Diep van binnen haat iedereen moderne kunst

1
56

Dit is een vertaling van het stuk “Admit it, you really hate modern art” door David P. Goldman, origineel gepubliceerd in de Asia Times en terug te lezen op Future Symphony http://www.futuresymphony.org/admit-it-you-really-hate-modern-art/


Er bestaan Estheten die de schele cartoons van Pablo Picasso, het spetter werk van Jackson Pollock en zelfs de gepekelde zwijnen van Damien Hirst waarderen. Nog erger, sommigen van mijn beste vrienden zijn moderne kunstenaars. Jij echter, de lezer, haat en verfoeit de ontwikkeling van alle moderne kunst in de 20ste eeuw, net als ik. “Ik weet niet zoveel van kunst” beweert de lezer, “maar ik weet wel wat ik mooi vind”. Nou nee, dat weet hij niet. Het feit is, jij bent maatschappelijk geïndoctrineerd om interesse te veinzen in kunst die je eigenlijk kippenvel bezorgt. Je bent bang om saai te lijken als je het lelijk vindt. Dit doe je al zo lang, dat jouw daadwerkelijke mening over kunst op de achtergrond is geraakt. Vrees niet: binnen een paar minuten kan ik de betovering verbreken en je bevrijden van deze onbetamelijke toestand.

Allereerst, moet je weten dat je niet alleen bent. Musea worden veelal bezocht door mensen die naar werken komen kijken waar zij eigenlijk van walgen. En de prijzen voor moderne kunst blijven stijgen. Recentelijk ging een van Jackson Pollocks werken over de toonbank voor $140 miljoen, niet slecht voor een alcoholist die nooit heeft leren tekenen en maar wat kliederde met verf op een canvas. Iets bescheidener zijn de prijzen betaald voor het werk van de grootvader van abstracte kunst, Wassily Kandinsky (1866-1944), wiens hoogste opbrengst $40 miljoen was. Een onopvallende vroege Kandinsky zoals de Weilheim-Marienplatz (43 x 33 cm) kost een kleine $4 miljoen volgens Sothebys. Kandinsky is de lakmoesproef voor iemands inherente reactie op abstracte kunst en wel om twee redenen. Ten eerste, omdat hij heeft geholpen het genre te creëren. Ten tweede, hij begreep dat niet-figuratieve kunst een facet was van een esthetische beweging waarin ook atonale muziek thuishoort.

Kandinsky was een medewerker en vriend van de vader van abstracte muziek, Arnold Schönberg (1874-1951), die ook een schilder was. Schönberg, net als Kandinsky, wordt universeel erkend als een van de oprichters van modernisme. Na een bezoek aan een van Schönbergs concerten in 1911 schreef Kandinsky:
“Mijn excuses dat ik u aanschrijf zonder u werkelijk te kennen. Ik heb zojuist uw concert gehoord en ik moet zeggen dat ik er van genoten heb. U kent mij uiteraard niet – dat is te zeggen, u kent mijn werk niet – gezien ik weinig tentoonstel en slechts eenmaal een expositie in Wenen heb georganiseerd, jaren geleden. Maar wat u beoogt te bereiken en wat ik voel en denk hebben zoveel in gemeen dat ik mijn uiterste empathie wil uitdrukken. In uw werk verwoordt u waar ik, onzeker, al zo lang naar zoek in muziek.”

