De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, een ander perspectief

1
447

“Ieder mens heeft zijn goede zijden. Men moet alleen over de slechte heen zien.” – Ernst Jünger

Hoe vandaag de dag wordt aangekeken tegen de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog is gecultiveerd door de liberale orde die de oorlog heeft gewonnen. Naoorlogse politici en Joodse lobbyisten hebben door een lens van kortzichtigheid een ideologisch geladen narratief geconstrueerd, een eenzijdig en propagandistisch verhaal over “goed versus kwaad”. Dit is de staatsreligie geworden van de nieuwe liberale wereldorde, met de holocaust als “moreel ijkpunt”.

Het mag duidelijk zijn dat er in oorlogstijd gruwelijke dingen gebeuren. De verschrikkingen van het slagveld, de emoties na verlies of verminking van kameraden, een gevecht op leven of dood, een acute stress-stoornis, onder oorlogsomstandigheden zijn mensen in staat om hun medemensen te vermoorden. Oorlogsmisdaden worden dan ook door alle betrokken partijen gepleegd. Toch wordt in onze samenleving enkel de nadruk gelegd op de vermeende oorlogsmisdaden van nationaal-socialistisch Duitsland. Met dit stuk wil ik eens de nadruk leggen op de andere kant van dit verhaal: de gruwelijke schaduwzijde van de liberale “bevrijders”, maar al te vaak een blinde vlek in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

Een terreurcampagne vanuit de lucht

Wat zelden vermeld wordt, is dat er meer Nederlandse burgerslachtoffers vielen door geallieerde- dan door Duitse bombardementen. In 1941 pleitte Charles Portal van de Britse luchtmacht voor het compleet weg bombarderen van hele steden en dorpen. Deze pleit tot genocide werd in 1942 nog een keer herhaald door F. Lindemann, de persoonlijk adviseur van Churchill, die in een rapport stelde dat massale bombardementen de snelste manier zou zijn om het Duitse rijk te laten vallen. Men veronderstelde dat door het compleet van de kaart vagen van Duitse dorpen en steden het moraal van het Duitse volk zou instorten. Juist door onschuldige burgers te treffen dachten ze dat de ruggengraat van de Duitse oorlogsindustrie te kunnen breken. Of een stad een frontstad was of in enigerlei wijze een militair doelwit was, is nooit van enig belang geweest.

In de nacht van 13 op 14 februari 1945 vond er een gruwelijk bombardement plaats op de Duitse stad Dresden. Onder leiding van Winston Churchill en de Engelse luchtmaarschalk Arthur (Bomber) Harris werd de burgerbevolking van Dresden moedwillig gebombardeerd. De bevolking van Dresden was op dat moment veel groter dan de “normale” 650.000 inwoners vanwege het grote aantal vluchtelingen dat aan de verschrikkingen van het oprukkende Rode leger probeerden te ontkomen.

De eerste aanvalsgolf werd uitgevoerd door 244 Lancaster- bommenwerpers van de Britse Royal Air Force. De Havilland Mosquitos van de RAF-groep nr. 8 (Pathfinder) gooiden rode markers op de doelen. Daarop volgden luchtmijnen die boven de grond ontploften om de daken met een schokgolf te verwoesten. Daarna werd er nog eens 3900 ton aan brandbommen en brisantbommen gegooid om “het af te maken”.

Tijdens het afschuwelijke inferno dat daarop volgde, vonden tienduizenden onschuldige Duitse mannen, vrouwen en kinderen de dood. Eenieder die niet direct door de bominslag gestorven was, kwam om in de allesverzengende vuurzee. Deze tactiek van terreur uit de lucht werd in meerdere steden toegepast. Duitse steden als Neurenberg, Hamburg en Keulen werden getroffen, maar ook steden als Malmedy en Houffalize in België werden platgebombardeerd, terwijl daar op dat moment geen Duitse soldaten of voorraden meer te vinden waren.

In het naoorlogse narratief worden deze afschuwelijke, misdadige bombardementen gerechtvaardigd als een “noodzakelijke reactie” om Duitsland op de knieën te dwingen. Hedendaagse “helden” zoals Winston Churchill en Arthur Harris kenden echter al een lange voorgeschiedenis van agressie tegen en massamoord op onschuldige burgers. Hun misdaden zijn grotendeels weggeschreven uit de geschiedenis door een gigantisch leger aan historici, journalisten en politici. Juist deze onvertelde geschiedenis is een bijzonder belangrijke les voor de 21ste eeuw, waarin het Britse kolonialisme is veranderd in een evenredig gewelddadig en vernietigend Amerikaans neo-kolonialisme!

