Boeklezing van ‘You Gentiles’ van Maurice Samuel

0
537

Bij de meest recente bijeenkomst van de boekenclub werd het werk ‘You Gentiles‘ van Maurice Samuel besproken. Maurice Samuel was een in 1895 in Roemenië geboren schrijver, vertaler en spreker van joodse afkomst. Hij heeft in zijn jonge jaren in verschillende Europese landen gewoond. De ervaringen en observaties die hij in deze periode opdeed, gecombineerd met het sterke bewustzijn van zijn eigen joodse identiteit, zouden cruciaal zijn voor zijn visie op de relaties tussen joden en de Europese volkeren. Vanaf 1917 vestigde hij zich in de Verenigde Staten. In 1924 publiceerde hij zijn bekendste werk, ‘You Gentiles’, wat verwijst naar de joodse term voor niet-joden, ‘gentiles’ of goyim.

De volgende punten betreffen de uitgewerkte antwoorden op vragen die over dit boek zijn gesteld tijdens de bespreking.

Wat is het voor boek/waar gaat het over en vanuit welk perspectief is het geschreven?

Dit boek beschrijft de kloof tussen joden en niet-joden (gentiles/goyim) vanuit het perspectief van een joodse intellectueel in de periode jaren 20 van de 20e eeuw. Het boek begint met een algemeen en vrij filosofisch getint introductiehoofdstuk waarin de schrijver in grote lijnen het onoverkomelijke verschil tussen de twee bovengenoemde groepen uitlegt door tal van botsende eigenschappen en verschillen in Weltanschauung te noemen. Hij legt hier vooral de nadruk op het belang van zijn praktijkervaring in het ontdekken van deze verschillen en beweert ervan overtuigd te zijn dat hij tot dezelfde conclusies zou komen had hij geen enkel boek gerelateerd aan Europese cultuur en traditie hebben gelezen. De algemene conclusie die wordt getrokken in dit hoofdstuk, wat eigenlijk al een beetje de crux van het hele boek bloot legt, is dat de grootste oorzaak voor de kloof tussen joden en goyim het verschil in aard is en dat ondanks dat je iemands mening over bepaalde zaken kunt veranderen met allerlei middelen, je de aard nooit kunstmatig kan aanpassen gezien dit een heel traag natuurlijk proces is.

In de hoofdstukken die volgen op het introductiehoofdstuk gaat de schrijver met meer detail in op de verschillende domeinen waarin de kloof tussen joden en goyim het grootst lijkt. Dit omvat de domeinen sport, religie, discipline, loyaliteit en (visie op) utopie. Samenvattend komt het neer op het idee dat de gentiles er een erg speelse en kinderlijke (en haast dierlijke) wereldvisie op na houden. Sport staat niet alleen hoog in het vaandel bij goyim als archetype van spel maar ook de oorspronkelijke spirituele visie van de goyim is erg “spel” achtig. Goyim zijn van nature polytheïstisch en polytheïsme is een heel spelgeörienteerde wereldvisie gezien meerdere goden onderling concurreren, fouten hebben en andere eigenschappen die ze al te menselijk maken. Zelfs met de komst van het christendom is deze visie nog steeds erg zichtbaar. Daarentegen heeft de jood een zeer sobere wereldvisie die God en zijn wet altijd in het middelpunt heeft staan en waar de enormiteit van de schepping de joden ieder moment van hun bestaan verwondert en klein houdt.

De speelse visie van de goyim is echter niet beperkt tot religie maar is integraal in de gehele goyimcultuur. Goyim zijn door en door georganiseerd en gedisciplineerd wat alle zaken van een theaterstuk tot een kerkdienst doet lijken op een spel dat volgens een set aan regels gespeeld wordt. De jood en zijn religieuze bijeenkomsten lijken hier totaal niet op, in de synagoge heerst een chaotische sfeer vol gekrakeel.

