Boekbeschrijving van T. Lothrop Stoddard: ‘The New World of Islam’

The New World of Islam

In dit boek beschrijft T. Lothrop Stoddard de opkomst van wat in hedendaags jargon de radicale islam is gaan heten. Stoddard vermijdt de term radicale islam wijselijk omdat hij kennis heeft van het gegeven dat de Quran slechts één interpretatie van haar teksten toestaat: de wil van Allah. Islam kan zich wél op verschillende manieren manifesteren over culturele, sociale en maatschappelijke scheidslijnen. Daardoor ontstaat de illusie dat er gematigde en radicale interpretaties zouden zijn van islam.

Onder conservatieven in het westen klinkt vaak de oproep dat islam een een moderniseringsproces door moet maken voor ze verenigbaar is met westerse waarden en onze westerse manier van leven. Stoddard maakt op heldere wijze duidelijk dat dit nu moderniseringsproces nu juist is wat de muzelmannen in vele landen ondergaan hebben. De vlucht naar fundamentalisme was voor muzelmannen die af wilden van Europees kolonialisme een moderniseringsproces, een manier om zich af te zetten tegen Europese invloeden. Dit lijkt tegenstrijdig, maar besef u goed dat ons Europese begrip van wat conservatief is (behoudend, gericht op het verleden, gericht op de natiestaat) en progressief (vooruitstrevend, toekomstgericht, werelds) nagenoeg volledig gevormd is door de opvattingen van Hegel en Marx die stellen dat de geschiedkundige ontwikkelingen een continue progressieve lijn naar iets hogers en iets beters is.

Modernisering is geen synoniem voor progressie. Modernisering is niet meer dan een herdefinitie of een hernieuwde of vernieuwende vorm van manifestatie t.o.v. iets anders. In islam heet dit vernieuwingsproces tajdid, wat letterlijk regeneratie of wederopbloei betekent in het Arabisch, een begrip dat veel lijkt op renaissance: wedergeboorte. Het idee dat nationalisme een regressie betekent, strookt niet met de feiten. Samenvattend hebben de muzelmannen reeds vele moderniseringen achter de rug. Het is alleen hún type van modernisering en geen modernisering van een Europese aard. Iedere eis van Europeanen aan muzelmannen van welke afkomst dan ook om een Europese modernisering door te maken is onredelijk, met recht wenden muzelmannen zich hiervan af. Dit houd echter ook in dat we nooit samen zouden moeten leven.

Stoddard beschrijft de agressieve expansie van islam: binnen een eeuw is islam aanwezig op de helft van het aardse grondgebied en vernietigt in deze verovering vele volkeren, oudere religies en culturen. De vlag met daarop een halve maan wapperde van de Pyreneeën tot de Himalaya en de woestijnen in het Midden-Oosten tot aan de woestijnen in Afrika. Een opmerkelijke prestatie, zo stelt Stoddard, voor een religie die is ontstaan in een dorre Arabische woestijn, onder een nomadenvolk wat voorheen niet genoemd werd in de geschiedenisboeken. Andere religies zoals christendom, boeddhisme en zoroastrianisme kenden een veel geleidelijker groei. In het geval van christendom is er ook het nodige bloed vergoten, maar er zijn ook vele voorbeelden te noemen van bestaande rijken waar de heerser het christendom aannam als persoonlijke en als staatsreligie.

Stoddard maakt duidelijk dat het aannemen van islam als geloof voor de Arabieren op zichzelf al een moderniseringsproces was. De Arabieren waren hun polytheïstische heidense rituelen ontgroeid en zoekende naar nieuwe zingeving. Onder bewind van Mohammed werd dit een monotheïstische religie van eenvoud die werd ontdaan van magie of aardse doctrines: enkel het woord van Allah is leidend. Precies daarom dient de hele wereld onderworpen te worden aan Allah. Mohammed toonde zich een geschikte strijdaanvoerder. Islam maakte het voor Arabieren mogelijk om hun intrede te doen op het wereldtoneel en de geschiedenis voor altijd te veranderen.

Islam overwon overwegend oude, ooit grootse rijken die de dagen inmiddels zat waren: het Byzantijnse Rijk was een levend karkas, Zoroastrianisme, de nationale religie van het Perzische Rijk was gedevalueerd tot een sektarische machtsreligie. Bovendien hadden beide rijken een oorlog achter de rug die zijn tol had geëist. Voor zowel de Byzantijnen als de Perzen stond een barrière van militaire elite-eenheden om het decadente, verzadigde en verveelde volk te beschermen. Zodra deze verdedigingslinie gebroken was, konden de muzelmannen eenvoudig doorstoten.

