Die onopvallende partijsecretaris

0
451

Het zijn zo van die dagen dat je spontaan moet denken aan hoe Stalin aan de macht kwam. Robert Service beschrijft het prachtig in zijn biografie van de bolsjewistische leider, kortweg geheten: ‘Stalin: A Biography’.

Iosif Vissarionovich Dzhughashvili, beter bekend als Stalin, was een revolutionair van het eerste uur, maar in de eerste geschiedbeschrijvingen van de Oktoberrevolutie ontving hij niet meer dan een voetnoot. Als persoon was Stalin weinig opvallend. Hij was geen talentvolle spreker en bovendien sprak hij met een sterk Georgisch accent. Trotski keek op hem neer, hij vond Stalin niet meer dan een simpele boekhouder en twijfelde zelfs of hij een eigen persoonlijkheid bezat.

In 1924 overleed Lenin. De leider van de revolutie was heengegaan zonder duidelijk een opvolger aan te wijzen, waarop een machtsstrijd uitbrak. Mederevolutionairen Trotski, Zinoviev en Bukharin voelden zich waardige opvolgers, maar tot ieders verrassing had binnen enkele jaren Stalin alle macht in handen. De man die geen groot denker of redenaar was, maar slechts de onopvallende secretaris van de partij. Hoe kreeg hij dat voor elkaar?

Stalin was in 1922 door Lenin aangesteld als partijsecretaris van de Communistische Partij. Als hoofd van dit bureaucratisch apparaat had de volledige partijadministratie in handen, de namen en adressen van alle partijleden vielen onder zijn beheer. Door het benoemen van getrouwen op sleutelposities kon hij steeds meer macht naar zich toe-eigenen. Minder loyale aanhangers plaatste hij over naar de verre delen van de Sovjet-Unie.

Als Stalin merkte dat de tegenstand opliep, deed hij iets ongewoons: hij diende zijn ontslag in. In totaal zou Stalin viermaal zijn positie als partijsecretaris ter beschikking stellen aan het Centraal Commitee. Alle vier malen werd het ontslag na stemming afgewezen. Stalin liet dan weten geen andere keus te hebben dan om door te gaan, met een krachtiger mandaat dan voor de stemming.

Stalin was beter dan zijn concurrenten op de hoogte van wat er speelde binnen de partij. Op zijn bureau stonden vier telefoons, maar onder zijn bureau had hij apparatuur om andere partijleden af te luisteren. Daarnaast werkte hij nauw samen met de GPU, de geheime politie. Stalin kon goed samenspannen. Hij ging allianties aan zijn concurrenten, om weer later tegen hen samen te spannen.

Met de oude revolutionairen liep het niet goed af. Stalin schakelde hen één voor één uit. Zinoviev eindige als eerste voor een vuurpeloton in 1936, twee jaar later in 1938 volgde Bukharin. Trotski ging als laatste van het stel, hij werd aanvankelijk verbannen maar in 1940 alsnog in Mexico vermoord. Een Sovjet agent sloeg zijn hoofd in met een ijsbijl.

Na de dood van zijn grootste concurrent zou het leiderschap van Stalin onbetwist blijven tot aan zijn dood in 1953.