De Negrificatie van onze cultuur

1
1317

Demografische en culturele veranderingen brengen verregaande consequenties met zich mee, waarvan sommige niet direct zichtbaar zijn maar geleidelijk aan de oppervlakte komen. Met name de degeneratie van de Amerikaanse cultuur zit verontrustend diep in de Europese cultuur en beïnvloedt langzaamaan alle facetten van het leven. Middels het boek ‘The Bow and the Club’ van Julius Evola pogen we hier aan weergave van te geven met betrekking tot onze eigen situatie.

De industrialisering en het daarmee gepaarde materialisme, zorgen voor een vervlakking van de samenleving. Het leven wordt in zijn verschillende aspecten ontdaan van zijn spirituele (in Traditionele zin) betekenis. Een antidotum hiervoor zou liggen in een terugkeer naar Traditie, ondersteund door een levend en hoger principe binnen in de samenleving. In plaats daarvan wordt dit antidotum op een andere plek gezocht in de vorm van een compensatie, namelijk in de negroïde cultuur. De westerling probeert zijn tekort aan leven te compenseren door middel van imitatie van de zwarte cultuur in gedrag en geest. Zelfs bij Amerikanen waar geen gemengde huwelijken in de stamboom hebben plaatsgevonden is deze metamorfose duidelijk te zien.

Om te beginnen hebben de culturele uitingsvormen in het westen een primitiever karakter gekregen. Het zogeheten (en inmiddels genormaliseerde) ‘twerken’ en de moderne straattaal zijn voorname voorbeelden. De negroïde elementen zijn ook terug te vinden in de ritmische, primitieve vorm van muziek die steeds gangbaarder wordt in de westerse cultuur. Zelden is populaire muziek nog samengesteld uit complexe uitingsvormen of betekenisvolle teksten. In plaats daarvan is er plek vrij gemaakt voor sentimentele (humanistische) teksten, vaak simplistisch herhalend met weinig onderscheid en een simpele basale ondertoon, gericht op maximale verkoop. Aan de andere kant zien we een primitieve brutaliteit in drillraps naar voren komen. Deze sentimentele, labiele uiting is compleet onderdeel geworden van de Amerikaanse, en in mindere mate de Europese, cultuur. De gesproken taal wordt eveneens ontdaan van zijn complexiteit en krijgt een verloederd karakter. In Nederland zien we dit gebeuren doordat steeds meer exotische woorden (Engels, Arabisch en Afrikaans) hun intrede doen in de gesproken taal, hetgeen parallel loopt met een versimpeling van de semantiek, een ontwikkeling die we in vrijwel alle Europese talen tegenkomen.

Alle aspecten van psychisch functioneren maken bij de westerling een zorgwekkende devolutie mee. De bekende psychoanalyticus Carl Jung viel dit al decennia geleden op tijdens zijn bezoek aan de Verenigde Staten. Hij beschreef het negroïde component in de Amerikaanse psyche in zijn verzamelde essays ‘Amerikastudien’ als volgt (p. 635):

“Een ander ding dat mij opviel [in de Amerikaan] was de grote invloed van de neger, een natuurlijke psychoanalytische invloed die niet door het vermenging van bloed kwam. De emotionele manier waarop een Amerikaan zichzelf uit, in het bijzonder zijn lachen, kan het beste bestudeerd worden aan de hand van de Amerikaanse etiquette; de onnavolgbare lach van Teddy Roosevelt is in zijn primordiale vorm terug te vinden in de Amerikaanse neger. Het bijzondere loopje met losse gewrichten, of de swingende heupen die we zo vaak terugvinden bij de Amerikanen, komen ook van de neger. De Amerikaanse muziek haalt zijn inspiratie van de neger, wat ook geldt voor zijn dansen. De uiting van religieus gevoel, de opwekkingsbijeenkomsten, ‘holy rollers’ [vorm van dansen bij het ‘bezeten zijn’ door de Heilige Geest] en andere abnormaliteiten zijn sterk beïnvloed door de neger. De levendigheid van de gemiddelde Amerikaan, welke zichzelf niet alleen laat zien in honkbalwedstrijden maar in het bijzonder in zijn liefde voor het praten – het eindeloze gebrabbel van Amerikaanse tijdschriften is hier een welsprekend voorbeeld van – is maar schaars afgeleid van zijn Germaanse voorouders en lijkt veel meer op het gebabbel van een negerdorp. De bijna complete afwezigheid van een privéleven en de bijna alles-verzwelgende socialiteit doen denken aan het primitieve leven in open hutten, waar er een volledige identiteit met alle leden van de stam is.”

