Concrete realiteiten en abstracte principes

Blanke mensen hebben een neiging tot abstract denken. Dit is een van de sterkste eigenschappen van ons ras, en geeft ons een geweldige voorsprong op het gebied van filosofie, wiskunde, wetenschap en technologie. Maar het is ook een mogelijk gevaar, omdat blanken zo gefixeerd kunnen raken met abstracties dat we de werkelijkheid waarin we leven uit het oog verliezen.

Het is handig om abstracte principes over moraliteit en voorzichtigheid te formuleren, om onze levens op een zo goed mogelijke manier te lijden. Het probleem ontstaat wanneer mensen zo geobsedeerd raken met een abstract principe dat dit leidt tot systematisch falen.

Op het Griekse altaar van Apollo in Delphi staan twee belangrijke stelregels: ‘Ken uzelf’ en ‘Matiging in alle dingen, niets in overdaad’. Dat laatste is uiteraard tegenstrijdig, want het impliceert ook geen overdadigheid in matiging. Er zijn dus situaties waar het goed is om mateloos te zijn. Maar de stelregel geeft niet aan wanneer dat is, het is iets wat we zelf moeten beoordelen.

Met het advies ‘ken uzelf’ wordt ook de concrete praktijk bedoeld, dus eigenlijk ‘weet wie je bent’. In ons tijdperk zal dit worden opgevat als een subjectief, atomistisch individualisme, alsof de mensen die vochten bij Thermopylae en Marathon naar zichzelf op zoek moesten of met hun innerlijke wezen in contact komen. Maar wie we zijn is niet subjectief. Het wordt gedefinieerd door onze relatie met anderen. Onze familie, gemeenschap, thuisland en ras. Jezelf kennen betekent ook je bewust zijn deze zaken.

Laten we eens kijken naar een populair stelregel, ‘Macht corrumpeert, en absolute macht corrumpeert absoluut.’ Veel Amerikanen zijn dol op deze uitspraak. Als ze het horen, worden hun ogen glazig en krijgen ze een warm, deugdelijk gevoel. Ze zijn er zich volledig van bewust hoe slecht macht wel niet is. Ze voelen zich superieur aan hen die het hebben. Ze lopen niet het gevaar om te worden gecorrumpeerd.

De uitspraak komt uit een brief die John Dalberg-Acton schreef aan de bischop Mandell Creighton in oppositie tot het doctrine van pauselijk onfeilbaarheid. In de brief staat letterlijk geschreven:

“I cannot accept your canon that we are to accept Pope and King, unlike other men, with a favorable presumption that they did no wrong. If there is any presumption, it is the other way, against the holders of power, increasing as the power increases. Historic responsibility has to make up for the want of legal responsibility. Power tends to corrupt, and absolute power corrupts absolutely. Great men are almost always bad men…”

Niet alleen wordt de uitspraak van Lord Acton volledig uit de context gehaald, het wordt tot een absolutie verheven door de woorden ‘tends to’ te negeren. Als we deze regel als absoluut zouden aannemen als een gids in ons dagelijks leven en in het nemen van beslissingen voor ons land, gemeenschap en etnische groep zou dit catastrofale gevolgen kunnen hebben. Was Karel Martel een slecht mens omdat hij de Franken verenigde en zijn vergaarde macht gebruikte om de Mohammedanen te verslaan bij de slag bij Poitiers in 732? Was het beter geweest als de Franken geen sterke leider zouden hebben gehad en de Frankische stammen verdeeld en gedecentraliseerd waren, zodat ze niet in staat zouden zijn geweest om de moslims een halt toe te roepen?

En zelfs als het waar zou zijn dat Karel Martel gecorrumpeerd werd door zijn macht, was dit een probleem zolang hij het maar gebruikte in het belang van zijn gemeenschap? Het citaat van Acton gaat slechts over de effecten van macht op de persoon die het bezit, maar hoe staat het met de consequenties van die macht voor het gemeenschappelijk welzijn van het volk?