Het duurde daarom niet lang voordat de onderworpen volkeren zich bekeerden tot islam. De Arabieren bleken prima in staat de schatten van oudere culturen tot zich te nemen. Er werd vrijelijk getrouwd tussen overwinnaars en onderworpenen. Islam is een universele religie voor wie grenzen en volkeren geen betekenis hebben, het draait enkel om het vergroten van de islamitische gemeenschap en het grondgebied t.b.v. Allah: de oemma. Zo kwam het dat het rijk der Saracenen opkwam: een bonte melange tussen Arabische, Perzische, Byzantijnse en Griekse culturele invloeden. Zie hier: tajdid.

Stoddard beschrijft een periode van de jaren 650-1000 waarin de muzelmannen het hoogtepunt van de wereld vormden: magnifieke moskeeën en steden, waar in de laatste hoogstaande universiteiten zetelden waar de kennis van de oude wereld bewaard werd. Het christelijke westen verzonk onderwijl richting de duisternis van de vroege middeleeuwen.

Vanaf het jaar 1000 begon echter de onderlinge stammenstrijd die zo kenmerkend is voor muzelmannen en Arabieren in het bijzonder. Diverse steden waren uitgegroeid tot machtscentra: het Arabische Damascus, het sterk Perzisch-getinte Bagdad. Tevens waren de Turken in opkomst. Het Kalifaat van Mekka was het domein van iets wat we in Europa niet kennen: een theocratische democratie waarin een volk een leider aanwijst om islamitische wetgeving te behartigen. Interessant weetje: dit is de vroege islamitische democratie waardoor de partij NIDA (actief in Rotterdam) zich laat inspireren.

De eenvoud van islam bleek een krachtig middel om in woestijngebied in rap tempo de dominante macht te worden: islam past bij de soberheid van de woestijn. In hoogcomplexe, geïndustrialiseerde samenlevingen met leergierigheid, continue veranderingen, immer aanwezige prikkels kan zij niet gedijen en gaat zij rebelleren. De hoogtijd van islam is dan ook geen tijd die gekenmerkt werd door innovatie, maar een die werd gekenmerkt werd door een goed beschermheerschap over de kennis van oudere volkeren en beschavingen. Stoddard noemt de invloed van leefomgeving en erfelijkheid op menselijke evolutie kort, maar verwijst hierbij naar de academische werken van Ellsworth Huntington en Madison Grant, voor wie hier meer over wil lezen.

De strijd woedde niet enkel over machtscentra, maar spreidde zich uit naar de leer van islam zelf. Islam kende haar eigen stroming van liberalisme: mensen die zich wilde beperken tot de eenvoudige lezing van de Quran zoals sinds haar oprichting gewoon was, maar wel wilden afwijken van het idee dat Allah’s wil wet is. Zij vond tegenstand in een stroming die met name populair was onder overwonnen volkeren, in het bijzonder de Byzantijnen. De bekeerde Byzantijnen wilden islam voorzien van machtsstructuren, religieuze doctrine en debat over wat Allah of Mohammed wel of niet gewild of bedoeld zouden hebben, zij wilden exegese. Resultaat is dat er dankzij de laatste groep een islamitische theologie ontstond, die eigenlijk zeer Byzantijnse, christelijke kenmerken had. U leest het al: hoewel de groepen het oneens zijn met elkaar, zijn het beide fundamentalistische, conservatieve groepen met een wens om terug te keren tot ‘de bron van islam’. Alweer: tajdid, ondanks dat het hier gaat om een terugkeer, maar zie de alinea twee en drie over modernisering en progressie. Dit proces van conflict over de religieuze leer heeft in (deel)elementen verdacht veel weg van de Verlichting en Tegenverlichting die we in Europa hebben gekend.

De opkomst der Turken wordt in detail beschreven door Stoddard. Hun oorsprong als volk ligt in de steppen van Centraal en Oost-Azië. De Arabieren maakten al kennis met de Turken toen de laatste groep al vele eeuwen strijd voerden met de op dat moment nog niet-islamitische Perzen. Deze vechtlust maakte Turken geliefd onder Arabische heren, Stoddard citeert een gezegde wat in die tijd rondging: “Turken zijn een geweldig dom volk, het is een volk zonder ideeën, zonder originele gedachten en zonder nieuwsgierigheid, maar ze kunnen twee dingen goed: orders opvolgen en vechten als duivels.” Turken ontpopten zich tot ideale huurlingen. Huurlingen werden officieren, officieren werden generaals, generaals werden veldheren, veldheren werden lokale heersers, lokale heersers werden gouverneurs. Zo kwam het dat Turken steeds meer invloed kregen en grenzen openzetten voor andere Turken om hun invloed nog meer te versterken. Uiteindelijk trokken de Turken, zodra ze een overtal hadden, zich nog maar weinig aan van hun Arabische heersers. Ze gingen hun eigen weg en bepaalden hun eigen wetten. Niet zelden werden niet-Turken met harde hand verwijderd uit het gebied wat onder een Turkse machthebber viel. Hoewel moderne Turken door uitgebreide vermenging nog maar weinig directe verwantschap hebben met hun voorouders blijken de negatieve trekken lastig weg te mixen, zo maakt Stoddard duidelijk.

