Erkenbrand gedenkt: de Wereldoorlog, deel 28/07/1914-11/11/1918

2
135

100 jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog

Dolkstootlegende, handelsboycot, internationaal bolshewisme, Amerikaanse inmenging: Wat waren de ware redenen voor het einde van deze gruwelijke broederstrijd?

Vrijwel iedereen weet dat de Eerste Wereldoorlog tot een einde kwam toen Duitsland capituleerde op 11 november 1918, nu precies honderd jaar geleden. Weinigen weten echter, dat het Rijk aan het begin van hetzelfde jaar heel dicht bij de overwinning in deze ‘Grote Oorlog’ was gekomen. Uiteindelijk lieten ze de overwinning enkele maanden later uit hun vingers glippen. De beslissende factoren hierbij waren de inmenging van de VS in weerwil van de overgrote meerderheid van de Amerikaanse bevolking, en de handelsblokkade door Groot-Brittannië. Hieronder wordt dieper ingegaan op diverse ontwikkelingen die van invloed zijn geweest op het einde van de oorlog: De offensieven van 1918, de politieke besluitvorming rond de inmenging in de VS, de Duitse binnenlandse politieke ontwikkelingen en de handelsblokkade.

Duits offensief

In het voorjaar van 1918 lanceerden de Duitsers een groot offensief aan het westfront. Deze aanval, georganiseerd door generaal Ludendorff, was een grote gok. Hoewel Duitsland militair gezien nog steeds erg sterk was, verkeerde Duitsland in zeer slechte staat. Geblokkeerd door de Britse Koninklijke Marine, werd het land geplaagd door een tekort aan allerlei soorten producten, waaronder extreem belangrijke grondstoffen zoals olie en voedsel.

Aan het westfront groeide het aantal Duitse vijanden toen steeds meer Amerikaanse troepen zich bij hun Franse en Britse wapenbroeders voegden. Het enorme Duitse offensief, begonnen in maart 1918, zou de oorlog niettemin tot een snel einde moeten brengen.

De aanval werd gelanceerd op de eerste dag van de lente, 21 maart om 4:30 uur, na een enorm artilleriebombardement. De resultaten waren zeer indrukwekkend. De Duitse aanvallers slaagden erin de Britse linies te doorbreken en snel vooruitgang te boeken. De Britten verloren al het terrein dat ze veroverd hadden in 1916 en leden grote verliezen.

Later in het voorjaar en in de vroege zomer 1918 volgden andere Duitse aanvallen tegen de Britten in Vlaanderen en tegen de Fransen langs de Aisne, en de resultaten waren altijd zeer duidelijk: De Duitsers bereikt indrukwekkende terreinwinst, maar de verwachte prijs, de totale overwinning, ontsnapte ze keer op keer.

De Duitse opmars naar Parijs werd door de Fransen gestopt met een aanzienlijke Amerikaanse hulp, in de beroemde “Tweede Slag van Marne” tussen half juli en begin augustus 1918.

Het geallieerde tegenoffensief

Symbolisch genoeg keerde het tij echter op 8 augustus, toen de Fransen, Engelsen, inclusief van heinde en verre afgereisde Canadezen en Amerikanen een gigantische tegenaanval lanceerden. De Duitse troepen werden voortaan systematisch en meedogenloos teruggedrongen. Ludendorff zou later 8 augustus aanduiden als de donkerste dag in de geschiedenis van het Duitse leger.

Een aantal factoren hebben bijgedragen aan het falen van het offensief van Ludendorff.

Ten eerste: Toen de Duitsers oprukten, veroorzaakten ze breuken in de lijnen van de geallieerden, waardoor de frontlinie zich verlengde, en waardoor ze hun reeds beperkte middelen, mankracht en materiaal gedwongen verspreidden in plaats van concentreerden; dit maakte hun aanvallen minder krachtig en hun steeds langer wordende flanken gevoeliger voor geallieerde tegenaanvallen.

Ten tweede leden de Duitsers, terwijl ze zware verliezen toebrachten aan hun vijanden, ook zelf aanzienlijke verliezen: minstens een half miljoen en mogelijk zelfs een miljoen soldaten tussen maart en juli 1918. Een andere factor was psychologisch. De Duitse soldaten beseften dat de kans op een overwinning aan het westelijk front het grootst was sinds de oorlog begon in 1914. En ze begrepen dat hun commandanten alle beschikbare middelen voor het succes van het offensief gereed hadden. Het was alles of niets, nu of nooit.

Paradoxaal genoeg was het succes van de aanval ook verantwoordelijk voor het falen ervan, althans gedeeltelijk. Toen de Duitse troepen Britse posities veroverden, merkten ze dat ze niet alleen vol zaten met wapens en munitie, maar ook met voedsel, voorraden en dranken die zij zelf al tijden niet hadden gezien. De officieren probeerden dikwijls tevergeefs om hun mannen naar de volgende Britse of Franse loopgraven te sturen; De soldaten onderbraken hun opmars echter om te genieten van ingeblikt vlees, wijn en wit brood.

Dit verlies van momentum konden de Britten en de Fransen gebruiken, om zich te reorganiseren en de verdediging op te bouwen en reserves te verhogen. Hierbij speelden de Amerikaanse soldaten, die de lacunes in de geallieerde linies trachtte te vullen, een grote rol. Dit demoraliseerde de Duitsers, die de indruk hadden dat de geallieerden onbeperkte reserves hadden. Hoe kon iemand een vijand verslaan die zulke onuitputtelijke reserves aan mensen en uitrusting had?

In een normale Europese oorlog zou een normaal functionerende VS zich niet hebben ingemengd vanwege de geografische afstand. Echter, om financiële redenen lieten enkele politici zich op het laatste moment over de streep trekken om deze dwaze inmenging te starten die vele blanke levens heeft gekost. Alhoewel de VS al in de eerdere oorlogsjaren veel geld had verdiend met het uitgeven aan leningen aan de strijdende partijen, was de verleiding van een aanvullende bounty, die het gevolg zou zijn van het succesvol deelnemen aan de oorlog en het veiligstellen van de overwinning voor de landen die door de VS werden gefinancierd, voor sommige senatoren te groot.