Het ultieme spel voor de goyim is echter oorlog. Van duelleren tussen twee studenten tot oorlog tussen naties; de goyim vechten omdat ze houden van vechten. Deze visie is de jood volledig vreemd, de jood vecht wel, maar enkel wanneer het echt niet anders kan en het vechten zal in dat geval bitter en eerloos zijn. De jood zal zichzelf zo ook nooit opofferen voor enkel een oud principe of een vlag en deze instelling komt ook naar voren in de schrijvers beschrijving betreft het contrast tussen de joodse visie van utopie tegenover die van de gentile. De joodse utopie komt neer op vrede op aarde in Gods genade en daarbij ultieme sociale rechtvaardigheid. Het voorbeeld dat voor een goyim visie op utopie is genomen is Plato’s republiek, hierin wordt Plato’s ideale staat beschreven en in deze situatie is oorlog allesbehalve uitgebannen. Volgens Samuel is Plato’s Republiek de blauwdruk van het denken van de goyim. Het concept van transcendentie door strijd is volledig ondenkbaar vanuit het joodse perspectief. De algemene conclusie van de kloof tussen beide wereldvisies is dat de jood de aard van de goyim en zijn voorliefde voor ‘spel’ als kinderlijk en onserieus ziet, maar dat daarentegen de joodse utopie van God een saaie lege wereld is voor de goyim. De schrijver ziet deze kloof als onoverkoombaar.

Na de eerste paar uitgebreide beschrijvende hoofdstukken gaat de schrijver vrij plotseling over naar een tirade waarin hij naar voren brengt dat de goyim door zijn aard diep antisemitisch is en dat dit een integraal onderdeel van diens samenleving is wat los staat van klasse, intelligentie of sociale status. Zelfs in de moderne tijd (begin 20e eeuw in dit geval) is antisemitisme nog springlevend maar is het voornamelijk vanuit het religieuze het wetenschappelijke domein binnen gelekt. De verklaring die hij hiervoor geeft is dat de jood vandaag de dag meer geïntegreerd is als in het verleden (ofwel: nu dichter op de goyim leeft dan in vergane tijden) en dit heeft ertoe geleid dat hij meer invloed kan uitoefenen in de goyim instituten wat er weer toe heeft geleid dat, ondanks de integratie, de joodse productie van revolutionairen en beeldenstormers steeds meer op is komen te vallen bij de goyim.
Hij gaat hij gaat hier direct verder op in door te beweren dat de integratie van de jood een soort van “geest uit de fles” moment is. Joden hebben nu toegang tot de infrastructuur van de goyim samenleving en het zit in hun aard om tegen het onrechtvaardige spel van de goyim te vechten met het doel het af te breken. De wil tot sociale gerechtigheid is te sterk om slechts mee te spelen met dit spel. Joden hoeven niet te radicaliseren binnen de samenlevingen van de goyim, ze zijn van nature geradicaliseerd in dit soort omgevingen en in tegenstelling tot de goyim vechten zij de revoluties niet “om het vechten” (als slechts een nieuw hoofdstuk van ‘het spel’) maar daadwerkelijk met het motief de wereld te veranderen (meer naar hun smaak in te richten).
Vervolgens doet de schrijver een stap terug door te beweren dat hij niet gelooft dat joden daadwerkelijk schade kunnen doen aan de goyim samenlevingen maar deze slechts kan irriteren. Ze zouden radicale bewegingen namelijk snel verlaten wanneer ze er weer eens achter komen dat ze valse hoop hadden in de goyim volgers van deze bewegingen die het verzet keer op keer weer zouden zien als deel van het spel in plaats van een middel om definitieve beslissingen in een samenleving te forceren.

