Het lek prikken van de diversiteitsbubbel

0
111

White identity: Racial consciousness in the 21st century (2014)
Jared Taylor

 

‘Diversiteit is onze kracht’ is een slogan die door velen binnen de Westerse samenleving gebruikt wordt. Het is bijna een automatisme geworden voor politici, wanneer zij op de bres springen voor de multiculturele en multiraciale samenleving. De CEO’s van multinationals prijzen diversiteit de hoogste hemel in als ze weer een nieuw quotum hebben ingesteld, dat moet gaan zorgen voor meer vrouwen, minderheden, homofielen, travestieten of invaliden. Niemand binnen het globalistische politieke spectrum lijkt in staat om ook maar één keerzijde van diversiteit te noemen. Het is dan ook de sine qua non van de globalistische ideologie: als diversiteit, zij het etnisch/raciaal, cultureel of religieus, geen enkel tastbaar voordeel oplevert voor het volk dat in eigen land met diversiteit te maken krijgt, valt de hele ideologie als een kaartenhuis ineen.

Ik kijk met veel interesse naar de huidige politieke situatie in de Verenigde Staten. Door hun demografische situatie, waar ik in een eerder artikel op ingegaan ben, kan de VS gezien worden als een kanarie in de kolenmijn. De diversiteit-retoriek die tegenwoordig in Europa gebruikt wordt, is ook over komen waaien uit de VS: daar was het immers eerder nodig om de omvolking goed te praten en de blanke bevolking te sussen.

Jared Taylor doet in zijn in 2014 uitgekomen boek ‘White identity: Racial consciousness in the 21st century’ een waardige poging om door de diversiteitsbubbel heen te prikken. Hij (en met hem vele anderen in nationalistische cirkels in de VS) heeft door dat blanken geen enkel profijt ondervinden van diversiteit in de VS: sterker nog, blanken komen specifiek onder druk te staan. Hun recht om als afzonderlijke groep te bestaan in de VS (zo ook op de wereld) wordt door de diversiteitsideologie ontkend.

Daarnaast is het creëren van een blank bewustzijn essentieel in het bestrijden van het demografische verval van blanken. Dit beschouwt Taylor als een van de hoekstenen van een Amerikaanse Renaissance en is een hoofddoel van het boek. Dat Taylor een potente kracht is om dit te bewerkstelligen, blijkt uit de pogingen van sociale media om hem buitenspel te zetten. Taylor is van Twitter verbannen en zijn Youtube video’s krijgen regelmatig met censuur te maken (https://www.amren.com/commentary/2018/05/youtube-censors-strike-again/). Dit alles terwijl Taylor een van de meest nette en welbespraakte mensen is binnen de volksnationalistische beweging: dit is dan ook gelijk het gevaar in de ogen van de censuristen!

Integratie: Theorie vs Realiteit
Onderwijs

Allereerst gaat Taylor in op wat in zijn ogen de ‘mythe van integratie’ is. Na de Tweede Wereldoorlog begonnen in de VS veel stemmen te klinken voor het beëindigen van segregatie ofwel het bevorderen van integratie tussen de blanke en zwarte bevolking. Taylor wijst als theoretische basis naar het boek ‘An American Dilemma’ van de Zweedse socioloog Gunmar Myrdal. Een van de centrale stellingen luidt als volgt:

‘’White prejudice and discrimination keep the Negro low in standards of living, health, education, manners and morals. This, in its turn, gives support to white prejudice. White prejudice and Negro standards thus mutually ‘cause’ each other.’’

Simpel gezegd: er vindt een vicieuze cirkel plaats door de segregatie van blank en zwart, die vervolgens als steunpilaar dient voor blanke vooroordelen jegens de zwarte bevolking, waardoor segregatie in stand blijft. Het verbreken van deze cirkel zou volgens de integrationisten leiden tot meer wederzijds begrip en een verhoging van de socio-economische status van zwarten t.o.v. de blanken in de VS.

Hoe de integratie tot stand moest komen, werd door wetenschappers samengevat als ‘contact theory’. Deze theorie stelt dat vroeg beginnen tot de beste resultaten zou leiden. In de praktijk betekende dit dat het desegregeren van de scholen prioriteit zou moeten krijgen. Het Hooggerechtshof in de VS gaf de integrationisten de wind mee in 1954 met Brown v. Board of Education, waarin officiële segregatie door scholen verboden werd. De integrationisten zagen de toekomst vanaf dat punt zonnig in en dachten dat integratie ‘vanzelf’ zou plaatsvinden, nu de wet aan hun kant stond.

Niets bleek minder waar te zijn: in het Zuiden ontstonden massale protesten tegen het toelaten van slechts een handjevol zwarten in hun middelbare scholen en universiteiten. De meest bekende protesten waren in Little Rock Central High school (Arkansas) en de universiteit van Mississipi. De gehoopte ‘natuurlijke’ en passieve integratie bleek slechts een fantasie: geslaagde integratie zou geforceerd moeten worden.

