De kruistochten en ‘Blanke Schuld’

God’s Battalions: The case for the Crusades (2010)
Rodney Stark

De kruistochten zijn een periode in de geschiedenis van Europa die vandaag de dag nog veel losmaakt, ondanks het feit dat de start van de eerste kruistocht bijna een millenium geleden is. Er zijn vele redenen hiervoor, aangeheven door groepen die zich overal en nergens op het politieke en religieuze spectrum bevinden. Het is materie voor films en boeken, maar ook een facet van de gerichte aanval op Europa: het maakt onderdeel uit van de ‘schuld’ die blanken zichzelf moeten aanrekenen voor hun geschiedenis. Hierin bevindt zich ook duidelijk een anti-Christelijke, of specifiek een anti-Katholieke tendens. Het aantal misopvattingen over de kruistochten is immens: als gevolg hiervan zijn de aanvallen op blanken en Christenen ook vrij broos.
Het boek dat ik als leidraad voor dit artikel gebruik (God’s Batalions) slaagt in twee aspecten: het geeft een goede algemene schets van de belangrijkste gebeurtenissen tijdens de kruistochten, maar slaagt er ook in veel misopvattingen te ontkrachten. Ook weerlegt het als gevolg de vele anti-blanke en anti-Christelijke argumenten die onze kant op geworpen worden. Laten we bij het begin beginnen.

De eerste kruistocht
Op 27 november 1095 hield paus Urbanus II een toespraak als antwoord op een brief uit Constantinopel. De Byzantijnse keizer, Alexios Komnenos, had een brief gestuurd waarin hij de situatie in het Midden-Oosten beschreef: de Turken waren ver in Anatoliëdoorgedrongen, tot op zo’n 150 kilometer van Constantinopel. Jeruzalem was in hun handen, en de Christelijke pelgrims werden vaak aangevallen en gedood. Komnenos stelde dat een eventuele val van Constantinopel zou leiden tot vele duizenden dode Christenen, en onherstelbare schade tot het Christendom in het algemeen.
Dat Urbanus II gehoor zou geven aan de oproep vanuit Constantinopel was allesbehalve vanzelfsprekend: de frictie tussen de Rooms-Katholieke en Oosters-Orthodoxe kerk was tastbaar, zowel op politiek als religeus vlak. Dit leidde uiteindelijk in 1054 tot de schisma tussen deze kerken.
Maar Urbanus II zag in de oproep van Komnenos een middel om vrede in Katholiek Europa te bewerkstelligen. Altijd was er wel een deel van Europa in oorlog met een ander deel, om redenen die vrij onbelangrijk waren in de ogen van de paus. Hier diende zich nu een heilige missie aan, een doel waarin alle feodale heersers in Europa konden delen. Een kans om te dienen als ‘soldaten van God’ en het Heilige Land te veroveren.

Velen gaven gehoor aan de oproep van Urbanus II. Meningen over de exacte aantallen wijken ver uiteen, en de meesten bronnen uit de 11e en 12e eeuw leiden tot een zware overschatting van het aantal kruisvaarders, volgens Stark. Stark stelt dat de beste moderne schatting leidt tot een totaal aantal van 130.000, met o.a. 13.000 ridders en 50.000 infanteristen. Van deze 130.000 kwamen er slechts 15.000 (!) aan in het Heilige Land om Jeruzalem te belegeren. Stark wijdt enkele hoofdstukken aan de eerste kruistocht, en beschrijft het pad van de verschillende groepen die richting Jeruzalem reisden. Voor de exacte verloop raad ik aan dit boek ter hande te nemen.

Uiteindelijk slaagden de kruisvaarders in hun missie op 15 juli 1098: Jeruzalem was in Christelijke handen. Onderweg naar Jeruzalem slaagden de kruisvaarders in het innemen van andere steden en gebieden, wat ertoe leidde dat er vier zogeheten kruisvaardersstaten waren aan het begin van de 12e eeuw: de graafschappen Edessa en Tripoli, het vorstendom Antiochië en het koninkrijk Jeruzalem.