Dit laatste is voor de schrijver ook de belangrijkste oorzaak voor het integrale karakter van antisemitisme; het is namelijk de aanval op ‘het spel’ wat een aanval is op de daadwerkelijke collectieve Weltanschauung van de goyim. Hij haalt een voorbeeld aan van een crimineel die een minder grote hekel heeft aan politieagenten dan aan anarchisten, gezien de eerste groep, hoewel deze het hem lastig kan maken, het systeem in stand houdt waar hij van profiteert terwijl de tweede groep dit systeem wil afbreken. De jood wil niet meespelen met het spel van de goyim, hij wil het afbreken en vervangen door een wereldvisie die voor hem natuurlijker is. De enige reden dat de integratie van de joden voor vele mensen geslaagd lijkt te zijn (de joden lezen immers dezelfde boeken, kijkt dezelfde films, stemt op dezelfde politici, beheerst de taal, heeft een baan etc.) is omdat het nog steeds een wereld is waar de goyim de standaard zetten en er weinig andere keuze is voor de joden. De joodse bevolking is, net als de goyim massa, niet erg bewust van zijn omgeving en doet zijn best gewoon zijn leven te leven, maar wie een scherpere blik werpt ziet dat de integratie is mislukt. De moderne jood kopieert goyim gedrag en hoewel ze daar best goed in zijn uiten ze het gedrag niet met dezelfde motieven of uit dezelfde vitaliteit als de goyim, het zal voor de jood altijd voelen als onnatuurlijk gedrag.

De instelling van de joden zal altijd worden neergezet als anti-vitaal en anti-creatief, dit is geen verkeerde analyse, maar de reden hiervoor is het verschil in wereldvisie: joden doen wat moet gebeuren op fysiek niveau maar halen er geen genot uit zoals gentiles doen. Het leven ‘zingt’ niet in joden. Joden zijn niet geïnteresseerd in kwantitatieve bezigheden zoals het verleggen van grenzen. Voor joden is dit slechts onderdeel van het vitale spel van de goyim; het staat los van de ware aard van dingen (hetgeen er volgens de schrijver voor de joden enkel echt toe doet). Wat maakt het bijvoorbeeld uit dat je met praktische wetenschap het menselijke leven twee keer zo lang kan maken? Maakt het echt verschil voor het menselijke gevoel van insignificantie en sterfelijkheid? Wat maakt het uit dat wetenschappers in staat zijn neutrino’s te detecteren en te beschrijven? De ervaring van het menselijk leven blijft hetzelfde.

Richting de conclusie van het boek biedt de schrijver de lezer twee retorische speculaties over een oplossing voor het probleem van de twee botsende werelden. Hij noemt het concept van volledige vermenging van het joodse element in het gentile volkslichaam als de meest overduidelijk (tevens meest radicale) oplossing. Dit zal echter slechts leiden tot een van de volgende twee uitkomsten: De eerste uitkomst is dat de joodse trekken zullen af en toe nog steeds opduiken in de goyim genenpoel; in dat geval zullen dezelfde botsingen tussen werelden plaatsvinden maar is het voor het volkslichaam onmogelijk de bron te isoleren gezien het fysiek niet meer te lokaliseren is als losstaand element. De tweede uitkomst is dat het volkslichaam in zijn algemeenheid ”verjoodst” en dat de goyim aard dus vervuild raakt met de joodse wereldvisie.
In beide gevallen zal de jood blijven bestaan al dan niet fysiek. Dit tweede resultaat zou volgens de schrijver gezien kunnen worden als de beste oplossing gezien de aard van het probleem verdwijnt, het zal echter in de praktijk nooit zover komen. De goyim wil ten eerste de jood gewoon zonder restanten oplossen, maar belangrijker nog, het traject van volledige vermenging zal zelf nooit van de grond komen gezien het proces van vermenging (wat zelfs in de ideale situatie meerdere generaties zou duren) de goyim tegenstaat. De goyim willen niet zo dicht bij de jood komen gedurende het proces laat staat dat ze joodse schoonkinderen willen en het is duidelijk dat de “gentalizerende” jood een concept van extreem lijden zal zijn gezien beide groepen (joden en goyim) hem niet zulllen vertrouwen (waar liggen zijn loyaliteiten?)

Daarbij komt dat bewuste raciale suïcide een extreem onnatuurlijk proces is en zelfs met enorme hoeveelheden propaganda zeer moeilijk te realiseren valt. Voor de jood zou het zelfs extra bijzonder zijn gezien zijn geschiedenis erg lang is en waar in de goyim naties komen en gaan is het joodse volkslichaam nog nooit daadwerkelijk vergaan.

