Het Raciale Contract

0
550

This book is dedicated to the blacks, reds, browns, and yellows who have resisted the Racial Contract and the white renegades and race traitors who have refused it.” – Charles W. Mills.

Inleiding
Prof. dr. Charles W. Mills is een Afro-Jamaicaanse politieke filosoof en publieksfilosoof met een speciale interesse in ras, maatschappelijke klasse en ‘gender’. Hij promoveerde op de Universiteit van Toronto onder begeleiding van Daniel Goldstick en Frank Cunningham. Mills is momenteel hoogleraar aan de City University of New York (CUNY). Hij heeft artikelen gepubliceerd over kritische rastheorie, marxisme en ‘Africana filosofie’. Lezers met een bijzondere aandacht voor het gedachtegoed van mejuffrouw Simons, opgelet.

Allereerst een inleiding vanuit een historische context. Het sociaal contract is een onzichtbare overeenkomst tussen volk en staat om de onderlinge verhoudingen te regelen, waar de staat legitimiteit en gezag aan ontleent. Het sociaal contract is een erfenis van de Verlichting en werd gepropageerd door filosofen als Thomas Hobbes, Jean-Jacques Rousseau en John Locke. Een centrale these van het sociale contract-denken is dat recht en de politieke orde niet een natuurgegeven zijn, maar een menselijke creatie. Zonder het sociale contract zou de maatschappij er volgens voorstanders een zijn van roof, leugens, grensoverschrijdend gedrag en geweld. Zoals Hobbes het verwoordde: “Een oorlog van allen, tegen allen.”

Het sociaal contract houdt in dat we burgerrechten krijgen, zolang we het rechtsstelsel en politieke systeem respecteren, met daarin centraal een grondwet. Individuele burgers leveren allen enige vrijheid en rechten in, om de vrijheid en rechten als groep te vergroten. Een eenvoudig voorbeeld: Wij betalen als bevolking belasting zodat de overheid er wegen van kan aanleggen en onderhouden, of een verzorgingsstaat van kan betalen. Het sociale contract stelt ons in staat de natuurtoestand te verlaten en de beschaving te omarmen, meenden de eerder genoemde Verlichtingsfilosofen.

Hoewel het lijkt alsof Mills enkel het Verlichtingsdenken en vermeend post-kolonialisme adresseert zitten de wortels volgens hem dieper. Al sinds het vroegste Europese denken zouden de wortels gelegd zijn voor dominantie van blanken en uitsluiting van niet-blanken. In het Griekenland van Socrates, Plato en Aristoteles zetten de Grieken zich af tegen wat zij barbaarse volkeren noemen: De Perzen, de Egyptenaren en de Indiërs. Zwarte Afrikanen worden niet of nauwelijks genoemd en als dat al het geval is, niet al te vleiend.

Toegegeven, Mills heeft enige reden om dit te denken. Een vrije keuze uit citaten en parafraseringen van filosofen door de geschiedenis heen:
Grieken hebben een andere morele status dan niet-Grieken.” – Plato

We moeten een programma opzetten in de Republiek waarin de meest geschikte mannen en vrouwen bijeen komen om zich voort te planten.” – Plato

Aziaten zijn behept met een verlangende geest, daarom verkeren zij altijd in een staat van onderwerping en slavernij.” – Aristoteles

Iedere vrije man in Carolina zal absolute macht en autoriteit hebben over zijn negerslaven.” – John Locke (Locke was een eigenaar van slaven, aandeelhouder in de Royal African Company en schreef als een van de acht ‘Lord Proprietors of the Province of Carolina’ mee aan de grondwet van Carolina waarin slavernij expliciet werd goedgekeurd)

Ik heb het vermoeden dat de negers en in het algemeen alle soorten mensen anders dan blanken van nature inferieur zijn. Er is nooit een beschaafd land geweest bevolkt door mensen zonder blanke huidskleur. Er wordt aldaar niets gedacht, noch ondernomen. Geen kunst, geen wetenschap.” – David Hume

Zowel metaalbewerking als landbouw zijn onbekend onder de wilden van Amerika, daardoor zijn zij altijd wilden gebleven.” – Jean Jacques Rousseau

Het blanke ras draagt alle talenten en motieven in zich.” – Immanuel Kant

Het negerras zit vol affecties en passies, ze zijn levendig, babbelziek en nutteloos. Het negerras kan opgevoed worden, maar enkel om te dienen als slaaf.” – Immanuel Kant

Het negerras toont een grote gelijkenis met de oermens.” – Friedrich Nietzsche

De vaak gehoorde uitdrukking West-Europese filosofie is een tautologie. Waarom? Omdat filosofie in haar wezen Grieks is, het wezen van de filosofie werd eerst omarmd in Griekenland en wist zich vanuit daar te ontvouwen in Europa.” – Martin Heidegger

