Een gedachten-experiment

1
1402

Ik wil u uitnodigen voor een klein gedachten-experiment. Het ontbreekt me aan de middelen om dit experiment uit te voeren in de reële wereld, dus ik doe een beroep op uw voorstellingsvermogen.

Stelt u zich eens voor dat vanaf luchthaven Schiphol een volgeladen Boeing 787-10 van de KLM vertrekt voor een lange vlucht naar, laten we zeggen, Indonesië. Aan boord zo’n 350 passagiers en bemanningsleden, variërend in leeftijd van zuigelingen tot bejaarden. Het grootste deel van de vlucht zit erop als er boven de immens uitgestrekte Indische oceaan een incident plaatsvindt waardoor de piloten genoodzaakt zijn een noodlanding te maken. De communicatie met de luchtverkeersleiding is uitgevallen maar op zicht vinden de piloten een eiland. Ze besluiten zoveel mogelijk hoogte te houden en koersen op de stip in de verte. Met de minimale hoogte en snelheid om het toestel nog in de lucht te houden kiezen de piloten de plek waar het vliegtuig een waterlanding kan uitvoeren. Aan boord, 350 mannen, vrouwen en kinderen zitten vastgesnoerd in de riemen en voorbereid op de heftige landing als het toestel met een klap het water raakt. Wonderwel weten de piloten het toestel heelhuids op het wateroppervlak te zetten, op enkele honderden meters uit de kust van het onbekende eiland. De noodglijbanen worden uitgeklapt en alle bemanningsleden en passagiers weten ongeschonden de Dreamliner te verlaten en met de reddingsvlotten het eiland te bereiken. Achter hen begint het vliegtuig zich langzaamaan met water te vullen en weldra zal het onder water verdwijnen.

Eenmaal iedereen veilig op het droge begint de bemanning met het tellen van de hoofden en een inventarisatie van alle materialen en de weinige bagage die is aangespoeld op het strand. Allereerst wordt via de ingeschakelde mobiele telefoons getracht om contact te leggen met tekenen van beschaving. Als dit echter geen enkel resultaat oplevert besluit de gezagvoerder dat er een klein team geformeerd zal worden om op zoek te gaan naar de bewoners van het eiland, terwijl het overgrote deel van bemanning en passagiers zal achterblijven op en nabij het strand. Uren gaan voorbij als uiteindelijk het team weer terugkeert van hun verkenning en zoektocht naar hulp. Van het nieuws dat de gezagvoerder heeft raken sommigen in paniek: er is geen enkel teken van leven en het ziet er niet naar uit dat er iemand de laatste jaren voet aan wal heeft gezet. Uitgeput van de intense ervaring van de noodlanding besluiten ze de nacht op en nabij het strand door te brengen en bij het eerste licht van de volgende dag een nieuwe poging te ondernemen om contact te leggen met de beschaving. Als ook de tweede poging vruchteloos blijkt en geen van de pogingen om via de mobiele telefoon of noodradio’s om hulp te vragen effect sorteren komt langzaam het besef dat een redding lang op zich zou kunnen laten wachten.

De 350 mannen, vrouwen en kinderen, waarvan de meerderheid geen enkele training heeft genoten hoe te overleven in dergelijke situaties is nu op elkaar aangewezen. Het eiland is behoorlijk groot en de aanwezige fruitbomen bieden in ieder geval een eerste bron van voedsel. Een waterval in de binnenlanden van het eiland biedt een zoetwaterbron voor drinkwater. En terwijl na de eerste nachten onder de sterrenhemel te hebben doorgebracht de eerste vorm van provisorische schuilplaatsen vorm beginnen te krijgen, doemt ook de vraag op wie de leiding zal nemen over dit gezelschap van overlevers van een vliegramp. Als vanzelfsprekend zullen de passagiers naar de gezagvoerder en co-piloot kijken voor aansturing. Er wordt nu, na de inventarisatie van de meegebrachte voorwerpen, aangespoelde bagage en aanwezige noodvoorraden ook een inventarisatie van menselijk potentieel gemaakt. Wie heeft militaire training, wie heeft een medische achtergrond, wie heeft er kennis van agrarische zaken, van botanische zaken, van visserij, wie heeft er vaardigheden om onderkomens te construeren of gereedschap te vervaardigen?

Plots, nu het op overleven aankomt, gelden hele andere prioriteiten. Het eiland is een harde leermeester en de passagiers uit de eerste klasse, zakenmensen, spelers in de financiële sector en andere welgestelden merken al snel dat de omvang van hun bankrekening er niet toe doet in deze nieuwe omgeving. Het lukt hen al niet goed om uit te leggen wat zij in het dagelijks leven doen. Een enkeling met een weerbarstig zelfbeeld probeert nog een uiteenzetting te geven over het belang van de derivatenhandel, maar hij merkt dat zijn toehoorders niet of nauwelijks reageren. Lichamelijke fitheid en praktische kennis zijn de belangrijkste pluspunten om te kunnen overleven op het eiland.

