De onschatbare waarde van de mondelinge overlevering

De herinneringen aan mijn vele gesprekken met mijn inmiddels overleden grootvader koester ik. Het waren waardevolle momenten met hem en de gesprekken, soms tot diep in de nacht, gingen veelal over filosofie, geschiedenis, theologie, politiek, maatschappij en vaak soms gewoon over zijn leven. Vooral als hij verhaalde over de Tweede Wereldoorlog kon ik ademloos luisteren en steeds kwamen nieuwe vragen in me op. Mijn grootvader had immers die tijd bewust meegemaakt als puber en adolescent. Toen ik zelf een bepaalde leeftijd bereikt had en de vele gesprekken met hem in gedachten de revue nog eens liet passeren begonnen me toch bepaalde discrepanties op te vallen. Vaak betrof het slechts afwijkingen op het niveau van futiliteiten en details, maar soms ook waren de verschillen tussen de officiële lezing zoals we hebben geleerd in de schoolboeken en de ooggetuigenverslagen van mijn grootvader van dien aard dat het voor de betrokken personen het verschil had kunnen maken tussen vrijheid of gevangenschap of tussen leven en dood.Ik ging er vanuit dat dergelijke discrepanties niet het gevolg waren van kwade opzet maar slechts het resultaat van verschillen in interpretatie of van nalatigheid.

Geschiedvervalsing omtrent de moord op Pim Fortuyn

Nog niet zo heel lang geleden was er enige ophef over een passage uit nieuwe geschiedenisboeken voor basisschoolkinderen waarin de moord op politicus Pim Fortuyn werd behandeld. In de gewraakte passage werd melding gemaakt van een ‘onbekende man’ die de moord op zijn geweten had. Het waren, als ik het me goed herinner, mensen uit Fortuyns kringen die protesteerden tegen deze onwaarheden in deze geschiedenisboeken en onder druk van de veroorzaakte ophef werd de passage aangepast. Het feit dat de opstellers van deze geschiedenisboeken slechts enkele jaren na de daadwerkelijke moord op Fortuyn al een nieuwe generatie schoolkinderen toch wel cruciale informatie wilden onthouden kon ik niet meer afdoen als nalatigheid of een verschil in interpretatie. Iedereen weet immers dat het niet een onbekende man was die de politicus had vermoord maar de links-extremist Volkert van der Graaf, die kort na de aanslag werd opgepakt, berecht en veroordeeld werd tot jaren celstraf voor zijn daden. Waarom dan deze belangrijke kennis buiten de schoolboeken houden? En – nog belangrijker – betrof het hier een op zichzelf staand geval of zijn er vaker pogingen tot geschiedsvervalsing ondernomen?

Deze keer staken de mensen uit de kringen rondom de vermoorde Rotterdamse politicus een stokje voor dit staaltje geschiedvervalsing. Maar wat is mij en mijn generatie aangeleerd dat niet of niet geheel op de waarheid berust?

De rol van taal in geschiedschrijving

Enkele dagen geleden las ik een tekst van een van mijn vrienden binnen Studiegenootschap Erkenbrand. Het betrof een beschouwing op maatschappelijke veranderingen en de rol van taal om de juiste woorden te vinden om die maatschappelijke veranderingen passend te duiden en correct onder woorden te brengen. In George Orwells meesterwerk ‘1984’ over de dystopische wereld van ‘INGSOC’ was er een complete overheidsinstelling met de illustere naam ‘Ministerie van Waarheid’ dat zich ten doel gesteld had om het denkkader van de onderdanen te verkleinen door hen simpelweg de verbale middelen te ontzeggen om zich uit te drukken. Met andere woorden, de zogenaamde ‘Nieuwspraak’ die beschreven werd in het boek 1984 was een steeds verder versimpeld Engels. Jaar na jaar werden er woorden geschrapt waardoor het mensen steeds moeilijker gemaakt werd om een situatie met het juiste woord te omschrijven. Als er geen woord meer zou bestaan voor ‘Onderdrukking’ of voor ‘Tiran’ , hoe zouden wij elkaar dan over deze termen kunnen vertellen en elkaar kunnen mobiliseren tégen die onderdrukking of tégen die tiran? Hoe zouden onze intellectuele vermogens daar vervolgens dan op reageren?