Stoddard maakt duidelijk dat Turkse overheersing van islam de nekslag bleek voor de religie in kwestie. Waar er voorheen ruimte was voor dialoog tussen de christelijke en islamitische wereld, werd deze deur resoluut dichtgegooid door de ongecultiveerde Turken. Enkel Spanje bleek een continu twistpunt, maar was daardoor ook het grondgebied waar christelijke en islamitische ideeën uitwisseling vonden. Stoddard voorzag een toekomst waarin de verhoudingen steeds meer zouden normaliseren, een waar de kennis van de oude Grieken en Romeinen eerder tot ons was gekomen en we al een Europese Renaissance in de elfde eeuw zouden hebben doorgemaakt en een waar de Saracenen gered hadden kunnen worden van een culturele paralyse. Dit is een toekomst die ruw verstoord werd door de vechtlustige Turken.

Het toekomstbeeld van Stoddard is interessant, al vraag ik mij af of het werkelijk zo rooskleurig had kunnen verlopen, maar aangezien dit artikel vooral is bedoeld als samenvatting, weerhoud ik mij van een grondige, persoonlijke analyse van zijn teksten.

Het werd een eeuwenlang bloedvergieten tussen christelijk Europa en diverse islamitische rijken, met de finale slag bij Wenen in 1683. Volgens Stoddard werd aldaar een chronische barrière tussen Europa en islam opgeworpen. Dit bleek een lastige context op te leveren voor de Armenen, wiens genocide Stoddard wijdt aan oude vetes tussen christendom en islam, alsmede de geografische opsluiting van Armeense christenen in islamitisch territorium, gepaard met Turkse bloedlust.

Europa werd door drie dingen gered: haar demystificatie van water als domein van kwaadaardige watermonsters en verleidelijke nimfen en de ontdekking van het water als strategisch middel om kennis op te doen van nóg verder gevestigde culturen. De derde reddingsfactor was een externe, die typische Turkse eigenschappen: geen ideeën, geen originele gedachten, geen nieuwsgierigheid, wat zich uitte in verouderde militaire strategieën gebaseerd op vechtlust, woede en overtal i.p.v. doordachte oorlogskunde. Europa stond met haar rug tegen de muur, deed na haar ontdekking van het water veel nieuwe kennis op, maakte deze zich eigen, ontwikkelde nieuwe concepten en won daardoor in kracht, hetgeen leidde tot een geweldige pan-Europese charge op de Turken bij Wenen onder aanvoering van de eeuwige held Jan Sobieski: de islamitische wereld was verslagen.

Het is de achttiende eeuw wanneer islam op haar absolute dieptepunt zit. De oemma kent geen noemenswaardige rijken, de religieuze beleving wordt gekenmerkt door bijgeloof, mannen van een matig kaliber werpen zich op als nieuwe profeet, of op z’n minst de beste verkondiger van ‘de ware islam’, de ooit zo majestueuze moskeeën zijn vervallen of verbrokkeld, standbeelden en rijkelijk gedecoreerde tombes moesten herinneren aan vergane glorie, drank en drugsgebruik viert hoogtij, prostitutie wordt normaal geacht, de meest lage zonden worden gevierd en voorgesteld als normaal gedrag, zelfs de pelgrimstochten naar Mekka en Medina worden geplaagd door schandalen. Totdat opeens de luide en klare stem van Muhammad ibn Abd al-Wahhab klonk. Al-Wahhab was een Arabier uit Nejd, het absolute hart van Arabië, midden in de kale woestijn en daardoor nauwelijks aangetast door externe invloeden. Al-Wahhab was afkomstig uit een vooraanstaande familie van juristen en professoren van islamitische wetgeving. Al-Wahhab stichtte na zijn reizen door Arabië en Perzië, waar hij tot zijn afschuw veel decadentie had gezien, het Wahabisme: een puriteinse, sobere school van islam die ook wel salafisme genoemd wordt om persoonsverheerlijking van Al-Wahhab te voorkomen. Wahabieten zijn de zogeheten ‘haatjurken’ en ‘haatbaarden’, hun vrouwen lopen in een niqaab (geen burqa, want dit is een Perzische klederdracht). Wahabieten pleiten voor een terugkeer naar de sobere islam zoals die in haar begindagen beleefd werd. We zien hier weer een voorbeeld van tajdid: een proces van hernieuwde zelfontdekking en zelfontplooiing als individu en als groep voor een nieuwe tijd, want daadwerkelijk terugkeren kan fysisch niet. Deze tajdid wordt ook wel de Revitalisatie van Mohammedanisme genoemd: islam wordt teruggebracht om weer in lijn te komen met de letterlijke wil van Allah en het leven van Mohammed. De Wahabieten waren dusdanig strikt in de leer dat zelfs de tombe van de profeet in Medina door hen werd gestript van decoraties. Enkel door ingrijpen van het Huis van Saoed kon een dreigende sloop, zoals dat dankzij Wahabieten met vele tombes in Arabië was gebeurd, voorkomen worden.