Het boek wordt uiteindelijk afgesloten met een korte analyse van wat de schrijver noemt: de groeiende “spirituele tirannie” van de grote Westerse democratieën welke beginnen te neigen naar een vorm van “spiritueel socialisme” wat naast fysieke controle ook de emoties en cultuur van de mensen probeert te controleren vanuit de illusie dat deze een soort van mechanisch zou zijn; een structuur waar de joden uiteindelijk de grootste dupe van zullen worden. Daarbij vraagt hij zich af waarom de goyim met hun sport mentaliteit geen respect hebben voor een klein volk dat zoveel heeft overleefd en beweert hij dat de strenge immigratie restrictie die in die tijd gold in de VS voornamelijk een middel was om joden buiten te houden. Immigratie voor joden is vaak direct gelinkt aan vervolging en gezien ze geen eigen thuisland hebben staat het weigeren van vrije migratie vrijwel gelijk aan het weigeren van asiel, wat de schrijver ziet als directe medeplichtig aan vervolging.

Als slotwoord van dit onderdeel bekent de schrijver dat hij het boek liever met positievere toon had geschreven maar dat, wanneer de tekst beleefd oneerlijk zou worden, hij beter niet had kunnen schrijven. Zowaar is Erkenbrand het eens met een jood: schrijf en spreek duidelijk, oprecht en vanuit liefde voor het eigene.

Waarom is het boek geschreven/voor wie is het bedoeld/wat zijn de motieven/wat is het doel van het boek?

De directe reden die de schrijver geeft voor het schrijven van dit boek is “niet om antisemitisme te stoppen maar om een deel van haar vormen in kaart te brengen met de hoop ze te kunnen veranderen”. Deze bewering lijkt niet volledig eerlijk gezien het werk slechts een visie geeft van de joodse ervaring in de goyim wereld. Er worden meerdere mogelijke oorzaken van antisemitisme gegeven maar er wordt geen enkele manier geboden hier daadwerkelijk iets aan te veranderen (de retorische oplossingen niet meegerekend). Het enige moment dat de schrijver daadwerkelijk eerlijk lijkt te hinten naar een mogelijke oplossing is in het stukje waar hij hint naar de joodse vorm van utopie (de wereld voor henzelf).

Een meer logisch motief is dat dit boek is geschreven als een reactie op specifieke antisemitische publicaties uit dezelfde tijd en dan in het bijzonder Henry Fords werk in The Dearborn Independent (waar in het boek ook naar wordt verwezen) in de vorm van schadebeperking. Het specifieke ondermijnende gedrag van joden in goyim samenlevingen (wat de schrijver zelf toegeeft) begon geanalyseerd te worden door mensen als Ford en in dit boek lijkt erop gereageerd te worden met de intentie het narratief te controleren. Zoals eerder genoemd haalt de schrijver meerdere voorbeelden aan van hoe antisemitisme zoals dat van Ford kan ontstaan maar er wordt amper ingegaan op de beschuldigingen die aan het adres van de joden gedaan worden. Dit is ook zichtbaar in de haast schizofrene stijl waarin het boek is geschreven; het boek begint namelijk met een haast filosofische analyse van de kloof tussen joden en goyim.

Samuel vervolgt met een polemische tirade tegen de goyim als bloeddorstige monsters die de jood maar niet met rust kunnen laten; gedrag wat in een van haar ergste vormen leidt tot een typische soort situatie waar de ene groep goyim de joden de deur wijst waarna de andere de poort voor ze dichtgooit. Een paar bladzijdes eerder beschrijft hij echter hoe de joodse geest zich niet kan inhouden de goyim organisaties te ondermijnen (“We Jews are the Destroyers”), hoe ze van nature radicaal is en aan de voorkant van alle radicale subversieve bewegingen staat en dat de haat heen en weer logisch is wegens het gebrek aan overeenkomsten tussen de groepen. De link tussen beide situaties wordt kennelijk niet gelegd.

