Iedereen is Slauerhoff

2
708

Jan Jacob Slauerhoff (1898 – 1936) is een van de belangrijkste schrijvers van de vorige eeuw, zijn gedichten worden gerekend tot de beste gedichten in de Nederlandse literatuur. Op 1 december 2020 wordt het tweede en laatste deel van een nieuwe uitgave van zijn werken gepresenteerd door Nijgh & van Ditmar. Het is de meest volledige uitgave ooit, waaruit de nog altijd grote invloed van Slauerhoff op de moderne Nederlandse literatuur is op te maken. Dat Slauerhoff een groot dichter was, is niet aan de aandacht ontsnapt van belangrijke naoorlogse schrijvers zoals Cees Nooteboom en Willem Frederik Hermans. Beiden zijn aan hem schatplichtig voor wat betreft hun schrijfstijl en sfeer. Toch is er meer dat deze schrijvers aan Slauerhoff verbindt. Een van de unieke kenmerken van het werk van Slauerhoff, maar ook de persoon Slauerhoff, is dat bij hem iedere klassieke bron van identiteit lijkt te ontbreken. Hij is aan niets gebonden. Net zo is Nooteboom een wereldreiziger, en kan Hermans het in zijn ogen kleinzielige Nederland nooit als zijn thuisland zien. Beide schrijvers zullen ongetwijfeld zichzelf in het werk van Slauerhoff hebben herkend.

Dat zijn werk daarnaast ook onverminderd populair is onder Nederlands publiek zou dan ook geen verrassing moeten zijn. Een sterk verminderd besef van identiteit is iets dat niet alleen maar bij de bohemiene schrijvers voorkomt. Het is iets dat iedere Nederlander, en in een bredere context iedere Europeaan, vrijwel dagelijks ondervindt. Voor vrijwel iedere Europeaan spelen klassieke bronnen van identiteit steeds minder een rol in het publieke leven. Voor hen is Europa slechts een economische zone, de Europeaan bestaat wezenlijk niet. Een Europeaan kan hindoe zijn, christen, islamiet, jood, of behoren tot ieder ander geloof onder de zon. Iemand wiens voorouders duizenden jaren op dit grondgebied hebben geleefd, is net zo goed een Europeaan als iemand die vandaag beslist om naar Europa te vertrekken, vanuit welk land dan ook. Met de komst van kenniswerk is zelfs taal een steeds zwakkere bron van identiteit.

Om te beginnen bij het geloof. Rond het eind van de negentiende eeuw was het christendom voor een groot gedeelte van Europa nog altijd aanwezig als een sterke ondertoon in de samenleving. Toch was ook toen de afbrokkeling van identiteit al begonnen. De hegemonie wankelde. In Nederland en in Europa begon de afbrokkeling van het geloof bij Darwin. Dit is ook merkbaar in het werk van Slauerhoff, en hij lijkt in Het verboden rijk zijn mening prijs te geven over het christendom, als hij schrijft:

Het Christendom had nimmer vat op mij; ik wist te vroeg welke wreedheden de Saracenen van deze ‘zachtmoedigen’ hadden moeten ondergaan; zoo bleef ik tot mijn zestiende jaar een jongen die niet naar de kerk wilde, den biechtvader in zijn gezicht uitlachte, de dienaars met steenen wierp en de bloemen van het park uittrok, ‘s Nachts liet ik mij vaak uit mijn raam zakken, zwierf door de bosschen en worgde menig verrast dier met mijn handen.

De gruwelen die christenen in het verleden hebben veroorzaakt zijn voor de hoofdpersoon van het verhaal aanleiding om het geloof achter zich te laten. De christen is niet zachtmoedig, en daarmee is de illusie van het christendom voor hem verbroken. In de Nederlandse omgangsvormen kon hij zich evenmin vinden, net als Franse schrijvers en dichters die voor hem een grote inspiratiebron waren zich niet konden vinden in de Franse gebruiken. Zijn aanklacht tegen de kleinburgerlijkheid van Nederland beschrijft hij in een van zijn meest bekende gedichten In Nederland…:

In Nederland wil ik niet leven,

Men moet er steeds zijn lusten reven,

Ter wille van de goede buren,

Die gretig door elk gaatje gluren.