Stoddard legt een parallel met de Protestantse Reformatie: iedere religieuze vernieuwingsbeweging begint als een ogenschijnlijke regressie naar de beginstaat van de religie. Om de religie te redden, moet zij volgens hervormers ontdaan worden van alle innovatie die na haar beginstaat kwam. Ons eigen Desiderius Erasmus was verafschuwd door de kleingeestigheid en puritanisme van de protestanten, hij stelde dat dankzij de protestanten christendom van haar culturele erfgoed en bijdragen aan Europa werd ontdaan en dat een onfeilbare Paus slechts vervangen werd door een onfeilbare Bijbel.

Stoddard maakt in het boek duidelijk dat de islamitische wereld nu ongeveer in de vijftiende eeuw verkeerd, als er een parallel gelegd wordt met het Europa van de vijftiende eeuw. Er is dezelfde suprematie van dogma over de rede, dezelfde slaafsheid richting autoriteiten en geboden en dezelfde vijandigheid richting vrijheid van gedachten en wetenschap. Stoddard stelt dat het christendom van de vijftiende eeuw ook volstrekt onverenigbaar zou zijn met de moderniteit, om dezelfde redenen.

Het is van belang om de Arabische term bid’ah goed te begrijpen, ze betekent innovatie, maar ook ketterij. Met innovatie wordt in deze context van islamitisch recht datgene bedoeld wat nog niet eerder bestond en tegen de Quran ingaat. Dit geeft maar aan hoe vijandig islam tegenover religieuze innovatie staat.

De belangrijkste discussie die woedt in islamitische kringen is of westerse waarden overgenomen moeten worden, of dat alle elementen voor vernieuwing reeds aanwezig zijn in islam. Op dit moment is het duidelijk de laatste groep die overheersend is in de islamitische wereld. Zij wordt gekenmerkt door een sterk anti-westers sentiment, waarvoor een andere hervormer van islam verantwoordelijk is: Seyid Jamal al-Din al-Afghani (1838-1897). Zoals zijn naam duidelijk maakt betreft het een Afghaan, al is de eretitel Seyid (heer) voorbehouden aan directe nazaten van Mohammed de profeet. Al-Afghani was een bereisd en belezen man die geen formele studie heeft gevolgd maar wel veel kennis bezat. Al-Afghani was een voorstander van pan-islamisme. Een politieke beweging en gedachte waarin alle muzelmannen verenigd zijn in één islamitische staat, idealiter een kalifaat. Pan-islamisme is internationalistisch en antinationalistisch, juist bedoeld als tegenreactie op Europees nationalisme. Religie en niet etniciteit is de bindende factor in pan-islamisme, dat streeft naar een wereldwijde oemma. Dit internationalistische anti-nationalistische denken verklaard de ogenschijnlijk tegenstrijdige alliantie die cultuurmarxisten aangaan met muzelmannen, de kreet “geen grenzen, geen naties” gaat net zo goed op voor pan-islamisme als voor (cultuur)marxisme. Dit egalitaire denken vinden we ook terug bij feministen, postkolonialen, voorstanders van multiculturalisme en dus de kritische theorie van de Frankfurter Schule cultuurmarxisten. Het pan-islamisme lijkt een volledig nieuwe vinding te zijn, maar grijpt juist terug op de beginstaat van islam: een verenigd kalifaat onder één vlag in de woestijn van Arabië. Het is echter wel een vernieuwde uitleg hiervan, omdat, zoals reeds gezegd, een daadwerkelijk terugkeren naar die historische situatie onmogelijk is, dus ook hier: tajdid.

Stoddard citeert al-Afghani als volgt:

“De christelijke wereld, ondanks de interne verschillen van ras en nationaliteit, is, in tegenstelling tot het Oosten en vooral tegenover de islam, verenigd voor de vernietiging van alle Mohammedaanse staten.”

“De kruistochten blijven bestaan, evenals de fanatici in de geest van Peter de Kluizenaar. In het hart, beschouwt christendom de islam met fanatieke haat en minachting. Deze wordt op vele manieren getoond, zoals in de internationale wet waarin moslimnaties niet worden behandeld als de gelijken van christelijke naties.”

“Christelijke regeringen vergoelijken de aanslagen en vernederingen toegebracht aan moslimstaten door te verwijzen naar de islamitische staten achterwaartse en barbaarse toestand; toch zijn het dezelfde regeringen die islamitische staten verstikken met duizend middelen, zelfs door oorlog, elke poging tot hervorming en opleving in moslimlanden.”