Britse koloniale onderdrukking

Winston Churchill was al langere tijd bekend met de wreedheden van het Britse kolonialisme. Als soldaat was hij in Zuid-Afrika gestationeerd ten tijde van de Britse genocide op het Boerenvolk. Tussen 1899 en 1902 stierven meer dan 28.000 onschuldige vrouwen en kinderen uit Oranje Vrijstaat en Transvaal in de Britse concentratiekampen door ziekte en hongersnood. In 1915 was Churchill verantwoordelijk voor de noodlottige Dardanelles campagne tegen het Ottomaanse rijk, die uiteindelijk resulteerde in de Armeense genocide. Het precedent voor het Dresden inferno kan men echter vinden in Irak. Na de val van het Ottomaanse rijk bezetten de Britten in 1917 Irak. Het verzet van de Arabische en Koerdische volkeren dat hierop volgde, ontwikkelde zich in 1920 tot een grootschalige opstand voor nationale bevrijding. Om deze opstand neer te slaan gebruikten de Britten steeds meer geweld jegens de inheemse bevolking, het gebruik van dodelijk gifgas was hierbij geen uitzondering.

Winston Churchill – toen nog koloniaal-secretaris – en Arthur Harris waren beiden grote voorstanders van het bombarderen van de opstandelingen in hun dorpen en steden. Harris benadrukte; “De Arabieren en Koerden weten nu wat bombardementen echt betekenen in termen van slachtoffers en schade. In 45 minuten kan een volledig dorp worden weggevaagd en kan een derde van haar inwoners worden vermoord” Churchill voegde daar aan toe; “Ik begrijp de teergevoeligheid omtrent het gebruik van gas niet. Ik ben een groot voorstander van het gebruik van gifgas tegen onbeschaafde stammen.” Hiermee werd Irak een laboratorium voor nieuwe wapens; napalm, fosfor bommen, luchtmijnen, brisantbommen en andere granaatkartets werden hier door de Britten voor het eerst gebruikt.

Tijdens WO II was Winston Churchill eveneens actief betrokken bij de onderdrukking van Brits-India en de Bengaalse holocaust (1942-1945). Genadeloos ontzegde en blokkeerde hij voedselhulp aan de verhongerende Hindu’s en Moslims in Bengal, Assam, Bihar en Orissa vanuit puur strategische overwegingen. Deze militaire strategie om de Japanse strijdmacht te stoppen via een kunstmatige hongersnood resulteerde uiteindelijk in miljoenen onschuldige burgerdoden. Met recht behoort dit tot een van de zwaarste oorlogsmisdaden in de menselijke geschiedenis. Echter, in tegenstelling tot de holocaust die jaarlijks met veel bombarie herdacht wordt, weet niemand hier dat deze Bengalese holocaust überhaupt plaats heeft gevonden.

Geallieerd geweld tegen burgers

Het geweld begaan door de geallieerde troepen tegen de burgerbevolking ging verder dan alleen het bombarderen van hun huizen en levens alleen. Tijdens de etnische zuiveringen in Oost Europa, werden 240 duizend Sudetenduitse burgers “verjaagd”. Velen vonden daarbij een zekere dood. Het stadje Freudenstadt in het Schwarzwald werd zonder enige aanwijsbare reden letterlijk uitgeroeid door de Franse troepen. In het plaatsje Friesoythe werden huizen van Duitse burgers door Canadese soldaten willekeurig in brand gestoken met de bewoners er nog in. Dan is er ook nog het bloedbad in Canicatti waarbij Italiaanse burgers die wat voedsel probeerden te stelen, zonder pardon werden doodgeschoten door geallieerde soldaten; kinderen werden niet gespaard.

Het zwaarst getroffen door geallieerde oorlogsmisdaden was het Duitse volk. Talloze Duitse vrouwen werden door de geallieerde troepen verkracht. Honderdduizenden Duitsers zijn gestorven tijdens de deportaties uit Oost Europa. In het jaar na de oorlog stierven velen een hongerdood, vaak omdat geallieerde troepen hulptransporten tegenhielden en terug stuurden. Meer dan een miljoen krijgsgevangen Duitse burgers zijn gestorven in gevangenschap als gevolg van martelingen, ondervoeding of ziektes veroorzaakt door de gebrekkige hygiëne in de concentratiekampen. Alles bij elkaar zijn er meer dan 2 miljoen Duitse burgers omgekomen in de jaren direct na de “bevrijding”.