In 1968 was het Hooggerechtshof weer essentieel voor de integrationisten: Zij stelde in Green v. New Kent County dat publieke scholen actief voor een ‘divers’ leerlingenbestand moesten gaan zorgen. Dit vond plaats door het met bussen binnenhalen van de betreffende minderheid: zwarten werden vanuit hun wijken naar de blanke scholen vervoerd, en vice versa. Als gevolg van de geforceerde integratie vertrokken blanken, als zij dit zich in financieel opzicht konden veroorloven, en masse uit de publieke scholen.

De omslag was verbijsterend: scholen die volledig blank waren kregen een zwarte meerderheid in minder dan 10 jaar door het wegvluchten van blanken. In Baltimore, een van de meest schrijnende voorbeelden, sloegen 9 middelbare scholen om van volledig blank naar volledig zwart.
Dit fenomeen ligt aan de grondslag van zogeheten ‘white flight’ uit de grote steden richting de Amerikaanse ‘suburbs’ ofwel buitenwijken. Hierdoor daalde het aantal blanke studenten in de middelbare scholen in veel grote steden onder de 10% in de 21e eeuw.

Woonomgeving

Deze vlucht naar de buitenwijken en landelijke gebieden door blanken, met het annuleren van de integratie als gevolg, werd door de integrationisten als kwalijk ervaren. Helaas voor de integrationalisten viel er op dit gebied minder te forceren: ook in de 21e eeuw leven de blanken die het zich kunnen veroorloven vaak gescheiden van andere rassen. Ondanks dat zwarten naar verhouding beter zijn gaan presteren op socio-economisch nivo, heeft dit niet geleid tot meer integratie in woonomgevingen.

In sommige gevallen vluchten de blanken verder dan de buitenwijken: Taylor heft Californië aan als voorbeeld, waar blanken bepaalde steden volledig ontvluchten richting het platteland. Los Angeles County kende een verlies van 330.000 blanken in de jaren 80 en 570.000 in de jaren 90. Los Angeles was 72% blank in 1960. Massa-immigratie en White Flight hebben gezorgd voor een demografische aardschok: in 2000 was LA slechts 33% blank. Dit percentage zal alleen maar verder gedaald zijn. Dit fenomeen is overigens zichtbaar in alle grote steden in het Westen, maar Taylor beperkt zich tot de VS in dit boek.

De beweegredenen van de blanken die Los Angeles ontvluchten zijn, zoals brave burgers betaamt, niet raciaal. Zij verbergen zich achter impliciete redenen als ‘minder criminaliteit’ en ‘betere scholen’. Taylor wijst op de waarheid: de plekken waar deze mensen heen verhuisden waren overweldigend blank. Een van de favoriete stekken was Nevada County, wat zich ook in Californië bevindt. Nevada County was 93% blank. De redenen die blanken geven zijn allen impliciet raciaal.

Kerken

Veel liberale Protestanten stonden in de VS achter de Civil Rights-beweging, waar integratie tussen blank en zwart onderdeel van uitmaakte. Taylor vraagt zich af of de kerken wel zijn geslaagd in integratie, waar men op het gebied van onderwijs en woonomgeving duidelijk gefaald heeft. Het antwoord is een overduidelijk ‘nee’. Blanken en zwarten kerken in hun eigen gemeenschappen, en dat komt niet door het aanhangen van een ander geloof of een andere denominatie. Volgens een door Taylor geciteerde studie bestaat 95% van de kerkgemeenschappen op zijn minst uit 80% van een raciale groep. Niet heel divers, dus. Sommige kerken lijken dit zelf maar al te goed door te hebben, en hebben gepoogd dit te verhelpen: een zwarte Baptistische kerk in Louisiana probeerde diversiteit te kopen door blanken $5 per uur te betalen voor aanwezigheid. Het mocht niet baten.

In kerken die wel divers zijn, vindt soms alsnog segregatie plaats: een Methodistenkerk in Texas, die ontstaan is door het samenvoegen van een blanke en zwarte kerk uit financiële nood, hield aparte diensten voor het blanke en zwarte deel van de gemeente.

Gevangenissen

Interessant genoeg vindt het omgekeerde proces plaats in gevangenissen: hier worden verschillende rassen vaak met opzet gesegregeerd, omdat geweld de norm is in het geval van integratie. Taylor citeert vele voorbeelden van geweld tussen rassen, soms met honderden deelnemers aan beide kanten. Zowel de bazen als de bajesklanten geven de voorkeur aan segregatie.

Een ander opvallend fenomeen: in tegenstelling tot de rest, zijn blanke gevangenen in het bezit van een flinke dosis blank bewustzijn. Zij gedragen zich collectivistisch: het vormen van blanke gangs in de gevangenis is de norm omdat andere groepen dit ook doen. Het betekent het verschil tussen leven en dood in dergelijke situatie. Deze expliciete vorm van raciaal collectivisme is helaas zelden zichtbaar in de blanke bevolking die zich buiten de gevangenismuren bevindt. Het is aan volksnationalisten om hen te tonen dat het ook voor ons een kwestie van leven of dood wordt, zij het op een minder expliciete wijze.