Inmenging Verenigde Staten ondanks weerzin hiertegen in de maatschappij

Op papier had de VS vanaf het begin van de oorlog voor neutraliteit gekozen, echter deze neutraliteit was slechts schijn. Reeds in een vroeg stadium van de oorlog had president Wilson besloten dat Amerikaanse jongens aan de zijde van de geallieerden in de oorlog zouden gaan meevechten en wel op een tijdstip dat het Amerikaanse volk daar rijp voor zou zijn.

Reeds vóór zijn herverkiezing van begin 1917 peilde Wilson in hoeverre het volk hem in zijn plannen zou willen volgen maar al snel kreeg hij het aan de stok met enkele senatoren die hem klip en klaar lieten weten dat zij, als de president zijn plannen zou willen doorzetten, zich daartegen met alle macht en middelen zouden verzetten.

Wilson, die nu zijn herverkiezing in gevaar zag komen, stelde zijn plannen uit, draaide om als een blad aan de boom en ging zijn herverkiezingscampagne voeren onder het huichelachtige motto ‘He kept us out of war’. Dat was kennelijk wat het Amerikaanse volk wenste want de president won de verkiezingen glansrijk en trad aan voor een nieuwe regeerperiode van vier jaar. De leugen bleek van gigantische proporties.

Het bleek dat hij nog steeds voornemens was om Amerika aan de zijde van de geallieerden aan de oorlog te laten deelnemen en de tijd was hem daarbij behulpzaam.

De enorme leningen die Amerika, eerst via particuliere banken maar al snel met garantie van de overheid, verstrekte aan de geallieerden en de snelle groei van de oorlogsindustrie in dat land, maakte dat de geallieerden steeds afhankelijker werden van Amerikaans geld en Amerikaanse goederen. De handel tussen Groot-Brittannië en de USA nam een grote vlucht maar dat betekende dat ook de Amerikaanse economie enorm groeide. Zodanig zelfs dat dit land zich een terugval eigenlijk niet meer kon en wilde veroorloven. Met andere woorden, de economische groei en de daardoor toenemende welvaart en vooral ook de door die groei veroorzaakte vermindering van de werkeloosheid maakte dat de regering steeds meer ging toegeven aan de druk vanuit de industrie en grote financiële instellingen om op de ingeslagen weg voort te gaan. De economische en financiële belangen werden daardoor een zeer belangrijke factor bij de wijze waarop Amerika haar neutraliteitsverplichtingen naleefde.

Volgens internationale wetgeving diende een neutraal land belligerenten op gelijke wijze te behandelen. Een voorkeursbehandeling voor een der partijen was daarbij natuurlijk uit den boze. Uit de handelsstatistieken blijkt echter zonneklaar dat daar al spoedig geen sprake meer van was. Het is duidelijk dat de Verenigde Staten zich al vanaf het begin van de oorlog niet aan die verplichtingen heeft gehouden en, mede gedreven door financiële belangen ging het land al spoedig over tot het geven van actieve steun aan de geallieerden.

In dit verband is het interessant om te zien dat niet iedereen in Amerika het met deze gang van zaken eens was. Dat moge o.a blijken uit een tweetal redevoeringen van Amerikaanse senatoren in het Congres toen daar de oorlogsresolutie van president Wilson behandeld werd. De invloedrijke isolationistische Republikeinse senator George W. Norris, die tot 1943 als volksvertegenwoordiger actief zou zijn, richtte zich met een beroemde, ontroerende en ongekend felle rede als eerste tot de president.

Citaat:

De resolutie die nu voor ons ligt, is een oorlogsverklaring. Voordat we deze uitermate belangrijke stap nemen, en voordat we tot deze verschrikkelijke beslissing komen, past het ons om de consequenties daarvan goed tot ons te laten doordringen.

Het is dan noodzakelijk om na te gaan waarom we thans in de positie zijn dat we zo’n gruwelijke beslissing moeten nemen en de vraag is gerechtvaardigd of we onze verplichtingen als neutraal land wel steeds naar behoren zijn nagekomen.

Men behoeft geen historicus te zijn om te erkennen dat Groot Brittannië en Duitsland, beiden, sinds het begin van de oorlog, in een groot aantal gevallen de rechten van neutrale landen en neutrale schepen op zee en dus ook onze rechten, op de meest flagrante wijze hebben geschonden.

De president heeft het Congres te verzocht om Duitsland de oorlog te verklaren, omdat de Duitse regering een aantal „oorlogszones” heeft ingesteld waarin ze, door gebruik te maken van onderzeeboten, zonder enige waarschuwing vooraf, Amerikaanse schepen tot zinken brengen. Daarbij zijn, zoals we weten, inmiddels Amerikaanse slachtoffers gevallen.

De reden die de president hier opgeeft behoeft toch nadere oriëntatie en roept vele vraagtekens op.

We moeten toch in alle eerlijkheid vaststellen dat het niet Duitsland, maar Groot Brittannië is geweest die, als eerste, deze „oorlogszones” heeft ingesteld. Reeds op 4 november 1914 maakte de Britse regering deze onwettige maatregel bekend. Deze beslissing gold voor de gehele Noordzee en werd reeds de volgende dag van kracht.

De Duitsers reageerden 3 maanden later, op 4 februari 1915. Ook Duitsland kondigde toen een oorlogszone af en verklaarde dat deze maatregel, die de Noordzee en de wateren rond de Britse eilanden betrof, een antwoord was op de onwettige Britse maatregel en dat haar niets anders overbleef dan zich daar tegen te verdedigen. De Duitse maatregel zou op 18 februari 1915 van kracht worden.

Het is onnodig om in te gaan op de betreffende internationale wetgeving maar het is duidelijk dat het instellen van deze oorlogszones illegaal en in strijd met de internationale wetten was en het was dan ook daarom dat de Amerikaanse regering daar officieel tegen heeft geprotesteerd.

Opvallend en pijnlijk daarbij is echter dat wij in het geval van Duitsland dit protest steeds met kracht hebben gehandhaafd terwijl wij tegelijkertijd de onwettige maatregel van Groot-Brittannië hebben geaccepteerd.