Minder bekend is dat geallieerde soldaten in Nederland, met name in het alreeds bevrijdde zuiden, het oosten en noorden, zich eveneens schuldig hebben gemaakt aan diverse oorlogsmisdaden. Duizenden huizen werden geplunderd en/ of vernield door “de bevrijders”. Veel klachten werden geschreven naar het Militaire Gezag of andere geallieerde instanties. Burgemeester Gerards van Ubbergen schreef bijvoorbeeld in een van de vele brieven die hij stuurde: “De aangetroffen toestanden tarten iedere beschrijving. Hier is geen sprake meer van plundering of diefstal, maar van op de meest brute en grove wijze aangerichte verwoestingen en vernielingen.”

Marocchinate

In het liberale multiculti Nederland van vandaag de dag wordt er aandacht besteed aan de vermeende rol die vreemdelingen in Nederland speelden bij “de bevrijding”. Er is zelfs een speciaal lespakket samengesteld voor pabo studenten, zodat ze hierover les kunnen gaan geven op school. Weer een “integratie” project dat enkel en alleen bedoeld is om vreemdelingen in een positief daglicht te stellen. Geschiedvervalsing is voor de overheid geen enkel probleem. Een beetje onderzoek leert ons dat de vreemde “bevrijders” van toen niet veel verschillen van de vreemde “bezetters” nu.

De Marokkaanse, Algerijnse, Tunesische en Senegalese troepen die meegevochten hebben aan geallieerde zijde waren geen zelfstandig leger, ze vormden het Frans koloniaal leger. Deze koloniale troepen werden vooral ingezet in Zuid-Europa, met name in Italië, maar ook in landen zoals Duitsland en Nederland werd op enig moment gebruik gemaakt van deze troepenmacht.

Deze koloniale troepen lieten overal waar ze kwamen een spoor van vernieling achter. Allerwegen waar ze kwamen werden de lokale vrouwen (alsook mannen en kinderen) verkracht, mishandeld, vermoord, huizen geplunderd en dorpen verwoest. Geen enkele vrouw was veilig voor deze barbaarse praktijken. Tienduizenden onschuldige burgers hebben door deze wreedheden hun leven verloren. Dit was de “oorlogsbuit” die de koloniale troepen zich gemachtigd toe voelden. De Franse bevelhebbers knepen vergoelijkend een oogje toe en gunden de koloniale troepen hun “overwinningsfeesten”.

De eerste ontvoeringen van, verkrachtingen en moorden op jonge vrouwen door de koloniale troepen werden gemeld op het Italiaanse eiland Sicilië. Het was echter tijdens de opmars naar de Gustav linie dat de koloniale troepen pas echt los gingen. Ze verkrachten duizenden meisjes, oude vrouwen, zwangere vrouwen en niet te vergeten mannen. Nadat de troepen bij de abdij van Monte Cassino 50 uur de vrije hand kregen van de Franse bevelhebber, generaal Juin, om in de omgeving te doen en laten wat ze wilden, bleken naderhand ruim 3500 onschuldige burgers het leven gelaten te hebben. Degenen die de gruwelijkheden overleefd hadden maakten vaak zelf een einde aan hun leven omdat ze niet met een dergelijk immens trauma konden leven. Zo trokken de koloniale troepen langs Rome naar de Provence en verder Duitsland in. Waar in april 1945 in Freudenstad 500 vrouwen verzameld werden om daarna massaal verkracht te worden door de koloniale troepen in de metrostations van de stad. Dit werd enkele dagen later herhaald in Stuttgart waar meer dan 2000 vrouwen het slachtoffer werden. Zo is er een hele lijst aan dorpen en steden die de (seksuele) agressie van de koloniale troepen hebben moeten ondergaan. “Marocchinate” is daarmee een Italiaans synoniem geworden voor massaverkrachting. Vrij vertaald betekent de term “gemarokkaniseerde vrouw”.

