegenstanders blijken zelfs een campagne te hebben opgezet om de vertaling een halt toe te roepen.

Vertaler Mark Wildschut was in een zeer droog betoog als tweede aan de beurt. Hij gaf aan dezelfde ambivalentie te voelen waarmee Spengler het boek in zijn ogen moet hebben geschreven. Het deed iets met zijn gemoedstoestand. Het project heeft in totaal vier jaar geduurd en de Wildschut gaf aan opgelucht te zijn dat het is afgerond. Wel is hij Spengler dankbaar omdat hij o.a. Plato op een heel nieuwe wijze heeft leren lezen.

Ad Verbrugge was de volgende spreker en is hierin beduidend meer geoefend. Hoewel hij in zijn eigen woorden geen Spenglerist is, kan hij de kwaliteit van de geschreven tekst en de theorieën die in het boek worden uitgediept wel bewonderen. Verbrugge lichtte de centrale stelling van het boek toe. De wereldgeschiedenis is qua ontwikkeling vergelijkbaar met de morfologie van een plant: er is de totstandkoming of wording, dan volgt de bloeiperiode, op zijn beurt weer gevolgd door de aftakeling of doodstrijd en tot slot de afsterving of in culturele context de uitsterving.

Frits Boterman, gepromoveerd op Spengler en André Klukhuhn hebben de persoon Spengler in historische context geduid. Ze maakten beiden duidelijk dat Spengler niet gezien moet worden als ideologisch voorloper van het nationaal-socialisme. Dit heeft er volgens Boterman o.a. mee te maken dat Spengler zich nogal eens spottend uitliet over Hitler (want te volks volgens Spengler) en over de NSDAP die hij teveel een politieke partij vond. Spengler zag meer in een land dat geleid wordt door een spirituele elite die de burgers inspraak zouden geven maar dan zonder referenda of stemrecht.

Volgens de heren kan Spengler beter geplaatst worden als ideologisch parallelle denker in de bredere völkische Bewegung van Duitsland in die tijd. Spengler was betrokken bij paramilitaire milities die de Weimar Republiek omver wilden werpen. Toen het uiteindelijk de NSDAP was die de dominante kracht in Duitsland werd, heeft Spengler wel geprobeerd om aan te haken maar werd hij telkens buiten de organisatie gehouden. Spengler heeft Hitler ontmoet, wilde graag een soort adviseur van hem worden maar ook dit ging niet door. Het valt niet uit te sluiten dat Spengler gevoelens van jaloezie had over de hele gang van zaken. Hij had zichzelf graag in een meer significante rol gezien.

Boterman uitte hardop zijn ongenoegen over het gegeven dat de theorieën van Spengler naar het heden worden vertaald, ook door de andere sprekers. Volgens hem betreft het een historisch werk dat in de context van zijn tijd moet worden gelezen.

Spengler was volgens Klukhuhn tot in het diepst van zijn wezen een anti-democraat. Hij veroorzaakte vervolgens een storm van ophef onder het publiek toen hij stelde dat “In zowel De Ondergang als Mein Kampf worden intellectueel legitieme kanttekeningen geplaatst bij democratie.”

Een ronde van critici brak vervolgens aan, aangevoerd door Willem Schinkel. De persoon Thierry B. werd geïntroduceerd, uiteraard doelend op de fractievoorzitter van Forum voor Democratie. Het was blijkbaar niet geoorloofd om de volledige naam van de persoon in kwestie uit te spreken. Daarmee vindt er een proces van dehumanisatie en criminalisatie plaats. B. wordt vermalen tot een abstracte vorm zonder rechten, gedachten en gevoelens. Een vorm die beschimpt en vertrapt mag worden. Schinkel was duidelijk met een politieke agenda naar de avond gekomen en had het eigenlijk niet veel over Spengler of het uitgebrachte boek. B. was volgens Schinkel een “middelmatig intellectueel die met grote en dure woorden zijn inhoudelijke armoede probeert te verbloemen.” Schinkel gaf aan het geen goed idee te vinden om de ideeën van Spengler in de huidige tijd onder de aandacht te brengen. Dit ligt volgens hem aan het punt dat Spengler “geen enkele moderne kritische sociologische of filosofische analyse doorstaat.”