Is onze regering haar plichten als neutrale natie wel adequaat nagekomen en heeft ze haar rechten als neutrale natie wel voldoende verdedigd? Waren er geen andere mogelijkheden om te voorkomen dat onze rechten werden geschonden toen we werden geconfronteerd met deze buitengewoon ernstige en onwettige maatregelen van beide oorlogvoerende landen? Het antwoord daarop moet helaas negatief luiden

We hadden overigens toch voldoende alternatieven. Zoals ik al stelde. hadden we kunnen weigeren ons bij het instellen van deze oorlogszones neer te leggen en we hadden beide landen de oorlog kunnen verklaren voor deze schending van internationale wetten en van onze wettelijke rechten als neutrale natie.

Technisch gezien hadden we mogelijk het recht om de maatregel van het ene land te negeren en de maatregel van het andere land te accepteren maar dat zou automatisch betekenen dan dat we dan niet langer neutraal meer waren.

We hadden de maatregelen van beide landen ook kunnen veroordelen als zijnde illegaal maar ze als een voldongen feit kunnen accepteren. Daarmede zouden we onze positie als neutraal land gehandhaafd hebben echter zonder onze rechten officieel op te geven.

Ten slotte hadden we een embargo kunnen uitspreken op het verschepen vanuit Amerikaanse havens van alle goederen naar havens van de beide landen zolang die doorgingen met het handhaven van hun onwettige oorlogszones. Daarmede zouden we ze hebben gedwongen hun maatregelen in te trekken, immers, als ze dat niet hadden gedaan dan zouden ze de oorlog niet lang hebben kunnen volhouden.

Het is mijn volste overtuiging dat indien we deze laatste keus hadden gemaakt, de oorlogszones geen lang leven zouden zijn beschoren Groot-Brittannië zou al snel gedwongen zijn geweest haar mijnen uit de Noordzee te verwijderen om de stroom van goederen die vanuit Amerika naar haar werden vervoerd weer op gang te brengen en zodra de Britse mijnen zouden zijn verdwenen en dus de Duitse Noordzeehavens weer bereikbaar zouden zijn voor Amerikaanse schepen, dan zou Duitsland wel verplicht zijn geweest om haar onderzeebootoorlog te staken teneinde Amerikaanse schepen te kunnen toelaten in deze havens voor de levering van goederen die ook dat land hard nodig heeft.

Er zijn landgenoten van mening zijn dat we het aan de menselijkheid verplicht zijn om aan deze oorlog te gaan meedoen. Maar de vele voorbeelden van wreedheden en onmenselijkheid die ze als argument naar voren brengen komen niet alleen van Duitse zijde maar vinden we aan beide kanten. Velen echter worden in hun oordeel beïnvloed door persoonlijke gevoelens of eigenbelang. Het is mijn overtuiging dat indien we vanaf het begin van de oorlog de meest strikte neutraliteit in acht hadden genomen, het zeer onwaarschijnlijk zou zijn geweest dat we dan nu voor deze cruciale beslissing zouden staan om aan deze oorlog te gaan deelnemen.

Natuurlijk hebben we het recht om onze neutraliteit op elk gewenst moment op te geven We hadden zelfs het recht om de Britse oorlogszone te accepteren en die van de Duitsers te veroordelen. Maar op het moment dat we daartoe besloten, mochten we ons zelf niet meer neutraal noemen.

Helaas zijn er landgenoten die helemaal niet willen dat we neutraal blijven. Veel van hen laten zich daarbij leiden door eigenbelang in de hoop en verwachting er beter van te worden als Amerika aan de oorlog gaat deelnemen. Er zijn ook veel eerlijke en patriottische landgenoten die, als gevolg van gebrek aan kennis van de werkelijke situatie, eerlijk van mening zijn dat we aan de oorlog moeten gaan deelnemen en zich achter de president scharen die een zelfde mening heeft.

Maar ik ben er van overtuigd dat deze landgenoten een grote fout maken en zich hebben laten misleiden door de grote financiële instellingen in ons land die een direct belang hebben bij deelname aan de oorlog.

De Verenigde Staten van Amerika hebben inmiddels honderden miljoenen dollars aan de geallieerden geleend. Hoewel de internationale wetten zulke leningen niet verbieden, ben ik van mening dat dit soort enorme leningen een sfeer van eigenbelang en materialisme in ons land hebben geschapen. Men vreest dat indien de geallieerden de oorlog zouden verliezen, ook al deze investeringen in rook zullen opgaan. Dat zou uiteraard tot grote schade leiden en men wil natuurlijk liever forse revenuen zien terugkomen. Door deze enorme leningen alsmede door de grote winsten die gemaakt worden in onze munitie industrie, winsten die door deelname aan de oorlog alleen maar groter zullen worden, is er in ons land een pro-oorlogssfeer ontstaan die echter niet door iedereen wordt gewaardeerd. Deze oorlogssfeer wordt helaas aangewakkerd door de grote mediabedrijven in ons land die, met een ongekend hevige perscampagne het Amerikaanse volk voorbereiden op oorlog.

Teneinde duidelijk te maken waar ik het over heb, citeer ik hier een uittreksel van een brief van een lid van New York Stock Exchange aan zijn relaties”..

Nu de oorlog onvermijdelijk lijkt, is Wall Street van mening dat oorlog beter is dan de onzekerheid over het uitbreken daarvan. De verwachting is gewettigd dat de beurs bij het uitbreken van de oorlog een snelle en scherpe reactie vertoont om daarna onmiddellijk te gaan stijgen zoals ook gebleken is na het uitbreken van de oorlog met Spanje in 1898.

Bij het sluiten van vrede moet men verwachten dat de prijzen van grondstoffen opnieuw worden vastgesteld en dat er een terugval kan zijn in nieuwe activiteiten. Vredesbesprekingen duren vaak lang en dit geeft dan veel onzekerheid.

Indien de Verenigde Staten echter niet aan de oorlog gaan deelnemen, mag men toch compensatie verwachten voor gederfde oorlogswinsten door het „preparedness” programma (enorme uitbreiding van de Amerikaanse land- en zeemacht) dat de regering in werking heeft gezet”.

