De mythe van het liberale egalitarisme

0
781

Elk tijdperk heeft zo haar eigen mythe, als een weerspiegeling van de tijdsgeest. In het moderne liberale Westen is de funderende mythe te vatten in één woord: egalitarisme. Al onze moderne politieke en maatschappelijke instellingen werken vanuit de veronderstelling dat de mensen fundamenteel en volledig aan elkaar gelijk zijn, zonder uitzonderingen. Daaruit volgt dat alle ongelijkheden die in het dagelijks leven toch op ons pad komen afwijkingen zijn, die met zachte of minder zachte dwang bijgestuurd dienen te worden.

De sollicitatieprocedures, de toegang tot de sociale voorzieningen om maar wat te noemen en zelfs onze spraakpatronen zijn allemaal bepaald door de egalitaire principes. Onze samenleving verafgoodt de kampioenen van de gelijkheid als heiligen van de rationaliteit en demoniseren de tegenstanders ervan als achterlijk of als schurken met autoritaire sympathieën. Wat zijn nu de wortels van dit dwingend egalitarisme? En wat zijn de sociale gevolgen?

Egalitarisme: oorsprong van een mythe

Gelet op de manier waarop het egalitarisme wordt verpakt en aan de man gebracht, zijn de wortels ervan toch enigszins verrassend. Ondanks te worden voorgesteld als het product van het Verlichtingsrationalisme en de “logische” keuze te zijn van de rationeel denkende mens, is egalitarisme helemaal niet geworteld in wetenschappelijk bewijs of rationeel onderzoek, maar in de Abrahamistische theologie. Inderdaad, empirische data en wetenschappelijke analyse blijken de voornaamste struikelblokken voor egalitaire denkers, want ze tonen steevast aan dat mensen NIET aan elkaar gelijk zijn, maar sterk variëren in intelligentie, temperament, vaardigheden en meer.

De simpele realiteit is dat sommige mensen, als individu maar ook op groepsniveau, nu eenmaal meer geschikt zijn dan anderen en dus, praktisch gezien, “superieur” zijn in vergelijking met hen die minder begiftigd zijn. Met als resultaat dat de aanhangers van het egalitarisme genoodzaakt zijn hun toevlucht te zoeken tot essentieel metafysische argumenten, namelijk dat alle mensen een gelijke “morele” en “spirituele” waarde en essentie hebben, en dus bijgevolg een gelijke behandeling verdienen. Deze veronderstelling is uiteraard niet gebaseerd op rationele argumenten en observaties, maar op de Abrahamistische schriften en wordt afgeleid van de notie dat alle mensen gelijk zijn voor God (zie Galaten 3:26-29, Handelingen 10:34-35-17:26). Uiteraard botst dit met de sluier van het rationalisme waar het egalitarisme zich graag mee bedekt en het verklaart waarom de aanhangers van het egalitarisme zo afkerig staan tegenover het introduceren van empirische bewijzen voor hun stellingen, terwijl etno-nationalisten, racialisten, anti-feministen en andere differentialisten hun beweringen wel kunnen staven met statistische en empirische gegevens.

Sociale gevolgen van het egalitarisme

Er zijn uiteraard risico’s verbonden aan het klakkeloos overnemen van mythen, en de egalitaire mythe vormt daar geen uitzondering op. De vertakkingen van het egalitarisme zijn manifest en veelvuldig.

Het egalitarisme bestraft de getalenteerden en schept een maatschappij van middelmatigheid. Superieure mensen, de meest capabele en meest getalenteerde mensen worden voortdurend tekort gedaan door pogingen om inferieure mensen te bevoordelen (bijvoorbeeld via positieve discriminatie). Iemand die uitblinkt wordt verdacht, en wordt zeker niet beloond. Het eindresultaat is een “gelijkheid” in de vorm van uniforme middelmatigheid, een situatie die zowel contraproductief als onnatuurlijk is (evolutie kan pas echt plaats vinden bij differentiatie, hiërarchie en de vooruitgang van superieur leven).

De gelijkheidsmythe leidt tot degeneratie van waarden en idealen. Eer, trouw en transcendentie zijn aristocratische eigenschappen, ze behoren tot superieure mensen en hebben bijgevolg geen plaats in een maatschappij van “gelijken”. Het resultaat is, niet verrassend, sociaal verval. Gebroken gezinnen, gebroken families, misdaad, zedenverwildering, kortzichtigheid en hebberigheid zijn de echte vruchten van het egalitarisme.
Ook de kunst is aangetast door de kwaadaardige hand van het egalitarisme, want een egalitaire maatschappij richt al haar energieën naar pacificatie en aanbidding van de gemiddelde Mens (in wiskundige termen: de laagste gemeenschappelijke deler). Het resultaat is een betekenisloze “kunst” die tendeert tot choqueren of vulgariteit.

De waarheid is uiteraard dat zoiets als “gelijkheid” niet bestaat. Mensen zijn verschillend, niet gelijk. Bijgevolg verdienen mensen geen gelijke behandeling, maar wel volgens hun mogelijkheden, vaardigheden en hun waarde voor de gemeenschap. Het gevaarlijke, irrationele egalitarisme moet verworpen worden, want het is uiteindelijk niks meer dan een waanidee dat het weefsel van een beschaafde maatschappij kapotmaakt.

Erik Brand