De huidige Denker des Vaderlands René ten Bos was aan zet. Sportief gaf hij toe dat er ook mogelijkheid moest zijn om zogeheten foute denkers te lezen en te bestuderen. Ten Bos waagde een poging om de interesse van alt-rechts in het boek toe te lichten. Volgens ten Bos heeft dit alles te maken met naderend onheil wat de Europese bevolking nu voelt. Ten Bos stelt dat Spengler opmerkt dat de volksziel van vele Europese volkeren expansief is, wat zich heeft geuit in het bevaren van de zeeën, de reis naar de maan en een rijke hoeveelheid uitvindingen. Nu Europeanen niet meer expansief zijn, maar mensen van verre, geheel andere culturen juist naar Europa komen zien de Europeanen hun toekomst in gevaar komen. Baudet (wel volledige naam) werd genoemd, specifiek zijn neiging (volgens ten Bos) om schimmig te zijn over wat hij met homeopathische verdunning van de Nederlander bedoeld, of andere uitspraken van Baudet die vaak worden aangehaald om hem in diskrediet te brengen. Ten Bos noemde verder Richard Spencer en de alt-rechtse beweging en stelde hierbij dat “deze mensen het beste in een gekkenhuis kunnen worden opgenomen.” Het is hierbij niet duidelijk of ten Bos ook vindt dat dit met Baudet, zijn stemmers of Erkenbrand (niet bij naam genoemd) zou moeten gebeuren. Dit liet hij, heel schimmig, in het midden.

Een felle aanval kwam vervolgens voort uit Marli Huijer, voormalig Denker des Vaderlands. Spengler hield er volgens haar ouderwetse ideeën op na over vrouwen en over de multiculturele samenleving. Naar de mening van Huijer is de multiculturele samenleving een groot succes, ondanks de grote zorgen hierover bij een aanzienlijk deel van de bevolking en in weerzin van vele statistieken hierover. Ook verwierp ze het idee van Spengler dat Europa verzwakt is door de toegenomen vrijheid die Europese vrouwen hebben. Meer dan ooit, zo stelde ze, zijn er belangrijke vrouwen in de kunsten, wetenschappen, politiek en bedrijven die bijdragen aan een betere wereld. In het wereldbeeld van Spengler is Europa een masculiene cultuur en zijn veel andere culturen, waaronder de Arabische en de Chinese een feminiene culturen. Spengler was in de ogen van Huijer een racist en seksist die zijn eigen angsten en onzekerheden verwerkte in het boek. Bij ontvangst van een exemplaar van de Nederlandse vertaling heeft Huijer het boek dan ook door midden geknipt, precies waar het tweede deel van het boek begint. Het betoog van Huijer leidde zowel tot applaus als kritiek vanuit de zaal, waarbij delen van het publiek elkaar probeerden te overstemmen en luidkeels de discussie met elkaar aan ging. Dit soort momenten, waarbij voor- en tegenstanders elkaar in de haren vlogen leidde ertoe dat de avond flink uitliep.

Een van de gespreksleidster en presentatrices van de avond, Lette Vos vertelde het aanwezige publiek over een programma in de kleine zaal dat over hypnose ging. De relatie met Spengler en hypnose ontgaat mij, maar ze biechtte op hier interesse in te hebben. Zou Baudet dan toch gelijk hebben over vrouwen die graag de touwtjes uit handen geven aan een sterke man met een indringende stem, begeleid door een zwaaiend medaillon dat net zo cyclisch beweegt als de wereldgeschiedenis?