Gebaseerd op het bovenstaande lijkt het is vrij duidelijk dat de schrijver in veel gevallen niet het achterste van zijn tong laat zien en dat dit werk dus vooral lijkt op een eerdergenoemde vorm van schadebeperking gecombineerd met persoonlijk wrok tegen de goyim.

Welke punten vielen het meest op/welke punten waren het meest interessant?

Hoewel de schrijver af en toe van de hak op de tak springt is een groot deel van zijn analyse betreft het verschil tussen joden en goyim erg indrukwekkend geschreven. De schrijver houdt er overduidelijk een rasrealistische visie op na en vermoedelijk is hij in zijn ras bij lange na niet de uitzondering. Dit komt ook naar voren in zijn oordeel over het belang van praktijkervaring en generalisatie (“wanneer men genoeg mensen van een bepaalde groep leert kennen leert men de groep in zijn geheel te kennen”); zonder basisvorm van generalisatie is het namelijk onmogelijk iets te begrijpen. Men zou kunnen zeggen dat dit te maken heeft met de tijdsgeest en dat zal zeker invloed hebben maar dit verklaart niet het vrij ironische feit dat hij deze visie niet op zijn eigen groep lijkt te betrekken; hij is verontwaardigd (of doet alsof) wanneer zijn groep wordt gegeneraliseerd (Hij durft het zelfs zover te trekken dat hun gedrag een vorm van spirituele passiviteit is dat automatisch leidt tot een antisemitisme bij goyim dat kan groeien tot een uiting van het niveau van de Protocollen van de Wijzen van Zion, The Dearborn Independent, “blood libel”, pogroms etc.). Deze ambigue instelling is ook vandaag de dag nog duidelijk aanwezig als men kijkt naar hoe er in Israël omgegaan wordt met onderwerpen als etniciteit en immigratie en hoe veel van haar spirituele kinderen en gelinkte organisaties als de ADL zich hier in het westen hard maken voor radicale inclusiviteit (wat feitelijk het tegenovergestelde is van praktische generalisatie). Het lijkt erop dat dit eerder een tactiek is dan dat het daadwerkelijk oprechte onwetendheid is.

Een ander interessant punt is de vrij denigrerende, smalende wijze waarop hij spreekt over de goyim wereld waarin hij vrijwel al hun bezigheden bestempelt als triviaal en kinderlijk/kinderachtig. Hoewel dit inderdaad niet vreemd is voor een volk dat het idee heeft boven het aardse te staan lijkt er wel een tintje van jaloezie aan te hangen. Men moet niet vergeten dat in de periode dat dit boek geschreven werd het Westen hoe dan ook nog behoorlijk prestige had op het wereldtoneel in meer dimensies dan enkel fysieke macht. Je zou bijna kunnen zeggen dat dit op dat moment een “uitverkoren” positie in de wereld was. Op dat moment leek de goyim daadwerkelijk de vrijheid te hebben om te spelen met de wereld gezien hij zich grotendeels veilig gevochten had in deze wereld, daarbij zijn. Het zijn de joden die überhaupt niet tot deze visie in staat lijken te zijn (ongeacht de grootte van hun macht en posities) gezien zij constant in de overlevingsinstelling zitten en hierdoor trekken van structurele paranoia en slachtoffercomplex vertonen. Het is een typisch omgangsmechanisme om te ontkennen dat je iets wilt wat je niet kan hebben.

Nog een interessant punt is hoe de schrijver de spijker op zijn kop slaat met zijn analyse betreft de extreme loyaliteit die gentiles kunnen hebben voor triviale onderdelen en in het bijzonder in sport en hoe hier gebruik van gemaakt wordt. Veel goyim zijn onvoorwaardelijk loyaal aan hun (nationale) voetbalclubs terwijl in veel gevallen deze clubs totaal niet meer de oorspronkelijke etnische samenstelling van het volk vertegenwoordigen.

