Boekrecensie: The Real Right Returns

Wat is de metapolitiek van rechts? En hoe gaat het ons helpen?

Het jaar 2015 zal voor velen gelden als het jaar van de ommekeer. In dat jaar nam de migratiestroom absurde proporties aan, dagelijks stroomden meer dan 6000 migranten over de grenzen van Europa. De aanslagen op Charlie Hebdo en het Bataclan-theater toonden het directe, fysieke gevaar waar Europeanen aan werden blootgesteld. Een reactie kon niet uitblijven. In de Verenigde Staten kwam de alt-right beweging op en ook in Europa kreeg de nieuwrechtse beweging een krachtige impuls.

Daniel Friberg, de Zweedse CEO van uitgeverij Arktos Media, herkende al vroeg de opkomst van de nieuwrechtse beweging. Hij schreef in 2015 ‘The Real Right Returns’, een boek over metapolitiek (koop hier). De vraag ligt voor de hand: waarom schrijven over de overkoepelende theorie, als de praktische problemen op een politiek niveau zich opstapelen? Friberg slaagde er in om minder dan 100 bladzijden het belang van metapolitiek aan te tonen. Er is inmiddels een Nederlandse uitgave van het boek, met als titel ‘De terugkeer van echt rechts’, maar ik heb het Anglofone taalimperium reeds een handje geholpen door een Engelse versie aan te schaffen en zal daar uit putten.

Probleemschets
Friberg begint zijn boek met een eenvoudige stelling: het politieke rechts van de 20e eeuw heeft de metapolitieke strijd en cultuuroorlog verloren van links, en dit heeft de huidige situatie in het Westen tot politiek gevolg gehad. Hij beschrijft kort aspecten als ‘de lange mars door de instituties’, en belangrijke vectoren hierin als Antonio Gramsci en de latere Frankfurter Schule. Deze mars leidde uiteindelijk tot de overname van de academische wereld, media en andere culturele instituties.
Verder beschrijft Friberg hoe er sinds de jaren ’60 sprake is van een ‘Nieuw Links’: hiermee doelt hij op het feit dat de linkse beweging in het Westen enkele aspecten van Marx achter heeft gelaten, zoals het proletariaat dat voor de gewenste politieke verandering gaat zorgen. Hiervoor komt het gedachtegoed van een Herbert Marcuse (uit de Frankfurter Schule afkomstig) in de plaats: de nadruk komt te liggen op een meer individualistische vorm van identiteitspolitiek, waarin vooral ruimte geboden wordt aan sexuele en etnische minderheden. Een vrij correcte inschatting, als je een beetje opgelet hebt bij ‘Pride month’ afgelopen maand.
Friberg maakt ook duidelijk dat hetgeen wat voor ‘rechts’ de afgelopen decennia door moet gaan het verlies aan zichzelf te wijten heeft: het heeft op de meeste fronten zonder enige strijd toegegeven aan haar tegenstanders, en is bijna zonder uitzondering liberaal. Dit is in Europa duidelijk zichtbaar; dat iemand als Angela Merkel voor rechts doorgaat zegt eigenlijk alles.
De opkomst van een nieuw rechtse beweging is noodzakelijk volgens Friberg, in lijn met de Nouvelle Droite van Alain de Benoiste en andere denkers uit GRECE. Hij stelt dat er veel bereikt kan worden met een georganiseerde minderheid die uit is op culturele verandering, en ziet veel activiteit in Zweden en elders in Europa. Hierbij sluit een volksnationalistisch genootschap als Erkenbrand zich uiteraard aan.
Friberg noemt in de rest van dit korte boek vele aanknopingspunten die van belang zijn voor een (meta)politieke organisatie, en schetst daarbij kort een wereldbeeld vanuit de volksnationalistische optiek.

Etnische identiteit
Friberg noemt de etnische identiteit van een volk de hoeksteen voor een politieke organisatie. Het is belangrijk om stil te staan bij het feit dat een dergelijke organisatie nog niet tot stand is gekomen in de mainstream-politiek van Nederland. In tegenstelling tot wat de mainstream-media in Nederland je wil doen geloven, tonen zowel PVV als FvD zich als staatsnationalistische partijen, waarbij de etnische identiteit slechts op een impliciete manier aangenomen en verdedigd worden. Iets om bij stil te staan: blanke Nederlanders hebben geen enkele expliciete vertegenwoordiging, om hun belang als groep te behartigen.
In het huidige Westen is een groot deel van je identiteit gebaseerd op wat je hebt en koopt: deze materialistische kijk op de wereld, die gepropageerd wordt door zowel het socialisme als het kapitalisme, reduceert mensen slechts tot consumenten. Het maakt de natie-staat slechts tot een winkelcentrum, waarin het nieuwste hebbedingetje kopen een groter goed is dan afkomst, taal en cultuur. Het wereldbeeld van nieuw rechts, dan wel volksnationalisme, staat hier haaks op.