Met iedere dag, week en maand die verstrijkt, verdwijnt de hoop dat er ooit iemand zal komen om hen op te pikken van het grote, onbewoonde eiland en het besef begint langzaamaan in te dalen dat het eiland voorlopig hun thuis zal worden. Hoe zal het de 350 passagiers en bemanningsleden vergaan, als de laatste onder hen het idee heeft geaccepteerd dat er geen redding zal komen? Welke dynamiek zal er ontstaan tussen de overlevenden? Met het wegvallen van alle moderne gemakken, alle communicatie via elektronische middelen, alle nieuws, propaganda, entertainment en cultuur die hen tot voor de vliegramp bereikte via zovele middelen valt ook een mechanisme weg dat hen in een bepaalde toestand hield, een kader van ideeën, gedachten, gedragingen en trends geformeerd naar de algemeen geaccepteerde moderniteit. Hoe zal, met het wegvallen van dit kader, deze nieuwe samenleving tegen wil en dank zich gaan ontwikkelen?

Nu de posities die binnen onze wereld gelden als beleidsbepalend verdwenen zijn, zal een meer natuurlijker samenlevingsvorm ontstaan. Uiteraard, er zullen conflicten zijn, maar de gezagvoerder en co-piloot zullen, bijgestaan door geselecteerde passagiers met bijvoorbeeld een achtergrond bij de politiediensten of defensie, iets van een sociale ordening vorm gaan geven. Hoe zou die ordening eruit gaan zien in een gemeenschap van zo’n 350 personen die met het verstrijken van de tijd noodgedwongen hechter zal worden. Vruchtbare delen van het eiland zullen misschien als landbouwgrond dienst gaan doen, sommigen zullen zich bekwamen in de visserij of jacht op gevogelte en kleine dieren op het eiland. De provisorische schuilplaatsen zullen plaatsmaken voor meer permanente hutten en bebouwing. De eerste liefdesrelaties zullen ontstaan en uit deze en al bestaande relaties en huwelijken zullen misschien de eerste kinderen geboren worden. Er zal een dorpsgemeenschap vormen.

Tegelijkertijd met de eerste borelingen op het eiland, de eerste inheemse bewoners, zal de gemeenschap afscheid moeten nemen van de eerste gestorvenen. Met het verstrijken van de jaren zal de herinnering aan het leven voor de vliegramp langzaam naar de achtergrond verdrongen worden en zal het eiland steeds meer als een thuis gaan aanvoelen voor de inwoners. Met het voorzichtig groeien van de omvang van de bevolking zal ook de samenleving gevarieeerder en gecompliceerder worden. Een schooltje misschien, een dokterspost of iets van een kliniek, een gemeenschapshuis waar de inwoners elkaar treffen voor vermaak en sociale gelegenheden, misschien de eerste vormen van ruilhandel, een kerk, tempel of andere plaats om het spirituele leven van de inwoners ruimte te geven…

En dan, vele jaren later, als er een compleet nieuwe generatie op het eiland leeft en er meer mensen óp het eiland geboren zijn dan op die noodlottige dag destijds waren aangespoeld, doemt in de verte een vrachtschip op. Het schip stuurt een verkenningspatrouille naar het eiland en er wordt contact gelegd met de bewoners. Als na enige tijd de vraag komt wat de bewoners van het eiland willen, wat zal dan hun antwoord zijn? Terug naar het verre Nederland wat een kleine meerderheid nog nooit heeft gezien en wat voor een kleine minderheid nog slechts een vage herinnering vormt, of op hun eiland blijven?

Probeer het u eens voor te stellen…
Welke gedachten en gevoelens zullen er door de inwoners van dit eiland heen gaan?
Ongetwijfeld zal hun contact met de bemanning van het schip en andere toegesnelde schepen hen een blik gunnen op de leefwereld van hun redders. Zullen ze er onderdeel van wensen uit te gaan maken? Of zullen ze het meer eenvoudige leven op het eiland verkiezen? Probeer voor uzelf de vraag te beantwoorden wat uw keuze zou zijn.

En dan volgt een laatste vraag aan u als lezer, wat als u niet veroordeeld bent tot een jarenlang verblijf op dit eiland door een noodlottig incident, maar u vandaag de dag de vrije keuze zou hebben om deel te gaan uitmaken van een dergelijke in onze ogen wellicht eenvoudige maatschappij, wat zou u doen? Probeer het voor te stellen, u hoeft alleen maar uw ogen te sluiten.

1 Reactie
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Lucas Age Bos
Gast
7 maanden geleden

Als ik in de eerste groep eilandbewoners had gezeten had ik waarschijnlijk willen blijven, als je tussen de 60 en de 80 bent en je leeft al meer dan 40 jaar op een eiland dat jij en je kameraden hebben omgebouwd tot een hele beschaving dan zou ik het denk ik wel goed vinden en vredig willen sterven op het eiland. Het verhaal veranderd als ik rond de 20/30 zou zijn. Je hebt dan waarschijnlijk tientallen verhalen gehoord over vliegmachines, koetsen die met ongelofelijke snelheden heen en weer zoeven, gebouwen die hoger zijn dan je ooit hebt kunnen dromen en ga maar door. Ik als jongvolwassene zou dol graag het avontuur aan gaan en deze nieuwe wereld willen ontdekken.