Ik zie met afgrijzen in de samenleving hoe vanuit hogerhand ons al sterk wordt afgeraden danwel ontmoedigd om bepaalde woorden te gebruiken of hoe de ene term vervangen wordt door een andere. Het woord ‘blank’ is opeens besmet verklaard en dient vervangen te worden door het lege ‘wit’. Spreek beide woorden eens hardop uit. Wat is het fingerspitzengefühl’ dat u ervaart bij beide woorden? Voor mij klinkt ‘blank’ voller en rijker, betekenisvoller en appelleert het meer aan mijn zelfbeeld. ‘Wit’ is een term die leeg, koud en afstandelijk overkomt. En dit is slechts één enkel voorbeeld.

De noodzaak van mondelinge overlevering

Na de nodige contemplatie over de woorden van mijn kameraad binnen Studiegenootschap Erkenbrand komt er ineens een gedachte in me op. Het besef dat mijn grootvader een rol van onschatbare waarde vervulde door als ooggetuige mondeling mij te vertellen wat ik anders slechts uit boeken en via televisie en film had kunnen vernemen.

De mondelinge overlevering is behoorlijk cultuurgebonden. De juiste interpretatie kan slechts ten volle overkomen als verteller en toehoorder elkaars cultuur delen of, beter nog, deel uitmaken van elkaars ethnos (volk). Zelfs als er geen sprake is van opzet, hoeveel subtiele details gaan er verloren in vertaling? Hoe kan een westerling ooit de diepste aard van het Japanse ‘bushido’ bevatten, zelfs al spreekt de Japanse vertaler vloeiend Engels?

Het belang van mondelinge overlevering is voor de juiste geschiedschrijving van cruciaal belang. Ik besef dan ook ten volle dat er een dag komt dat ook ik mijn rol te vervullen heb in het doorgeven van die mondelinge overlevering. Zoals de Tweede Wereldoorlog een scharniermoment was in het leven van mijn grootvader, waarover hij eindeloos kon vertellen, zo heb ikzelf het ware, echte Nederland nog gekend en geldt die periode als een scharniertijdperk voor me. Ik ben oud genoeg om me een Nederland vóór en dóór Nederlanders te herinneren. Een Nederlands waarin in iedere stad en in iedere provincie allochtonen een minderheid waren en vaak zelfs een te verwaarloosbare minderheid.

Die tijden zijn inmiddels veranderd en dit in slechts een tijdsbestek van enkele decennia. Er komt een dag dat iedere Nederlander zich een vreemde zal voelen in dit land, een minderheid zal zijn in het land van zijn voorouders. Ontworteld en in een continue staat van verwarring, maar zonder het juiste referentiekader om te omschrijven waar hem precies de kneep zit. De Nederlander van de toekomst zal vanaf de vroegste jeugd aangeleerd krijgen dat een bestaan als betekenisloze minderheid in eigen land de natuurlijke staat is. Aangezien hij geen ander Nederland kènt zal er voor hem niks anders opzitten dan maar te berusten in zijn betreurenswaardige lot. Hem zal het misschien zelfs aan de woorden ontbreken om het unheimliche gevoel te omschrijven een ontwortelde vreemde te zijn in eigen land.

Daar ligt onze rol.

Ieder van ons die oud genoeg is om te herinneren dàt er ooit een mooier Nederland is geweest, een land vóór en dóór Nederlanders, heeft de plicht om via mondelinge overlevering de droom levend te houden.

De droom aan een vaderland!

