De omvolking van West-Papoea

0
48

Op 19 augustus 2019 braken er in verschillende West-Papoease steden protesten uit tegen de Indonesische aanwezigheid. De directe aanleiding van de onrust was een incident, vastgelegd op camera, waarbij Papoease studenten in de Javaanse stad Surabaya door politieagenten uitgemaakt werden voor apen. De protesten hielden aan tot in september, en kostten aan meer dan dertig burgers het leven, waaronder één politieagent en een legerofficier.

Dit was het zoveelste hoofdstuk een conflict dat zich al decennia lang voortsleept tussen de Indonesische overheid en de inheemse bevolking van West Papua. Het conflict zou aan grote aantallen burgers het leven gekost hebben. Schattingen lopen uiteen van honderdduizend tot vierhonderdduizend inheemse doden, als gevolg van rebellenacties en tegenacties van het Indonesische leger.

Toen de Republiek Indonesië op 27 december 1949 een onafhankelijk land werd, bleef het meest oostelijke deel van voormalig Nederlands-Indië onder Nederlands bestuur. Nederlands Nieuw Guinea, zoals de nieuwe kolonie genoemd werd, had een grote diversiteit aan talen en culturen, was nominaal christelijk, en zou onder Nederlands bestuur voorbereid kunnen worden op onafhankelijkheid.

Gedurende de jaren vijftig maakte Indonesië onder Soekarno herhaaldelijk aanspraak op West Papoea, onder het mom van dekolonisatie en het verenigen van heel Indonesië onder één staat. In 1961 werden verkiezingen gehouden die een aanloop moesten zijn naar onafhankelijkheid van West Papoea als zelfstandig land.

Om een onafhankelijk West-Papoea te voorkomen, voerde Indonesië de druk op. Militaire escalaties volgden die op het slagveld vooral tot Nederlandse overwinningen leidden. In de diplomatieke arena bleek Nederland echter al snel minder sterk te staan. Steeds meer voormalige koloniën hadden onafhankelijkheid gekregen begin jaren ’60, en velen namen een harde antiwesterse koers aan. De Indonesische claim op West-Papoea kreeg in de Verenigde Naties steun van zowel veel communistische als niet-gelieerde staten. Uiteindelijk ging ook de VS overstag om te voorkomen dat Indonesië zich bij het communistische kamp aan zou sluiten. Op 15 augustus 1962 ondertekenden Nederland en Indonesië het Akkoord van New York, waarmee de overdracht van West-Papoea geregeld werd.

Sinds de overdracht is de demografische samenstelling van West-Papoea drastisch verandert. De Indonesische staat voerde tot 2015 een beleid waarbij grote aantallen arbeidsmigranten van vooral het dichtbevolkte Java naar de omliggende eilanden werden gestuurd. Dit zogenaamde ‘’transmigratie programma’’ bestond al onder het koloniale bestuur, toen het werd gebruikt om goedkope arbeidskrachten naar nieuw te ontwikkelen gebieden te brengen. Onder het bestuur van president Soekarno en zijn opvolgers, bijna allemaal etnische Javanen, werd transmigratie ook een middel om politiek betrouwbare gemeenschappen te vormen in regio’s met inheemse aspiraties naar onafhankelijkheid.

De gevolgen hiervan voor West-Papoea zijn af te leiden uit de religieuze samenstelling. Indonesische deel van Papoea is onderverdeeld in twee provincies, West-Papoea en Papoea genaamd. Van deze is West-Papoea de kleinere, met bijna negenhonderdduizend inwoners in 2014. Hiervan zou volgens een Indonesische census uit 2010 38,4 procent moslim zijn. In de grotere provincie Papoea, waar in 2010 2,8 miljoen mensen woonden, zou 15,9 procent moslim zijn. Deze cijfers kunnen echter snel veranderen, gezien de hoge bevolkingsgroei door aanhoudende migratie van andere eilanden.

Trouw publiceerde onlangs een interview met pater Frans Lieshout, die na 56 jaar zendelingswerk terugkeerde uit Papoea vanwege zijn gezondheid. Opmerkelijk is dat Trouw de bevolkingstransitie in Papua verbindt aan de algehele onderdrukking van de inheemse bevolking door Indonesië:

‘’Uitingen van de Papoea-cultuur, zoals bepaalde dansen en liederen, werden verboden, en Indonesiërs van elders werden gebracht naar Papua om de bevolkingssamenstelling te veranderen. Wie het waagde om de Morgenster, de Papoea-vlag, te hijsen, riskeerde een lange celstraf, of erger.’’

