De druïden – het verhaal van een verdwenen priesterkaste

Al in de oudheid bestond er een fascinatie voor druïden. Wat de Grieken en Romeinen ons hebben overgeleverd is een mengsel van bewondering en gruwelpropaganda. De legioenen van Caesar brachten de ondergang van de Kelten, en daarmee de druïden. Wat is er nog over van deze mysterieuze priesterkaste?

Het beeld van de druïde is goeddeels ingevuld door populaire cultuur. Wat mogelijk als eerste te binnen schiet is de figuur van Merlijn, de innemende oude man, wijs en scherpzinnig achter zijn fonkelblauwe ogen en zijn witte baard. Of de meer lugubere versie van een druïde, de wraakzuchtige priester-krijger met bebloede handen van zijn laatste mensenoffer. Om het laatste maar meteen te weerleggen: het mensenoffer is historisch twijfelachtig. De druïden offerden waarschijnlijk helemaal geen mensen, en als het wel is voorgekomen zeker niet op grote schaal. Het verhaal dat de Kelten massaoffers zouden maken gaat terug tot Caesar, de Romeinse keizer. Over de druïden zei hij: “Zij maken figuren van wilgentakken, die ze vullen met levende mensen, ze steken deze in brand zodat ze als offers in een vlammenzee omkomen”. Inmiddels kennen we deze grote figuren als ‘Wicker Mannen’; wel vijftien meter hoge houten constructies volgepakt met mensenoffers. We hoeven deze uitspraken van Ceasar niet als een feitelijk te beschouwen, aangezien hij de Kelten wilde vernietigen en de publieke opinie over de vijanden van Rome probeerde te beïnvloeden. Een staaltje gruwelpropaganda uit de klassieke oudheid kortom. Zoals alle gruwelpropaganda bestaat deze uit fantasievolle, maar onwaarschijnlijke claims. Archeologisch bewijs voor mensenoffers ontbreekt. Alhoewel, in een BBC documentaire over de Kelten in Groot Brittanië zei een deskundige dat er in de archeologische opgravingen tot dusverre één houten ‘mand’ is gevonden, waarbij niet uitgesloten kon worden dat mensen in deze ‘slechtgevormde’ kooi konden worden verbrand. Eén mand in een 1000 jaar lange geschiedenis is echter een dun bewijs voor mensenoffers.

De Romeinen noemden de Kelten barbaren, maar bedoelden daarmee dat zij sprekers waren van een andere taal. In werkelijkheid waren de klassieke en de Keltische culturen nakomelingen van dezelfde Indo-Europese cultuurgroep. In zowel de Griekse als de Romeinse geschriften wordt de Keltische priesterkaste, de druïden, als positief beoordeeld. Zij loofden de druïden om hun geleerdheid en erkenden hun rol als rechters en priesters in hun eigen maatschappij.
Diodorus Siculus (ook bekend als Diodorus van Sicilië) de Griekse geschiedschrijver, schreef in de periode tussen 60 en 30 voor onze jaartelling over de druïden: “Zij zijn zwijgzaam in hun gesprekken, uiten zichzelf in raadsels en hanteren een taal vol van zinspelingen. Ze maken gebruik van de overdrijving, als niet om zichzelf te prijzen dan wel om een ander te vernederen. In hun spreektaal zijn zij dreigend, hooghartig en neigend naar tragiek. Ze zijn echter intelligent en in staat om zichzelf te verbeteren…”
Sommige hedendaagse historici verwijzen naar de druïden als filosofen in plaats van priesters, wat een weerslag lijkt van het ongemak waarmee de moderne intellectueel religiositeit benadert. In werkelijkheid vervulden zij rollen in de samenleving die meer complex en ontwikkeld waren dan over het algemeen wordt aangenomen. Auteur Jean Markale schreef in ‘The Druids: Celtic Priest of Nature’: “Er was niet het kleinste verschil tussen sacraal of profaan in de Keltische wereld.”

Drui in de Keltische samenleving was de benaming van de hoogste kaste. De kaste daar direct onder waren de equites, de krijgers. Bij de drui kende men meerdere specialisaties die een vergelijk vinden in onze huidige samenleving. Zo waren daar de senca, de historici van de stam belast met het onderhouden van historische verhalen en de filosofische tradities. Daarnaast waren er de brithem, die belast waren met het spreken van recht, wetgeven en taken als ambassadeur. De scelaige specialiseerden zich in mythologische verhalen terwijl de cainte zich meester maakten van de magische spreuken en de leiding namen in het uitspreken van aanroepingen, zegeningen en vervloekingen. Je zou vergelijkbare rollen kunnen vinden in de huidige maatschappij bij de oratoren, zangers, komieken en verhalenvertellers in het algemeen. De liaig was de specialist in het gebruik van planten, chirurgie en magie om de zieken te genezen. Verder waren er de cruitire, die als spelers van de harp, tranen, gelach, slaap en zelfs de dood konden verwekken. Muziek als een beïnvloeder van de emoties, de Kelten waren reeds bekend met deze kracht. Ook alchemie en medicijnen werden gebruikt om de gevoelstoestand te sturen.

