Economie: het vermeden onderwerp

Welf Herfurth: A life in the political wilderness

Ik begin met een simpele stelling, om gelijk met de deur in huis te vallen: volksnationalisten hebben het naar mijn ervaring weinig over economie. Dit gebrek omvat zowel de theoretische als praktische kant van het vak. In zowel artikelen geplaatst op deze website, als in gesprekken met anderen in een politieke setting komen onderwerpen gerelateerd aan economie niet vaak aan bod.

Dit is zeker spijtig te noemen, gezien je in de politieke mainstream niet om het onderwerp heen kan. Denk onder andere aan de fanfare die binnenkort weer zal beginnen rondom Prinsjesdag en de miljoennennota. Men is benieuwd hoe het zal gaan met ‘Jan Modaal’ in het volgende kalenderjaar. Zit de economie nog in de lift, of gaan we een recessie tegemoet binnenkort? Dergelijke vragen zullen ook door mensen gesteld worden die verder weinig met politiek hebben, en deze denkwijze geldt voor een aanzienlijk deel van het Nederlandse volk.

Dergelijke vragen zijn meestal niet de voornaamste zaken waar volksnationalisten mee bezig zijn. Er zijn veel politieke onderwerpen die eerder ter sprake komen: immigratie en haar demografische en maatschappelijke gevolgen, het atomiserende individualisme, het egalitaire gedachtegoed en haar gebreken, verval van morele waarden, de moderne hersenloze consumentencultuur, etc.

De economische zorgen die men heeft komen ten dele voort uit dit laatste punt, de zeer materialistische consumentencultuur waar het moderne Westen – Nederland incluis – in beland is. Het wordt als groot goed afgedaan in cultuur en media om het nieuwste/duurste materiële hebbeding te bemachtigen, en dan ook nog van het juiste merk, indien mogelijk. Een groot aantal mensen loopt met deze instelling door het leven, en jongere generaties lijken steeds dieper in deze mindset te zinken. Zaken als kinderen krijgen worden opzij geschoven om vaker op vakantie te kunnen gaan.

Voor een volksnationalist is deze houding niet (meer) te bevatten, en ik vermoed dat de afwijzing van de materialistische levensstijl deels bijdraagt aan het schuwen van economische onderwerpen en argumenten. Er zijn immers belangrijker zaken om over te praten en om via de politiek op in te grijpen, zoals de eerder genoemde onderwerpen. Daarnaast vindt er onenigheid plaats binnen volksnationalistische cirkels over het gewenste economische systeem. Dit gebrek aan uniformiteit draagt ook bij aan het algeheel vermijden van het onderwerp.

Economische argumenten zijn essentieel

Over dit punt, de aversie voor economische argumentatie door volksnationalisten, wil ik het boek ‘A life in the Political Wilderness’ van Welf Herfurth de revue laten passeren. Welf Herfurth (1962), geboren in Duitsland, is sinds de jaren ’80 woonachtig in Australië. Hij is in zijn jongere jaren actief geweest bij de Junge Nationaldemocraten (JN), de jeugdafdeling van de inmiddels verboden NPD. Nadat dit activisme hem meerdere keren zijn baan gekost heeft, verhuisde hij Australië, waar hij ook betrokken raakte in de nationalistische en libertarische politiek.

Dit boek, uitgekomen in 2011, is een compilatie van 13 essays die door Herfurth geschreven zijn op de inmiddels inactieve site ‘New Right Australia’ in de periode 2005-2010. Zijn essays variëren van een blik op denkers als Spengler, Evola en Yockey tot een analyse van moderne popcultuur. Voor het onderwerp van dit artikel wil ik me beperken tot het derde essay in het boek, getiteld: ‘The radicalisation of the middle classes’.

De middenklasse als richtpunt

Dit essay maakt enkele interessante punten over aanspraak maken op de bevolking als nationalist. Zoals de titel van het essay impliceert, stelt Herfurth dat de boodschap van nationalisten vooral gespitst moet worden op de middenklasse. Deze conclusie trekt hij uit het historische gedrag van zowel de nationalistische als de marxistische/communistische beweging.

Zoals velen bekend is, is een van de centrale dogma’s van Marx de ‘revolutie van het proletariaat’. Hij was er in zijn werken stellig van overtuigd dat de arbeidersklasse de gewenste omslag teweeg zou brengen, na de onvermijdelijke instorting van het kapitalistische systeem. Nu faalde deze analyse op meerdere fronten; het zo gehate kapitalistische systeem lijkt immers sterker dan ooit in het Westen. Maar relevanter voor ons is het volgende: de arbeidersklasse bleek zich niet te gedragen als gehoopt, en is niet de revolutionaire actor gebleken. Het tegendeel bleek – en blijkt – waar, waarin de arbeidersklasse een conservatievere tendens herbergt dan bijvoorbeeld de elite.

Herfurth zet dit gebrek in de marxistische theorie tegenover de succesformule van nationalistische groepen in het begin van de 20e eeuw. Hij grijpt hierbij onder andere terug op het werk van Lothrop Stoddard, waarover al eerder geschreven is op onze website[1]. Bij nationalistische bewegingen in Duitsland, Italië en Engeland destijds, bleek de middenklasse extra aandacht te krijgen, en was deze sterk vertegenwoordigd.