Segregatie: natuurstaat van de mens

Het integratieproject dat in de jaren 60 in gang werd gezet heeft hopeloos gefaald: ‘contact theory’ hield geen rekening met de natuurlijke instincten van de mens, die simpel samen te vatten zijn in ‘soort zoekt soort’. Dit is een gegeven dat als Leitmotiv door Taylor’s boek heen loopt.

De gevolgen van diversiteit

In plaatsen waar verschillend rassen en etnische groepen alsnog met elkaar in contact komen in school-, woon- en werkomgeving, leidt dit niet tot de gedroomde harmonie die verwacht werd. Taylor heft talloze geciteerde voorbeelden aan van geweldincidenten op ‘diverse’ hogescholen en universiteiten. Deze vinden niet alleen plaats tussen blank en niet-blank, maar ook tussen minderheidsgroepen zelf. Beruchte gevallen zijn de incidenten in het eerder genoemde Los Angeles, waar soms honderden zwarten en latino’s met elkaar op de vuist gaan met veel gewonden, en soms zelfs doden, tot gevolg.

Dit brengt mij bij een opvallende tendens die vaak waar te nemen is bij volksnationalisten: het zien van ‘de minderheden’ als een monolithisch blok in vrijwel alle opzichten. Taylor legt hier een duidelijke nuance bloot: deze groepen kunnen niet alleen met blanken, maar ook niet met elkaar overweg. Nu beperkt Taylor zich tot de situatie in de VS, maar is dit ook een gegeven voor Nederland en Europa: ‘de minderheden’ als functioneel blok bestaat eigenlijk alleen in oppositie tegen de blanke meerderheid. Tegenover elkaar zullen ze dezelfde oppositie vertonen als tegen de blanken. Dit zie je op een komische manier terug in de tendens van Surinamers en Molukkers in Nederland om in redelijke aantallen op de PVV stemmen, omdat ze de moslimgroepen in Nederland hekelen.

Terug naar Taylor: hij neemt een fenomeen waar wat ik besproken heb in een eerder artikel, namelijk het herschrijven van het Amerikaanse curriculum. Dit gebeurt voornamelijk op het gebied van geschiedenis. De niet-blanke groepen geven de voorkeur aan het onderwijzen van de geschiedenis van hun land/continent van afkomst. Er wordt onnodige nadruk gelegd op de prestaties van zwarten, latino’s, en in de 21e eeuw in steeds groter mate, moslims. Dit gebeurt in grotere mate in scholen waar het leerlingenbestand vooral niet-blank is. Daarnaast worden de namen van scholen aangepast: leiders van de Confederacy als Robert E. Lee en P.T. Bauregard waren al snel de klos. De anti-slavernij-hetze spaart ook de Founding Fathers niet: scholen die namen als George Washington en Thomas Jefferson dragen moeten het ook ontgelden. Een bekende parallel is het neerhalen van standbeelden van dezelfde mensen uit het straatbeeld.

Raciaal bewustzijn en het voortbestaan van het blanke ras

Taylor besteed de rest van zijn boek aan het raciale bewustzijn van de andere rassen in de VS: zwarten, latino’s en Aziaten. Ik ga hier verder niet specifiek op in, als aansporing om het boek zelf door te nemen. Taylor staat in het een na laatste hoofdstuk kort stil bij het feit dat blanken vroeger wel degelijk een raciaal bewustzijn hadden, maar dat dit in de loop van de 20e eeuw afgebrokkeld is. Taylor gaat niet uitgebreid in op deze afbrokkeling, ondanks dat dit een belangrijk onderwerp is om bij stil te staan. Er is hierover al veel geschreven op de website van Erkenbrand, en ik hoop hier zelf ook mijn steentje aan bij te dragen.

Laat het duidelijk zijn: blanken in de VS en in Europa worden zowel demografisch als cultureel overrompeld. Het aanwakkeren van een raciaal bewustzijn onder blanken is een essentieel ingrediënt voor het in stand houden van het Nederlandse volk, en in het verlengde hiervan het blanke ras. Taylor’s boek is een waardige poging om dit beeld te schetsen. Het is dan ook vooral een aanrader om mee te geven aan nationalisten die (nog) niet raciaal denken: je gemiddelde PVV en FvD stemmer, bijvoorbeeld. Dit boek zou wel eens de rode pil, ofwel de volgende stap voor hen kunnen betekenen.

Ik eindig dit artikel met de aansporing van Taylor aan het einde van het boek. Ik kan de missie die iedere volksnationalist met zich meedraagt zelf niet beter samenvatten:

‘’The demographic forces we have set in motion have created conditions that are inherently unstable and potentially violent. All other groups are growing in numbers and have a vivid racial identity. Only whites have no racial identity, are constantly on the defensive, and constantly in retreat. They have a choice: regain a sense of identity and the resolve to maintain their numbers, their traditions, and their way of life—or face oblivion.’’

-Marcus