De druïden zochten naar dieper begrip van de werkelijkheid in de verborgen wereld van het bos. Niet zo vreemd dat in Keltische talen het woord voor boom verwant is aan het woord voor wetenschap. Enkele andere voorbeelden van de relatie met het bos zijn het Ogham boomalfabet en de verfijnde heliocentrische kalender, waarbij in hun astrologie de symbiotische relatie van bomen in het bos als basis voor het samenspel van persoonlijkheden werd gebruikt. De eigentijdse Griekse en Romeinse intellectuele klasse was reeds verstedelijkt, waardoor zij de relatie tussen de druïden en het bos als opmerkzaam ervoeren. Zij legden dan ook in hun geschriften de nadruk op de relatie tussen de druïden en de natuur, wat nog steeds is terug te vinden in de populaire cultuur – druïden die diep in het bos hun magische praktijken uitvoeren.

De wetenschappelijke consensus is dat de Kelten afkomstig zijn uit het gebied dat het huidige Oostenrijk vormt. Archeologische opgravingen uit de buurt van het Oostenrijkse Hallstatt zijn de basis voor de aanname. Hier werden de oudste artefacten gevonden die kenmerken van de Keltische cultuur vertoonden en deze dateren van ongeveer 12 eeuwen voor onze jaartelling. De Kelten zouden zich uiteindelijk verspreiden over heel Europa, van Rusland tot Spanje.
Sommige Britse archeologische studies daarentegen onderschrijven het idee dat al ongeveer 40 eeuwen voor onze jaartelling een Keltisch achtige groep zich op de Britse eilanden vestigde en daar megalithische bouwwerken achterliet, cirkels van stenen. Men is niet zeker of Kelten al deze steencirkels zelf hebben gemaakt, maar zeker is dat zij door hen werden gebruikt. Dezelfde megalitsche bouwstijl vindt men zelfs al ongeveer 60 eeuwen voor onze jaartelling terug op het eiland Orkney.
In de Ierse volkstraditie waren de Kelten er vanaf het begin. In hun ontstaansgeschiedenis werd het land eerst binnengevallen door de Fir Bolg en de daarna door de Tuatha de Danaan oftewel, de druïden. Zij moesten het beide uitvechten met de Fomor, een mythisch reuzenras, die verslagen moesten worden om plaats te maken voor de nieuwkomers.

Druïden adviseerden en de koning leidde. Normaal gesproken volgde de koning het advies van de druïden omdat deze van de religieuze, hoogste kaste waren en de koning van de krijgers de 2de kaste. We zien het partnerschap van de druïde en de koning in verschillende verhalen van de goden van de Tuatha de Danaan van Ierland. De figuren Ogma en Nuada zijn op deze manier met elkaar verbonden. Wodan en Donar uit de Germaanse traditie hebben een vergelijkbaar soort evenwicht. Ook in de Vedische traditie kent men Mithra, de oordelende God, en Varuna de Magische God. Het meest recente duo in deze is natuurlijk Koning Arthur en zijn adviserende magiër Merlijn.

Veroordelingen, beslissingen en contracten kwamen tot stand onder toeziend oog van de goden, en het was de druïde die als intermediair optrad tussen de goden en de mens. Caesar verhaalde dat het verboden was voor druïden om hun kennis op te schrijven. Maar Caesar schrijft ook: “in al hun zaken, privaat of publiek, maken ze gebruik van het Griekse schrift”. In Ierland maakten de druïden gebruik van het Ogham schrift, op hout en in steen. Ze waren dus zeker niet simpel van geest, maar gehecht aan discreetheid. Ze begrepen de kracht van het woord.
De gutuater was een gespecialiseerde priester die betoverde met zijn stem. De letterlijke vertaling is “vader van de stem”. Het geschreven woord is, gebeiteld in steen en daarmee onveranderbaar. Het geschreven woord komt zonder de kracht van de stem, zonder de betoverende werking van de klank. Schrift is statisch en de stem vibrationeel. Het beweegt en kan doen bewegen. Een latere uitdrukking hiervan vindt men in zang, poëzie, theater, de katholieke mis.