‘k Ga liever leven in de steppen,

Waar men geen last heeft van zijn naasten:

Om ‘t krijschen van mijn lust zal zich geen reiger reppen,

Geen vos zijn tred verhaasten.

In Nederland wil ik niet sterven,

En in den natten grond bederven

Waarop men nimmer heeft geleefd.

Dan blijf ik liever hunkrend zwerven

En kom terecht bij de nomaden.

Mijn landgenooten smaden mij: ‘Hij is mislukt.’

Ja, dat ik hen niet meer kon schaden,

Heeft mij in vrijheid nog te vaak bedrukt.

In Nederland wil ik niet leven,

Men moet er altijd naar iets streven,

Om ‘t welzijn van zijn medemenschen denken.

In het geniep slechts mag men krenken,

Maar niet een facie ranslen dat het knalt,

Alleen omdat die trek mij niet bevalt.

Iemand mishandlen zonder reden

Getuigt van tuchtelooze zeden.

Ik wil niet in die smalle huizen wonen,

Die Leelijkheid in steden en in dorpen

Bij duizendtallen heeft geworpen…

Daar loopen allen met een stijven boord

– Uit stijlgevoel niet, om te toonen

Dat men wel weet hoe het behoort –

Des Zondags om elkaar te groeten

De straten door in zwarte stoeten.

In Nederland wil ik niet blijven,

Ik zou dichtgroeien en verstijven.

Het gaat mij daar te kalm, te deftig,

Men spreekt er langzaam, wordt nooit heftig,

En danst nooit op het slappe koord.

Wel worden weerloozen gekweld,

Nooit wordt zoo’n plompe boerenkop gesneld,
En nooit, neen nooit gebeurt een mooie passiemoord.

Nederland was voor Slauerhoff te Apollinisch, hij kon er onmogelijk zijn plaats vinden. In Nederland is de uiting van een culturele zwerver, die geen vaste grond onder zijn voeten kan vinden, waarheen hij ook gaat. Het lot van iemand die op deze manier door het leven gaat is duidelijk. Hij zal eeuwig rondzwerven, voor altijd een haven zoekend. In Larrios waant Slauerhoff zich in een langzaam stervend Europa, waarvan een van de uiteinden, Spanje, al dood was. Van een fysiek sterven kan geen sprake zijn, Europa bestaat immers nog. Is dit het lichaam van Slauerhoff zelf, wat hij, net als Europa, moet verlaten? Sterft Europa af in Slauerhoff zelf? Op een verklaring hoeven we niet te rekenen. Slauerhoff heeft op jonge leeftijd zelf dit lot ondergaan.

Religie en cultuur zijn belangrijke bronnen van identiteit, maar het zijn ook delen van identiteit waar we tot op zekere hoogte de vrijheid hebben om te kiezen. Afkomst daarentegen, kunnen we niet kiezen. Het is niet verwonderlijk dat Slauerhoff hier moeilijk zijn weg in kan vinden. In een fragment uit Het leven op aarde lijkt hij zich hier toch over los te laten:

“Ondanks die grote vriendelijkheid heb ik een opwelling mij op hem te werpen. Ik moet aannemen dat hij de gastheer is want hij verwelkomt mij. Dus een weerzinwekkende vette Chinees bezit een Europese van vrij grote schoonheid. Ik voel het als een belediging tegen mijn ras. Maar wat kan het mij schelen, dat ras stoot mij ook uit, en de opwelling is heel gauw voorbij. Dit tenminste gaat mij niet aan en wat zijn deze mensen mij anders dan middelen om mijn doel te bereiken, hier vandaan te komen in het binnenland?”