“Haat tegen de islam is hetzelfde voor alle christelijke volkeren, niet alleen voor sommigen van hen en het resultaat van deze geest is een stilzwijgende, aanhoudende inspanning voor de vernietiging van de islam.”

Elk moslimgevoel en elke aspiratie is karikaturaal en belasterd door de christenheid. De Europeanen benoemen in het Oosten “fanatisme” wat ze thuis ‘nationalisme’ en ‘patriottisme’ noemen. Wat ze in het westen ‘zelfrespect’, ‘trots’ en ‘nationale eer’ noemen, noemen ze in het oosten ‘chauvinisme’. Wat in het westen nationaal sentiment heet, heet in het oosten ‘xenofobie’.

“Door dit alles is het duidelijk dat de hele islamitische wereld verenigd moet zijn in een geweldige defensieve alliantie, om zichzelf te beschermen tegen vernietiging; en om dit te doen, moet het de

techniek van Westerse vooruitgang en de geheimen van Europese macht leren kennen.”

Als we al-Afghani en zijn pan-islamisme bestuderen dan moet vastgesteld worden dat het de dominante politieke beweging is in islam heden ten dage. Al-Afghani was geen groot kenner van de Quran, critici hadden zelfs twijfels bij de intensiteit van zijn religieuze belijdenis. Ook over zijn afkomst werd veel gespeculeerd: was het een Afghaan of een Arabier gezien de eretitel Seyid? Was hij een soenni of een sjia? Al-Afghani bleek wel een begenadigd spreker, kwam energiek over en had gevoel voor politiek. Hij wist pan-islamisme tot een groot succes te maken. Zijn pan-islamisme kenmerkte zich door verzet tegen Europese concepten als nationalisme, democratie, burgerrechten, rationaliteit, gelijkwaardigheid en progressie. We mogen met al-Afghani en zijn pan-islamisme inderdaad spreken van de opkomst van een politieke islam.

Waardoor kwam deze politieke islam op? Door aanvallen van Europa, vanaf 1911 gericht op de oemma. Alle waarschuwingen van al-Afghani over Europese agressie richting islam bleken bewaarheid te zijn geworden. Citaat van een islamitisch leider in India, uit 1913:

“De koning van Griekenland stelt een nieuwe kruistocht voor. Van de Londense kanselarijen komen oproepen op tot christelijk fanatisme en Sint-Petersburg stuurt al aan op het planten van het kruis op de koepel van de Ayasofyamoskee. Heden ten dage spreken zij aldus; morgen spreken ze zo over Jeruzalem en de moskee van Omar.

Broeders! Weest eensgezind, het is de plicht van elke ware gelovige om zich te haasten onder de vlag van de kalief en om zijn leven te offeren voor het ware geloof.”

Stoddard maakt in hoofdstuk VII met als titel ‘economische verandering’ duidelijk dat de westerse verovering van het oosten niet enkel een triomf van westerse militaire of politieke kunde was. Volgens Stoddard is er juist iets voor te zeggen dat de economische verovering van het oosten vele malen ingrijpender was. De Industriële Revolutie stelde het westen in staat om in hoog tempo technologische innovaties te doen die het westen in staat stelde om meester van de geografische wereld te worden. “Deze innovaties brachten een nieuw ontdekkingstijdperk teweeg, na onze zeetochten richting verre landen”, zo stelt Stoddard. Het westen werd door de Industriële Revolutie niet enkel geografisch de dominante kracht, het stelde het westen zelfs in staat om de natuur en haar grondstoffen te manipuleren waardoor de wereldgeschiedenis volledig veranderde. In geen enkele periode in de wereldgeschiedenis werd er zo’n grote sprong voorwaarts gemaakt in technologisch opzicht als tijdens de Industriële Revolutie (dat dit tijdperk en moderniteit in z’n algemeenheid in cultureel en moreel opzicht desastreuze effecten kunnen hebben is voer voor een latere discussie). Stoom, elektriciteit, benzine en radiogolven brachten een ware Technologische Openbaring teweeg. Stoddard schrijft hierover op poëtische wijze: de voorheen zo reusachtige aarde kromp ineen tot een formaat wat in de handen van de man gevat kon worden. De wereld was definitief materieel geworden.

Wanneer ik man zeg, bedoel ik de blanke man van Europa en soortgenoten die zijn gevestigd in overzeese nederzettingen. Het was de blanke man die dit alles bedacht had en het was de blanke man die mocht plukken van de vruchten van zijn arbeid.”

