De Griekse mythologie verhaalt over de onsterfelijke halfgod Prometheus, zoon van de Titaan Iapetus en de Oceanide Asia

1
1081

De Titaan Prometheus had de mensheid zo lief, dat hij het vuur van de Goden van Olympia stal en het aan de mensheid schonk.
Het vuur van de Goden geldt als metafoor voor technologische vooruitgang en wetenschappelijke kennis.
In de mythologie is het bovendien verboden kennis en vooruitgang want voor diens bedrog werd Prometheus door de oppergod van het Griekse Pantheon, Zeus, veroordeeld tot een eeuwigdurende ‘nemesis’, oftewel een gerechtvaardigde kwelling.

Welnu, trekken we de mythe van Prometheus door naar de moderne tijd, zien wij dan niet de moderne Titanen geestdriftig op zoek gaan naar hún vuur van de Goden?
Zien we de moderne technologische vooruitgang niet met zo’n grote sprongen voorwaarts gaan dat we vraagtekens kunnen gaan stellen bij de richting en snelheid van deze vooruitgang en de veranderingen die het teweegbrengt in de samenleving en ons als menselijke soort?

Op medisch-ethisch vlak komen we voor fundamentele keuzes te staan.
Gaan we ons wagen aan bepaalde onderzoeken en ontwikkelingen, of leggen we onszelf een moratorium op en verklaren we bepaalde zaken taboe?
Er zijn enkele ontwikkelingen die ik hier kort en bondig wil benoemen…
Zo is er het geheime Chinese overheidsprogramma om de medische wetenschap in te schakelen om bepaalde elite gevechtseenheden van de Chinese strijdkrachten kunstmatig te verbeteren via genetische manipulatie en bionica.

Weliswaar staan die ontwikkelingen nog in de kinderschoenen maar het is een kwestie van tijd voor de eerste ‘supersoldaat’ op een slagveld zal worden ingezet.
Indien dit het geval zal zijn dan kunt u er gif op innemen dat het moratorium van andere landen op manipulatie van mensen teneinde betere soldaten te creëren zal verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Een andere ontwikkeling is het middels gentherapie kunstmatig verlengen van de menselijke telomeren, de beschermlaag rondom chromosomen die bij iedere celdeling een fractie korter wordt.

Het zijn deze telomeren die voorkomen dat er genetische mutaties ontstaan bij iedere celdeling en er bestaat een sterke correlatie tussen de levensduur en de lengte van deze telomeren.

De eerste mens die kunstmatig haar telomeren heeft laten verlengen loopt al op aarde rond in de persoon van Liz Parrish, directrice van biotechnologie onderzoeksinstituut BioViva.

De telomeren van Parrish zijn kunstmatig verlengd en zijzelf verwacht dat het haar 20 tot 25 procent langere levensduur zal opleveren.
Verder worden er grote sprongen gemaakt op het gebied van printen van levende weefsels en organen.

De winst in levensduur neemt een steeds grotere vlucht en begint langzaamaan met een uitputtingsslag met die andere sprint: die van het onvermijdelijke einde.
Wat als de winst in levensjaren de sprint richting het einde inhaalt?
Wat als per decennium een senioor zijn resterende levensverwachting ziet stijgen met 10 jaar en een maand?

Er komt ongetwijfeld een dag dat, wie het zich veroorloven kan, het einde van de biologische levensduur een open einde wordt.
Futurologen en voorstanders van het transhumanisme Ray Kurzweil en Zoltan Istvan zien het moment met blijde verwachting tegemoet dat de mensheid biologisch onsterfelijk wordt.

Het moment dat dit omslagpunt bereikt zal worden noemt Kurzweil de ‘singulariteit’, een moment in de niet al te verre toekomst dat de wetenschappelijke vooruitgang met zo’n enorme vaart gaat dat de uitkomst van die vooruitgang slechts speculatief wordt.
Een biologische onsterfijkheid of zelfs het overbrengen van een menselijk bewustzijn in een kunstmatige omgeving zoals een supercomputer zou na die singulariteit tot de mogelijkheden gaan behoren.

