De staatspropaganda en de immigratie-invasie

Het-legerkamp-der-heiligen
Het boek van Jean Raspail

Wat is het denkpatroon achter de huidige immigratie-invasie? Een Franse schrijver gaf al in 1973 een rake typering van de ideologische verdwazing van de Europese machthebbers.

Midden 2015 zette de Duitse Bondskanselier Angela Merkel bewust een nieuwe migratiebeweging in gang door migranten uit Syrië uit te nodigen zich in Duitsland te vestigen, omdat hun land in oorlog verkeerde. Duitsland zou het akkoord van Dublin negeren dat bepaalde dat asielzoekers hun asiel moesten aanvragen in het eerste land van de Europese Unie dat ze zouden binnenkomen. Merkel negeerde dat er ook in Syrië veilige gebieden zijn. Nee, iedere Syriër mocht naar Duitsland komen. Als gevolg hiervan ging een massa immigranten op weg, van overal ter wereld. Dat veroorzaakte een enorme druk op de grenzen van de EU, omdat deze mensenmassa eerst voorbij andere landen van de EU moest geraken om in Duitsland te komen.

De Duitse Bondskanselier werd door veel mensen geprezen voor haar ‘humane optreden’, zonder inhoudelijke argumenten, maar onder verwijzing naar een universeel humanisme, de ‘open maatschappij’ en de zieligheid van de ‘vluchteling’. De vluchteling wordt bewust geatomiseerd, en ontdaan van alle groepskenmerken zoals etniciteit, geloof en cultuur. Ook de vraag naar de integriteit van de migranten mocht niet gesteld worden. Een persoon die valt onder de noemer vluchteling – en dat is al wie zichzelf zo noemt – is zielig, hopeloos en moet geholpen worden – en wel door ons, en wel hier.

Met deze actie uit het niets, schond Bondskanselier Merkel de in de EU gemaakte afspraken, hierbij toegejuicht door vele mensen vooral op invloedrijke posities in de EU zelf. Zij kenden de regels en afspraken, maar zagen die plotsklaps als onmenselijk, met name als dit lands- of staatsgrenzen betreft. Het is een opmerkelijk signaal naar de Europeanen, die hun politieke vertegenwoordigers zorgeloos wetten zien breken, terwijl zij zelf worden geacht deze strikt na te leven.

Als gevolg van Merkels oproep aan eenieder die het woord vluchteling kan uitspreken, kwam dan ook een massale stroom van immigranten op gang. Werkelijk van overal op de wereld komen ze. Dat weten we, omdat men in Hongarije wel goed kijkt wie er bij hen over de grens komen. Wij in Nederland kregen de mediabeelden voorgeschoteld van zielige kinderen, vrouwen en boten die op volle zee omsloegen. Via internet kan men wat tegengewicht vinden. Beelden van de bekogeling van Macedonische grenswachten met stenen, of van een beeldenstorm in een Italiaanse kerk. Ook verschenen er foto’s van kilometers lange kolonnes van mannen van militaire leeftijd die marcheerden richting de rijkste landen van het Europese continent.

Ze werden door velen welkom geheten> Door mensen die toen ze het woord ‘vluchteling’ hoorden, niet langer konden nadenken, maar wisten dat ze te hulp moesten schieten. Zij zijn de pionnen in het spel van wat men in Duitsland de ‘welkomstcultuur’ noemt. Ze vertonen een valse maatschappelijke betrokkenheid. Ze maken zich nooit boos over het geweld in de grote steden, over de opkomst van de islamitische terreur of de miserabele verzorging van blanke ouderen. Maar ze worden wel geraakt door het lot van vluchtelingen, want die staan symbool voor alle onderdrukte, slecht behandelde gekleurde mensen die altijd al het slachtoffer zijn van het westers imperialisme en zelf er allemaal niets aan kunnen doen.

II
In 2015 zijn er nieuwe vertalingen uitgekomen van de roman Le Camp des saints, geschreven door de Franse schrijver Jean Raspail. Er was al een Engelse vertaling, maar nu dan ook een Nederlandse vertaling onder de naam Het legerkamp der heiligen. De eerste editie van het boek is gepubliceerd in het jaar 1973, maar het lijkt alsof het gisteren is geschreven. De kracht van het boek is veelzijdig. Met een ironische ondertoon brengt de romanschrijver de komende catastrofe van een ongecontroleerde immigrantenstroom onheilspellend in beeld. De sociologische inzichten zijn treffend, maar nog meer de beschrijving van de psychologisch toestand van het Franse volk en de daaruit voortkomende reacties. Het boek geeft blijk van een ongehoord voorspellend vermogen.