China heeft geen filosofie, enkel gedachten.” – Jacques Derrida

Tot slot ter voorbeeld nogmaals Rousseau, aan wie het idee van de nobele wilde ten onrechte wordt toegeschreven. Rousseau schreef over de oermens als een vrij, aap-achtig wezen dat dankzij het stichten van een staatsbestel transformeert tot een beschaafde mens. De voorbeelden van Rousseau van beschavingen en daaruit voortkomende staten in zijn werk ‘Discours sur l’origine et les fondements de l’inégalité parmi les hommes’ zijn allen Europees van aard. De voorbeelden van ‘wilden’ zijn allen niet-Europees zoals de Hottentotten en Caribbische volkeren.

Deze lange denkgeschiedenis vol vermeend racisme zien we volgens Mills terug in het curriculum van onze universiteiten. Een studie waarin politieke theorie bestudeerd wordt (o.a. filosofie, politicologie, sociologie, bestuurskunde) begint volgens Mills bij Plato en Aristoteles, gevolgd door Thomas van Aquino, Sint Augustinus, Machiavelli, daarna Hobbes, Locke, Mill (zonder s) en Marx om te eindigen met Rawls en Nozick. Men maakt kennis met aristocratie, democratie, absolutisme, liberalisme, socialisme en libertarisme. Mills noemt blanke suprematie expliciet als politieke ideologie, naast liberalisme, socialisme en fascisme.
Het curriculum op onze universiteiten is ontworpen en wordt onderwezen door blanken. Daarom vind er telkens een bestendiging en bevestiging plaats van het dominante systeem van blank supremacisme. Dit zou zo verankerd zitten in onze cultuur dat blanken het niet meer als systeem herkennen, dat we er blind voor zouden zijn geworden. Blanken zouden het als de meest normale gang van zaken beschouwen om op formele en informele wijze te heersen over niet-blanken. Het aangaan van een contract is normaliter een overeenkomst tussen twee partijen. Volgens Mills betreft het Raciaal Contract echter een afspraak tussen blanken die al vele generaties stand houdt. Het is geen afspraak die op papier staat, maar een die voortkomt uit een gedeelde afkomst, wereldbeeld en wensen voor de toekomst.

Charles W. Mills onderschrijft de gedachte dat het sociaal contract (en wat zij voortbrengt) een menselijk construct is. Mills voegt daar aan toe dat dat de ontstaansgeschiedenis en locatie van het sociale contract-denken ertoe heeft geleid dat het niet slechts een sociaal contract is, maar een raciaal contract van blanken. Het fundament van dit raciale contract is volgens Mills systemische blankheid in alle geledingen van de maatschappij, historisch, actueel en toekomstgericht. Blankheid zou verweven zitten in de politiek, in taal, in culturele gebruiken, levensinrichting, economische bedrijvigheid en geschiedschrijving. Mills stelt: “Blank suprematiedenken bestaat al vele jaren, het is op zichzelf een politiek systeem. Het is een onzichtbare afspraak tussen blanken onderling om blanke overheersing vorm te geven in het alledaagse leven: Het Raciale Contract. Het Raciale Contract is niet een contract tussen alle mensen. Het betreft enkel de mensen die er in hun ogen toe doen: blanken.”

Volgens mensen als Mills is racisme systemisch en institutioneel. Veel blanken daarentegen zien racisme als zeldzaam voorkomend, ouderwets en een onfortuinlijke mentale toestand die met voldoende scholing en het voortschrijden van de tijd wel over gaat. Praten over racisme zou zodoende op zichzelf racistisch zijn, omdat het raciale scheidslijnen zou accentueren. Mills noemt dit naïve goedheid van blanken. Kleurenblindheid is een geprivileerde positie wanneer je de ultieme machtsfactor bent.

Het hebben van een blanke kleur is volgens Mills een geheime raciale code, zelfs de enige code, die volledige toegang geeft tot een moderne westerse maatschappij. Volledige toegang tot zo’n maatschappij zou inhouden dat blanke interesses doorslaggevend zijn in de politiek, het rechtssysteem, media, onderwijs en andere instituten. Dit zou blanken hun privilege geven: sociaal-economische voorrang, bepalen hoe de distributie van rechten, plichten, diensten, goederen, kansen, voordelen en lasten verloopt, lees: ten gunste van blanken.

Kanttekeningen
Het Raciale Contract is politiek, moreel en epistemologisch (kentheoretisch). Het boek ‘The Racial Contract’ is echter dusdanig geschreven dat het de vraag is of er wel iets te kennen valt.