Daarom is daar de filosofische vraag die ieder zichzelf mag stellen: moeten we dat wel willen?

Wat zullen de consequenties zijn voor ons als menselijke wezens die na honderden miljoenen jaren van evolutie als sterfelijke wezens ons plots geconfronteerd zien met het vuur van de Goden, de onsterfelijkheid?

Zal onze gerechtvaardigde kwelling niet zijn dat we langzaam alles zullen verliezen wat ons mens maakt?
Liefde, ontroering, het koesteren van ieder uniek moment, onvoorwaardelijke liefde voor onze kinderen, het waarderen van schoonheid en kunst enzovoort…
Maakt het onvermijdelijke einde aan de reis die wij ‘leven’ noemen niet juist het leven zo spannend en de moeite waard?
Een lang, gezond en gelukkig leven…. ik teken ervoor.
Maar eeuwig leven?
Nooit, als gelovig mens, mijn vragen beantwoord zien wat het Grote Onbekende mij brengt?
Wat gebeurt er met ons als we het tijdelijke voor het eeuwige verruilen?
Wat gebeurt er met dat wat wij onze ziel noemen?
Zal ik ooit mijn dierbaren weerzien die mij naar het Grote Onbekende zijn voorgegaan ?
Wat is God, waarvan ik het bestaan vermoed?

Als wijzelf ons hetzelfde hoge uitkijkpunt van het Goddelijke toe-eigenen, gaan dan niet langzaamaan onze meest waardevolle eigenschappen voor altijd verloren?
Als u het mij vraagt dan verkies ik voor eenmalig een waarachtig menselijk leven en de enige vorm van onsterfelijkheid zal voortleven in mijn kinderen en toekomstige kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Eenmalig een bezield en waarachtig mens zijn, en dan hoop ik dat mij een waardig einde gegund is.
En verwacht ik daarheen te gaan waar velen mij zijn voorgegaan.
Maar dít vuur van de Goden….nee, laat het aan mij voorbijgaan.

1 COMMENT

  1. Als je de geschetste situatie doortrekt, dan eindigen we als informatie op een onverwoestbare chip, of wellicht een andere nog niet ontwikkelde meer exotische informatiedrager. Niets of niemand hoeft dan nog in beweging te komen of te blijven, want je hebt dezelfde onsterfelijke status verkregen zoals die van iedere willekeurige veldkei. Je hoeft niets meer te doen om verval tegen te gaan. De toestand van totale verstening is dan bereikt. Praktisch gezien zijn we dan uitgestorven.

    Als het bij een eeuwig gezonde en fysiek jonge biologische verschijning blijft kan het niet anders dan dat voortplanting aan banden moet worden gelegd. Het beste is genetisch een lage vruchtbaarheid in te bouwen. Zelfmoord, moord of verongelukken (ik ga uit van niet volkomen dociele biologische robots, of alleen maar wijze levenslessen predikende geweldloze religieuze individuen van willekeurig welk pluimage) zal dan nog steeds tot de mogelijkheden behoren. De combinatie weinig vruchtbaar, maar wel “onnatuurlijk” dood kunnen gaan, is een gegarandeerd succes voor uitsterven.

    Er zijn vast veel combinaties te bedenken van deze twee verschillende scenario’s voor uitsterven, maar ik verwacht dat in al deze gevallen het eindresultaat niet anders zal zijn.

    Uiteindelijk is deze uitzichtloosheid volgens mij het gevolg van het systeem waarin we momenteel verstrikt zitten. Het wordt inderdaad zo langzamerhand tijd het mysterie dat hier buiten valt, de irratio van de ziel, meer ruimte te geven, desnoods ten koste van dit systeem.

Comments are closed.