De kruistochten als reactie op de Islam

De eerste grote misvatting behandelt Stark in het eerste hoofdstuk van zijn boek: verscheidene groepen als journalisten, schrijvers en academici stellen dat de eerste kruistocht een daad van agressie was. Hierin bevindt zich de implicatie dat er geen grote gebeurtenissen aan de kruistochten voorafgaan, die uiteindelijk hebben geleid tot de oproep van Urbanus II in 1095. Nu moet toegegeven worden dat het ook niet een specifieke datum betreft, maar een fenomeen dat zich over een groot deel van de wereld verspreid heeft in de vier eeuwen die voorafgaan aan de eerste kruistocht. Dit fenomeen is de opkomst van de Islam. De Islam vocht in honderden veldslagen tegen de Europese Christenen, waarin zij diep doordrongen in Europa. Deze dreiging heeft zeker een rol gespeeld in de beslissing voor een kruistocht in 1095.

Mohammed (c. 570-632), profeet van de Islam en een van de meest invloedrijke mensen in de hele geschiedenis, slaagde in de jaren twintig van de 7e eeuw in het verenigen van veel Arabische families en stammen, wat uiteindelijk leidde tot de verovering van Mekka in 630. Na de vrij plotse dood van Mohammed in 632 verspreidde de Islam zich verder buiten Arabië. Aan het eind van de 7e eeuw waren de moslims in het bezit van Arabië, Palestina (inclusief Jeruzalem), Syrië, een groot deel van Perzië en Noord-Afrika. Deze winst aan gebieden ging vooral ten koste van de Byzantijnen en Perzen.
In 711 stak Tariq ibn Ziyad met een leger van 10.000 de straat van Gibraltar over naar Spanje. Dit was een totale verrassing voor de Visigoten, die makkelijk verslagen werden, en binnen zeven jaar was vrijwel heel Spanje in handen van de moslims. Deze bezetting van Spanje duurde meer dan 700 jaar: in 1492 was Spanje in zijn volledigheid weer in Christelijke handen.

Ook Sicilië en het zuiden van het Italiaanse schiereiland zijn meer dan twee eeuwen in handen geweest van de Islam. Aanvallen van de moslims werden teruggeslagen in 652, 667 en 720, maar Palermo werd met succes belegerd in 831. Met dit bruggenhoofd in handen slaagden de moslims in het bezetten van de rest van Sicilië en zuid-Italië. Ook werd Rome tweemaal geplunderd in 843 en 846. Bij de tweede roof werd de paus gedwongen tot het betalen van een grote dwangsom. In de 7e, 8e en 9e eeuw werden naast Sicilië ook andere eilanden in de Middellandse Zee bezet: Cyprus, Rhodos, Sardinië, Mallorca, Kreta en Malta. Deze eilanden waren destijds van groot strategisch belang om de scheepvaart op de Middellanse Zee te controleren. Stark stelt dat veel historici de bezetting van deze eilanden vrijwel ongenoemd laten, ondanks het niet insignificante belang.
Vooral Kreta werd met veel succes gebruikt door de moslims om Byzantium te belagen, zowel in economisch als militair opzicht. Kreta werd na enkele mislukte pogingen in 961 heroverd door de Byzantijnse generaal Nikephoros Phokas (later keizer van Byzantium). Daarnaast werden tijdens deze veroveringen en plundertochten van de moslims veel slaven buitgemaakt uit Europa, en teruggebracht naar het Midden-Oosten. Het emiraat van Bari, gelegen in zuid-Italië, was een doorvoerhaven die veel gebruikt werd.

