De VS is oorspronkelijk een etnostaat voor blanken

0
97

Gisteren verscheen er een artikel van Afshin Ellian op de website van het weekblad Elsevier. In dat artikel worden een paar absurde beweringen worden gedaan. De meest absurde bewering is wel:

Het Amerikaanse nationalisme is niet op ras maar op het idee Amerika gebaseerd. Daarom is Amerika een supermacht.”i

In deze bewering zitten meerdere fouten. Voordat ik begin wil ik duidelijk maken dat ik tegen slavernij (vrouwen in Bangladesh die worden uitgebuit door de lokale bedrijfsleiding gedurende werkzaamheden in gevaarlijke kledingfabrieken) en tegen raciale slavernij (het ene ras wat over het andere heerst) ben.

Veel Amerikanen citeren de zin “All men are created equal.” uit de onafhankelijkheidsverklaring wanneer zij met de beelden van de stichters geconfronteerd worden, maar hieraan zitten twee problemen verbonden. Ten eerste is de onafhankelijkheidsverklaring geen wettelijk document. Ten tweede was er in 1776, het jaar van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, al meer dan 150 jaar slavernij op basis van ras in de huidige VS aanwezig. De onafhankelijkheidsverklaring bracht hier geen enkel verschil in en slavernij op basis van ras ging nog zo’n 90 jaar verder. De stichters van de VS en de Amerikaanse bevolking destijds geloofden dus wel degelijk in het bestaan van ras en het anders behandelen van verschillende rassen.

Sterker nog, de schrijver van de onafhankelijkheidsverklaring, Thomas Jefferson, bezat zelf ongeveer 600 zwarte slaven.ii Wat zei Thomas Jefferson nog meer over zwarte mensen? Hij zei dat het bestaan van zwarte mensen over het algemeen meer bestaat uit sensatie dan uit zelfreflectieiii en dat hij hoopte dat slavernij ooit afgeschaft zou worden en dat zwarte mensen verwijderd moesten worden uit het bereik van blanke mensen om het mengen met blanken te voorkomen.iv Jefferson hoopte ook dat indianen uit het westelijk halfrond verdreven werden zodat er “mensen” konden komen wonen.v Dat lees je inderdaad goed, de kans zit er goed in dat Jefferson indianen niet eens als mensen zag. Mixen met indianen of het toestaan van etnische enclaves was volgens hem uitgesloten.vi Jefferson was om een veelvoud van redenen tegen het mengen van rassen, een van die redenen was dat hij blanken het mooist vond omdat wij sluik haar hebben en omdat volgens Jefferson de blanke huidskleur meer passie en emotie toestaat dan de “duistere sluier” van de andere rassen.vii

Jefferson was zeker geen uitzondering. Net als Jefferson bezat ook George Washington slaven. 9 van de eerste 11 presidenten van de Verenigde Staten hielden zwarte slaven. James Madison, de opvolger van Jefferson, was het met Jefferson eens. Volgens hem was de enige oplossing om zwarte mensen te bevrijden en te verwijderen uit de regio’s waar blanken woonden en de regio’s die aan blanken waren toegewezen.viii Hij stelde voor dat de federale regering alle slaven in de VS opkocht en overzees naar Afrika verscheepte. Na twee keer tot president gekozen te worden diende Madison als directeur van de American Colonization Society, dat opgesteld was om bevrijde zwarte mensen in Afrika te vestigen.ix Benjamin Franklin zei dat de proportie blanken in de wereld zeer klein was en dat hij graag wilde dat het aantal blanken in de wereld toenam.x

Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar het is vrij duidelijk. De grondleggers van de VS waren zich bewust van ras en zagen de VS als een land voor blanken. Dit lieten zij ook merken in het opstellen van wetten. Twee jaar na het opstellen van de Amerikaanse grondwet, werd door het allereerste congres van de VS de Naturalization Act of 1790 ingevoerd. Dit was de allereerste wet betreft wie er wel en niet burger kon worden en laat nogmaals zien wat voor VS de stichters in gedachten hadden. Volgens deze wet konden alleen vrije blanken met een goed karakter burger worden. Indianen en zwarte mensen werden dus niet als burger gezien door de federale regering. Deze wet werd nog drie keer aangevuld met aanvullende wetten. Zwarte Amerikanen werden pas in 1868 burger. Abraham Lincoln ging het echter niet om het bevrijden of tot burgers maken van zwarte mensen, hij was bereid de Unie samen te houden met slavernij intact, maar deze optie was hem niet gegeven. Een ander voorstel van hem was, net als Madison had voorgesteld, om zwarte mensen naar Afrika te brengen.xi

De originele Amerikaanse natie is dus wel degelijk gebaseerd op ras. Als men wil staan voor het originele Amerikaanse gedachtegoed dan staan zij dus ook voor blank nationalisme. Blank nationalisme, het hebben van een blanke thuisstaat, is inbegrepen in het idee van de originele Amerikaanse natie. Wat Ellian bedoeld met het Amerikaanse idee is mij niet volledig duidelijk. Ik vermoed echter dat hij dit idee plaatst in het verlengde van de Amerikaanse Droom.