We zien hier’ aldus de senator”, de opinie van Wall Street. Hier spreekt een man die een klasse vertegenwoordigt die rijk zal worden als ons land in oorlog raakt, een klasse die reeds miljoenen dollars aan de oorlog heeft verdiend en miljoenen dollars meer zal verdienen als we in oorlog raken.

Om de enorme oorlogswinsten in de toekomst zeker te stellen sturen we nu Amerikaanse jongens naar het front die daar hun leven mogen opofferen om een beperkt en reeds welgesteld deel van de Amerikaanse bevolking tot nog grotere welvaart te brengen.

De soldaat echter, die zijn leven in de waagschaal moet stellen voor slechts 16 dollar per maand en daarvoor onder de meest gruwelijke omstandigheden in de loopgraven en op de slagvelden moet verblijven met een gruwelijke dood of verwonding als welhaast zekere toekomst, zal in die toenemende rijkdom niet delen, evenmin als zijn toekomstige weduwe en zijn kinderen die als wees achterblijven.”

Aldus de eerbare en alom gerespecteerde senator W. Norris in zijn fel verzet tegen het voorstel van president Woodrow Wilson in februari 1917, om Duitsland de oorlog te verklaren. Na de oorlog zou hij tot de groep van irreconcilables toetreden, een groep senatoren die zich fel verzette tegen het Verdrag van Versailles en er door beïnvloeding voor zorgde dat de VS nooit in de League of Nations zou toetreden.

Was wir verlieren sollen!

Interessant aspect van zijn rede was vooral de uiteenzetting waarin hij aangaf dat de Verenigde Staten zich vanaf het begin van de oorlog niet aan hun neutraliteitsverplichtingen hebben gehouden. Achteraf kan worden vastgesteld dat als Amerika vanaf het begin een strikt neutrale houding had aangenomen, de oorlog hoogstwaarschijnlijk korter had geduurd of anders was afgelopen. Amerika had daarin een belangrijke en positieve rol kunnen spelen zonder de noodzaak om zelf in die oorlog betrokken te raken. Duidelijk een gemiste kans.

Direct na de rede van Norris nam senator Robert M. LaFollettte, het woord.

Ook hij toonde aan dat de Verenigde Staten zich reeds vanaf het begin van de oorlog niet neutraal hadden opgesteld. Nadat hij eerst de resultaten besprak van een enquête waaruit gebleken was dat negen van de tien ondervraagde Amerikanen zich tegen deelname aan de oorlog hadden uitgesproken verklaarde hij:

Helaas is het een feit dat een onverantwoordelijke en oorlogszuchtige pers, daarbij gesteund door de openbare veroordeling door de president van de oppositie, onwaarachtige en infame beschuldigingen uit aan het adres van die senatoren die zich tegen deelname aan de oorlog hebben uitgesproken. Het behoeft geen betoog dat dit de sfeer in dit land niet ten goede komt”

Hij verklaarde verder dat voor zo’n belangrijke beslissing om een land als Amerika in oorlog te brengen, het eigenlijk noodzakelijk was dat de volkswil zich daarover zou kunnen uitspreken.

De president”, zo vervolgde hij, „geeft als reden om aan de zijde van de geallieerden in de oorlog te gaan o.a op dat het Duitse volk geregeerd wordt door een autocratisch Pruisisch bewind dat de oorlog aan het volk heeft opgedrongen zonder dit volk daarover eerst te raadplegen noch de kans te geven zich daarover uit te spreken.

De president gaat er dan echter wel gemakshalve aan voorbij aan het feit dat ook in ons land de beslissing tot oorlog genomen wordt zonder het gehele Amerikaanse volk daarover te raadplegen of daarvoor haar toestemming te vragen. De beschuldiging die de president hier uit aan het adres van Duitsland zou alleen juist genoemd juist zijn indien er in ons eigen land een volksraadpleging zou zijn gehouden.maar dat is niet het geval. Kan de president duidelijk maken wat dan het verschil is met de situatie in het zogenoemde autocratisch geregeerde Duitsland waar de wettige regering dezelfde beslissing nam?

De president stelt ons voor om een alliantie met Groot-Brittannië aan te gaan. Hij gaat dan voorbij aan het feit dat, hoe vredelievend het Britse volk ook moge zijn, het toch geregeerd wordt door een niet door dat volk gekozen monarchie, door een niet gekozen staatshoofd, door een niet gekozen House of Lords. Een land ook met beperkt kiesrecht voor een belangrijk deel van dat volk terwijl een deel, het welgestelde, meer rechten heeft dan het andere deel. De president verzuimt ook te vermelden dat de arbeidsomstandigheden in Groot-Brittannië uitermate slecht zijn en hij maakt ook geen gewag van het feit dat grote Britse gebieden zoals India, Egypte en Ierland zuchten onder een koloniaal bewind waarbij de rechten van de lokale bevolkingen minimaal zijn. Hij geeft ook geen verklaring voor het feit dat hij kennelijk ook geen bedenkingen had tegen het autocratische bewind in Rusland dat al jaren samenwerkte met de geallieerden.

Ook vergeet de president dat in landen als Japan, Italië en veel andere landen die nu aan de kant van de geallieerden in de oorlog tegen Duitsland participeren, nog steeds regimes aan de macht zijn die deel uitmaken van de „oude in feite ondemocratische orde” en tenslotte is het een vaststaand feit dat geen van die regeringen zoveel heeft gedaan voor haar bevolking op sociaal gebied en qua arbeidswetgeving dan juist de Duitse regering.