De consensus onder critici steunt Kandinskys assertie. Er bestaat een enorme berg aan literatuur over de relatie tussen abstracte schilderkunst en atonale muziek. De uitgebreide correspondentie tussen Kandinsky en Schönberg is terug te vinden op het internet. Clement Greenberg, de criticus die Jackson Pollocks reputatie vestigde in het kunsttijdschrift “Partisan Review”, merkte een parallel op tussen atonale muziek en abstracte schilderkunst: “De gelijkenis tussen de esthetische methode van deze nieuwe ezel schilderijen en de composities van Schönberg is opvallend. Net zoals Schönberg elk element, elke stem en elke noot in het stuk van gelijk belang maakt- “anders maar equivalent” (Mondriaan)- zo maken deze schilders ook elk deel van het canvas gelijk.” Dit is allemaal wel correct, maar ik wil opmerken dat dingen zonder enige afzonderlijke eigen betekenis, geen enkele échte betekenis hebben. Er is een hiërarchie van gewichtigheid in kunst, waar dingen hun betekenis aan onttrekken. Het tonicum, of het beginpunt van de toonladder en het akkoord van de eerste toets, is de belangrijkste noot in een muzikale compositie, want alle tonale muziek legt een reis af naar het tonicum. Net zoals thuis het belangrijkste punt is op de kaart van een reiziger, is de eerste toets het referentiepunt voor alle andere noten, evenzo als in de klassieke kunst het centrale figuur de rest van het schilderij op de achtergrond zet.

Recent onderzoek door neurologen bevestigt wat impresario’s al meer dan een eeuw zeker weten: het grote publiek heeft een absolute hekel aan atonale muziek. In zijn boek “Het Muziek Instinct” (2011) neemt Philip Ball wat recent onderzoek mee in zijn analyse en concludeert:
“Het menselijk brein zoekt naar patronen, dus zoekt het ook in muziek naar het onderliggende patroon om te verwerken wat wij horen. De muziek van Bach belichaamt dit patroon vormend proces. Wat componisten zoals Schönberg doen is dit patroon zoekende instinct ondermijnen, dat voor mensen cognitief makkelijker te volgen en begrijpen is. Schönbergs muziek is gefragmenteerd, waardoor het brein geen patroon kan ontwaren.”

Het grootste verschil tussen Schönberg en Kandinsky, de twee vaders van het modernisme, is pecuniair. Het meest onbekende werk van Kandinsky gaat voor meer over de toonbank dan wat Schönbergs verzamelde werk in zijn leven en met auteursrechten na zijn dood ooit gezamenlijk heeft opgebracht. Vanuit een soort plichtsgevoel spellen musici nog wel eens een stuk van Schönberg, maar altijd in het midden en nooit aan het begin of einde van een programma, want dan zou het publiek later komen of eerder weggaan. Schönberg stierf in 1951 een arm man, en zijn vrouw en drie kinderen konden niet overleven op de opbrengsten uit de auteursrechten van zijn werk. Zijn familie is nog steeds arm, terwijl beroemde schilders en hun erfgenamen in de regel schatrijk zijn.

Moderne kunst is ideologisch, zoals elke voorstander ervan gelijk zal toegeven. Het waren de ideologen, met name de critici, die de reputatie van abstracte impressionisten vestigden, het meest bekende voorbeeld zijnde Clement Greenbergs onderschrijving van Pollock. Moderne kunst is bewust bedoeld om onaangenaam voor de zintuigen te zijn, zodat de aanschouwer nadenkt en reflecteert over de betekenis, dit in tegenstelling tot wat een Raphael of een Ingres neerzetten. Maar waarom is het publiek dan wel bereid de ideologische boodschap van modernisme te aanvaarden op canvas, maar het absoluut verwerpt in haar muzikale vorm? Het is net communisme, dat ooit in de mode was onder Westerse intellectuelen. Zij waren tevreden om communisme van een afstand te bekijken, maar wilden er niet werkelijk onder leven. Wanneer jij een abstract expressionistisch schilderij bekijkt heb jij de tijd aan je zijde. Jij kunt er zo lang of kort naar kijken als jij zelf wilt. Klik je tong, zeg iets pretentieus als je dat nodig vindt, quote uit het wikipedia artikel van de artiest dat je van tevoren hebt ingestudeerd, en loop verder. Maar wanneer men naar een atonaal stuk luistert, is men gekluisterd aan zijn stoel net zo lang als de componist het publiek veroordeelt het aan te horen. Het voelt als vele uren in een tandartsstoel, waaruit geen ontsnapping mogelijk is. Je moet het beleven. Je bewondert de abstractie niet van een afstand. Nu beleef je wat de mode grillige intellectueel ervoer die daadwerkelijk de stap nam om naar Sovjet Moskou te verhuizen, in plaats van communisme slechts naar de mond te praten.