Het verhaal schetst het ontluisterend beeld van een Franse maatschappij die helemaal de weg kwijt is en weigert de eigen beschaving te beschermen. Bij de aanstaande ontscheping van een vloot met miljoenen arme gekleurde mensen slaat de bevolking massaal op de vlucht. Één van de meest welvarende provincies is een woestenij geworden doordat de inwoners verkiezen alles achter te laten, huizen en inboedel, in plaats van hun leefgebied te verdedigen. Het is dan ook niet alleen een erbarmelijk mensenmassa die landt, maar ook een leger van veroveraars. Een ‘armada van de laatste hoop’, een agressief slachtofferschap. Een reusachtige massa van mensenvlees met een angstaanjagende kop. Zoals Raspail het beschrijft:

Binnen vijf uur zullen één miljoen immigranten die qua ras, taal, religie, cultuur en tradities van ons verschillen, op een vreedzame wijze in ons land voet aan wal zetten. Het zijn vooral vrouwen, kinderen, boeren zonder werk en zonder inkomen, verjaagd door hongersnood, miserie en tegenslag, het menselijke surplus dat nog voortdurend op een dramatische manier aangroeit en dat dé plaag is van eind onze eeuw.

Trefzeker schetst de schrijver de reacties van verschillende groepen in de Franse samenleving, die over elkaar heen buitelen om de invasie van immigranten welkom te heten. Ze schermen met het onjuiste idee dat we allemaal inwisselbare mensen zijn, met het ideaal van een open en grensloze wereld, en met etnische zelfhaat: blanken zouden altijd andere mensen uitbuiten, zoals onder het kolonialisme. Zowel katholieke als protestantse kerkleiders staan met open armen de immigranten op te wachten. Er zijn wel katholieken die middels gebed en de mis aan God vragen de ontscheping af te wenden, maar ze worden uitgelachen door de progressieve katholieken. Die gaan ‘met hun tijd mee’ en begrijpen niets van het verzet en van mensen die anders over de komende ontscheping van miljoenen niet-Europeanen denken.

Politici en pers prediken openheid en dat deze stroom mensen vanuit de derde wereld onomkeerbaar is. En dat we alles moeten delen, inclusief onze woningen en vrouwen. Critici worden verketterd en het werken onmogelijk gemaakt. Generaals, zelfs al hebben ze een lange staat van dienst in het beschermen van Europa, mogen niet optreden tegen deze inval van immigranten. Daarbij komt nog dat de massa zich nergens van bewust is. In het land gaan de stakingen over minuscule zaken gewoon door. Bijvoorbeeld over dat de koeien in Normandië minder melk zouden geven doordat er veel vliegtuigen met donderende reactiemotoren voorbij vliegen. De koe is heilig in Normandië! Lokale problemen blijken nog altijd veel belangrijker en ieder zicht op het grotere geheel ontbreekt.

III
Dit jaar besprak Raspail de gebeurtenissen die vanaf 2015 in grote versnelling het oude continent en met name ook Frankrijk aandoen. Over de open grenzen, terrorisme en de massa-immigratie die zulke nefaste gevolgen hebben voor de Franse bevolking. De schrijver valt vooral het gebrek aan concrete reacties onder de bevolking op. Hij beschrijft de houding van het Franse volk als een lethargie, een ziekelijke slaapzucht, een duffe houding en een mentale blokkade. Een soort trance die alle normale reacties onderdrukt of zelfs helemaal uitschakelt.

In reactie op het geweld tegen Fransen door Afrikanen zou het normaal en menselijk zijn om in woede uit te barsten.  Bij een aanslag zouden de straten moeten volstromen, men zou moeten oproepen tot het wreken van de doden en bij ambassades gaan protesteren, maar er gebeurt nauwelijks iets. De schrijver spreekt van een giftige en aangetaste mentaliteit, die zich nog steeds verder ontwikkelt, en die alles aantast, vooral het gezonde verstand.

