Evola’s visie op ras en volksnationalisme

0
711

Julius Evola is een bekende naam voor velen binnen volksnationalistische kringen. Zijn geschreven werk over esoterie en traditionalisme, als voornaamse Revolt Against the Modern World en Man Among the Ruins, zijn gewilde materie. Hij sluit in deze boeken naadloos aan op het traditionalistische gedachtegoed dat ook door anderen zoals René Guénon uitgebracht werd in de eerste decennia van de 20e eeuw.

Echter kent zijn ideologie op het gebied van volk en ras veel opmerkelijke stellingen, die in zijn eigen tijd al in opspraak kwamen uit volksnationalistische hoek. Waar deze zaken slechts zijdelings aan bod kwamen in zijn meest bekende werken, gaat hij er in enkele essays direct op in. Deze (en andere) essays zijn verzameld in een recente uitgave (2015) van Arktos: A Traditionalist Confronts Fascism.

De drie essays die behandeld en aangehaald worden in dit artikel stammen uit 1933, 1934 en 1942 [1][2][3]. De opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland en de daaraan verwante (sociaal-)Darwinistische insteek in die tijd zorgden voor het ontwikkelen van een eigen visie op deze kwesties bij zowel Evola als het Italiaanse fascisme in de breedte. Net als bij andere politieke en metapolitieke onderwerpen zit er echter vaak verschil Evola’s ideeën en de partijlijn van Mussolini et al. De relatie tussen Evola en het Italiaanse fascisme is gerust ingewikkeld te noemen, maar zal niet in dit artikel toegelicht worden. Voor een verdere blik op de ideologische vormers van het Italiaanse fascisme is het boek ‘Mussolini’s Intellectuals’ van James A. Gregor een goede plek om te beginnen.

Etnisch determinisme

In het artikel uit 1933 hamert Evola vooral op de materialistische kijk betreft ras die voortkwam uit Duitsland:
‘… there exist two distinct types of racism and nationalism: one is spiritual, the other materialist and subversive.’ [1]

Gaandeweg ziet de lezer van vandaag de dag dat het woord ‘materialisme’ zoals dat door Evola in 1933 werd gebruikt beter vervangen kan worden met het huidige ‘determinisme’, ofwel dat toebehoren aan een bepaald ras of volk ervoor zorgt dat je lot in dit leven al vast staat, zij het in een positieve of negatieve zin. In feite wordt hier een vroege versie van de nature/nurture discussie gevoerd, waarbij Evola de positie van de Duitsers op een volledige vorm van nature zet.

Evola benadrukt het belang van de ziel in relatie tot het lichaam, waarbij cultuur eindigt als een grotere optelsom dan alleen het etnische aspect van nature:
The passage from the kingdom of nature to that of culture…. takes place only when a different power is manifested that stands in relation to the simple element of race as the soul stands in relation to the body formed in its image.’ [2]

Over de breedte maakt Evola het haast Christelijke argument dat mensen op een hogere trap staan dan dieren, en dat dit vooral komt door de vrije wil van de mens die bij dieren ontbreekt. Evola combineert de concepten van cultuur en vrije wil als manieren waardoor de mens meer is dan een optelsom van zijn genetische delen. Een stelling waarmee de meeste wetenschappers die aan de nature-kant van de discussie staan het eens zullen zijn: er is niemand die beweert dat milieu-omstandigheden geen enkele invloed hebben op de menselijke ontwikkeling.

Echter lijkt Evola wel te beseffen dat de etnische/raciale basis van een volk invloed heeft op het cultuur-vormende vermogen van de mens en dat dit door mengen onomkeerbaar verloren kan gaan:
At most, a negative action will be possible, meaning the prevention of further mixing, but not positive action, meaning the creative reintegration of the original power of blood in the whole of ethnic stocks that have been changed and are vacillating in an individualistic and ‘civilised’ world.’ [2]

Wat volgt in het artikel is een ‘kip of ei’ discussie: ligt het raciale/etnische verval aan de grondslag van cultureel verval, zoals door sociaal-Darwininsten aangeheven werd, of is het omgekeerd? Evola behoort toe aan het omgekeerde kamp en ziet het verval van ‘geest’ als de voornaamste boosdoener:
The truth is rather that a race with its own culture degenerates when its spirit declines, when the intimate tension to which it owed its ‘form’ and its ‘type’ disappears. It is then that the race changes or is corrupted because it is damaged at the root.’ [2]

Het is een vattende stelling: in eerste instantie kunnen blanken zeker de schuld voor de huidige situatie bij zichzelf leggen. Blanke landen hebben een zwakte getoond op geestelijk en cultureel vlak waar op ingespeeld is door andere groepen die er dankbaar gebruik van maken.