Om deze reden zijn er zeer rijke abstracte schilders te vinden, maar bar weinig welvarende abstracte componisten. Klassieke componisten kunnen zeker een goede boterham verdienen met hun werk, neem Andrew Lloyd Webber of de vele filmmuziekcomponisten. De Amerikaan Aaron Copland verdiende genoeg met zijn vrolijke stukjes dat hij een beurs kon oprichten voor muziekstudenten. De Weense abstracte componist Alban Berg had slechts één hit in zijn 1925 opera “Wozzeck”, door een compromis te sluiten tussen Schönbergs abstracte stijl en conventioneel romanticisme. Volgens zijn biograaf kon Berg hier “enigszins van leven”.

Na vele decennia van philantropische steun voor abstracte (dixit, atonale) muziek, hebben symphonie orkesten het grotendeels opgegeven deze muziekstijl aan hun tegenzinnige publiek op te leggen. Tegenwoordig nemen zij muziek aan van meer conventionele componisten. Volgens het Wall Street Journal komt deze drang naar klassieke, tonale, composities doordat “grote orkesten een terugval in opkomst zien en geconfronteerd worden met een steeds ouder publiek. Landelijk viel het bezoek aan symphoniën met 13% in de periode 2003-4, vergeleken met de periode 1999-2000 volgens The American Symphony Orchestra League.” De ideologische boodschap is dezelfde, maar de galleriën zijn vol en de concertzalen leeg. Dit is omdat het op een veilige afstand hangt op een muur, en je het niet kan ontsnappen als het je oren binnen kruipt. Met andere woorden, de viscerale haat die je voelt voor atonale muziek reflecteert de gezonde, normale, instinctieve reactie op abstracte kunst. Het verschil is simpelweg dat het mogelijk is om dit instinct te onderdrukken wanneer het op een canvas afgebeeld is.

Er zijn uiteraard mensen die abstracte kunst werkelijk kunnen waarderen. Jij en ik zijn daar niet een van. Wij zijn degelijke, verstandige mensen zonder pretenties en zonder een gigantisch complex tegen alles natuurlijks in de wereld. De beroemde verzamelaar Charles Saatchi, de eigenaar van een bekende advertentie firma, is een van de zeldzame authentieke bewonderaars van abstracte kunst. Toen Damien Hirst zijn eerste expositie organiseerde in de Londense Dockyards, arriveerde Saatchi “in een groene Rolls-Royce, en aanschouwde (en kocht) met openhangende mond Hirsts eerste ‘dieren’ kunstwerk genaamd ‘duizend jaar’. Dit werk bestond uit een grote glazen kast waarin vliegen en maden over een rottende koeienkop kroppen.”

The Lord of the Flies is een toepasselijke momentopname voor de modernistische beweging. Thomas Mann omschreef in zijn boek Doktor Faustus een verbitterde componist die een pact met de Duivel sluit, een personage die hij grotendeels op Schönberg baseerde. Manns protagonist is niet in staat nieuwe dingen te scheppen, dus besluit hij uit rancune Beethovens negende symphonie te verbasteren door er een atonaal cantata van te maken onder de naam “De Weeklacht van Dr. Faustus”. Zijn doel hierin is om het originele stuk onbeluisterbaar te maken. Het consensus onder critici is dat Picasso’s “Les Dames d’Avignon”  het meest invloedrijke stuk binnen de moderne kunst is. Picasso hekelt in dit stuk het schilderij “De Visie van St. Johannes” van El Greco welke het openen van het vijfde zegel uit het boek van openbaringen uitbeeldt, specifiek de wederopstanding der martelaren. De martelaren van El Greco worden in Picasso’s stuk een bende hoeren, en de opgeheven arme in de verrukking van resurrectie worden een mix van verleiding en dreiging. Picasso wil het werk van El Greco corrumperen opdat men het niet meer kan waarderen voor wat het echt is. Door ons met genoeg lelijkheid te overladen, denken moderne kunstenaars ons aangeboren gevoel voor schoonheid af te kunnen stompen. Opdat wij dan nooit schoonheid van lelijkheid kunnen onderscheiden. Dat is denk ik waarom zij dode dieren in tanks formaldehyde als kunst presenteren. Maar ik heb een open geest, wie weet is er enige toegevoegde waarde aan deze kunststijl. Bijvoorbeeld: als Damien Hirst een zelfportret in formaldehyde zou uitvoeren, zou ik zeker overwegen het te sponsoren.