Pan-Europa?
Friberg maakt zijn meest controversiële statement in het stuk ‘Imperium Europa’, waarin hij pleit voor pan-Europese samenwerking/integrering om op het wereldpodium een slag te kunnen slaan. Dit zou nodig zijn, volgens hem, om weerstand te bieden tegen de grote spelers op het wereldtoneel, voornamelijk de VS, Rusland, India en China. Hij benoemt wel dat er rekening gehouden moet worden met lokale en nationale identiteiten in dit proces, waarmee het zou verschilt van de federaal gerichte EU.
Het is maar de vraag of een dergelijk pan-Europa project nodig is, vanuit deze optiek: de kans is aanwezig dat de huidige grootmachten zelf opsplitsen in kleinere delen. Dit geldt zeker voor de VS, waar demografische en culturele verschillen tussen grote delen van het land binnen afzienbare tijd een splitsing tot gevolg kunnen hebben. Etnische en religieuze spanningen zijn ook de orde in landen als Rusland en India. Dergelijke spanningen laten ook zien dat een pan-Europees project een nogal idealistisch idee is, dat op veel drempels zal stuiten.

Politiek boven Economie
Aansluitend op zijn eerdere kritiek op het materialisme haakt Friberg hier in op de invloed van het grote geld in de huidige politiek. De invloed van schatrijke individuen met een politieke agenda, social media-bedrijven, NGO’s et cetera moet afgeremd worden. Deze invloed is grotendeels onzichtbaar. Friberg betoogt dat politieke macht zichtbaar moet zijn van politici, zodat indien nodig zij aangesproken kunnen worden door een ontevreden achterban. Verder uit Friberg zich negatief over beleidsaspecten als de verzorgingsstaat en ontwikkelingshulp, en stelt dat enige marktwerking de samenleving goed doet. Hiermee doelt hij niet op kapitalisme per se, omdat dit de economische sfeer te veel macht geeft over de politieke. Hij citeert naar aanleiding hiervan een vattende uitspraak van Alain de Benoist: ‘We’ll gladly welcome a society with a market, but not a market society.’

Plaats van Europa in de wereld
Europa zou zich in eerste intstantie alleen zorgen moeten maken om haar eigen mensen, volgens Friberg. Hij neemt een vrij anti-interventionistische positie in, en hekelt de rol van de VS als politieagent in de moderne geopolitiek. Deze is volgens hem hoofdverantwoordelijke voor de migratiestromen die plaatsvinden. Daarnaast moet de Europa haar rol als barmhartige Samaritaan voor alle ‘arme mensen’ op de wereld opgeven, en allereerst kijken binnen haar eigen grenzen.
Verder stelt Friberg vertrouwen in het geweldloos pakken van de macht, en hekelt hij het beeld van de ‘gewelddadige revolutie’ zoals dat in de geschiedenis vaak heeft plaatsgevonden. Hij ziet de metapolitieke en daarop volgende politieke revolutie als de juiste middelen om het beoogde doel te bereiken.

Friberg behandelt verder kort zaken als: wat je kan doen wanneer je lastig gevallen wordt door politieke tegenstanders, zij het thuis of op je werk. Ook heeft hij het over de rol van mannen en vrouwen in deze beweging, en geeft hij vele voorbeelden uit zijn thuisland Zweden. Verder heeft hij een ‘metapolitiek woordenboek’ toegevoegd, met veelgebruikte termen in volksnationalistische kringen. Opvallend is zijn stilte in dit boek rondom religie: dit is dan ook een van de grootste splijtzwammen binnen de volksnationalistische beweging. Wellicht is het om exact die reden weggelaten.

The Real Right Returns is een introductie in metapolitiek. Het boek is een aanrader om mee te geven aan iemand die pas het nieuwrechtse gedachtengoed heeft leren kennen. Friberg slaagt erin om op bondige wijze zijn visie te geven: wat zijn doel is voor Europa, en hoe dat doel kan worden bereikt langs metapolitieke weg. Ik sluit dit artikel af met een passage die onze missie duidelijk maakt:

‘We traditionalists and rightists, who are the defenders of Europe, have now remained outsiders for half a century. In Europe’s gloomy dusk, we now step up to the front and centre. We are the forefront of the future of Europe, and we represent the eternal ideas and values that are now returning across a broad front, building something new out of the solid stones we have found among the ruins. We are the men and women of the true Right. We are the defenders of Faustian civilization. And Europe belongs to us: tomorrow and forever.’

-Marcus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


7 − = 5