Weg was het Europa waar al zo lang op rustieke wijze op het land werd gewerkt. Europa was vooralsnog definitief veranderd in een machinaal continent dat volgepropt is met goederen, diensten en kapitaal. Het behoeft weinig uitleg hoeveel macht deze materieel productieve superioriteit Europa gaf. Het oosten werd nog gekenmerkt door handambacht: in kwaliteit hoogstaand, maar door de lage volumes verworden tot luxeartikel. De economische wereldmarkt werd overspoeld door Europese en Amerikaanse massaproducten die niet alleen thuis maar ook elders ter wereld ambachten, beroepen en producten verstoorden of richting de geschiedenisboeken stuurde. In het oosten ging men dan ook op grote schaal over tot het kopen van westerse producten, de definitieve doodsteek van oosterse economische activiteiten.

Stoddard: “In het oosten zijn nieuwe economische behoeften ontstaan, levensstandaarden zijn gestegen, zelfs de hele esthetiek van de oosterse man en vrouw zijn veranderd. De Chinese boer wil niet meer werken met bonenolie, maar gebruik maken van kerosine. De Syriër maakt het modderhutje van zijn grootvader belachelijk en wil een echt huis. Kennis vergroot behoefte en de oosterling heeft steeds meer kennis van het bestaan en de functies van westerse producten. De oosterling wil vandaag de dag, iedere dag, honderd dingen waar zijn grootvader nooit van gehoord heeft.”

Stoddard vervolgt het hoofdstuk met een beschrijving hoe het oosten uiteindelijk industrialisatie en kapitalisatie aannam, met als gevolg dat we heden ten dage vooral Made in China of Made in India kopen. De contracten zijn echter uitgebleven, waardoor fabrieksarbeiders in zulke landen nog steeds veertien, vijftien, zestien uur per dag werken tegen een schamel loon onder verschrikkelijke arbeidsomstandigheden. Westerse bedrijven met productiefaciliteiten in het verre buitenland maken graag gebruik van deze kwalijke vorm van uitbuiting, maar heeft haar niet uitgevonden. Om contracten te kunnen opstellen, te kunnen lezen en te respecteren is de Europese traditie van hermeneutiek en exegese een belangrijke voorwaarde geweest. Zij begon met interpretatie van Bijbelteksten, maar is doordesemd in onze gehele cultuur. Buiten Europa kent men dit respect voor contracten nauwelijks.

Enkel het joodse volk, wiens heilige geschriften sterk juridische kenmerken hebben (het oude Israël wordt in het Bijbelboek Rechters niet voor niets aangeduid als kritarchie: heerschappij onder rechters), wiens verbale discours gekenmerkt wordt door ellenlange discussies over passages in de Tenach of de Torah en het intrinsieke materialisme van het jodendom kent ook dit respect voor contracten van nature. Het verklaart het economische succes van het joodse volk.

Stoddard stelt dat het gebrek aan kapitaal en industrie in het oosten alles te maken heeft met het feit dat status de belangrijkste factor was (en is) in economische activiteiten. Contracten en mededinging zijn blanke constructen. In het oosten is er geen mededinging, geen prikkel tot verbetering, geen verandering in salariëring en de meester-leerlingrelatie draait enkel om het kopiëren van wat de meester voordoet. In plaats van werken ten behoeve van winst en vooruitgang. Buiten het westen ziet men geld niet als winstmiddel of ruilmiddel, maar als waardevol verzamelgoed dat opgespaard moet worden voor wanneer er een slecht oogstseizoen, of tegenwoordig, beurskrach is.

Stoddard citeert een student van Brits-Indiase betrekkingen met een duidelijke voorzienige blik:

Het leek mogelijk dat India ooit, door assimilatie van westerse kennis en technische mogelijkheden voor zichzelf condities zou kunnen scheppen om een gelijkwaardig economisch niveau te bereiken. Er zijn mensen die zelfs beweren dat de economie van het westen bedreigd zal worden door de grote bevolkingsaantallen van China en India, met een beter idee van organisatie, grote hoeveelheden grondstoffen en goedkope arbeid.”

Waarom deze lange intermezzo over economisch imperialisme van het westen? Eenvoudigweg omdat we het oosten en meer specifiek de islamitische wereld erg veel redenen hebben gegeven om ons te haten. We hebben politiek controle via onze instituten, economische controle via onze bedrijven, militaire controle via onze oorlogskunde en maatschappelijke controle via westerse culturele uitingen. Over heel de wereld kijkt men inmiddels, hoe vreselijk ook, naar Hollywood-films, luistert naar de muziek van westerse popsterren en leest westerse boeken. Overal ter wereld komt de blankheid van de wereld op de bevolking af: spoorwegen, telecommunicatie, westerse geneeskunde, westers onderwijs, democratie als exportmiddel t.b.v. het verkrijgen van grondstoffen. Tot in zoverre wil ik nog wel meedenken met postkoloniale auteurs en politici die stellen dat de wereld onderhevig is aan blanke machtsstructuren. Ik daag hen, alsmede de volkeren die zij zeggen te vertegenwoordigen echter van harte uit het beter te doen.