Geallieerde slavernij

Er is na de oorlog door de geallieerde machten op grote schaal gebruik gemaakt van concentratiekampen voor Duitse krijgsgevangenen. Zo waren er alleen in Amerika alleen al zo’n 666 interneringskampen voor hen. Op enorme schaal werd er hier misbruik gemaakt van dwangarbeid. Miljoenen Duitse krijgsgevangenen zijn verscheept als economische slaven naar geallieerde landen zoals de Verenigde Staten, Groot Brittannië en Frankrijk. Daar moesten ze gedwongen arbeid verrichten als aflossing van “hun schuld aan de oorlog”.

De gemiddelde waarde per persoon van deze Duitse dwangarbeiders werd berekend op circa 10.000 werkuren per 3 jaar. Waarmee de totale economische waarde van deze Duitse dwangarbeiders op een torenhoog bedrag uit komt. Deze economische Duitse slaven werden op breed terrein ingezet, vooral in arbeidsintensieve sectoren zoals de landbouw en de katoenpluk. Er bestond een levendige handel tussen de geallieerde landen in deze levende “handelswaar”: een echte moderne vorm van slavernij. Na enkele jaren gebruik te hebben gemaakt van de diensten van de dwangarbeiders werden ze simpelweg naar een ander land verscheept om daar eenzelfde termijn te werken. De Amerikaanse, Britse en Franse economie hebben zich via deze dwangarbeid met vele miljarden dollars verrijkt.

In de interneringskampen was het vaak een hel om te overleven. Veel Duitse krijgsgevangenen stierven door honger, uitputting en besmettelijke ziektes als gevolg van onder andere slechte omstandigheden wat betreft hygiëne. Overal in Europa en Amerika waren deze interneringskampen te vinden. Als er geen geschikte ruimte was om de vele krijgsgevangenen in onder te brengen, werden ze buiten op een veld afgezet met prikkeldraad gedumpt. De krijgsgevangenen lagen hier dag en nacht in de kou, velen kregen last van onderkoelingsverschijnselen. Om bescherming tegen de ijskoude wind te zoeken werden er kuilen gegraven, maar tijdens regen had dit geen nut.

Ook Nederlandse soldaten maakten zich schuldig aan de mishandeling van Duitse krijgsgevangenen. Circa 4000 man van de SS Brigade Landstorm Nederland zaten geïnterneerd in kamp Harskamp. Eerst werden ze bewaakt door Canadese troepen, maar later namen de Nederlandse stoottroepen van het eerste bataljon regiment infanterie de bewaking over. Er vormden zich al snel moeilijkheden en menig SS krijgsgevangen werd mishandeld, neergeschoten of doodgeslagen. De gevangen soldaten hadden ondertussen wel barakken als huisvesting gekregen, in plaats van holletjes in de grond en geïmproviseerde tenten, maar velen hebben daar niet (lang) van kunnen profiteren.

Conclusie:

Winston Churchill had gelijk toen hij stelde dat de overwinnaars de geschiedenis (her)schrijven. Het is belangrijk om te erkennen dat een genegeerde geschiedenis leidt tot een herhalende geschiedenis. De ideologisch-geïnspireerde liberale kijk die we tegenwoordig op de Tweede Wereldoorlog hebben en de gruwelijkheden die ermee gepaard gingen, hebben ook geleid tot een misleidende kijk op de hedendaagse realiteit. De wereld kampt nog steeds met oorlogen. We kunnen niet langer de leugens van de naoorlogse liberale nieuwe wereldorde negeren: dat heeft ertoe geleid dat ze hun vernietigende en afschuwelijke beleid hebben kunnen doorzetten tot in de 21ste eeuw. Afghanistan, Irak, Libië en tal van andere landen kampen nog steeds met de bloedbaden en de gevolgen daarvan die aangericht werden door de geallieerde terreurcampagne: in ieder land moet er een nieuwe Hitler bestreden worden als dat hen zo uitkomt. Onschuldige burgers betalen daar nog steeds de dodelijke prijs voor. Waarheidsvinding, onderzoek en een nuchtere kijk op de geschiedenis is van fundamenteel belang voor eenieder die zich voor de waarheid interesseert. Stilte is medeplichtigheid, dus weerleg de leugens van de liberale oorlogsstokers!

Mark Druhtman

1 COMMENT

  1. Als deze waarheid mainstream wordt betekent dat het einde van de links progressief waanbeelden. Hoe sneller des te beter!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here


7 × 2 =