Is het niet merkwaardig dat de president nu van het Duitse volk eist om zich van haar regering te ontdoen als enige mogelijkheid om vrede te verkrijgen en met welk recht wordt deze eis gesteld? Is ons democratische systeem wel zo solide dat de president er zeker van kan zijn dat dit Congres het gehele volk vertegenwoordigt? Durft de president het aan om over zijn oorlogsresolutie een volksstemming te houden? Als we de resultaten van voornoemde enquête, waarin negen van de tien ondervraagden zich tegen oorlog uitspreken, bezien, terwijl het Congres besluit om toch aan de oorlog te gaan deelnemen, wat is dan het verschil met eenzelfde beslissing van de Duitse regering. Als we de reacties van het Duitse volk zien op het besluit tot oorlog van hun regering dan wordt het duidelijk dat aldaar toch zeker sprake is van een breed door het volk gedragen besluit hetgeen in ons land duidelijk niet het geval is en ook nimmer zal zijn. Dit blijkt ook wel uit de noodzakelijk geachte recente aangenomen wetgeving, de anti spionage wet, het instellen van de dienstplicht en andere militaire maatregelen waaruit wel blijkt dat de autoriteiten bevreesd zijn dat er te weinig draagkracht onder ons volk voor deze oorlog is en dat ze op vrijwillige basis nimmer de benodigde hoeveelheid manschappen bijeen zal kunnen brengen die kennelijk nodig zijn om de geallieerden te gaan helpen”..

De senator ging dan verder met te verklaren dat Amerika steeds het volste recht heeft gehad als neutraal land, om voedsel naar Duitse havens te transporteren. Hij herinnerde eraan dat de Verenigde Staten van Amerika juist voor dit recht gedurende haar gehele bestaan als vrije en democratische natie heeft gevochten. Daarbij baseerde men zich n.b. op de richtlijnen die door een Britse staatsman, Lord Salisbury, dienaangaande werden vastgelegd.

LaFollette vervolgde dan::

Het is daarom ook tragisch te moeten constateren dat het juist Groot-Brittannië was dat dit mede door Britse staatslieden geïnitieerde en internationaal erkende recht, reeds in de eerste oorlogsdagen overboord heeft gezet”..

Daarbij verwees hij ook naar het verdrag van Londen en naar de regels van internationaal recht dat glashelder vaststelde dat het hinderen en tegenhouden van goederenvervoer tussen Amerika en Nederland, Duitsland , Scandinavië of andere landen, wettelijk werd gewaarborgd tenzij het duidelijk contrabande, dus wapens, munitie etc. betrof. Ook het verhinderen of tegenhouden van voedsel bestemd voor de civiele bevolking van Duitsland, dat via andere landen naar Duitsland werden verscheept, was in strijd met internationaal vastgelegde wetgeving.

We zijn er”, zo vervolgde LaFollette zijn rede, „inmiddels reeds zo gewend aan geraakt dat Groot-Brittannië onze rechten als neutraal land continue met de voeten treedt dat we bijna vergeten zijn dat we dat recht bezitten, helaas echter vergeten we dat „eenzijdig” want t.o.v Duitsland blijven we pal voor ons recht opkomen en willen haar daarvoor nu zelfs de oorlog verklaren.

Het is Groot-Brittannië dat eenzijdig de zogenaamde „modificaties” op het Verdrag van Londen heeft ingevoerd en de lijst van internationaal overeengekomen contrabande tot het absurde heeft uitgebreid en daarmede wederom tot een ernstige verkrachting van internationaal recht is overgegaan”

LaFollette wees er daarna op dat Duitsland keer op keer had toegegeven aan de Amerikaanse eisen en protesten maar dat van de kant van Groot-Brittannië elk protest totaal werd genegeerd. Erger nog, de Britten schrokken er niet voor terug Amerikaanse poststukken en goederen te confisceren, Amerikaanse schepen in beslag te nemen en de Amerikaanse vlag te misbruiken door die op Britse schepen te laten wapperen als die zich in de Duitse oorlogszone bevonden. Hij was van mening dat Groot-Brittannië op schandelijke wijze misbruik maakte van haar overheersende positie op de wereldzeeën en daarmede de rechten van neutrale landen aan hun laars lapten.

LaFollette bevond zich daarmede op één lijn met de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Bryan, die al in een veel eerder stadium gewaarschuwd had dat Amerika zich niet hield aan de plichten die aan neutrale landen volgens internationale wetgeving gesteld werden. Diens waarschuwing werd hem toen niet in dank afgenomen en hij moest al spoedig daarna het veld ruimen om te worden opgevolgd door Robert Lansing die een soepeler mening bleek te hebben over de handhaving van de neutraliteit door zijn land.

Het behoeft weinig voorstellingsvermogen om te bezien hoeveel rampen en ellende had kunnen worden voorkomen indien de VS haar natuurlijke houding van neutraliteit had gehandhaafd. Niet alleen WOI zou sneller beeindigd zijn, maar WOII zou waarschijnlijk geeneens hebben plaatsgevonden aangezien het Verdrag van Versailles niet zou hebben bestaan. Er zou waarschijnlijk na een kortere oorlog sprake zijn geweest van langdurige en taaie vredesonderhandelingen, wellicht met schermutselingen tussendoor. De onnatuurlijke bemoeienis van de VS, die in weerwil van haar bevolking haar jonge mannen opofferde om terugbetaling van de leningen en gigantische economische groei veilig te stellen, is niets anders geweest dan een politieke brutaliteit, opgezet door kosmopolieten en wereldbankiers die geen besef hebben van bloed en bodem.

De enige reden”, zo ging de senator verder „dat de Britse maatregelen tot nu toe geen Amerikaanse slachtoffers hebben gekost, ligt in het feit dat we hun onwettige maatregelen lijdzaam hebben geaccepteerd. Als we dat niet hadden gedaan en op precies dezelfde wijze hadden gereageerd als op de even onwettige Duitse maatregelen, dan zouden onze schepen in de Britse oorlogszone dus ook gevaar hebben gelopen als ze in de mijnenvelden van de Britten terecht zouden zijn komen. Ze zouden dan eveneens zonder waarschuwing vooraf tot zinken zijn gebracht met alle gevolgen voor bemanning en passagiers van dien.

Dat dit niet is gebeurd, is alleen maar het gevolg van het feit dat we hun flagrante schendingen van onze neutrale rechten, uit eigenbelang, hebben geaccepteerd waardoor we in feite thans niet alleen een legale maar ook een morele verantwoordelijkheid hebben voor de situatie waarin Duitsland zich nu bevindt.