Mills laat na te beschrijven hoe dit Raciaal Contract tot stand komt. Is er een specifieke gebeurtenis, of keten van gebeurtenissen die zo’n contract hebben doen ontstaan? Mills rept er met geen woord over in zijn boek. Blankheid zou intrinsiek verweven zijn in onze geest en daardoor voortvloeien in onze historische, actuele en toekomstige levensinrichting en samenleving. Zonder het waarom, het wat en het hoe van zo’n kennelijk allesdoordringend fenomeen te beschrijven is het echter onmogelijk om een keten van oorzaak-en-gevolgrelaties vast te stellen. Het maakt het überhaupt moeilijk om vast te stellen of er sprake is van institutioneel racisme en van een geheime code tussen blanken onderling. Een Raciaal Contract is er gewoon, einde verhaal, zo meent Mills. Dit maakt de centrale these van Mills zwak in academisch opzicht. De academische wetenschappelijke standaard is eveneens door blanke mannen bedacht en uitgewerkt en zal zodoende ook wel een uiting van het Raciale Contract zijn.

Waarom noemt Mills het Raciale Contract niet raciale hegemonie of een blank contract als het enkel blanken betreft? De zogezegde koloniale pijn die zou leven onder negroïde nakomelingen van slaven, is dat niet ook een uiting van een zwart Raciaal Contract? Als Akwasi stelt dat een “donker persoon” een andere energie heeft dan een blank persoon, maakt deze energie dan onderdeel uit van een contract?

Als het waar is dat er zoiets bestaat als een Raciaal Contract dat de positie van blanken continu bevestigt, dan is het de vraag wat dit zegt over de organisatiekracht van andere rassen. Als een blanke huidskleur kennelijk fungeert als een geheime code, een raciale semiotiek, is het dan niet slechts een natuurlijk fenomeen dat blanken in vele domeinen des levens excelleren? Gaat het dan nog wel over ras, of is het vooral blanke competentie die hoogwaardige, complexe samenlevingen weet op te tuigen waarin veel andere rassen bijna zonder uitzondering en welhaast automatisch de maatschappelijke onderklasse vormen? De citaten van Kant doemen op.

Wat betekent het bestaan van een Raciaal Contract voor de vele oorlogen die blanken onderling hebben gevoerd? Mills geeft geen enkel argument voor- of tegen nut en noodzaak van oorlog tussen blanke volkeren. Dit is slordig, daar zulke oorlogen van een grotere historische significantie zijn dan de zoveelste schietpartij tussen de ‘Crips’ en de ‘Bloods’, afrekeningen in de mocromaffia of andere gewelddadigheden tussen veelal gekleurde straatbendes.

Wat betekent het Raciale Contract voor blanken die praktisch werk verrichten? Te denken valt aan vrachtwagenchauffeurs, timmermannen, glazenwassers, verpleegkundigen en automonteurs. Gelet op het verschil in maatschappelijke kansen en financiële vergoeding ten opzichte van een vastgoedadvocaat, een accountant of een organisatieconsultant lijkt het onhoudbaar om te stellen dat praktische arbeiders veel profijt hebben van het Raciale Contract. Mills heeft ook niet aan kunnen tonen, noch aannemelijk gemaakt dat blanken de controle hebben over de amusementsindustrie, de media, de banken en het rechtssysteem.

Hoe verklaart Mills de industrie die is ontstaan rondom ‘blanke schuld’? Het is Mills kennelijk ontgaan dat er in toenemende mate een cultuur van censuur heerst op universiteiten. Niet zelden wordt op hoge toon geëist dat het curriculum wordt aangepast ten gunste van “een veilige leeromgeving”. In de samenleving staan uitgesproken blanke culturele uitingen onder druk. Straatnamen en andere plaatsaanduidingen dienen vervangen te worden. Juridisch activisme zorgt voor aanpassingen in de strafmaat omdat “Jamal zo’n zware jeugd heeft gehad”, maakt van het politiekorps een verzameling maatschappelijk werkers hetgeen juist leidt tot rechtsongelijkheid, zoals we hebben kunnen zien bij de recente BLM-demonstratie op de Dam in Amsterdam. Wat te denken van de arbeidsmarkt waarin vol wordt ingezet op modetermen en bedrijfsculturen vol diversiteit en inclusie? Hoe denken kritische rastheoretici over de asielindustrie?

Hoe weegt het bestaan van een Raciaal Contract dat blanken zou bevorderen op tegen het bestaan van systemisch, institutioneel misbruik van blanke meisjes door gekleurde bendes als in Rotherham, Telford, Huddersfield, situaties die ook elders in Europa voorkomen?