Om een dergelijk spiritueel/cultureel/raciaal verval te voorkomen en verhelpen benadrukt Evola het belang van een overkoepelend ‘idee’ wat een volk in goede banen moet leiden. Een opvallende stelling is dat het succesvol aanhangen van dit idee door een groep/volk voor een zekere genetische inslijping gezorgd heeft die in sommige volkeren zichtbaar is:
‘…recognizing that the formative action of forces that are higher than nature upon nature itself – that is, on the element that is naturalistic and biologically conditioned – must be so deep as to be translated into a definite heredity and definite ‘form’ and ‘style’ of life, which is common to a given group.’ [1]

Echter zou deze genetische aanleg volgens Evola dwalen zonder een idee, wat op een top-down wijze toegepast wordt, om een volk in goede banen te leiden.

Imperium vs. Nationalisme
Het idee dat Evola aanheft als redding voor de volkeren van Europa staat echter ver af van een nationalistische oplossing: hij grijpt terug op ideeën rondom imperium, gebaseerd op het Heilige Roomse Rijk van de Middeleeuwen. Deze denkwijze behandelt hij zeer uitgebreid in Revolt Against the Modern World, maar in het kort is de tegenstrijdigheid met nationalisme in een oogopslag te zien: het universalistische Imperium van zowel het Heilige Roomse als het Romeinse Rijk tegenover het volksnationalisme dat Duitsland en andere landen in de 20e eeuw hanteerden.

Wanneer het aankomt op oplossingen en de gewenste indelingen van een staat, is Evola altijd eerlijk geweest over de onhaalbaarheid van zijn ideeën op praktisch gebied. Er zijn ook een flink aantal obstakels voor de oproep naar het imperium van een nieuw Heilig Rooms Rijk: het Heilig Roomse Rijk bevatte meerdere volkeren, die soms tegenover elkaar kwamen te staan langs etnische lijnen. Een bekend voorbeeld is de reeks Hussietenoorlogen in het begin van de 15e eeuw, waarbij een vorm van proto-Protestantisme gecombineerd werd met Tsjechisch nationalisme, gericht tegen de Katholieke Duitsers. Ook Nederland is om nationalistische redenen losgekomen van dit imperium.

Ook is het aanheffen van het Romeinse Rijk een casus waarbij volksnationalisme veel te zeggen heeft. Demografische veranderingen lagen aan de basis van de uiteindelijke implosie van Rome. Waar in de vroege eeuwen van Rome er zorgvuldig omgegaan werd met demografie door de kasten-indeling met patriciërs en plebejers, verviel deze tijdens de keizerlijke periode: migratie van alle uithoeken van het Romeinse Rijk zorgde voor een grote verandering van het Romeinse straatbeeld. Uiteindelijk leidt het verval van de sterke Romeinse romp tot een implosie van het geheel door de Barbaarse invasies die volgden. Een interessant onderwerp om in een later artikel op terug te komen.

Conclusie
De voorbeelden die Evola geeft zijn vanuit een volksnationalistisch perspectief dus vrij instabiel: in beide gevallen zorgt een multi-etnische of multi-raciale demografie voor het rotten van de fundering van de staat. Hoe goed en puur het idee ook is wat Evola aanbeveelt, als er niet gelet wordt op de etnische implicaties zal het uiteindelijk voor niets zijn, in de volksnationalistische optiek lettend op de geschiedenis.

Het lezen van Evola -met zijn vrijwel onhaalbare doelen en de daaruit resulterende fatalistische houding- doet de volksnationalistische missie nog groter lijken dan hij is. Evola had in zijn tijd over de breedte veel aanmerkingen op de ideologische inhoud van zowel het Duitse nationaal-socialisme als het Italiaanse fascisme. Beide bewegingen waren moderne interpretaties van traditionele concepten en ondanks dat het streven nobel was, zag Evola daar geen permanent heil in.

Echter zag hij in beide stromingen wel duidelijke tegenstanders voor de individualistische, materialistische en globalistische tendens die de rest van de wereld aan het opslokken was in de jaren ’30 en ’40. Ondanks dat zijn visie op volk en nationalisme vrij ver afwijkt van de Nederlandse volksnationalist vandaag de dag, zijn de inzichten die hij biedt in zijn werken prikkelend en laat hij een waanzinnig intellectueel vermogen zien. Laat zijn afwijkende kijk op etnische zaken en nationalisme geen reden zijn om Evola links te laten liggen.

-Marcus

1: ‘Critical observations on National Socialist ‘Racism’’: ‘Osservazioni critiche sul ‘razzismo’ Nazionalsocialista’, La Vita Italiana, November 1933
2: ‘Race and culture’: ‘Razza e cultura’, Rassegna Italiana, Januari 1934
3: ‘Scientific Racism’s Mistake’: ‘L’equivico del razzismo scientifico’, La Vita Italiana, September 1942