Doordat we de Britse rechtsverkrachtingen hebben geaccepteerd en ontzien, hebben we actief meegewerkt aan het uithongeren van de civiele bevolking van Duitsland. Als neutrale natie hebben we daarmede onze wettelijke verplichtingen ernstig geschonden. We beschuldigen Duitsland nu van precies dezelfde onwettige acties (onderzeebootoorlog) als die door Groot-Brittannië worden gevoerd (mijnenoorlog) met dit belangrijke verschil echter dat we daarvoor alleen Duitsland ter verantwoording roepen en haar nu zelfs de oorlog willen verklaren”.

Senator LaFolette legde de hypocriete houding van de Amerikaanse president en het Amerikaanse congres messcherp bloot.

Hij eindigde zijn toespraak met de volgende woorden:

Ons falen om beide oorlogvoerende landen, Groot-Brittannië en Duitsland, op volstrekt dezelfde wijze te behandelen, ons falen ook om het instellen van de onwettige oorlogszones door beide landen ten scherpste te veroordelen maar in plaats daarvan die van Groot-Brittannië te accepteren, dat falen is geheel verantwoordelijk voor de situatie waarin wij ons thans bevinden.

We zouden nu niet moeten proberen deze blunders te verbergen achter de rook van een dreigen met oorlog en ons volk niet moeten bedriegen met hele en halve waarheden waardoor het de werkelijkheid wordt onthouden en ze daar pas weet van krijgt als het te laat is. Dat zou een nog grotere blunder zijn en onze nationale eer is daar zeker niet mee gediend.

Er zijn ook alternatieven. We zouden alsnog van beide landen kunnen eisen om onze rechten als neutrale natie te erkennen en te respecteren en hen kunnen mededelen dat wij deze rechten van nu af aan zullen afdwingen, wat de consequenties daarvan ook zouden zijn. Een ander alternatief zou zijn om een embargo af te kondigen op alle handel naar beide oorlogvoerende landen. Zo’n embargo zou zeker tot resultaat hebben dat zij hun onwettige activiteiten wel moeten staken”.

De senator wist natuurlijk heel goed dat beide door hem genoemde alternatieven al lang niet meer mogelijk waren. Hij had volstrekt gelijk toen hij aantoonde dat Amerika zich vanaf het begin van de oorlog niet neutraal had opgesteld. Opmerkelijk is dat hij zo duidelijk aantoonde dat de verenigde Staten wel degelijk een kans hebben gehad om de oorlog op positieve wijze te beïnvloeden alleen al door beide oorlogvoerende grootmachten op gelijke wijze te behandelen.

Het uitspreken van een embargo op de handel vanuit Amerika naar Europa zou echter veel meer invloed hebben gehad op Groot-Brittannië dan op Duitsland. Groot-Brittannië, en ook Frankrijk, waren al in een vroeg stadium van de oorlog volstrekt afhankelijk geworden van de aanvoer van Amerikaanse goederen en van Amerikaanse financiële steun. Zonder die steun hadden die landen al in 1916 de oorlog moeten staken.

Uit de eerder genoemde rede die senator W. Norris voor het Amerikaanse congres uitsprak blijkt duidelijk het verband dat er bestond tussen de enorme Amerikaanse financiële leningen aan de geallieerden en de winsten van de Amerikaanse oorlogsindustrie en de welwillende houding van de Amerikaanse regering t.o.v de Britse schendingen van de Amerikaanse neutrale rechten. Het is ongetwijfeld een van de belangrijkste redenen geweest die het congres heeft doen besluiten om de oorlogsresolutie van president Wilson te aanvaarden en de oorlogsverklaring aan Duitsland goed te keuren. Amerika kon en wilde zich de gigantische financiële stroppen die zouden ontstaan als de geallieerden de oorlog zouden moeten opgeven, niet meer permitteren. Het was de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Bryan, die daarvoor reeds in een vroeg stadium van de oorlog voor had gewaarschuwd, maar men sloeg deze waarschuwing bewust in de wind.

President Wilson had nog een andere reden om deelname aan de oorlog te willen. Hij dacht daarmede de Amerikaanse rol in het conflict te kunnen vergroten en hoopte op die wijze de invloed van Amerika als machtigste natie ter wereld, te kunnen aanwenden om zijn ideaal, de Volkerenbond, na de oorlog te kunnen realiseren. Tegelijkertijd was hij er van overtuigd dat hij door daadwerkelijk aan de oorlog te gaan deelnemen en daarbij partij te worden, het vredesproces naar zijn hand zou kunnen zetten. Hij verwachtte dan een vrede te kunnen bewerkstelligen overeenkomstig zijn eerder ingediende „veertien puntenplan”.

Ook deze hoop zou ijdel blijken. Van zijn idealen zou niets terechtkomen en het uiteindelijke resultaat van de Amerikaanse deelname aan de oorlog had een averechts resultaat. Ruim twintig jaar later zou er een nieuwe wereldoorlog uitbreken, een oorlog die wederom miljoenen slachtoffers zou kosten.

Conclusie: Had Amerika vanaf 1914 haar neutraliteitsverplichtingen daadkrachtig en naar beide oorlogvoerende partijen consequent gehandhaafd en uitgevoerd, dan zou de wereld waarschijnlijk veel ellende gespaard zijn gebleven, zou WOI veel korter hebben geduurd en WOII nimmer hebben plaatsgevonden. Helaas het mocht niet zo zijn. Een gemiste kans, met enorme en tragische gevolgen, was het resultaat.

Factor 2 : Blokkade door Engeland en hieruit voortvloeiende olietekorten

Een andere factor speelde een beslissende rol in het falen van het Duitse offensief van 1918. Het betrof het tekort aan grondstoffen als gevolg van de blokkade door Engeland. Engeland was op dat moment de machtigste factor op zee en kon de blokkade goed overzien. Dit vertaalde zich naar de realiteit op het slagveld:

De Fransen gebruikten reeds vroeg in de oorlog gemotoriseerde voertuigen of effectieve wijze, bijvoorbeeld voor het vervoeren van troepen naar het slagveld van de Marne in 1914 en vrachtwagens om Verdun te bevoorraden langs de Voie Sacrée, de Heilige Weg, in 1916. Dit waren uitstekende trucks, meestal modellen ontworpen en gebouwd door Renault, een fabrikant die meer dan negenduizend stuks moest produceren voor het Franse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Wat de Britten betreft, die de oorlog zonder een enkele vrachtwagen begonnen, hadden ze in 1918 een aantal van 66.000 stuks geproduceerd, natuurlijk met gebruikmaking van geleend geld van Wall Street.