Jung gaat in zijn essay nog verder op dit onderwerp door langs dezelfde lijn, waarbij hij uiteindelijk de vraag stelt of de bewoners van het nieuwe continent nog wel beschouwd kunnen worden als afstammelingen van Europeanen.

“De brutaliteit die de Amerikaanse cultuur karakteriseert is ook van negroïde orde, die van tijd tot tijd zelfs wordt overtroffen door blanke Amerikanen die hun kinderlijkheid vaak delen met hun zwarte kameraden. De brutaliteit is ook te zien films en tv-shows, waar een perverse obsessie met geweld de norm is. Dit geweld wordt door de Amerikaan gelijkgesteld aan masculiniteit. Deze ‘mannelijkheid’ is echter niks anders dan alweer een primitieve vorm van wat ooit een nobele vorm van mannelijkheid was. Dit is te bevestigen als we naar het innerlijk kijken van de gemiddelde Amerikaan; zacht en vormloos – een inconsistente sentimentaliteit. In zijn primitiviteit verwart hij grootte met grootsheid. Hier zien we een arrogantie vorm van kwantitatief denken terugkomen dat we zelfs terugvinden in het sportdomein van de Amerikaan. Een dergelijke gezonde en fysieke uitstraling is niet meer aan de orde. Deze verwarring met grootsheid en grootte zien we ook in de economische, industriële en technologische sector. Alles moet groot, alles moet extra en alles moet overdreven.
De obsessie met seks ligt in dezelfde lijn. We hoeven ons hier niet te beperken tot slechts één categorie, omdat het onderwerp seks zich heeft verspreid tot vrijwel elk denkbare categorie die er bestaat. Seks is compleet vervreemd van zijn diepere kant, waarbij kwantitatieve maatstaven alweer een beslissende rol spelen. Ook deze primitieve obsessie met de geslachtsdelen van mannen en vrouwen en het aantal bedpartners kunnen we herleiden naar dezelfde bevolkingsgroepen.”

De analyse die hier is gegeven met behulp van inzichten van Julius Evola is ook van toepassing op het Europese continent, dat te maken heeft met een zorgwekkende invloed van de Amerikaanse cultuur. Hitler zei ooit dat als we naar de Amerikaans cultuur kijken, dit slechts een combinatie is van de Joodse en negroïde cultuur. Dit is correct. Het perverse materialisme heeft zich vermengd met brute primitiviteit en is zo een giftige culturele cocktail geworden die zich verspreidt over Europa en de rest van de wereld. De degenerate westerse samenleving ziet langzamerhand zijn laatste fundamenten wegrotten. Het is van essentieel belang dat men zich oriënteert op zijn eigen bodem en de Amerikanen laat voor wat ze zijn: een ander volk in hart, ziel en bloed, een archetypische golem. Met zijn wordt hier het zijn, als zijnde, als het wezen van iets bedoelt, in de Heideggeriaanse betekenis van het woord.

~ Kalki

1 COMMENT

  1. Ben het eens met de kritiek op het Amerikanen in het artikel, maar ik ben het absoluut niet eens met het opgeven van de Amerikaan. Er zijn zoveel Amerikanen die veel voor onze pro-blanke strijd betekend hebben of nog kunnen betekenen: Revilo Oliver, George Rockwell, Henry Ford, Kevin MacDonald, Alex Linder om er een paar te normen… En wij Nederlanders zijn ook niet perfect.

    Het prediken van versplintering van de blanke wereldvolkeren doet de Amerikanen niet alleen te kort, maar is strategisch ook nog eens onverstandig.

Comments are closed.