Ook pater Lieshout erkent dat de demografische verandering een probleem is:

‘’Er blijven ook alsmaar meer Indonesiërs van elders naar Papua komen. Ik denk dat nog maar de helft van de inwoners Papoea is, en als het zo doorgaat, worden de Papoea’s een kleine minderheid in hun eigen regio. Toen ik er in 1963 kwam, woonden er nog vrijwel geen islamitische Indonesiërs. Alleen in het westen een paar kleine groepen. Maar nu is de islam zeker in de steden een zeer overheersend element. Het stikt er van de moskeeën’’.

Pater Lieshout woont nu in een klooster in Amsterdam-West. Het artikel in Trouw maakt geen melding van zijn mening omtrent de demografische transitie van onze hoofdstad gedurende zijn afwezigheid.

Het transmigratie programma naar West-Papoea werd in 2015 stopgezet vanwege de sociaaleconomische ongelijkheid die het veroorzaakte tussen de inheemse bevolking en de nieuwkomers. Dit neemt echter niet weg dat Indonesië een land is met ongeveer tweehonderdzestig miljoen inwoners, en dat vrijwillige migratie naar West-Papoea de bevolkingssamenstelling in de komende jaren verder kan veranderen.

Het stopzetten van het transmigratie programma past in een trend waarin de Indonesische overheid in de afgelopen tien jaar juist wat meer oog lijkt te hebben voor de belangen van inheemse etnische groepen. Voice of America, een staatszender die nieuws maakt voor een internationaal publiek, schrijft dat de Indonesische overheid tot 2012 ontkende dat het inheemse volkeren had. De huidige president, Joko Widodo, begon tijdens de verkiezingen van 2014 over inheemse rechten te praten, en zette dat na zijn verkiezing om in daden, hoewel ook hij niet zo ver gaat als inheemse activisten zouden willen zien.

Het electoraal potentieel van de tientallen miljoenen leden van inheemse gemeenschappen in de periferie weegt waarschijnlijk iets zwaarder dan humanistische principes. Dit heeft echter ook een keerzijde. Het aantrekken van inheemse stemmers kan de Indonesische regering van Widodo in conflict brengen met de migranten in buitengewesten. Als de Papoeaas in ruil voor hun stem om extra wettelijke bescherming vragen in hun eigen provincies, zullen de niet-Papoeaas tegen dat beleid in het geweer komen.

De veranderende bevolkingssamenstelling van West-Papua wordt door verschillende westerse media en instituties als een probleem gezien. Human Rights Watch beschreef in een artikel van 7 oktober de transmigranten op Papua zelfs als ‘’settlers’’, kolonisten dus. Ook de Guardian citeerde een lokale bron in West-Papoea die de nieuwkomers ‘’settlers’’ noemde. Opmerkelijk is dat het gebruik van deze beladen term in de context van Indonesië niet tot reprimandes of relativeringen leidt. Papoeaas kunnen de nieuwkomers uitmaken voor kolonisten zonder daarvoor zelf xenofoob benoemd te worden door internationale media. Dat deze retoriek het potentieel heeft om meer haat en verdeeldheid te scheppen, daar lijken deze media niet bij stil te staan.

Dat de economische ontwikkeling van West-Papoea gebaat is bij immigratie, lijkt ook geen argument te zijn in niet-Indonesische media om de migratie mee te verdedigen. De migranten die van elders naar Papoea komen, kunnen immers nuttige kennis en ervaring meebrengen naar een onderontwikkeld gebied. Voor economische groei, die ook de inheemse Papoeaas ten goede zou kunnen komen, zou verdere transmigratie juist heel belangrijk zijn. Dit argument lijkt echter niet overtuigend voor de internationale media en activisten.

De instroom van niet-Papoeaas zou betekenen dat onafhankelijkheid van West-Papoea wel eens onmogelijk kan zijn. Zelfs al zou de Indonesische overheid instemmen met een referendum, de niet-Papoeaas zouden tegen onafhankelijkheid stemmen. Het is maar de vraag of dezelfde stemmen in het westen, die nu nog zo begaan lijken met de Papoea’s, in het geval van onafhankelijkheid de noodzaak van remigratie van de niet-Papoea’s in zullen zien.