Germaanse geheimen in het onderbewuste

0
85

Hoe kan de dieptepsychologie ons helpen de Germaanse spiritualiteit op het spoor te komen?

Ons huidige godsbeeld en onze visie op geloof, en daardoor ook onze visie op spiritualiteit, is sterk beïnvloed door het joods-christelijke concept van god en geloof. Wij hebben daarom moeite met het vormen van een visie op spiritualiteit die aansluit bij de Germaanse volksgeest. Omdat spiritualiteit een belangrijke uitingsvorm van onze volksgeest is, is het van belang om dichterbij de spirituele beleving van onze voorvaderen te komen. Daarvoor is het nodig om eerder gevormde religieuze concepten los te laten en de Germaanse spiritualiteit in onszelf te herontdekken. De sleutel daarvoor ligt diep verscholen in onze eigen ziel. Het is zoals Guido von List in zijn “Das Geheimnis der Runen” (1907) opmerkte:

“Koester het goddelijke in uzelf, en u zult het goddelijke meester maken.”

Lichtgebet doorofperception.com-lebensreform-monte_verita-17
Fidus: ‘Lichtgebet’ (1913)

Vrijwel alle religieuze stromingen beschikken over een schriftelijk fundament. Toch belichaamt het schriftelijke fundament niet de feitelijke leer. Het is de interpretatie van het schriftelijke fundament vanuit de feitelijke leer die aan het document een toegevoegde waarde geeft. Een schriftelijk fundament kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de bijbel die door de verschillende christelijke stromingen op een verschillende wijze wordt geïnterpreteerd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zich ook ten aanzien van het heidendom verschillende interpretaties op basis van de schriftelijke overleveringen hebben ontwikkeld. De meeste interpretaties hiervan zijn (on)bewust beïnvloed door het christelijke godsbeeld en vaak te ver gerationaliseerd en versimpeld. In tegenstelling tot de dogmatische leer van de grotere wereldreligies is het goddelijke in het heidendom niet noodzakelijk afkomstig van een god of aan een godheid eigen. Het goddelijke is ook niet per se een bovennatuurlijk wezen. Het is een manifestatie van de volksgeest en zichtbaar in de schoonheid en verhevenheid in de hoogste en verfijnde uitingen van die volksgeest, zoals de kunst, literatuur, tradities en levensbeschouwingen.

Toch wordt het Germaanse heidendom vaak benaderd vanuit het christelijke gedachtengoed met diverse ongegronde aannames tot gevolg. De christelijke drie-eenheid (de vader, de zoon en de heilige geest) en de wederopstanding van christus worden naar het Germaans heidendom vertaald in het drietal Wodinaz, Wiljô, Wiha, in de terugkeer van Balder na het noodlot der goden (‘Ragnarök’). Het ‘geloof’ wordt als Germaans heidendom beleeft, terwijl het in feite een vertaling is van een christelijke geloofsbelijdenis. De Edda leent zich hier ook goed voor, want hij is na de kerstening geschreven door een christelijke auteur Snorri Sturluson (1179-1241). Het is niet onwaarschijnlijk dat hij de overleveringen en mythen geschreven heeft vanuit een christelijk perspectief. De Edda is ook niet de enige bron van Germaanse overleveringen. De Gesta Danorum, die is geschreven door de eveneens christelijke auteur Saxo Grammaticus (1190-1220), bevat veel mythen die ook in de Edda worden beschreven. Toch verschilt de benadering ervan op diverse aspecten enorm.

INS2
Arno Breker: ‘Der Sieger’ (1939)

In een verwoede poging om aan het Germaanse heidendom toch aspecten van het natuurvererende karakter van voorchristelijke religies toe te voegen, worden op veel te kinderlijke wijze verscheidene natuurverschijnselen toegeschreven aan de diverse goden… Alsof Donar daadwerkelijk met zijn bokkenwagen langs de hemel stormt en met zijn hamer slaat om ons stervelingen de donder en bliksem te brengen! De grootste misvatting hierbij is dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen het geloof, het volksgeloof en het bijgeloof. Natuurlijk zullen zulke gedachten onder de vroegere bevolking populair zijn geweest en de kracht van de mythen en sagen en de uitvoering van rituelen hebben ondersteund. Dat betekent echter niet dat dergelijke gedachten werkelijk ten grondslag ligt aan de Germaanse spiritualiteit. In zijn artikel “Drieërlei soorten geloof” stelt de leidse hoogleraar Germanistiek Jan de Vries (1890-1964):

“…Wodan en Donar zijn meer dan een natuurwetenschappelijk onverklaarde kracht en de cultus, die hun gebracht werd, had zijn bron en diens bestaansgrond in heel wat diepere zielsbelevenissen dan in een geloof aan natuurwetenschappelijk onverklaarbare verschijnselen…”