Maar wat wilden de druïden nu eigenlijk communiceren? Wat geloofden zij nu werkelijk?  Er zijn duizenden pagina’s geschreven over hun goden, godinnen en mythische helden. Ook over de overeenkomsten met antieke stad-staten van het Midden-Oosten, oude Grieken, Romeinen, de Ierse Tuantha de Danaan, en natuurlijk de Scythen zijn veel besproken.
Contrair aan het idee dat monotheïsme zich na het tijdperk van het polytheïsme ontwikkelde, is er nog een ander idee. Het lijkt dat het pantheon van de Keltische goden letterlijk eindeloos is. Als men een Katholieke kerk binnenloopt ziet men daar ook de iconen van Maria en alle heiligen. Katholieken ervaren deze iconen niet als goden, maar net als de Kelten, slechts als projecties van de menselijke geest die de levenskracht verbeelden. Helden als levende voorbeelden van hun idealen. Hetzelfde heldendom dat door deze heiligen, die het schijnbaar onmogelijke hebben weten te volbrengen, wordt verbeeld.

In de oeroude Ierse traditie kende men Dagda als de ‘Al Vader’. Later in de geschiedenis van de Galliërs kende men ‘Dispator’ als dezelfde godheid met een andere naam.

Druïden onderwezen geen religie van passieve acceptatie. Het druïdische idee was er niet een van wereld-ontkenning of van contemplatie op het eeuwige niets zoals dat nu wordt gepopulariseerd in de ‘new age’. De Keltische wereld was vol en dynamisch, daar tegenover stond de ‘Ander Wereld’.  Ze zagen het leven als een cyclus van worden, steeds weer opnieuw. Hun geloof in de vrije wil onderschrijft hun voorstelling: het leven is, wat je er zelf van maakt. Ze aanbaden de aarde niet, maar voelden dat ze invloed hadden op de natuur en door deze te begrijpen, zij haar geheimen prijsgaf voor het eigen welvaren.

Dit is niet hetzelfde als het geloof in tredmolen van eindeloze reïncarnatie van het ene leven naar het andere op weg naar het Nirvana, zoals de oosterse religie dat onderwijst. Wat was dan die ‘Andere Wereld’ zoals deze door de druïden werd onderwezen? Simpel, het was de wereld zoals deze nog niet begrepen was: het was de wereld van de voorstelling, maar die zich nog niet had gemanifesteerd. Het was het geloof in mogelijkheden, het oneindige worden van wat het leven is. Er was geen weg terug, maar alleen de sprong voorwaarts.

Een citaat van Markale: “The Tuatha de Danaan (druïden van de Ierse oudheid) waren niet alleen experts op het gebied van religie, wijsheid en magie, maar ook in de wetenschap. Men kan zeggen dat wetenschap een diepzinnige waarde krijgt voor een volk dat weigert onderscheid te maken tussen het sacrale en het profane. Een volk dat er alles aan deed om arbeid te edelen. (Een van de redenen dat de bekering tot het Christendom relatief pijnloos verliep) De goden van Tuatha de Danaan verschenen niet alleen als briljante strijders, maar ook als specialisten in de kunsten, medicijnen, houtbewerking, metallurgie en zo verder.”

Dit verwerpt een andere mythe dat de druïden allemaal zijn afgeslacht door de christenen. Beter gezegd, vaak werden zij juist de christelijke priesters en bisschoppen, waarschijnlijk door de overeenkomsten van hun geloofssysteem.

De druïden dachten dat er een opening in deze wereld bestond, die een heilige plek vormde waar de wereld van de mens die van de goden ontmoette, dit kon een centrum, een tijdsmoment of een bijzonder persoon zijn. Deze Ompallos of heilige plaats kon in het bos zijn, boven op een berg zoals bij Tara in Ierland of Delphi in Griekenland, maar ook in de nacht tussen het licht- en donkerseizoen Samhain. Op deze plekken was men in staat over te steken. Wij zijn het echter die zulke centra zullen moeten creëren met behulp van onze meest diepzinnige gevoelens.

Als je denkt in termen van culturele invloeden door de druïden zijn er vele die opduiken in mythes, verhalen, symbolen en iconen, en ook als filosofische inzichten en concepten. Het idee van heiligheid is diep verankerd in het Christendom. Het archetype van de held die zijn volk redt is al vroeg ontstaan. Zo zijn er de sprookjes van Ierse origine uit de geest van Tuatha de Danaan. En zo zijn er ook de dierenverhalen die ons nog steeds aangrijpen. Uitdrukkingen als een vlijmscherpe tong relateren aan het zwaard van het intellect. Ons begrip van de druïden is wazig geworden in de nevel der tijd. Ze zijn niet vernietigd, maar ondanks dat hun wereld is vervaagd, is de kracht die er van uit gaat nog steeds diepgaand. Ze zijn nog steeds onder ons, op vele manieren, omdat ze in ons en in onze civilisatie zitten.

Vrij vertaald naar een tekst van Sencha MacRae

2 thoughts to “De druïden – het verhaal van een verdwenen priesterkaste”

Reacties zijn gesloten.