Er is nog een andere stelregel die vandaag de dag wordt misbruikt, namelijk de zogeheten ‘Les van Münster’. We hebben te horen gekregen van schitterende staatsmannen zoals George W. Bush – dezelfde die zijn kennis over geschiedenis demonstreerde toe hij ons herhaaldelijk verzekerde dat de islam een religie van vrede is – dat we niet kunnen onderhandelen met dictators, omdat we dan de ‘Les van Münster’ niet zouden hebben geleerd.

Het simpele feit is dat de meerderheid van de mensheid geregeerd werd door dictators gedurende het grootste deel van de opgenomen geschiedenis. Als het Westen een beleid zou adopteren van nooit onderhandelen met dictators en simpelweg alleen maar oorlog met ze voeren, zullen we een permanente oorlog moeten voeren voor permanente vrede. De mensen aanwezig op de Münsterconferentie in 1938 hadden de les geleerd van Augustus 1914: dat je altijd onderhandelt en dat oorlog het gevolg is van het falen van onderhandelingen.

Laten we nog eens kijken naar een recente verkiezingscampagne in de Verenigde Staten, namelijk de campagne van Ron Paul in 2012. Paul is een overtuigd libertariër. Hij gelooft heilig in eigendomsrechten, de vrijheid van meningsuiting en een zeer beperkt buitenlands beleid zonder ontwikkelingshulp. Denkt u zich eens in dat op de verkiezingsdag van 6 november 2012 de planeten gelijk zouden staan en Ron Paul door een wereldwonder verkozen zou worden tot president van de Verenigde Staten. Hij zou onmiddellijk alle militaire legerbasissen in Europa en in het Midden-Oosten opdoeken en de daar gevestigde troepen terugbrengen. De oorlog die destijds nog heftig aan de gang was in Irak en de Amerikaanse aanwezigheid in Afghanistan zou worden afgebroken, en het gedram voor oorlog met Iran zou ophouden. ‘Ontwikkelingshulp’ zou stoppen en de mogelijkheid van de Israëllobby om de Amerikaanse staatskas leeg te graaien zou zijn beëindigd.

Op het moment dat deze man het Witte Huis zou zijn betreden zou er onmiddellijk een gigantische propagandamachine op volle toeren gaan draaien om hem uit zijn positie te dwingen. Grote sommen particuliere weelde en bezit zouden worden aangewend om hem het presidentschap te ontnemen. Hij zou van geluk mogen spreken als het zou blijven bij een afzettingsonderzoek en hij niet prompt zou worden omgelegd. En als een libertariër zouden zijn eigen principes hem ervan weerhouden om hier iets aan te doen. Zijn vijanden hebben toch de vrijheid van meningsuiting en het recht om hun geld te gebruiken zoals ze willen?

In Engeland tijdens de Rozenoorlog, toen Hendrik de Achtste bij de slag van Bosworth Richard de Derde definitief versloeg en de Tudordynastie werd opgericht, wat was destijds de gang van zaken? Alle landgoederen en eigendommen werden afgepakt van de aristocratische families die de verliezende partij hadden gesteund, en werden gegeven aan de trouwe dienaars van de winnaar. Hendrik de Achtste begreep dat als zijn vijanden hun bezitting hadden behouden, deze spoedig zouden worden gebruikt om zijn gezag te ondermijnen, en de burgeroorlogen onverminderd zouden doorgaan.

Als Hendrik de Achtste de adviezen van Ron Paul had opgevolgd, zou hij jammerlijk hebben gefaald. Hetzelfde geldt voor ons vandaag.

Wat is onze hoogste doel? Het voortbestaan van onze mensen is belangrijker dan wat voor abstract doel dan ook. De oude romeinen hadden een principe, salus populi lex suprema. Het welzijn, of de redding van het volk is de hoogste wet. Wij moeten leren om alle kwesties van economisch en politiek beleid aan de hand van deze wet te evalueren.