De manier waarop deze middenklasse aangesproken werd in die tijd was ten dele economisch: Herfurth stelt dat dit aspect vrijwel ongebruikt blijft in de retoriek van volksnationalisten in de 21e eeuw. Wij willen het graag hebben over de massa-immigratie en de daaruit resulterende demografische implosie van Nederlanders in Nederland (en blanken in het Westen). Volksnationalisten doen talloze voorspellingen over het jaar waarin we minderheid in eigen land worden, wanneer ‘omvolking’ een feit is.

En begrijp me niet verkeerd: dit zal altijd een van de centrale steekpunten van volksnationalistische ideologie zijn (en blijven), maar het verhaal dat wij naar buiten dragen kan beter en completer worden. Herfurth stelt dat een puur theoretisch verhaal over immigratie en demografie velen koud zal laten. Veel mensen hebben een praktischer impuls nodig: deze is te vinden vanuit economische retoriek.

Relevantie voor nu?

Nu is natuurlijk altijd de vraag: in hoeverre leidt het imiteren van tactieken die bijna een eeuw geleden gebruikt zijn tot succes vandaag? De Nederlander van nu is immers rijker dan een eeuw geleden, daar bestaat weinig twijfel over. De Nederlandse economie groeit dit jaar ongeveer 1,5%, als de schattingen uitkomen. Maar om terug te komen op een al eerder gestelde vraag: gaat Jan Modaal wel vooruit?

We bevinden ons sinds de laatste financiële crisis uit 2008 in een lange periode van gestage economische groei. In hoeverre Nederlanders dit nu echt gemerkt hebben, blijft de vraag: koopkrachtcijfers blijken altijd een stuk lager uit te vallen dan de economische groeicijfers, en eventuele overschotten verdwijnen vaak in bij de overheid in de vorm van hogere uitgaven voor bijvoorbeeld energie. Als de lonengroei gecorrigeerd wordt voor inflatie, blijkt het beeld van de afgelopen decennia nog beroerder te zijn. De arbeiders komen moelijker rond. Een deel van de middenklasse kwijnt weg en verandert in de bovenlaag van de arbeidersklasse. En dit alles gebeurt in een periode van ‘economische groei’.

En tot slot de voornaamste reden waarom ik over dit onderwerp schrijf: het is een gegeven dat het Westen binnenkort weer in een economische recessie/crisis belandt. Ik ga geen uitspraken doen over wanneer dit gebeurt, of hoe zwaar deze zal vallen. Maar laat het duidelijk zijn dat er tekenen aan de wand verschijnen. Onze oosterburen staan met anderhalf been in een recessie, door krimp in de industriële sector [2]. De VS en China zijn in een met importheffingen gestreden handelsstrijd verzeild geraakt die beide kanten (en andere delen van de wereld) pijn doet. Wereldwijd gaan er stemmen op over de ziekte in het monetaire systeem van het Westen: waar het geld kost om bij een bank te ‘sparen’ door negatieve spaarrentes [3], en je geld verdient als je een hypotheek afsluit door negatieve hypotheekrentes [4]. Veel processen lijken in een omgekeerde wereld te zijn beland.

Dit is een analyse in vogelvlucht: je kunt er boekenkasten mee vullen, als je dat zou willen. Mijn conclusie is simpel: het huidige economische systeem is ziek, en de ingreep die nodig is om het weer beter te maken zal gevoeld worden door iedereen. We gaan het in Nederland (en elders in het Westen) binnenkort weer veel over de economie hebben. Laten wij als volksnationalisten daarop voorbereid zijn.

-Marcus

1: https://www.erkenbrand.eu/artikelen/een-korte-biografie-van-theodore-lothrop-stoddard/
2: https://www.zerohedge.com/news/2019-08-14/germany-brink-recession-economy-shrinks-q2
3: https://www.elsevierweekblad.nl/economie/achtergrond/2019/08/negatieve-spaarrente-nu-ook-in-nederland-705098
4: https://www.zerohedge.com/news/2019-08-10/denmarks-3rd-largest-bank-now-paying-people-take-out-mortgage

One thought to “Economie: het vermeden onderwerp”

  1. Er is inderdaad een groot probleem met die analyse: pakweg honderd jaar na het interbellum is de economische situatie drastisch veranderd.

    Het (productieve) nationaal kapitaal waar de volksnationalisten van de jaren ’30 zich op beriepen is inmiddels verdwenen en geinternationaliseert. Door kapitalistische accumulatie hebben corporate monopolies meer kapitaal en macht dan de gemiddelde natiestaat tegenwoordig en zijn de rollen omgedraait (het kapitaal is de natiestaat overstegen en heeft deze dus niet meer nodig: dat is de reden achter globalisering).

    De middenklasse (klein- en middelgroot bedrijf, kleine zelfstandigen) daarentegen is door industriele opschaling en oneerlijke concurrentie van diezelfde monopolies het proletariaat in gedwongen en zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van de conglomeraten die de sector beheersen en de banken waar ze schulden bij hebben. Waar een arbeider met vast contract nog enig vangnet heeft, zijn ZZP’ers qua sociale rechten nog slechter af dan de gemiddelde uitzendkracht.

    Dus het is belangrijk voor volksnationalisten om een nieuw economisch discours te ontwikkelen dat aangepast is aan de huidige situatie; de laatste fase van de globalisering. Welf Herfurth en andere nationaalanarchisten bieden hier mijn inziens niet echt concrete oplossingen, omdat ze fatalistische utopisten zijn die de mensheid een paar honderd jaar terug de geschiedenis willen brengen (een soort Mad Max scenario). Iets wat – tenzij zich inderdaad een Apocalyptische gebeurtenis voordoet – weinig waarschijnlijk lijkt in de huidige situatie.

Reacties zijn gesloten.