Dit imperialisme blijft niet beperkt tot de voornoemde domeinen. Vrouwen worden in westerse culturen veel langer gezien als een metgezel van de man, een individueel mens met rechten. Toegegeven, dit is lang niet altijd gebleken uit wetgeving: stemrecht voor vrouwen is een zeer recent verschijnsel. Desalniettemin zijn vrouwen in westerse culturen ten alle tijden met meer respect voor hun eigenheid behandeld dan dat dit in andere delen van de wereld gebeurde. “Dames eerst” is geen zin die je buiten Europa en Noord-Amerika zult horen. Het huwelijk is in deze regio’s sinds tijden ook meer dan slechts een sociaal-economisch contract. Elders op de wereld is dit anders. Ook hierin heeft het westen een destructieve invloed uitgeoefend. Westers onderwijs stelde vrouwen overal ter wereld in staat om te ontsnappen aan de huishoudschool die een vrouw veroordeeld tot de rol van het tweede geslacht. Het leven van vrouwen bleef niet langer beperkt tot onderling geroddel over bijzaken. Door westers onderwijs konden niet-blanke vrouwen gelijk worden aan, of zelfs hun mannen overstijgen. Dit zien we heden ten dage nog in het onderwijs. Onderwijs is de grote vereffenaar gebleken. Vrouwen hebben kennis en kunde op kunnen doen die hen toegang geeft tot de arbeidsmarkt. Juist uit dankbaarheid richting deze positieverbetering blijken vrouwen bijzonder leergierig in een poging om nog meer te stijgen. De verhouding tussen man en vrouw veranderde hierdoor ingrijpend. Dit is slechts een voorbeeld van sociale systemen die worden beïnvloed door materiële factoren. De nog altijd zeer patriarchale islamitische cultuur hekelt deze westerse invloeden tot in het diepst van haar wezen.

Terugkomend op tajdidmomenten in islamitische historie zijn ze niet zelden een terugkeer geweest naar de basis van islam, maar ook een herdefinitie en verdediging t.o.v. westerse concepten. Daar komt ook de schizofrenie van islamitische samenleving vandaan. Istanbul is mede dankzij haar voorgeschiedenis als Byzantium en Constantinopel een moderne stad die georiënteerd is op het westen, zoals Turkije wel meer van dit soort steden heeft, opvallend genoeg vaak de steden waar de Grieks-Romeinse invloedssfeer het grootste was. Het grote Turkse achterland is echter hopeloos ouderwets. Dit gaat ook op voor o.a. Casablanca, Caïro, Beiroet, Tasjkent, Lagos en Kuala Lumpur ten opzichte van de rest van hun respectievelijke landen. Om nog maar niet te spreken van hypermoderne steden als Doha, Manama, Dubai en Koeweit.

Stoddard wijdt een hoofdstuk om te verklaren waarom, ook heden ten dage er nog zo’n hechte band is tussen (cultuur)marxisten en muzelmannen. Zowel Azië als Afrika waren het terrein voor marxistische economische oorlogen om het westen op de knieën te krijgen. Het steeds meer industrialiserende oosten viel in rap tempo ten prooi aan kapitalisme, een doorn in het oog van de marxisten. Om dit een halt toe te roepen schoten overal in Azië en Afrika vakbonden uit de grond op marxistische leest. Azië en Afrika bleken vatbaar voor de marxistische boodschap omdat de Eerste Wereldoorlog met name daar vraag had aan arbeiders en grondstoffen en dit ten koste ging van lokale bevolking. Het kapitalisme had z’n hand overspeeld. Azië en Afrika werden direct na het einde van de Eerste Wereldoorlog het terrein voor economische flankoorlogen die gericht waren tegen het kapitalistische westen. Als met name Azië zich zou wenden tot het marxisme, zou de Sovjet-Unie enorm aan invloed winnen, het westen zou veel productiecapaciteit, goedkope arbeid en grondstoffen verliezen. Dit zou er uiteindelijk toe moeten leiden dat het westen na de offers van WOI in een diepe economische crisis terecht zou komen waardoor ook in het westen op grote schaal arbeidersrevoluties uit zouden breken. De dictatuur van het proletariaat was niet het enige trucje die de marxisten kenden. Overal ter wereld stookten marxisten hun vuur van haat en wraakzucht op. In ieder land, in iedere uithoek werd politieke onvrede, sociaal onrecht, iedere vorm van discriminatie gebruikt om de vermeend onderdrukte mensen te bewegen tot geweld en revolutie.