Zoals gesteld beschikken vrijwel alle geloven over schriftelijke fundamenten. In het heidendom zijn dat vooral de eerder genoemde Edda’s. Toch dienen ook alle andere overgeleverde Germaanse mythen en sagen (en sprookjes) als schriftelijk fundament te worden gezien. Al deze documenten bevatten normen en waarden en morele en ethische elementen die kenmerkend zijn voor de Germaanse volksgeest. Toch geven de mythen en sagen op zich geen inzicht in de achterliggende religieuze leer. Dat geldt ook voor het uitvoeren van religieuze handelingen en rituelen. Het zijn niet de handelingen die een religieus karakter geven aan een rituele traditie, maar de zin die de handelingen hebben voor de aanwezigen. De vele traditionele handelingen die tot voor kort nog in zwang waren hadden enkel meerwaarde als er een religieuze zin aan werd gegeven door de aanwezigen. Het vieren van oogstfeesten en het ophangen van de oogstkrans op het akker ter ere van de natuur had geen invloed op de oogst van het volgende jaar, maar diende ter bezinning van de eigen ingebrachte arbeid en de lotverbintenis met de aarde. Dit alles gaf zin aan de handeling waardoor deze een religieuze betekenis kreeg.

CG Jung
Carl Gustav Jung (1865-1961)

De vraag wat dan wel een juiste interpretatie is, is moeilijk te beantwoorden. Ondanks dat daarover al vele boeken zijn geschreven en bepaalde interpretaties zeer plausibel zijn, is er helaas te weinig overgeleverd om tot een sluitende conclusie te kunnen komen. Daarbij komt dat geloof en spiritualiteit in het heidendom niet dogmatisch zijn. Spiritualiteit in het heidendom is een persoonlijke aangelegenheid. Dat gezegd (geschreven) hebbende, wordt hieronder een korte uitleg gegeven van een interpretatie van het Germaanse heidendom die gebaseerd is op de theorieën van Carl Gustav Jung (1875-1961). Jung is de grondlegger van de analytische psychologie en zijn theorieën vormen een goed uitgangspunt voor een interpretatie van het Germaans heidendom die recht doet aan de complexiteit van de mythologische overleveringen en de Germaanse volksgeest. Het biedt handvaten om spiritualiteit op een niet-christelijke wijze te benaderen.

De Germaanse goden zijn volgens deze interpretatie manifestaties van de Germaanse volksgeest en vinden hun weerklank in het diepste van ons wezen. Zo kent de Germaanse volksgeest een driftmatig-emotioneel en een intuïtief-inspirerend aspect. Wodan, de woedende en razende god en de wijze, de kenner van de runen en de lotsverkondiger, is daarvan bijvoorbeeld de personificatie. Jung stelt zelf in zijn fascinerende essay “Wodan” (1936):

“Wodan is een Germaans oergegeven, een waarachtigste uitdrukking en een onovertroffen personificatie van een karaktereigenschap, die vooral voor het Germaanse volk fundamenteel is.”

De psyche van de mens bestaat volgens de theorieën van Jung uit twee sterk interacterende niveaus; het onderbewustzijn (onderverdeeld in het persoonlijk onderbewuste en het collectief onderbewuste) en het bewustzijn. In het bewustzijn worden alle beelden en ideeën door het individu waargenomen: het individu is zich ervan bewust. Het persoonlijk onderbewuste omvat daarentegen alle beelden en ideeën, waarnemingen en ervaringen die ooit door het individu zelf al dan niet bewust waargenomen zijn, maar die zijn onderdrukt of vergeten. Het wordt gevormd door persoonlijke ervaringen en is derhalve een unieke psychische bagage die veelal gemakkelijk weer bewust kan worden gemaakt of herinnerd kan worden. Het collectieve onderbewuste is daarentegen geworteld in het voorouderlijke verleden van een volk. De ervaringen van onze voorvaderen, waaronder universele concepten als god, hemel en aarde, worden als psychisch potentieel overgeërfd en doorgegeven van de ene generatie op de andere en zijn ook nu nog aanwezig in ons eigen psyche.

Net als ons persoonlijk onderbewustzijn is het collectieve onderbewuste actief en beïnvloed het onze gedachten, emoties en acties; het is verantwoordelijk voor de mythen, legenden en ideeën die het Germaanse volk in de loop der eeuwen heeft voortgebracht. Enkele van deze in eerste instantie vormloze concepten die enkel een bepaalde visie of actie representeren, groeiden langzaam uit tot archaïsche beelden. Deze beelden zijn psychisch geworden entiteiten en kunnen zich zelfs visueel manifesteren in onze eigen geest. Jung noemde deze psychische vormen archetypen en verbond deze aan de goddelijke beleving van ons volk.