Mills laat eveneens na om biologische factoren te analyseren. Doorgaans kiezen mensen voor samenleven, werken en recreëren met mensen die op hen lijken. Ieder mens voelt zich het meest thuis bij mensen die hem of haar aan thuis, aan het vertrouwde doen herinneren.

Het boek van Mills lezende krijg ik een beeld van een onzichtbare blanke wereldheerschappij waarin blanken volledig onbezorgd door het leven dartelen binnen hechte gezinnen en bloeiende gemeenschappen. Dit idyllische beeld is ons helaas ontnomen en wordt blanken in toenemende mate ontzegd door een specifieke andere wereldheerschappij. We zien een afkalvende middenklasse, steeds minder geboortes, een generatie die opgroeit in de wetenschap dat ze het niet automatisch beter zal hebben dan de vorige generatie, onzinnig werk dat steeds slechter betaalt, gemorrel aan werknemersrechten en sociale verworvenheden, huizenprijzen die zelfs tijdens een pandemie continu door het dak blijven gaan, stijgende voedselprijzen, afname van onderwijskwaliteit, het uitkleden van de zorg, het uitkleden van defensie en politie, afbraak van de agrarische sector, stijging van criminaliteit met name door demografische import en de versmelting van onder- en bovenwereld middels de narcostaat. Het beeld wat Mills en medestanders proberen op te roepen strookt niet met de realiteit.

Een Raciaal Contract in relatie tot de reacties op de dood van George Floyd
Afro-Amerikaans gezegde, aangehaald door Mills: “When white people say ‘Justice’, they mean ‘Just Us’.”

Jared Taylor, een graag geziene spreker in onze kringen, heeft recent gereageerd op de wereldwijde protesten en rellen rondom de dood van George Floyd. Ik meen dat Taylor een denkfout maakte wanneer hij in een podcast voor AmRen stelde: “Dit is geen opstand, geen insurrectie, ik denk dat dit niets anders zijn dan rellen.”

Ik denk dat ik Taylor begrijp, al is dit speculatie van mijn kant, dat de rellen zo primair, zo vernietigingsbelust zijn, dat er geen sprake zou kunnen zijn van een opstand, laat staan een insurrectie. Dit vereist een niveau van organisatie die we doorgaans niet gewend zijn van onze negroïde medemens. Het is echter reeds aangetoond dat er samenwerking is met anarchistische groepen en financiering door mensen als George Soros. Kennelijk ontstaat er zoiets als een groepsgevoel onder gekleurde mensen, zelfs verspreid onder meerdere gekleurde volkeren: Antillianen, Marokkanen en Chinezen om zich te verzetten tegen wat zij ervaren als institutioneel racisme. Is dit dan geen Raciaal Contract?

Door de gehele westerse wereld is er de afgelopen tijd stevig geprotesteerd en veelvuldig gereld, tot aan het omver trekken van standbeelden van historische figuren, moord en doodslag toe. De dood van George Floyd bracht een enorme geweldsexplosie teweeg. Vele daders zullen nooit voor de rechter komen, omdat zij zijn opgegaan in de massa. Een massa die hen nooit zal verlinken, hetgeen doet denken aan een Raciaal Contract. Aangevuld met een burgemeester, niet enkel in Amsterdam, die sympathiek staat tegenover BLM-activisme wordt het bestaan van een rechtssysteem dat niet-blanken zou benadelen weerlegt.

All Lives Matter en Blue Lives Matter zijn volgens critici gepriviligeerde reacties tegen Black Lives Matter. De reactie zou een uiting zijn van blanke overgevoeligheid en een slachtoffercultus om blanke heerschappij in stand te houden. Wie All Lives Matter en Blue Lives Matter scandeert zou voorbij gaan aan de historische achtergestelde levens en status van zwarten. Van zulke povere argumentatie, stellingen die uitgaan van aannames en redeneringen zonder begin en eind, daardoor kan ik moeilijk ademen.

Conclusie
Dat Mills als filosoof gespecialiseerd is in marxisme, de daaruit voortkomende kritische rastheorie (zelf een reactie op de volgens aanhangers te ‘blanke’ kritische theorie van de Frankfurter Schule) wordt duidelijk in het boek. Waar voorheen de arbeider onderdrukt werd door de grootbezitter is het nu de blanke man die de gekleurde mens onder de duim zou houden. Mills slaagt er niet in om zijn centrale these te bewijzen. Het bestaan van een Raciaal Contract, een politiek systeem dat blanken in alle aspecten van het leven zou bevorderen moet als onbewezen worden beschouwd.

Isengrim