Aan de andere kant van het front vervoerde de Duitsers nog steeds voornamelijk hun troepen met de trein. Veel sectoren van het front, zoals de slagvelden van de Somme, waren echter moeilijk te bereiken. In het noorden van Frankrijk lopen de spoorlijnen voornamelijk in Noord-Zuid richting naar Parijs en niet van oost naar west in de richting van het Kanaal, hetgeen de hoofdlijn van het Duitse leger was. Om bij het front te komen, waren de Duitsers tot het einde van de oorlog toegewezen op paardenkarren voor het vervoeren van uitrusting.

Maar zelfs in dit opzicht waren de Duitsers benadeeld, omdat ze te weinig trekpaarden en voedsel hadden, terwijl de geallieerden een groot aantal paarden en ruige muilezels uit het buitenland konden importeren, vooral uit de Verenigde Staten. De grotere mobiliteit van de geallieerden was ongetwijfeld een sleutelfactor in hun succes. Ludendorff verklaarde later dat de triomf van zijn tegenstanders in 1918 te wijten was aan een overwinning van Franse vrachtwagens op Duitse treinen.

Deze triomf kan ook worden omschreven als een overwinning van de banden van geallieerde voertuigen gemaakt door bedrijven zoals Michelin en Dunlop op de stalen wielen van Duitse treinen ontwikkeld door Krupp. Dus we kunnen ook zeggen dat de overwinning van de Entente tegen de Centrale Mogendheden overwinning van het economische systeem en in het bijzonder de industrie van de geallieerden tegen de economische systeem van Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, een economisch systeem dat was uitgehongerd als gevolg van de Britse blokkade van belangrijke grondstoffen. Zoals de Franse historicus Frédéric Rousseau schreef:

“De militaire en politieke nederlaag van Duitsland is onlosmakelijk verbonden met het economisch falen ervan.”

De economische superioriteit van de geallieerden had duidelijk te maken met het feit dat de Britten en Fransen – en zelfs de Belgen en Italianen – koloniën hadden waar ze konden oprapen wat er nodig was om een ​​moderne industriële oorlog te winnen, vooral rubber, olie en andere “strategische” grondstoffen, evenals goedkope koloniale arbeiders, gemobiliseerd om de wegen te repareren en zelfs te bouwen die in het voorjaar en de zomer van 1918 werden gebruikt door vrachtwagens die geallieerde troepen vervoerden.

De Grote Oorlog was er een tussen imperialistische rivalen, waarbij uiteindelijk de grondstoffen en de goedkope arbeid van groot belang bleken. Het is geen toeval dat de oorlog uiteindelijk werd gewonnen door de landen die het rijkst zijn begiftigd in dit opzicht, namelijk de grote industriële mogendheden met de meeste wingewesten.

De dolkstoot-theorie: Van samenzweringstheorie naar officiële versie van de waarheid

Naast de hierboven genoemde factoren speelden ook de binnenlandse politieke ontwikkelingen in Duitsland een grote rol.

Door de roerige politieke ontwikkelingen kregen de soldaten niet de onvoorwaardelijke steun van hun leiders en van de media. Vele Duitsers vreesden dat Duitsland het revolutionaire voorbeeld van Rusland uit 1917 zouden volgen, een vrees die vanaf 1918 waarheid dreigde te worden. Al in het begin van het jaar 1918 waren Berlijn, het Roergebied en andere grote steden het toneel van demonstraties, rellen en stakingen, meestal georganiseerd door socialisten en communisten van divers pluimage.

Deze vaderlandsondermijnende activiteiten mondden zelfs uit in, door de volksvijandige media ingegeven, stakingen in voor de oorlog vitale (munitie)fabrieken en andere vitale delen van de oorlogsindustrie, waardoor de moeilijkheden voor het duitse leger intensiveerden. Soldaten verwondden zichzelf om zo snel mogelijk het oorlogsgebied te mogen verlaten, eenmaal herstellend in het eigen land merkten ze dat ze een strijd voerden die door veel Duitsers niet werd ondersteund. Deze stakingen, protesten en politiek-mediale ondermijnende activiteiten zijn uitvoerig gedocumenteerd, aan hun bestaan wordt niet getwijfeld. Waarom wordt er dan toch gesproken over een dolkstootlegende?

Op school wordt jongeren geleerd, dat er een “Dolkstootlegende” was, die door de boze ‘nazi’s’ is verzonnen, om de zogenaamde sociaal-democraten in een kwaad daglicht te stellen. Echter, als je op zoek gaat naar wat er echt gebeurd is tijdens de wereldoorlogen, kom je tot de conclusie dat de door de Staat gepropageerde feiten een welhaast diabolische omkering is van de werkelijke gebeurtenissen, zeker als deze feiten als een soort dogmatische of heilige waarheid worden verklaard, of als een theorie als een samenzwering wordt weggezet.

Als een theorie dus als Nazipropaganda wordt weggezet, kun je er vrijwel zeker van zijn dat er een groot deel van waarheid in schuilt. Ongelofelijk is het niettemin, dat zelfs 100 jaar na dato slechts weinigen openlijk de officiële lezing in twijfel durven te trekken.

Gelukkig heeft de alom gerespecteerde Duitse historicus Gerd Krumeich begin dit jaar de officiele lezing ter discussie gesteld en zijn feiten gepresenteerd: De machtige Duitse generaal Ludendorff heeft helemaal geen onvoorwaardelijke overgave voorgesteld, maar slechts een kortstondige wapenstilstand, met het oogmerk de gewonden af te voeren en voorraden aan te leveren. De Duitsers waren weliswaar in de verdediging gedrongen, maar zouden zich prima nog enkele maanden kunnen stand houden, ondanks de komst van de Amerikanen. De Duitsers zouden dus kunnen doorvechten en een betere onderhandelingspositie kunnen krijgen.

