Een pandemie als leerschool voor globalisten

0
554

Als Europa wil voortleven, dient globalisme te sterven. Dit was altijd al zo, maar de huidige pandemie maakt de zaak urgent. Onze regeringsleiders verzetten zich nog tegen de nieuwe werkelijkheid.

Wat we de afgelopen weken hebben gezien tart de verbeelding; wat eerst een regionale uitbraak van ziekte leek, ontwikkelde zich in recordtijd tot een pandemie met duizenden doden. De sociaal-economische ontregeling is enorm: het gemeenschapsleven is stilgelegd, complete bedrijfstakken zijn afgesloten, duizenden miljarden aan beurswaarde zijn verdampt. Over de oorzaak valt veel te zeggen, maar er is in ieder geval één factor doorslaggevend geweest bij het hoge tempo van verspreiding van het coronavirus: globalisme!

Globalisme is geen spontane ontwikkeling, het is een opgelegde ideologie door degenen die de naoorlogse wereld hebben ingericht. Wat zij voor ogen hadden was een wereld van vrijhandelsverdragen, ongeremd financieel verkeer en voor de gewone burger een verregaande internationalisering van het dagelijkse leven, met een overvloed aan middelmatige producten uit lagelonenlanden en Hollywoodfilms als sturend vermaak. De wereld als grote veilingklok: waar vinden we de goedkoopste arbeid? Waar vinden we de goedkoopste grondstoffen? Welke afzetmarkt krijgt in welke volgorde het nieuwste product te verwerken? Waar zijn de belastingstelsels het meest gunstig? Waar is het entrepreneurschap het meest lucratief?

De destijds ingezette globalisering is na het openbreken van het Warschaupact in de jaren negentig een stroomversnelling gekomen. Daarnaast hebben de technologische ontwikkelingen zoals satellietcommunicatie, breedbandinternet, optische verbindingen, de intrede van de smartphone en sociale media de gebruikelijke barrières van tijd en afstand verder weggehaald. Het globalisme leek niet meer te stoppen. Hoewel organisaties als Erkenbrand en andere vertegenwoordigers van blank nationalisme al langer waarschuwden voor de schaduwkanten van het globalisme waren de voorstanders ziende blind en horende doof voor onze argumenten. Wij, nationalisten, waren in hun ogen fossielen, overblijfselen van een gedateerde denkwijze en staatsvorm. De toekomst, zo vonden de voorstanders, was aan het globalisme.

Het is op dit punt goed om het onderscheid te noemen tussen de begrippen ‘globalisering’ en ‘globalisme’. Het eerste is het logisch gevolg van technologische ontwikkelingen en het wereldwijde verkeer van mensen en goederen. De wereld als een globaal dorp. Het tweede is echter de politieke ideologie die globalisering als een totalitair ideaal ziet, vanuit een welhaast religieus fanatisme en er niet voor terugdeinst om te trachten critici monddood te maken, of erger.

Het is juist deze ideologie van het globalisme waar wij zo veel weerstand tegen voelen. Het ideaalbeeld van een één wereldregering, met één identiteitsloos mengvolk waarin alle etniciteiten die in de loop van tienduizenden jaren zijn ontstaan in een geforceerde smeltkroes door elkaar zijn geroerd, waar een club wortelloze technocraten die aan niemand rekenschap aflegt het beleid dicteert. Het doet de maag omkeren.

Het laatste decennium is een tegenbeweging ontstaan van mensen die zich afzetten tegen de ideologie van het globalisme. Deels komt dit voort uit onvrede bij de groep die de boot heeft gemist, de mensen die in het keiharde spel van het internationaal grootkapitaal aan het kortste eind trokken. Dit zagen we goed bij de Amerikaanse MAGA-beweging, die alleen aan momentum kon winnen omdat het beloofde een op hol geslagen internationalisering een halt toe te roepen.

Tot dusverre wist de liberaal ingestelde gevestigde orde dergelijke bewegingen min of meer buitenspel te zetten. Een voorbeeld dicht bij huis is het cordon sanitair in Vlaanderen, waarbij een nationalistische partij met grote electorale achterban in de politieke marge werd gehouden. Een van de belangrijkste wapens van de gevestigde orde is de mainstream media, die daadwerkelijke verandering kunnen afremmen dan wel voorkomen. De gevestigde massamedia zijn immers een bastion van steun voor de globalisering.

Maar toen, als een kleine sneeuwbal die boven op een berghelling begon te rollen, was daar de uitbraak van het coronavirus. Eerst alleen lokaal, maar spoedig meldden de eerste reizigers zich op allerlei andere plaatsen van deze wereld zich met symptomen. Zakenmensen, toeristen, werknemers in de toeristische sector, reislustige politici en topambtenaren, de welbekende jetset. Iedereen kon potentieel het Covid-19 virus onopgemerkt met zich meedragen en verspreiden.

Wat zich de komende maanden in onze landen gaat voltrekken hangt af van de snelheid en slagvaardigheid van het beleid van onze nationale regeringen. De Chinezen reageerden uiterst krachtig nadat zij de aard van het beest hadden leren kennen. China heeft dan ook een regering die in de eerste plaats het eigen volk dient. Hier in het Westen is het een ander verhaal. Zo hebben we Emmanuel Macron, de hogepriester van het globalisme, die pertinent weigert om de grenzen te sluiten in strijd tegen verdere verspreiding van het virus. En waarschuwt dat men niet in de woorden van nationalisten moet trappen, die wel erop aandringen om de grenzen te sluiten. Die koppige houding van Macron zal het lot van de Franse bevolking bepalen, en daarmee uiteindelijk ook zijn eigen lot. Angela Merkel leek zich al te hebben neergelegd bij een ineenstorting, zij verklaarde afgelopen week doodleuk dat 60% van de Duitse bevolking besmet zal raken. Dat kennelijk liever dan maatregelen in Chinese stijl, die een verdere verspreiding kunnen indammen.

Het punt is dat als onze regeringsleiders deze crisis te boven willen komen, zij hun globalisme moeten loslaten. Zij dromen van een stedelijk Europa, waar boeren geen plaats hebben en elke dag een progressief feestje plaatsvindt. Deze droom bestaat voorlopig alleen in hun koortsdromen, maar zij lijken dat nog niet te begrijpen. Wat moet er gebeuren is het sluiten van de nationale grenzen voor personen. De productie moet weer in eigen land plaatsvinden, als we de toestroom van essentiële goederen willen veiligstellen. De globalistische agenda – stikstof, opkomend populisme, vluchtelingen – moet direct van tafel, het zijn uitingen van zelfdestructie. Het is niet te hopen, maar als tekorten gaan ontstaan en de overbelaste hulpverlening verder overvraagd wordt, is maatschappelijke onrust bijna niet meer tegen te houden. Dan zal pas blijken hoe zeer het multiculturele programma van de afgelopen decennia de sociale cohesie heeft uitgehold. Een pandemie is een harde leerschool. De eerste les is dat nationalisme mensenlevens redt.