Vrijwel al het land dat veroverd werd door de moslims werd overgenomen van Christelijke heersers. In het geboortejaar van Mohammed (570) was het Christendom alom aanwezig in grote delen van Europa en het Midden-Oosten, waaronder de noord-Afrikaanse kust, Anatolië (Turkije), Syrië, Irak en Palestina. Deze aanwezigheid is in veel van de genoemde gebieden vrijwel helemaal weggevaagd. Stark heeft het in zijn boek weinig over de symbolische waarde van vele verloren gebieden en plekken, buiten Jeruzelem om. Toen ik me enkele jaren geleden verdiepte in de Bijbel viel me dit plots op: veel van de Christelijke gemeenten waar Paulus naar schreef in het Nieuwe Testament bevonden zich in plaatsen waar het Christendom volledig weggevaagd is: Efeze, Kolosse, Tarsus, Galatië en Antiochië bevinden zich allen in het huidige Turkije. Ook Timoteüs en Filemon, vroege Christenen waar Paulus naar schrijft, bevonden zich in Anatolië.

Dit verlies, zowel in de symbolische als materiële zin, is een van de duidelijke hoofdzaken voor het aankondigen van de eerste kruistochten. Natuurlijk moet gesteld worden dat er ook voor de eerste kruistocht met succes gestreden werd tegen de Islam. De slag bij Toulouse (721) was een keerpunt: Graaf Odo van Aquitanië versloeg de Moren, die uit waren op het veroveren van Frankrijk. Het kan gesteld worden dat de moslims west-Europa hadden kunnen veroveren, als de Franken deze veldslag verloren hadden. Elf jaar later sloegen de Franken opnieuw toe: de slag bij Tours in 732 is een van de meest belangrijke veldslagen in de Europese geschiedenis. Karel Martel, grootvader van Karel de Grote, versloeg de Moren, die in dat jaar opnieuw ver in Frankrijk doorgedrongen waren, zelfs tot op 200 kilometer van Parijs! Karel de Grote zette aan het eind van de 8e eeuw de meer dan 700 jaar durende reconquista van Spanje in. Ook zuid-Italië en Sicilië werd heroverd in de loop van de 11e eeuw. Stark stelt dat deze overwinningen op de Islam ook zorgden voor het geloof in een overwinning op de Islam in het Heilige Land. Dit bleek inderdaad mogelijk, zichtbaar in het succes van de 1e kruistocht in 1098.

Kolonialisme, Imperialisme en de ‘Dark Ages’
Kolonialisme is weer helemaal ‘in’ tegenwoordig, maar niet op dezelfde manier als in voorgaande eeuwen. Nu wordt er vooral gediscussieerd over de schuld die blanken, waaronder Nederlanders, moeten voelen voor het koloniale verleden. Op universitaire faculteiten als de sociale wetenschappen en de letteren wordt gesproken over het ‘dekoloniseren van het curriculum’, wat in het kort betekent dat er te veel aandacht wordt besteed aan ‘oude witte mannen’.
In de 20e eeuw werd een materialistische visie op de kruistochten populair onder schrijvers/academici, waarin gesteld wordt dat de kruisvaardersstaten een vroeg voorbeeld waren van kolonialisme. Ook werd gesteld als een soort ‘veiligheidsklep’, om een overschot aan zonen onder de adel kwijt te kunnen. Stark citeert de volgende tekst uit een universitair tekstboek:

“From the perspective of the pope and European monarchs, the crusades offered a way to rid Europe of contentious young nobles…[who] saw an opportunity to gain territory, riches, status, possibly a title, and even salvation.”

Kloppen deze aangeheven stellingen? Was er sprake van een vroege vorm van kolonialisme in de kruisvaardersstaten?
Stark geeft een duidelijk ‘nee’ als antwoord op de genoemde stellingen en vragen. De definitie die Stark hanteert voor kolonialisme luidt als volgt:

’’The exploitation of one society by another, by which the stronger society forces the weaker society into an unfair economic arrangement and thus enriches itself at the expense of the weaker society. The stronger nation achieves this by exerting direct political control over its colony; hence colonialism involves a resident ruling class of persons from the colonizing society (the colonials).’’