Maar ondertussen zijn er, vooral onder de hoogopgeleide elites, velen die tot in het graf hun voorliefde voor moderne kunst verkondigen. En ik vindt dat ik hen enige uitleg verschuldigd ben, ook omdat ik mijn laatste overblijvende vrienden van mij poog te vervreemden. Dit soort mensen pretenderen van moderne kunst te houden omdat zij over willen komen als creatieve zielen. Op zijn minst willen zij de optie vrijhouden om creatief te zijn. Het probleem is dat zij absoluut niet creatief zijn. In de hele menselijke geschiedenis zijn er slechts enkele honderden werkelijk creatieve individuen te vinden. Het spijt me dat ik dit nieuws moet brengen, maar u behoort niet tot die groep, beste lezer. Dit wil niet zeggen dat oncreatieve mensen daarom onbelangrijk of waardeloos zijn. Maar daar kom ik later op terug.

Jij hebt je zinnen gezet op creatief zijn omdat jij jezelf wilt aanbidden, of je kinderen of een of ander pretentieus ideaal in plaats van de God van de bijbel te aanbidden. Ongeloof heeft niemand meer rationeel gemaakt. Eerder het tegenovergestelde, het heeft mensen tot het vereren van allerlei zelf gefabriceerde godjes gebracht. Waarvan de ergste het eigen ego is. Om Chesterton te parafraseren: niet geloven in God maakt iemand nog niet ongelovig, maar juist bereid om van alles te geloven. Al enige tijd verzetten conservatieve critici zich tegen het idee dat elk pasgeboren kind zogenaamd creatief is. Nee, niet elke macaroni tekening is een manifestatie van het ontpoppen van een creatief genie.  Allan Bloom observeerde decennia geleden al in zijn boek “Het Sluiten van de Amerikaanse Geest”  dat creativiteit tot vrij recent beschouwd werd als een attribuut van God. Om elk mens creativiteit toe te wijzen is hetzelfde als zeggen dat elk individu een kleine god is.

Maar wat bedoelen we met creativiteit? In wetenschap en rekenkunde verwijst het naar ontdekkingen die uniek zijn, die niet afgeleid zijn van bestaande kennis. Dus de vraag is dan, in de geschiedenis van kunst en wetenschap hoeveel werkelijk unieke, onontbeerlijke individuen hebben eraan bijgedragen? Hoeveel mensen zijn er te vinden wiens bijdrage zo groot is dat de geschiedenis zonder hen fundamenteel anders zou zijn? Er zijn slechts een paar dozijn. Tussen de tijd van Archimedes en het moment dat Newton en Leibniz calculus ontwikkelden was er weinig verandering in de Europese rekenkunde. Gooi Euler en Bernoulli erbij, en dat dekt de ontdekkingen van de 18e eeuw. Gauss, Riemann, Weierstrass, Frege, Cantor en Klein dekken de 19e eeuw. Tot Copernicus en Kepler beruste Europese kosmologische kennis op Ptolemeus. Na Kepler was er alleen Newton en na Newton alleen Einstein die een werkelijk revolutionaire bijdrage hadden aan de menselijke kennis van kosmologie. Wetenschappers debatteren nog steeds of iemand anders mogelijk de theorie van Speciale Relativiteit zou hebben ontdekt, maar de consensus is dat Algemene Relativiteit uniek aan Einstein toe te schrijven is. Hoeveel componisten hebben Westerse Klassieke muziek samengesteld? Als we er 20 noemen, hebben we de belangrijkste mensen wel gehad.