Raspail schetst wat hij ‘het systeem van de grote andere’ noemt, een denkwijze waarin Fransen alleen mogen geven om de anderen, om mensen die etnisch, cultureel en religieus anders zijn. Een systeem waarbij men constant rekening met andere volkeren dient te houden en hun culturen en geloven voorop dient te stellen. Waarbij men niet meer om zichzelf geeft of voor zichzelf zorgt. De ander en zijn welzijn, zijn gebruiken en denkbeelden zijn het vertrekpunt voor alles. Zo te denken verlamt echter het eigen volk. Zoals Raspail het poëtisch uitdrukt in zijn boek:

Wanneer een mens eindelijk komaf heeft gemaakt met zijn zelfbeeld, ook al was dat nog slechts een zwakke afspiegeling van een historische herinnering die in zijn geest is blijven hangen, rest er niets anders meer dan het klaroensignaal ‘Aux morts’ te blazen.

IV
Er heerst grote desinformatie over onderwerpen als massa-immigrantie, het multiculturele ideaal en de vluchtelingencrisis. De kleine groep machthebbers in Nederland had nog nooit eerder zo’n vergaande grip geledingen van de maatschappij. Het leugenachtige verhaal dat de migranten allemaal op de vlucht zijn voor oorlog, en recht hebben om naar Europa te komen en te blijven wordt met een ongekende agressie opgedrongen aan de maatschappij.

Men benut machtsgetrouwe bondgenoten als de journalistiek en de academische wereld om van bovenaf dit verhaal aan het publiek op te leggen. De propaganda dat we massaal vluchtelingen moeten opvangen, wordt verspreid via de journaals en achtergrondprogramma’s op de televisie, in de kranten en op de radio, in theatervoorstellingen, exposities in musea en campagnes op scholen. Daarbij verschijnen academici op allerlei plaatsen om het overheidsbeleid achter dit vluchtelingenverhaal te rechtvaardigen. Ook in vaktijdschriften en bladen in de kantoren en de bij tandarts lezen dat we dat we iedereen moeten binnenlaten, dat het openzetten van onze grenzen goed is en dat grenzen niet meer van deze tijd zijn.

Met name de mensen in de middenklasse zijn gevoelig voor dit alom tegenwoordige overheidsverhaal, omdat het nauw aansluit bij de waarden en de opvoeding van dit deel van de bevolking. Het propagandaverhaal geeft hen handvatten hoe zij zich goed kunnen voelen over zichzelf: door al die mensen zonder voorbehoud toe te laten, want deze zijn zielig, en ze komen alleen maar voor een beter leven.

V
Vlak na de eerste immigratiegolf kwamen echter berichten over immigranten met veel geld, zwaaiend met de nieuwe zaktelefoons en breed lachend over het gemak waarmee ze grof geld hadden betaald aan mensensmokkelaars en zo naar de Europese kusten zijn toegebracht. Daarna kwamen de beelden van vernielde kerkinterieurs in Italië en van Macedonische grenswachten die met stenen werden bekogeld. En toen kwamen de verkrachtingen in Keulen, de steekpartijen, moorden en terrorisme, zoals in Parijs. Dit bedreigde het zorgvuldig opgebouwde beeld van de zielige vluchteling.

Er waren al verontruste reacties toen de grenzen werden opengezet, maar toen er op grote schaal misdrijven aan het licht kwamen werden deze steeds luider. Er is een groep die door heeft dat de machthebbers, die voor open grenzen zijn, die denken dat de multiculturele samenleving werkt en die zich meer inzetten voor Afrikanen dan voor hun eigen volk, verantwoordelijk zijn voor het ontsporen van de maatschappij. Zij spreken de machthebbers aan via de sociale media. Het is echter een minderheid.

Het leeuwendeel van de bevolking is juist nu helemaal de weg kwijt. Het aanlokkelijke idee van de ene liefdevolle mensheid en de vluchtelingen wordt nooit fundamenteel betwijfeld. Men vervalt tot loze kreten over gezellig samenleven, bidden voor jan-en-alleman en dat je toch niet kunt ontsnappen aan het terrorisme. We zouden dit gedrag bijna als autistsch kunnen omschrijven. Mensen zijn onbereikbaar voor informatie die hun wereldbeeld tegenspreekt. Als ze al iets merken steken ze de kop in het zand (‘struisvogelen’), en kijken weg bij problemen. Dit is vooral populair bij de hogere klassen. Zij kunnen het zich ook veroorloven te vluchten voor de gevolgen van hun beleid naar dure, blanke wijken en scholen. Uit dit concrete gedrag blijkt dat men zelf toch ook niet veel vertrouwen heeft in de eigen ideologie over de zielige vluchteling en de succesvolle multiculturele samenleving.