De laatste individuele spreker die ik wil toelichten is de criminoloog Chris Rutenfrans. Een pessimistische man aangaande de toekomst van Europa. Hij plaatste Spengler in het perspectief van de drie abrahimitische religies, al zijn het christendom en jodendom in de ogen van Rutenfrans anders dan islam. Dit heeft, zo stelt Rutenfrans alles te maken met dat Allah dusdanig boven de mensen is verheven, zo almachtig en alwetend, dat hij geen persoonlijke relatie aan kan gaan met de mens. Dit maakt ook dat moslims alles wat er gebeurt in het leven buiten zichzelf plaatsen onder de noemer van de wil van Allah. Christenen en joden hebben daarentegen een persoonlijke relatie met God, christenen in het bijzonder door God de Zoon in de vorm van Jezus Christus. Dit zorgt er volgens Rutenfrans voor dat christenen en joden opgroeien met het idee dat het leven beïnvloedbaar is wat ten goede is gekomen aan de ontwikkeling  van kunst, wetenschap en cultuur. Een cultuur die Rutenfrans aanduidt als joods-christelijk (wat niet bestaat, maar dit terzijde) en als superieur. Rutenfrans uitte aan de hand van Spengler zijn zorgen over het voortbestaan van Europa omdat mede dankzij secularisatie Europeanen te weinig kinderen krijgen. Hij betwijfelde hardop of Afrikanen en Arabieren in staat zullen zijn de hoge kwaliteit van onze cultuur in stand te houden.

Een van intellectueel meest verontrustende opmerkingen van de avond ontsnapte uit de mond van Femke Kaulingfreks: “De denkstructuren van Thierry B. en Mohammed B. zijn soortgelijk. De extremistische islam en extreemrechts zijn soortgelijk. Beiden kunnen leiden tot terrorisme. Ik maak mij zorgen over de stemmers op Thierry B.”

Afshin Ellian, tafelgenoot in een debat waar ook René ten Bos was aangeschoven nam hier merkbare aanstoot aan. Een deel van het publiek reageerde ook geschokt, woorden van afkeuring klonken uit het publiek over deze vergelijking. “Dit soort vergelijkingen hebben in 2002 tot de moord op een politicus geleid.” Zo hield Ellian het publiek voor. Een collega schrijver voor Erkenbrand.nl heeft bovendien overtuigend afgerekend met het idee dat fascisme en islam vergelijkbaar zijn. Een aanwezige uit het publiek vroeg zich richting Kaulingfreks hardop af waarom er “Zo kinderachtig gesproken wordt over Thierry B? Waarom niet gewoon zijn volledige naam?”

Ellian verweet Kaulingfreks het debat te willen smoren met haar uitspraken en stelde dat Thierry en Mohammed B. onmogelijk met elkaar vergeleken kunnen worden. Ook nam hij het de gespreksleider Hassnae Bouazza kwalijk dat ze niet ingreep. Bouazza verweet Ellian en andere ‘rechtse’ opiniemakers dat ook zij regelmatig stevige opmerkingen maken richting tegenstanders.

Bij de avond ontbrak er eigenlijk één vraag: hoe kan het dat het boek destijds relevant werd gevonden en het dat ook nu weer is? Wat zijn de achterliggende mechanismen die ervoor hebben gezorgd dat de concepten die Spengler aansnijdt weer onderdeel uitmaken van het publieke debat?

Mijn conclusie is dat de tegenstanders van de nationalistische gedachte weer een gevoelige nederlaag leden, een van de velen die nog gaan volgen. Men ging ten onder door de man Oswald Spengler aan te vallen, evenals vermeende hedendaagse medestanders i.p.v. de inhoud. Ik wil deze mensen op het hart drukken te wennen aan verliezen. Nationalisme is in opkomst!

Isengrim

1 COMMENT

  1. Een mooie omschrijving. Erg jammer dat ik er niet bij kon zijn, het klinkt als een vermakkelijke avond.

    Spengler is brilliant. Kan er persoonlijk niks op aanmerken, zijn theorie van geschiedenis houd water. Wel is het een pessimist.

Comments are closed.