De mooie Europese vrouw en de weerzinwekkende Chinese man vormen een sterk contrast, die ongetwijfeld ook verband heeft met de hevigheid van zijn reactie. In Götzen-Dämmerung beschreef Nietzsche de Griekse filosoof Socrates, die in de Griekse oudheid bekend stond om zijn afzichtelijkheid. Socrates zou niet alleen als slecht beschouwd worden vanwege zijn uiterlijk, maar zijn uiterlijk zou bijna als een weerlegging gezien worden van het Grieks zijn. Het omgekeerde moet dan ook waar zijn, de meest aantrekkelijke Grieken zijn het meest Grieks. Een eenvoudige methode van zelfverheerlijking, en voor de moderne mens een conclusie die onacceptabel is op logische grond. De hoofdpersoon volgt hier alleen geen logische redenering. De opwelling die hij voelt, en zelf onverklaard laat, is ook niet uitzonderlijk. Het is een voortzetting van het gevoel dat Nietzsche oproept bij zijn veroordeling van Socrates. De hoofdpersoon betrapt zich erop dat hij zich beledigd voelt dat iemand die hij als uitzonderlijk eigen beschouwt, een uitzonderlijke buitenstaander als man verkiest. Hij kan dit gevoel als eeuwige buitenstaander onmogelijk rechtvaardigen. Hierna ontkent hij zijn eigen afkomst en troost hij zich met de gedachte dat hij deze mensen gebruikt voor een nog onduidelijk doel.

Vervreemding is voor schrijvers die tot de stroming van het symbolisme gerekend worden niet een nieuw thema. De mate waarin dit thema in het werk van Slauerhoff terug te vinden is maakt het werk wel uniek. Baudelaire en Rimbaud zetten zich beiden af tegen het gebruikelijke, maar hun vervreemding is meer universeel. Beiden blijven zonder twijfel Frans. Bij Slauerhoff kan men niet anders dan zich afvragen: is de schrijver eigenlijk nog wel Nederlands?

De literaire repliek op vervreemding in moderne Nederlandse literatuur lijkt in bijna ieder geval een onvermijdelijke postmoderne aanfluiting. Alles is relatief. Alle pogingen om iets te schrijven over de waarheid zullen op niets uitlopen. Een repliek die niets wezenlijks toevoegt aan hetgeen zijn werk zo genadeloos blootlegt. De ultieme uiting van deze reactie is misschien wel waardering voor het werk zelf. De reactie van de lezer daarentegen is herkenning. Het werk van Slauerhoff voelt zo persoonlijk dat de lezer het gevoel krijgt dat hij het voor zichzelf moet houden. De woningloze Slauerhoff is zo iedere identiteitsloze Europeaan, die zichzelf op sommige momenten betrapt dat hij wel degelijk een Europeaan is. Die zijn cultuur in overlevering kent, maar niet meer begrijpt wat deze behelst. Die de geschiedenis bestudeert, maar zich niet meer kan herinneren wat deze nog betekent. De Europeaan die ontworteld is, maar zich langzaamaan beseft dat zijn wortels het fundament vormen van zijn wezenlijke bestaan.

2 COMMENTS

  1. De belangrijkste taak van het nationalisme is om de liberale, verdwaalde en wortelloze kosmopoliet weer te verbinden met zijn wortels; met zijn volk, zijn voorouders en zijn land.
    Pas dan kan de mens weer floreren als een lichamelijk en geestelijk gezond geheel.

    • Vind je het erg dat ik het geloof in kosmopoliet inmiddels verloren ben? Ik ben wel op een punt waarbij het lot van de kosmopoliet en der eeuwige liberaal mensch mij niets uitmaakt. Ze zullen proeven en voelen wat hun houding jegens ons hen gebracht heeft. Ze zullen ten prooi vallen aan het zwaard van de veroveraars, of anders wel gemuilkorfd en te werk gesteld worden door de door henzelf verheerlijkte globalistische tirannen. Ik heb geen tijd en energie voor hen. Ik wacht af, ik zal er misschien zelfs nog om glimlachen. Voor de rest concentreer ik me het liefst op de herovering van ons land en continent, want wij zullen uiteindelijk zegevieren.

Comments are closed.