De huidige VS kwam met twee wetten. De Civil Rights Act of 1964, een wet die de segregatie afschafte, en in 1965 met Hart–Celler Act, een wet die onder valse voorwendselen werd doorgevoerd. Het publiek werd beloofd dat deze wet de demografische opbouw van de VS niet zou veranderen.xii Dit was niet waar, dankzij deze wet veranderde de demografische opbouw van 85.4% blank naar 62.1% blank.xiii De verwachting is dat blanken in 2044 een minderheid zullen worden.xiv Dit is een probleem omdat blanke Amerikanen in veel opzichten vaker voorstander zijn van het Amerikaanse idee. 55% van blanke Amerikanen is voorstander van het beschermen van wapenrechten, ten opzichte van 25% van zwarte Amerikanen en 28% van latino’s.xv 72% van blanke Amerikanen wil geen uitzonderingen op de vrijheid van meningsuiting voor “haatdragende” uitingen over minderheden, bij niet-blanken is dit 57%.xvi In 2011 had 55% van blanke Amerikanen een positief beeld van kapitalisme, voor zwarte Amerikanen was dit 41% en voor latino’s 32%. 24% van blanke Amerikanen had in datzelfde jaar een positief beeld van socialisme, voor zwarte Amerikanen was dat 55% en voor latino’s 44%.xvii

Het zijn dus nog steeds de blanke Amerikanen die veel van de Amerikaanse waarden en rechten in stand houden. Ook op subjectief niveau laten blanke Amerikanen zien dat zij over het algemeen een andere koers voor Amerika willen dan niet-blanke Amerikanen of Democraten. In 2016 waren blanke Amerikanen de enige etnische groep waarvan het merendeel voor Donald Trump stemde. Als alleen blanken zouden mogen stemmen, zou elke Republikeinse kandidaat, met uitzondering van 2 democraten, sinds 1952 gewonnen hebben.xviii Blanken hadden op Lyndon B. Johnson gestemd, maar dat was enkel omdat hij de vice-president van Kennedy was, zonder niet-blanke Amerikanen had Kennedy verloren, zou hij waarschijnlijk niet zijn doodgeschoten en kon Lyndon B. Johnson daar geen voordeel uit halen. Blanke Amerikanen stemden ook op Clinton in 1996, maar dit zou misschien ook niet het geval zijn omdat blanke Amerikanen in 1992 tegen Clinton hadden gestemd.

Dit brengt ons op het tweede punt van Afshin Ellian, namelijk dat Amerika zijn supermacht status aan het idee van Amerika als staat voor iedere man en vrouw te danken zou hebben en niet aan het idee van ras. Zoals eerder uitgelegd is wordt met Amerikaans nationalisme tegelijkertijd blank nationalisme bedoeld, maar laten we uitgaan van de gedachte dat de tijd van de VS als supermacht vanaf 1964/1965 aanbrak. Dit klopt niet met de tijdlijn aangezien Amerika in 1945 een supermacht werd. Amerika had toen als enige kernwapens en bezat de grootste vloot in de wereld. Europa lag in puin en was afhankelijk van de verzwakte Sovjet-Unie en het sterke Amerika. Segregatie was nog in volle gang. Uit een peiling uit de jaren 40’ blijkt dat Amerikanen nog overweldigend voorstander waren van segregatie.xix Amerika leefde dus nog duidelijk in het oude Amerikaanse idee toen het een supermacht werd. Ook klopt dit idee niet omdat de huidige Amerikaanse vrijheden demografisch gezien aan blanke Amerikanen te danken zijn.

Maar wat maakt eigenlijk een supermacht? Vooral de militaire capaciteit is essentieel voor het zijn van een supermacht. Deze militaire capaciteit is te danken aan het grote defensiebudget van de VS. Wie betaalt dat eigenlijk? Op het moment betalen blanke Amerikanen 75,86% van de belasting terwijl zij 62,1% van de bevolking vormen.xx Daartegenover staat dat niet-blanke Amerikanen meer geld verbruiken van sociale voorzieningen dan zij in belasting bijdragen.xxi Dit betekent dat zonder niet-blanke Amerikanen de VS een budgetoverschot van 507,39 miljard dollar zou hebben. Als je blanke Amerikanen het volledige huidige defensiebudget zou laten dragen komt dat nog steeds op een budgetoverschot van 203,39 miljard dollar uit. In andere woorden, niet-blanke Amerikanen zijn over het algemeen een kostenpost voor de VS en de supermacht status is financieel gezien volledig te danken aan blanke Amerikanen. Een tegenargument zou kunnen zijn dat zonder de niet-blanke Amerikanen, de blanke Amerikanen minder zouden verdienen, maar als we kijken naar de regio’s in Amerika waar veel niet-blanken en blanken door elkaar wonen, zien we dat de blanken daar niet significant rijker zijn dan de blanke Amerikanen in voornamelijk blanke gebieden. Zij verdienen dus niet extra aan de raciale diversiteit.xxii

Amerika is gesticht voor blanken, door blanken. De sociale en financiële vrijheden zijn wwarschijnlijk ook te danken aan blanke Amerikanen, aangezien er bij niet-blanken veel minder draagvlak voor is. Zijn status van supermacht ontleent de VS uiteindelijk aan blanken. Een echte Amerikaan is volgens de stichters een vrije, blanke Amerikaan van een goed karakter.

Klaas

 

Literatuur

iii “Notes on the State of Virginia,” Jefferson.

iv Ibid.; quoted in Nash and Weiss, The Great Fear, p. 24.

v Papers of Jefferson, Vol. IX, p. 218; quoted in Horsman, Race and Manifest Destiny, p.86.

vi Lipscomb and Bergh, eds., The Writings of Thomas Jefferson, Vol. X, p. 296; quoted in Horsman, Race and Manifest Destiny, p. 92.

vii “Notes on the State of Virginia,” Thomas Jefferson: Writings (New York: Library of America, 1984), pp. 264–65.

viii Letter from James Madison to Robert J. Evans, June 15, 1819, Writings 8:439–47.

ix Weyl and Marina, American Statesmen on Slavery and the Negro, pp. 105–107.