Echter, zodra generaal Ludendorff zijn wapenstilstand voorstelde, werd deze door de linkse media en activisten verdraaid als een totale overgave. Hieruit ontstond een dynamiek die niet meer onder controle kon worden gekregen. Een brisant thema dat tot op heden onder een taboesfeer rust: Vanaf augustus 1918 verlaten de Duitse soldaten massaal het front, men verstopt zich of verwondt zich opzettelijk en gaat naar huis. De oorlogsmachinerie wordt hierdoor een organisatorische chaos. Keer op keer blijkt, hoe intensief vanuit het vaderland de Duitse troepen zijn vergiftigd door de bolsjewistische propaganda, door politici en journalisten die, zo lijkt het althans, geen notie hebben van volk en vaderland, van bloed en bodem.

Soldaten die nog willen vechten, worden als verraders beschimpt. De Spartakusbrieven en andere extreem-linkse propagandaschriften tonen deze feiten des te duidelijker aan. De dolkstootlegende kan derhalve gerust worden beschouwd als onderdeel van de Duitse geschiedenis.

100 jaar geleden eindigde de oorlog tussen een onevenredig groot blok imperialisten – de Britten, de Fransen en de Amerikanen – tegen een concurrerend imperialistisch Duitsland, weliswaar een industriële grootmacht, maar achtergesteld in termen van koloniale bezittingen waaronder grondstoffen voor oorlogsvoering. Met het oog hierop is het verbazingwekkend dat het vier jaar duurde voordat de nederlaag van Duitsland een voldongen feit was. Doorslaggevend hierbij was de hypocriete houding van de VS die slechts in theorie lange tijd neutraal was maar de oorlog eerst passief en later actief heeft verergerd, en de subversieve elementen in de Duitse politiek en media, die veel te lang hun gang hebben kunnen gaan en toesloegen, toen voor hun het juiste moment gekomen was.

-Kvasir

Geraadpleegde bronnen en literatuur:

  • Andriessen, J.H.J., De Mythe van 1918. De werkelijkheid over de laatste honderd

dagen van de Eerste Wereldoorlog.

  • Heckscher, A., Woodrow Wilson, p.384
  • Congr. Record no 65, 1 sess. pp 212-214, 223-236
  • Barnes, H.F., The entry of the USA into the World War,
  • www.brd-schwindel.ru

2 COMMENTS

  1. Een uitstekend stuk! De Eerste Wereldoorlog is zwaar onderbelicht in het geschiedenisonderwijs op Nederlandse scholen, maar je kan de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog ook zien als een enkele oorlog met een soort van bestand ertussen. De Tweede volgt immers rechtstreeks uit de eerste toen een volk weigerde zich te laten knechten door een ander volk. Het trieste eraan is dat dit inderdaad een broederstrijd betrof: de Europese volkeren zijn weliswaar van elkaar verschillend maar hebben dusdanig veel gemeen dat ze tot hetzelfde alomvattende Europese volk behoren.

    Het is ook jammer dat het hele idee van ‘bloed en bodem’ door linkse cultuurvernietigers bijzonder selectief wordt gebruikt. Zo wordt de kolonisatie van Noord-Amerika ten zeerste afgekeurd, hoewel het land vele malen groter was dan de inheemse bevolking nodig had en de West-Europeanen een beschavingsniveau kennen waar de indianen vandaag de dag niet aan kunnen tippen. Van alles wat inmiddels in de VS is opgebouwd komt een volkomen verwaarloosbaar deel van de indianen, die daar voorheen toch tienduizenden jaren de tijd voor hadden. Idem in Australië, waar de Aboriginals in 40.000 (!) jaar niet konden bouwen wat de Europeanen in een eeuw deden. Maar Europeanen horen in Europa, toch? Opmerkelijk genoeg worden dergelijke theorieën niet toegepast op de migratiestromen van volstrekt onbeschaafde barbaren die massaal naar Europa komen, hoewel ze met verve trachten de Europeanen uit hun eigen gebieden te verdrijven! Dan is het even geen ‘bloed en bodem’.

    Dit terwijl de inheemse Afrikaan beter gedijt onder blank leiderschap dan onder volkomen corrupt en tribaal Afrikaans leiderschap, hoe ironisch dat ook is. Zuid-Afrika is daarvan het beste voorbeeld: de inheemse Afrikaan kreeg een goed functionerend land – verreweg het welvarendste land in Afrika! – cadeau en ze mochten ermee doen wat ze wilden. Wij van Erkenbrand weten, in tegenstelling tot de gemiddelde Europese burger, hoe dat is afgelopen. Ten tijde van de Apartheid was Zuid-Afrika voortdurend in het nieuws terwijl de Europeanen trachtten een broedervolk op de knieën te krijgen ten faveure van een volk dat ons minacht en de diversiteit die wordt gecreëerd door blanke immigranten bepaald niet prijst. Dat is een Europese ziekte, immers. Corrupie tiert welig, AIDS verspreid zich sneller dan een gerucht over gratis bier, vrouwen worden stelselmatig verkracht (met zwarte daders klimt de Europese links-progressief niet in de gordijnen), de economie ligt in het slop en van de voorspelde ‘regenboognatie’ komt niets terecht.

    Dit is wat Europa te wachten staat als we niet ingrijpen!

    • “Het trieste eraan is dat dit inderdaad een broederstrijd betrof”

      Ik vind deze framing wel interessant:
      Duitsland: De bestuurders (Autoritarisme)
      Frankrijk: De verzorgers (Socialisten)
      Engeland: De ondernemers (Liberalen)

      Het is net alsof de Europese psyche gespleten is in meerdere volken.
      Sinds Duitsland WW1 en WW2 verloren heeft, wordt Europa gedomineerd door socialisten en liberalen.

      Zou het nodig zijn voor Duitsland haar traditionele rol te hervinden voordat Europa weer een gezonde samenleving kan worden?

Comments are closed.