3 thoughts to “De onschatbare waarde van de mondelinge overlevering”

  1. Ik ben een geboren Rotterdammer. Ik heb de stad nog meegemaakt zonder massale omvolking. Zag de eerste Turken en Marokkanen komen, kleine groepjes, die al snel groter werden. Er kwamen er nog meer. Uit allerlei hoeken en gaten. Mijn kinderen kennen Rotterdam alleen zoals het nu is. Een chaotische toestand waar wij als blanken in grote delen van de stad beslist in de minderheid zijn. Ik vertel ze vaak over hoe het eerst was en ze weten dat het niet goed is, zoals het nu is. Toch is het voor hen een gegeven, een feit. Maar wel eentje waar ze allerminst blij mee zijn, omdat politieke correctheid in mijn opvoeding van hen volstrekt afwezig was.
    Bij ons geen newspeak, maar feiten en realisme. En dat heeft gewerkt. Hoewel ze voor iedereen respect hebben en fatsoen hun norm is, snappen ze heel goed wat er mis is in West-Europa. Dat is enorm belangrijk, dat toekomstige generaties de huidige situatie niet als normaal en natuurlijk gaan beschouwen.

    Dan de newspeak zelf. In mijn dagelijks leven is newspeak overal. Gebruik het woord “neger” en je krijgt een partij gezeur over je heen! Een gehandicapte heet een “mens met andere mogelijkheden” etc. etc.
    Newspeak gaat gepaard met taboevorming. Waren het de jaren 60 waarin men juist taboes wilden slechten, diezelfde taboe-slopers van toen hebben ervoor gezorgd dat er inmiddels tientallen bij gekomen zijn. Spreken over de zwarte kanten van de islam, over orde en gezag, over handhaving, over tradities, het is allemaal taboe geworden. Op de werkvloer is het uitgesproken riskant om deze onderwerpen aan te snijden. Zeker omdat je als blanke in de minderheid bent. Op het kantoor waar ik werk telt mijn afdeling nauwelijks nog blanken en zelfs de leiding telt steeds meer “mensen van kleur” (nog zo’n vreselijk newspeak woord). In het openbaar vervoer zijn controleurs zelden nog blank en winkelpersoneel met hoofddoeken is zo langzamerhand de norm.
    Waag het evenwel niet om daar iets over op te merken, want dan is boosheid nog het minste wat je kan overkomen.

    Als het tij niet gekeerd wordt, weten we over 50 jaar niet beter meer en zal, als het aan de schoolboekenmakers, iedere herinnering aan betere tijden zijn uitgewist of zodanig beschreven dat het vreselijke tijden lijken.

  2. Een herkenbaar Nederland die van mijn jeugd is niet meer nu is alles anders en inmiddels weet ik dat anders niet altijd beter is.
    Als ik dat zeg krijg ik vaak te horen: Wil je dan terug naar vroeger?
    Daar kan ik niet met ja of nee op antwoorden.
    Wat ik wel kan zeggen is dat er veel verloren is gegaan wat mijn land onherkenbaar maakt.
    In andere opzichten is er het een en ander verkregen/bedongen.
    Datgene wat verkregen of bedongen is staat los van het gene dat verloren is gegaan.
    Dat laatste was en is niet nodig om het eerste te verkrijgen.
    Helaas word men en met name de jeugd van alles en nog wat wijsgemaakt en…ze geloven het.
    Totdat men plotsklaps beseft dat men een mooi land met alles erop en eraan heeft vergooid en dichtgegooid met staal en beton met een mensenmassa waarin je jezelf niet terug vind.

  3. Toen onze huidige bejaarden nog jong waren, toen was Nederland nog gezond.
    Nu is Nederland verziekt, we zijn verdorven en vervuild door manipulatie van onze vijanden.
    Het zal een lang en moeilijk gevecht worden om Nederland weer te genezen.

Reacties zijn gesloten.