Fukuyama in Nederland

Fukuyama en het wensdenken over het einde van identiteitspolitiek

Vorige week toerde Francis Fukuyama door Nederland. De etnische Japanner, die zijn hele leven in Amerika heeft geleefd en daar werkt als hoogleraar, gaf enkele lezingen voor overwegend links publiek en zat aan tafel bij Buitenhof. Velen zullen deze idealistische wetenschapper nog wel kennen van zijn ongeveer 30 jaar oude boek “The End of History and the Last Man.” In zijn optredens deze week presenteert hij zijn nieuwe boek “Identity”; waarin staat dat hij een illusie armer is. In plaats van zijn theorie grondig aan te passen geeft hij met name ‘populisten’ en “extreem-rechts” de schuld van het falen van de perfecte liberale democratie, die alsnog – desnoods met geweld! – moet worden opgelegd.

In “The End of History” beweert Fukuyama dat de geschiedenis heeft uitgewezen dat liberaal-democratische regimes de enige acceptabele optie zijn als staatsvorm. Daarom moeten burgers inzien dat nadenken en streven naar nog betere staats- of samenlevingsvormen geen zin heeft en zelfs een onbegonnen zaak is. Men dient onze bijna perfect werkende liberale democratie te slikken tot het einde der tijden, en tot de laatste mens.

Destijds, rond van de val van het communisme, kwam er al veel kritiek op zijn werk. Nu, ruim 30 jaar later, ziet hij zelf in dat er van zijn utopie weinig terecht komt.

Het aantal liberale democratieën neemt de laatste jaren namelijk juist in aantal af, dat is een feit. Maar in plaats van te wijzen op door corruptie, religieus en etnisch geweld uit elkaar gevallen ‘failed states’ in Afrika en het Midden-Oosten, moeten met name de stabiele rechtsstaten Hongarije, Polen en zelfs de Verenigde Staten onder Trump het ontgelden. De vraag rijst, of Fukuyama niet zelf politiek bedrijft door regimes te bekritiseren die zich niet in een globalistisch-cosmopolitisch, politiek correct keurslijf laten dwingen, in plaats van objectief wetenschappelijk onderzoek te bedrijven – hetgeen hij als hoogleraar uiteraard zou moeten doen.

Bovendien: Naast deze onterechte beschuldigende vinger naar landen waar de bevolking democratisch heeft gekozen voor meer conservatieve, nationalistische politici, verloochent Fukuyama welhaast de klaarblijkelijk perfide rol van NGO’s bij het aanwakkeren en promoten van deze identiteitspolitiek. Zie ook: De strijd van George Soros tegen “illiberale neigingen” in Nederland.

Het blijkt juist deze verderfelijke invloed van NGO’s te zijn, die veel kiezers in de armen van nationalistische, conservatieve politici heeft geleid. In steeds meer landen vormt de ontwrichtende invloed van NGO’s ondertussen een centraal thema van de verkiezingscampagnes. Politieke partijen die hiervoor waarschuwen worden doorgaans als populistisch afgeserveerd, maar zouden door Fukuyama juist moeten worden omarmd als tegenwicht tegen de ontwrichtende NGO’s en hun rijke geldschieters, die zich onevenredig veel bemoeien met de koers van liberale democratieën.

Zonder deze manipulerende NGO’s zouden de te verwaarlozen problemen als de rechten van transgenders en andere LGBTQIAP-mensen nooit zo nadrukkelijk op de agenda zijn gekomen en zou er veel minder belastinggeld zijn verspild aan integratiebeleid en deradicaliseringsbeleid voor moslims – iets dat sowieso gedoemd is te falen – alsmede overdreven manipulatieve campagnes om seksuele afwijkingen maatschappijbreed geaccepteerd te krijgen.

In het boek “Identity” worden transgenders, moslims, vrouwen en populistisch rechts door Fukuyama dikwijls op één hoop gegooid, met het idee dat voor alle groepen eenzelfde pasklare oplossing kan worden bedacht. Het klakkeloos op één hoop gooien van deze totaal verschillende en niet gelijk te stellen groepen geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid. Hoe kan een minuscuul probleem zoals dat van vermeend gediscrimineerde transgenders worden vergeleken met de zorgen van brede lagen van een autochtone bevolking die zich bedreigd voelen door massa-immigratie van snel voortplantende moslims en de daarmee gepaard gaande demografische ontwikkelingen zoals de teloorgang van een eeuwenoude Europese cultuur?

Concluderend: voor Fukuyama is de opkomst van de ‘identiteitspolitiek’ een belangrijke reden waarom het nu mis gaat. Dit had hij niet zien aankomen, aangezien hij kennelijk veronderstelde dat mensen slechts gemotiveerd zijn door bevrediging van materiële behoeften en het vergaren van goederen. Dergelijke materialistische denkbeelden passen wellicht bij wortelloze werelddwalers die actief zijn in NGO’s en multinationals, maar niet bij de traditionele etnische Europeaan. In plaats van deze lege en zielloze, niet-Europese werkelijkheid, vragen brede lagen van de Europese bevolking niet alleen om identiteit, maar om het simpele overleven van een traditie, etniciteit en een cultuur die ze van hun voorvaderen hebben geërfd. De politiek laat zich afleiden van de daadwerkelijke problemen en blaast kunstmatige maatschappelijke kwesties op, opgehitst door lobbygroepen van freaks en niet-westerse minderheden. In Midden- en Oost Europa zien we gelukkig al een kentering ontstaan. Indien politici in West-Europa de belangen van de blanke Europeanen niet serieus neemt, zal deze ‘liberale democratie’ zoals we die nu hier kennen, geen lang leven meer beschoren zijn.