Er zijn volgens deze definitie twee overkoepelende aspecten nodig voor kolonialisme: politieke macht over een volk/gebied, en verrijking van de heersers door middel van economische exploitatie van dat gebied. De kruisvaardersstaten hadden zeker de politieke macht in handen in het Heilige Land, maar van economische exploitatie was absoluut geen sprake. Sterker nog, er was veel geld en materiaal uit Europa nodig om de kruisvaardersstaten te financieren. Geestelijke ridderorden als de Tempeliers en Hospitaalridders waren afhankelijk van donaties van de adel, en de opbrengsten van landerijen die ook gedoneerd waren. Op haar hoogtepunt (1150) bezitte de orde der Tempeliers zo’n veertig kastelen en hoofdkwartieren in Europa.
Er kwam in financieel opzicht ook veel kijken bij het organiseren van een kruistocht. Veel feodale heersers namen drastische maatregelen om een kruisvaardersleger op de been te brengen. Zo verpande hertog Robert II zijn hele hertogdom –Normandië- aan zijn broer, koning William II van Engeland. Godefroy de Bouillon, die na de succesvolle kruistocht de eerste koning van Jeruzalem werd, verkocht het graafschap van Verdun aan de bisschop van Luik. Ook werd er geld geleend van monastische orden, waarbij vaak landerijen als onderpand gebruikt werden.

Stark benadert dezelfde stelling ook vanuit een andere invalshoek. Als de kruistochten financieel gewin hoog in het vaandel hadden, waren er betere doelwitten dan Palestina. In 1063, 32 jaar voor de start van de eerste kruistocht, stelde paus Alexander II een kruistocht voor om de Moren uit Spanje te verdrijven. De Paus vondt geen gehoor, en ondertussen gingen de aanvallen op de Christelijke wereld door: slechts een jaar laten werden Georgië en Armenië veroverd door de Seljoeken. In 1068 vielen de Seljoeken het Byzantijnse rijk binnen waar ze na twee jaar eindelijk werden teruggeslagen. Als het de kruisvaarders allereerst om financieel gewin ging, zou Spanje een veel aantrekkelijker doelwit zijn geweest. Spanje was destijds een rijker en vruchtbaarder gebied dan Palestina. Er was maar weinig vruchtbaar land in Palestina. Dit leidde ertoe dat het feodale systeem wat toegepast werd in Europa niet werkte in het koninkrijk van Jeruzalem. Daarnaast was Palestina een roversnest: een van de redenen die aangeheven wordt voor de 1e kruistocht is dat pelgrims vaak beroofd en gedood werden.
De realiteit bewees het tegendeel: Palestina werd het doelwit van de 1e kruistocht. Voor Spanje als doelwit van een kruistocht was zeer weinig animo onder de feodale heersers. De voornaamste reden hiervoor is heel simpel, volgens Stark: Spanje is immers niet het Heilige Land!

Ook stelt Stark het concept van de Middeleeuwen als zogeheten ‘Dark Ages’ aan de kaak. Deze benaming stelt dat de Middeleeuwen zich na de val van het Romeinse Rijk typeert als een tijd van barbaarsheid en onwetendheid. De voornaamste oorzaak hiervan is religie, dus de schuld wordt vervolgens gelegd bij de Katholieken. Men weeklaagt over het obscurantisme dat veroorzaakt zou worden door Christelijk dogma, die zou hebben gezorgd voor een eeuwenlange ‘stilstand’.

Veel mensen hebben helaas een dergelijk algemeen beeld van Europa in de Middeleeuwen, waaronder mensen die zich in het (volks)nationalistische kamp bevinden. Dit is vooral spijtig omdat de popularisering van dit wereldbeeld afkomstig is van de Verlichtingsfilosofen. Het zit hem al in de naam: een periode gevuld met ‘licht’ volgt een ‘donkere’ periode. Militant atheïstische denkers als Voltaire schilderden een dergelijk beeld van de Middeleeuwen om het Christendom in een kwaad daglicht te stellen. Ook wordt een dergelijk wereldbeeld aangeheven door Protestanten om de Katholieken te bashen. Nu zullen de meeste volksnationalisten zeker niet dol zijn op Voltaire, maar sommigen gebruiken ongemerkt dergelijke argumenten van de Verlichting om het Christendom aan te vallen.