Als laatste opvallende punt moet even teruggegrepen worden naar de schrijver zijn visie op joden als subversieve kracht: het is interessant dat hij meerdere keren duidelijk naar voren brengt dat hij de restrictie op immigratie als negatief beziet en dat hij het ziet als een aanval op joden in het bijzonder. Ook haalt hij aan dat de joodse visie altijd gericht zal zijn op een vorm van universele sociale gerechtigheid en dat dit iets is wat je niet zomaar uit zijn volk kan schudden gezien het in hun aard zit. Dit sluit aan met Kevin MacDonalds theorie dat het aanwakkeren van ongelimiteerde immigratie onderdeel is van een joodse overlevingsstrategie; de grenzen staan niet alleen open voor hun om vrij rond te reizen maar ook voor andere immigrantengroepen die ervoor zorgen dat de joden zelf niet meer opvallen als minderheidsgroep met opvallend gedrag. Het tweede gedeelte sluit aan met het kabbalistische “Tikkun Olam” ofwel “het repareren van de wereld”.

Hoe relevant is de inhoud van het boek ten opzichte van de situatie van vandaag?

Dit boek is duidelijk een product van zijn tijd, en zoals eerder genoemd waarschijnlijk een reactie op tijdgenoten als Henri Ford. Hoewel de schrijver een vrij geprezen intellectueel is lijkt dit boekje vandaag de dag vrij verborgen te zijn (de nieuwste editie is zelfs uitgegeven door een politiek incorrecte uitgever). Daarbij is de wereld enorm veranderd. Van het eerdergenoemde prestige is in het Westen vrijwel niets meer over. Daarbij is de cultuur enorm verjoodst. Het idee van de schrijver dat de joden naar dezelfde films en boeken lezen als de goyim omdat het een goyim wereld is kan vandaag de dag als belachelijk afgeschreven worden. Ondanks het bovenstaande zijn er toch een paar interessante analyses te maken betreft de relevantie van dit boek in de eenentwintigste eeuw.

Een interessant punt is de eerdergenoemde schizofrene vorm van generalisatie die vandaag de dag meer aanwezig lijkt dan ooit tevoren; joden lijken binnen hun eigen kring nog erg sober en rasrealistisch te zijn, men hoeft alleen maar naar Israël te kijken. Echter, in het westen promoten ze radicale inclusiviteit. Daarbij blijft de standaard dat iedere passieve goyim die zich niet actief verzet tegen antisemitisme net zo schuldig is als de directe antisemitische elementen staan, alleen is antisemitisme nu vervangen voor racisme om inclusiever te zijn (antisemitisme als term bestaat echter nog steeds en wordt in het algemeen als een grotere misdaad gezien).

Ook is het fenomeen van het moderne Israël erg opvallend. Het feit dat er nu een daadwerkelijk joodse staat in materiele vorm is geïncarneerd heeft geleid tot een bijzondere gedragsverandering in de joden die er wonen.

De Israëliërs hebben zowel militaristische als imperialistische trekken en bouwen aan iets wat interessant genoeg bijna op een krijgscultuur begint te lijken (dit gaat duidelijk verder dan enkel het beschermen van grenzen); daarbij is het gedrag dat ze tegen de oorspronkelijke bewoners van het land uiten bijna bloeddorstig te noemen. Dit zijn exact de goyimtrekken die de schrijver beweerd zo te verafschuwen. Wellicht heeft dit te maken met het feit dat de joden in de geïncarneerde zionistische entiteit een leven leiden dat (ondanks het enorme privilege van miljarden aan kapitaal uit het buitenland) meer goyim is dan ze in een paar duizend jaar hebben gekend?

Wat voor les kunnen dissidenten uit dit werk destilleren?

Wat in ieder geval uit dit werk op te maken valt is een idee van hoe de intellectuele jood over de goyim denkt: in de hoogtepunten van het boek lijkt de schrijver zelfs een vorm van respect te uiten naar de gentile als een volledig andere beschaving met een visie die zij nooit kunnen begrijpen (en wederzijds) en zo een volwaardige concurrent op het wereldtoneel en op het dieptepunt klaagt hij over migratierestricties en vervolgingen. Wat tevens interessant is, is dat er een tipje van de sluier wordt opgelicht van hoe de uitverkoren wereld eruit zou moeten zien en dat de details daarvan steeds meer zichtbaar worden naarmate de tijd verstrijkt.