Ik houd niet van een bemoeiende overheid. Ik zou het liefst leven in een wereld waarin de overheidsbureaucratie zich zo min mogelijk met mij bemoeit. Maar ik weet ook dat zo’n wereld niet langer mogelijk is. En, hoe onplezierig het ook mag zijn, als we willen dat onze mensen de leven-of-doodstrijd waar we de komende twee generaties in terecht zullen komen gaan overleven, zullen we moeten erkennen dat daar staatsdwang bij te pas zal moeten komen waar velen van ons zich ongemakkelijk bij zullen voelen.

Het artikel dat u heeft gelezen is de persoonlijke mening van de inzendende auteur en geeft niet noodzakelijkerwijs de visie van Erkenbrand weer.

3 thoughts to “Concrete realiteiten en abstracte principes”

  1. Kleine correctie: Het was Hendrik VII die tegen Richard III vocht, niet Hendrik VIII.

  2. Wat ik grappig vind aan dit artikel is dat de auteur hiervan een stelling inneemt in de eerste alinea, waarin hij beweert dat blanke mensen zeer goed zijn in abstract denken en daardoor een voorsprong hebben op het gebied van de filosofie. Op statistisch gebied gezien is dit zeker waar. Vervolgens neemt hij echter de stelling in aan het eind van dit artikel: ” Het voortbestaan van onze mensen is belangrijker dan wat voor abstract doel dan ook”. Deze stelling is een directe negatie van het type denken dat het westen zoveel filosofische aanwas bezorgde. Dit is een directe negatie van de westerse traditie, tot aan Plato toe. Als de auteur het westerse abstracte denken wil verdedigen zal hij óf een positie in moeten nemen die deze stelling combineert met de filosofische westerse traditie, of hij moet de westerse traditie achterwege laten en zich focussen op een klein deel hiervan, namelijk het werk van de fascistisch-politieke denkers, een aantal marxisten en een zeer klein aantal filosofen.

    Verder wordt in de derde alinea dit beweert: “Maar wie we zijn is niet subjectief. Het wordt gedefinieerd door onze relatie met anderen.” Ook dit is zeer tegenstrijdig met de westerse traditie in het algemeen. Zelfs de meer collectivistische Chinese tradities nemen niet zulk een extreem collectief standpunt in. Ook hier kan de auteur van dit artikel dus geen beroep doen op de historie van de westerse traditie. Hij heeft de keuze deze of weg te gooien of een beroep te doen op een andere traditie, of een klein deel van de westerse traditie. Vrij ironisch dat een verdediger van de westerse cultuur beroep zou doen op een zo anti-westers idee.

    Tenslotte wordt ook nog aan het eind van het artikel deze stelling ingenomen: “Het welzijn, of de redding van het volk is de hoogste wet.”. Wordt met deze stelling een utilitair welzijn bedoeld, wat het beste is voor iedereen, of een soort christelijk salvationistisch welzijn? Bij het schrijven van artikelen zoals deze is het belangrijk om precieze definities te geven van termen, zodat deze niet verzinken in de obscuriteit.

    1. Je bezigt wel een erg abrahamitische invalshoek. Het volk is. De kwaliteiten worden niet voornamelijk bepaald door van boven af opgelegde systeempjes alsof alles programmeerbaar en berekenbaar is en volledig begrepen en vanuit de details gedefinieerd kan worden. Proberen we dat laatste wel dan heeft dat altijd als resultaat dat we verzanden in gegoochel met woorden en begrippen en stuiten we op tegenstrijdigheden. Punt is dat de genenpoel van ons volk een bepaald type mens, een bepaald fenotype voortbrengt met de mogelijkheid en neiging tot denken in abstracties en universele waarden. In een multiculturele, multi-etnische samenleving keert zich dat tegen ons. Strijdig met onze natuurlijke neiging, moeten we concreet etnocentrischer worden, om onze genenpoel en daarmee een fenotype waarin abstract denken prominent aanwezig kan zijn, veilig te stellen.

Reacties zijn gesloten.