“Ons bewustzijn verbeeldt zich enkel dat het zijn Goden heeft verloren; in werkelijkheid zijn zij er nog steeds, en is er maar een bepaalde algemene conditie voor nodig om hen in volle kracht te laten terugkomen.”

Archetypen zijn voorouderlijke beelden die in ons collectieve onderbewuste sluimeren en zich vanuit een intuïtieve gedachte hebben kunnen ontwikkelen omdat ons denkvermogen tot een hoger niveau van ‘zijn’ is geëvolueerd. Het zijn de primitieve ideeën en symbolen die onze waarneming van de wereld en de positie van het Germaanse volk daarin representeren. Het collectieve onderbewuste is onze ziel, onze volksziel, en haar archetypen onze goden. Over het algemeen wordt aan het archetype gerefereerd als een mentale waarneming van een onbevattelijke kracht, maar het is vooral een mentale afspiegeling van onze geest die aan ons de energie, de voedingsbodem en de wil kenbaar maakt die voorbij ons bestaan ligt. Deze krachten achter de archetypische beelden/ concepten worden psychofysische elementen genoemd.

INS3 corr
Arno Breker: ‘Anmut’ (1943)

De psychofysische elementen drijven een mens tot actie en bepalen onze persoonlijkheid. De archetypen kunnen echter nooit geheel worden bevat, maar door hun natuur uit te drukken in de goden van een pantheon, in mythen, fantasieën en ideeën kunnen zij wel geactiveerd worden. Hoewel er een onnoemelijk aantal archetypen kunnen bestaan, zijn er maar een weinig geëvolueerd tot het punt dat zij daadwerkelijk konden worden geconceptualiseerd. De goden van het Germaans heidendom en vele Indo-Germaanse symbolen, zijn geconceptualiseerde archetypen en dienen derhalve als sleutel om onze eigen psyche te kunnen bevatten en om de goddelijke Germaanse beleving weerom te activeren.

Het bestaan van de psychofysische/archetypische relatie valt gemakkelijk te bewijzen aan de hand van de duidelijke overeenkomsten tussen de verscheidene Indo-Germaanse pantheons. Al de goden en godinnen, hoewel uniek voor alle Indo-Germaanse volkeren en de tijdsgeest waarin de mythen zijn ontstaan, zijn uitdrukkingen van dezelfde psychofysische elementen. Het zijn dezelfde psychofysische elementen die wij als Germanen herkennen als Wodan, die in de Helleense psyche werd beschouwd als Prometheus, en dezelfde psychofysische elementen die wij herkennen als Donar werden in de Helleense psyche beschouwd als Zeus. Wanneer wij ons hiervan bewust zijn, begrijpen wij ook dat al de goden in ons verleden uitdrukkingen zijn van een diepere achterliggende essentie die nog altijd in onze volksziel en psyche voortleeft.

Vanuit dit perspectief kan ook het natuurmysticisme van het Germaanse heidendom worden verklaard. De psychofysische elementen hebben een algemeen oppervlakkige, exoterisch-archetypische, betekenis, zoals ze in de mythen en sagen worden beschreven en een kosmisch, esoterisch- psychofysische betekenis. Zo is het psychofysische element Wodan enerzijds de Alvader, de god der wijsheid en de eenogige einzelgänger in de oppervlakkige benadering en anderzijds het actieve principe der Kosmos en de creatieve kracht achter de evolutie in de kosmische benadering. De op de natuur gerichte verering dient dus niet letterlijk te worden genomen; het is gericht op de meest innerlijke essentie in onze ziel. Het allesomvattende wordt benaderd om in contact te komen met ons diepste innerlijke wezen.

Deze psychofysische elementen zijn de ware spirituele essentie van ons volk en het is daarom niet verwonderlijk dat, indien men zich interesseert in de Germaanse symboliek en mythen, bepaalde symbolen een opmerkelijke kracht uitoefenen op onze geest. Het is daarom voor onze geestelijke en spirituele ontwikkeling van belang dat wij proberen opnieuw in contact te komen met onze goden en symbolen.

Jung schreef: “Sinds de sterren van de hemel zijn gevallen en onze hoogste symbolen verbleekt zijn, heerst er een geheim leven in het onderbewuste. Daarom spreken wij heden ten dage over het onderbewuste. Dit alles was en is volstrekt overbodig in een tijd en cultuur, die symbolen bezit. Want symbolen zijn geest van boven, en dan is ook de geest boven.”

 

Mark Reints