Stark gaat kort in op de technologische voorsprong die Europa had in vergelijking met het Midden-Oosten, vooral op het gebied van militaire technologie. Deze voordelen speelden volgens hem een niet insignificante rol in de overwinningen van de kruisvaarders op de moslims.

Andere kruistochten en misvattingen
De andere kruistochten zullen bescheven worden in een volgend artikel, aan de hand van een ander boek. Ook zal ik daarin terugkomen op enkele andere foute opvattingen over de kruistochten die geaccepteerd worden binnen de mainstream. Er is vooral veel te zeggen over de vierde kruistocht, waarin politieke intrige en Machiavellisme een grote rol spelen.
God’s Batallions is een aanrader, zowel als naslagwerk voor deze periode in de geschiedenis van Europa, als ook een boek dat je kan gebruiken om veel misvattingen te ontkrachten die in de mainstream heersen over de kruistochten. De schuld die ons als Europeanen aangepraat wordt voor deze periode is ongefundeerd, maar dit geldt natuurlijk ook voor alle andere manieren waarop ‘blanke schuld’ wordt gepropageerd. Ik sluit af met de conclusie die Stark schrijft aan het einde van zijn boek, mocht er nog enige onduidelijkheid zijn:

’’The Crusades were not unprovoked. They were not the first round of European colonialism. They were not conducted for land, loot, or converts. The crusaders were not barbarians who victimized the cultivated Muslims. They sincerely believed that they served in God’s battalions.’’

-Marcus

One thought to “De kruistochten en ‘Blanke Schuld’”

  1. De Middeleeuwen, ofschoon er zoals in alle tijden misdaden gepleegd werden, waren diep doordrongen van een religieuze geest in alle aspecten van de samenleving. De rationalist, kind van de moderniteit, wil het niet aannemen dat men in die tijden werkelijk met alle krachten van de ziel geloofde in de God van het Heilig Kruis, maar toch is het zo. De primaire doeleinden van de Kruistochten kwamen dan ook overeen met de fundamentele principes ervan uiteengezet door de Gelukzalige Urbanus II in zijn beroemde Preek van Clermont, en waren ondubbelzinnig religieus.

    Het hier volgende gedeelte van het oude kruisvaarderslied, “Chevalier, mult estes guariz”, brengt die diepe religieuze geest zeer wel tot uitdrukking:

    “Pris est Rohais, ben le savez,
    Dunt cretiens sunt esmaiez,
    Les musteirs ars e desertez:
    Deus n’i est mais sacrifiez.
    Chivaler, cher vus purpensez,
    Vus ki d’armes estes preisez;
    A celui voz cors presentez,
    Ki pur vus fut en cruiz drecez.

    Ki ore irat od Loovis,
    Ja mar d’enfern avrat pouur,
    Char s’alme en iert en pareïs,
    Od les angles nostre Segnur.”

    Een onprofessionele poging tot vertaling van het archaïsch Frans:

    “Genomen is Rohais, weet het wel,
    Waarover Christenen terneergeslagen zijn,
    De kloosters zijn verbrand en verlaten:
    God wordt er niet langer geofferd.
    Ridders, overdenk het wel,
    Gij die om de wapenen geprezen zijt;
    Presenteer uw lichamen aan Hem (om op te offeren in de strijd),
    Die voor u aan het Kruis gehangen werd.

    Wie heden meegaat met Lodewijk (op kruistocht),
    Hij zal de hel niet te vrezen hebben,
    Want zijn ziel zal ten Paradijze gaan,
    Met de Engelen onzer Heer.”