We kunnen eeuwig discussiëren over de origine van genie in wetenschappelijke en artistieke zin, maar niemand kan betwisten dat het uiterst zeldzaam is. Van de honderden componisten werkzaam als hofmusici of ecclesiastische componisten uit de tijd van Johann Sebastian Bach, herinneren en beluisteren wij er slechts een handjevol. Achttiende eeuwse musici waren vakmensen die niet streefden naar genie maar vakkundigheid. Hoe Bach zich daarboven wist te verheffen, is niet geheel duidelijk en er is geen helder consensus over onder historici. In zijn tijd was Georg Phillip Telemann meer succesvol dan Bach, maar om het even ander welk componist zou Telemanns werk kunnen hebben gedaan we zonder veel verlies voor klassieke muziek als kunstvorm. Als wij de term creatief  ongeveer dezelfde betekenis geven als onvervangbaar dan is het aantal werkelijk creatieve individuen minuscuul. Het is onwaarschijnlijk dat jij de lezer of ik, de schrijver, er een zijn. Met hard werk en discipline kan men best leren heel goed dingen te reproduceren. Als je extreem goed bent, kan je misschien ideeën van de werkelijk creatieven uitkristalliseren en toelichten. Dit zijn zeker positieve bijdragen, maar het feit is, als jij dit werk niet verricht had dan zou een ander het evengoed kunnen doen. Bijvoorbeeld: als jij een academicus bent, dan wil jij zo snel mogelijk je werk publiceren, omdat er eeuwig het risico is dat een ander hetzelfde ontdekt en eerder publiceert. Zelfs de meest prominente wetenschappers in elk vakgebied leven in constante angst dat hun werk overbodig wordt gemaakt doordat iemand anders dezelfde conclusies eerder publiceert. Er zijn veel verhalen over simultane ontdekkingen. Zoals het registreren van een patent op de telefoon door zowel Alexander Graham Bell en Elisha Grayfilling op dezelfde dag.

Bach signeerde al zijn stukken met “Glorie behoort slechts God”. Bach was van mening dat iedereen die hard werkte even goed als hijzelf kon worden. Hij was een ijverig vakman in de dienst van God, hij poogde niet een genie te zijn. Maar dat was hij wel, van geboorte al. Dat is de beginsel aanname van de man van geloof. Een man met nederigheid en respect voor de natuurlijke orde. Men zet niet uit met het doel een genie te worden maar om dienstbaar te zijn. Extraordinaire capaciteiten zijn een verantwoordelijkheid die men nederig hoort te dragen. De zoektocht naar genie begon toen kunstenaars en wetenschappers het dienen van God niet meer van waarden achten. Mozart was de eerste kunstenaar die publiekelijk als genie te boek stond. Niet lang erna zou Friedrich Nietzsche de dood van God verkondigen, en de kunstenaar uitroepen tot held, met als model Richard Wagner, wiens artistieke vaardigheden we een andere keer kunnen bespreken. Of Wagner een genie was, is discutabel, maar wat vaststaat is dat de volgers van Nietzsche bepaald geen Wagners waren, laat staan Bachs. In Nietzsches mening moest men zijn eigen artistieke wereldvisie scheppen, vrij van de consensus van de maatschappij. Maar vrijwel niemand kan daadwerkelijk zelf een volledige wereldvisie uitbouwen.

Om de ambities van artiesten te accommoderen, hebben we in de 20e eeuw het creëren van artistieke wereldvisies verheven naar een massaproduct. In plaats van het nederige vakmanschap van Bach, zijn er nu allerlei “kunstbewegingen”. Om een serieus kunstenaar te zijn in de 20e eeuw moet men een eigen beweging uitvinden, eigen stijl en een eigen school. Critici oordelen vernietigend over kunstenaars die oude stijlen reproduceren en bedolven nieuwe scholen zoals kubisme, primitivisme, impressionisme, expressionisme etc. met lof.