VI
Niet eerder kwam er een dergelijke grote stroom van immigranten uit de derde wereld op gang, met een zo krachtige en vernietigde vaart. Net als in het boek van Raspail valt de gewone mensen in hun onwetendheid verkrachtingen, geweld en terrorisme ten deel. En daar komt dan nog bovenop dat hiertegen protesteren wordt verketterd. We horen begrip te tonen, want het zijn vluchtelingen, die het moeilijk hebben en zich dus niet altijd kunnen beheersen. Hoe ernstig het ook wordt, we zullen altijd gewezen worden op de belangen van de ander. We moeten alles maar ondergaan zonder enige twijfel uit te spreken. We moeten toekijken bij verkrachtingen en alleen maar bidden tegen terrorisme. We moeten allen lijden. Want elders op de wereld lijden niet-Europeanen en dat is veel relevanter dan ons eigen leed.

In het publieke debat overheersen de roekeloze ‘wereldburgers’ die oreren over het neerhalen van grenzen en de liefde, die vooraan staan met spandoeken en luid klappen als de immigranten de grens over steken. Maar er zijn inmiddels tal van verhalen over dit soort mensen, vaak vrouwen, die hun naiviteit hebben moeten bekopen met geweld of verkrachting. De Arabische cultuur is nu eenmaal wezenlijk anders. Vrouwen zonder hoofddoek zijn daar prooien of hoeren, en worden ook zo behandeld. De ‘welkomstcultuur’ wordt zo een verkrachtingscultuur.

Er is een vals idee in de omloop, dat we tot één ondeelbare mensheid horen die allemaal hetzelfde willen en dat is de gezamenlijke liefdevolle weg naar voren. Dit idee staat aan de basis voor het openzetten van onze buitengrenzen. Het blijkt echter keer op keer dat de liefde van één kant moet komen, en deze houding daarbij door vele culturen juist wordt gezien als een teken van zwakte. Nu we onze deuren geopend hebben en zo onze zwakte tonen, zullen er anderen komen, en daarna nog weer  anderen. Het antwoord op het warrige en gevaarlijke universalisme ligt daarom in een sterk Europa. Aleksandr Solzjenitsyn beschreef een dergelijke ervaring toen hij gevangen zat in de concentratiekampen van de Soviet-Unie:

Voor de kampen bekeek ik het bestaan van nationaliteit als iets dat niet van belang was… nationaliteit bestond eigenlijk niet. Alleen de mensheid. Maar in de kampen leert men; wanneer je tot een succesvolle natie behoort ben je beschermd en overleef je. Wanneer je deel bent van de universele mensheid… dan heb je pech.

 
Bronnen afbeeldingen: Algiz

One thought to “De staatspropaganda en de immigratie-invasie”

  1. Eigenaardig dat er helemaal wordt voorbij gegaan aan het gegeven dat een groot deel van de bevolking in de Franse ‘Campagnes’ (en dat zijn er veel) vaak met meerdere vuurwapens, waaronder karabijnen, bewapend zijn. Er zijn in Frankrijk bijna 4 miljoen geregistreerde jagers. Dat mensen hier in blinde angst zouden vluchten met achterlating van have en goed is nauwelijks voor te stellen en zelfs lachwekkend, voor diegenen die de Fransen kent die o.a. mijn buren zijn. Die wapens en de mentaliteit van de Franse plattelandsburger zijn er nu al de oorzaak van dat er nauwelijks religieuze moslims zijn.
    Er zijn hier geen hoofddoekjes of andere onfrisse islamitische verschijnselen. Zelfs de Roma’s gedragen zich hier netjes.
    Na Nice, is hier bovendien iedereen op zijn hoede en staan de geweren naast de deur in de paraplubak of op de kapstok.

Reacties zijn gesloten.