    In tegenstrijd met wat modernistische en liberalistische schriftexegeten beweren was Christus in werkelijkheid geen pacifist, Christus Die met een zweep van koorden de geldwisselaars (de vaderen van de hedendaagse joodse bankiersoligarchieën) van de gewijde grond verjoeg. Katholieken in de Middeleeuwen begrepen de ware geest van het Christendom veel beter dan die in het begin van de 21ste eeuw.

    Eén van de grootste bedrogplegingen in de contemporaine systeempolitiek is het klassiek liberalisme (erfgenaam van de blauwe sansculotten!) “rechts” noemen, terwijl de rechts-linksterminologie origineert bij de aanvang van de Franse Revolutie, toen bij de eerste Assemblée Nationale de Katholieke integralisten aan de rechterzijde van de Koning stonden en de anti-clericale en anti-koninklijke vrijzinnigen aan de linkerzijde. Het oorspronkelijk en authentiek Rechts waren bijgevolg de militaire Vendéeërs, onder de leiding van contra-revolutionaire edelmannen zoals Henri de la Rochejacquelin van onsterfelijke gedachtenis, de Chouans van Bretagne en de Habsburgs-Nederlandse Boerenkrijgers; het Katholiek integralisme dus (de theo-politieke leer van de Katholieke Kerk), hetgeen liberalisme in al haar vormen (inclusief de klassieke) en in haar fundamentele beginselen verwerpt en bestrijdt. De achttiende-eeuwse Verduistering was dan ook intrinsiek anti-katholiek, en dat anti-katholicisme nam al snel bloederige, genocidale vormen aan tijdens de Franse Revolutie, historische expressie van de Verduisteringsfilosofie. Die Revolutie werd gestuurd door satanische vrijmetselaars (de monstrueuze Kleber, Robespierre en Marat waren alle drie joden; zo ‘toevallig’!) en was daarom uitgesproken pro-heidens; zo werd er onder de Terreur bevolen om in alle Parijse kerken een cultus in te voeren waarbij een hoer op het altaar geplaatst werd met een frygische muts op het hoofd en een kruisbeeld aan haar voeten, waarna de aanwezige sansculotten zich neerbogen en haar aanbaden als ‘de godin Rede’ (‘déesse Raison’), werden er ‘gebeden’ opgelegd voor de cultus van ‘de Natuur’ (de jacobijnen waren groene jongens) en ook de manier waarop Christenen afgeslacht werden vertoonde dikwijls pagano-cultische kenmerken; sommigen werden bijvoorbeeld gedood op Katholieke altaren in kerken zodat het bloed de altaren besmeurde.

    Het is volkomen absurd om te beweren dat de Verduistering zou gegroeid zijn uit “Christelijke waarden” zoals dikwijls gedaan wordt; de realiteit is dat Europa gebouwd werd door de zwoegende handen van bisschoppen en monniken onder de weldadige blik van de Goddelijke Voorzienigheid, en dat zij verwoest werd door de Verduistering, wegbereider van de zoon des verderfs over wie de Heilige Apostelen geprofetiseerd hebben. Het Romeinse Rijk is het Vierde Wereldrijk van de Profeet Daniël, het Wereldrijk waarin de Incarnatie van Christus geschied is en de eschatologische macht die de manifestatie van Antichrist tegenhoudt (zoals sommige Kerkvaders geloofd hebben). Europa kan zich daarom alleen uit de schaamtevolle impasse redden waarin zij zich bevindt door haar unieke goddelijke roeping te herontdekken, en die roeping is het Sacrum Romanum Imperium, het Heilige Roomse Rijk onder de geestelijke suprematie van het Pausdom (de booswicht die momenteel op de Troon van Petrus zit zal daar niet eeuwig blijven), waarvan de goddeloze en anti-blanke Europese Unie slechts een zieke, maçonnieke parodie is. Europa heeft een Katholieke vorst nodig, in de geest van Karel de Grote, die in Reims tot Koning gezalfd en gekroond wordt, en in Aken tot Keizer.

Reacties zijn gesloten.