Zonder het patronage van de rijke elite, zou moderne kunst nooit enig succes hebben behaald. Mensen uit de elite zien zichzelf graag als kunstzinnig, en denken dat hun geluk of vaardigheid in marketing of computerprogrammeren hen kwalificeert als scheidsrechters van goede smaak. En daarom horen we elke dag weer over nieuwe absurde bedragen die neergeteld worden voor moderne kunst. Bijvoorbeeld de $140 miljoen die media mogol David Geffen neertelde voor een Jackson Pollock schilderij. Succesvolle zakenlui zijn meestal redelijk intelligent, maar vaak maar heel beperkt onderricht. Een soort idiote savants, die een veld heel erg goed kennen, een of andere industrie die veel welvaart produceert, maar die buiten dat specifieke gebied van kennis nergens verstand van hebben. George Gilder heeft eens geschreven dat een entrepreneur het soort mens is dat de hele nacht opblijft om vuilnis routes te bestuderen. Entrepreneurs, verklaart Gilder, verdiepen zich in de details die anderen terecht negeren (rationele onwetendheid- red.). Er is maar een beperkte overlap tussen de gedachteprocessen die iemand rijk maken en het soort denken dat hogere kunst produceert. Omdat de ganse wereld graag mensen van stand vleit denken zij vaak dat zij een soort homo universalis zijn met kennis van uiteenlopende onderwerpen, en zijn daarom veel meer vatbaar voor de cultus van creativiteit in kunst. In Doktor Faustus, schildert Mann dit af als het werk van de Duivel. De nieuwe Faust sluit een pact met de Duivel; hij verkoopt zijn ziel om muzikale vaardigheid te verkrijgen. Een nieuwe klasse van critici dienden als verloskundigen voor deze monsters. Ik verwonderde mij altijd over het feit dat museumbezoekers wegliepen met Pollocks willekeurige gespetter, maar zich nooit of te nimmer vrijwillig zouden onderwerpen aan een twaalf-toon compositie van Arnold Schönberg. De Dirigent Sir Thomas Beecham heeft een beroemd gezegde dat mensen niet van muziek houden, maar slechts van hoe het klinkt. In Pollocks geval houdt niemand van zijn stijl, nog van zijn werk. Waar zij van houden is het idee dat de kunstenaar in zijn arrogantie de wereld kan herdefiniëren. Om een belangrijk iemand te zijn in deze perverse visie moet men zijn vuist tegen God schudden en de wereld volgens zijn eigen termen definiëren, onafhankelijk van hoe saai en pathetisch deze zijn. Een gebrek aan creativiteit is in deze wereld gelijk aan wanhoop. Dit is waarom er zo een aantrekkingskracht voortkomt uit de vele ideologische kunstbewegingen voor een wanhopig kunstenaar. Zij bieden de illusie van creativiteit.

Als God de schepper is, dan is imitatie van God een emulatie van de schepping. Maar dat is niet de gehele waarheid, want de Christelijke God is meer dan een schepper. Hij is een schepper die zijn schepping liefheeft. In de wereld van geloof zijn er wegen om onuitwisbaar te zijn, door liefdadigheid en dienstbaarheid. Een moeder is onmisbaar voor een kind, net zoals mannen en vrouwen en vrienden dat voor elkaar zijn. Als men de ambitie laat varen om de wereld te herscheppen aan de hand van zijn eigen grillen, en accepteert dat de wereld Gods schepping is, dan bestaat Imitatio Dei uit liefdadigheid. In hun drang om hun ego te strelen, zijn de kunstenaars van de 20e eeuw verzakt naar bodemloze dieptes van kunsteloosheid om zichzelf te overtuigen dat zij creatief zijn. De moderne cultus van het individu en van zelfexpressie zijn een povere imitatie van de religie die zij poogden te vervangen, en het waanbeeld van persoonlijke creativiteit is een nog slechtere vervanger van de Verlossing.

1 COMMENT

Comments are closed.