Het Midden- en Nabije Oosten en in bredere zin de islamitische wereld waren een bijzonder geliefd doelwit voor de marxisten. De Sovjets hadden bovendien onderdak verleend aan kopstukken en dissidenten van WOI: Enver, Djemal en Talaat waren Turkse militaire leiders die na het verlies in WOI terecht konden in de Sovjet-Unie. Vele Indiase nationalisten die de wapens hadden opgepakt om in India te vechten tegen de Britten kregen ook onderdak in de Sovjet-Unie. Vanaf eind 1918 beschrijft Stoddard dat het Oriëntaalse propagandabureau van de Sovjets goed georganiseerd was en onderverdeeld in drie delen: islamitische wereld, India en het Verre Oosten. Veel marxistische literatuur werd vertaald, contacten werden gelegd met mensen die zich onderdrukt voelden en zij werden getraind in spionage, oorlogsvoering en ondermijning. Met name het zo ogenschijnlijk onbeduidende Afghanistan bleek een belangrijk land: het ligt op het kruispunt tussen India, Iran en landen als Oezbekistan en Turkmenistan die voorheen ook deel uitmaakten van Perzië. Tot 1919 werd Afghanistan geleid door de Anglofiele Emir Habibullah Khan, hij werd echter vermoord en opgevolgd door z’n anti-westerse zoon Amanullah Khan die onder supervisie van de Sovjets direct werk maakte van het smeden van een groot Afghaans verbond om de Engelsen te verdrijven. Dit klinkt knullig, omdat de Britten in alle militaire opzichten superieur waren aan de Afghanen, maar vergeet hier niet hoe onvergeeflijk het Afghaanse land is voor buitenstaanders. Het kwam tot een militair conflict net over de grens in India (niet minder onvergeeflijk), wat de Britten uiteindelijk wisten te winnen. De Britten hadden echter een duidelijk signaal gekregen en moesten zich neerleggen bij een zwak verdrag die Afghanistan de vrijheid gaf om diplomatie te bedrijven met landen anders dan Groot-Brittannië. De relatie tussen Afghanistan en de Sovjets kon hierdoor alleen maar hechter worden. De Sovjets vestigden daartoe een ‘diplomatiek bureau’ in Turkmenistan.

De Afghaanse ambassadeur voor Moskou zei het volgende: “Ik ben noch communist noch socialist, maar mijn politieke program tot nu toe is de uitzetting van de Engelsen uit Azië. Ik ben een onverzoenlijke vijand van Europees kapitalisme in Azië, waarvande belangrijkste vertegenwoordigers de Engelsen zijn. Op dit punt werk ik samen de communisten en in dit opzicht zijn we hun natuurlijke bondgenoten. Afghanistan, zoals India, zijn geen kapitalistische staten en het is zelfs zeer onwaarschijnlijk dat een parlementair regeringsstelsel zich hier zal vestigen. Het is tot nu toe moeilijk om te zeggen hoe volgende gebeurtenissen zich zullen ontwikkelen. Ik weet alleen dat de beroemde oproep van de Sovjetregering aan alle naties, met het doel om kapitalisten te bestrijden (en voor ons is een kapitalist synoniem met het woord buitenlander, of, om precies te zijn, een Engelsman), had een enorm effect op ons. Een nog groter effect werd geproduceerd door de nietigverklaring van Rusland van alle geheime verdragen die werden gehandhaafd door de imperialistische regeringen en door de verkondiging van het recht van alle naties, hoe klein ook, om hun eigen lot te bepalen. Deze daad bracht alle uitgebuite nationaliteiten van Azië tot Sovjet-Rusland.”

Moskou steunde in den beginne nationalistische doelen als zelfbeschikking, met respect voor lokale gebruiken en instituties. Zelfs het klassenverhaal werd achterwege gelaten. Alles was erop gericht om de westerse imperialisten te verdrijven. Lenin ondertekende in 1919 een bolsjewistisch manifest gericht op de Turken als volgt: “Muzelmannen van de wereld, slachtoffers van de kapitalisten, ontwaak! Rusland heeft het verderfelijke beleid van de tsaar jegens u achter zich gelaten en biedt hulp aan in het omverwerpen van Engelse tirannie. Vrijheid van godsdienst en zelfbestuur zal worden gerespecteerd. De grenzen van voor de oorlog zullen worden gerespecteerd. Turks grondgebied zal niet vergeven worden aan Armenië, de Straat der Dardanellen blijft de uwe en Constantinopel blijft de hoofdstad van de wereld der muzelmannen. De muzelmannen in Rusland zullen zelfbestuur verkrijgen. Het enige wat wij van u vragen is om te vechten tegen de roekeloze kapitalisten, die uw land zullen uitbuiten en er een kolonie van zullen maken.”

Een soortgelijke boodschap ging uit naar de Sovjetdivisie op de grens met India:

Kameraden van de Pamirdivisie, u heeft een verantwoordelijke taak gekregen. De Sovjetrepubliek stuurt uw garnizoen naar posten op de Pamir, aan de grenzen van de bevriende landen van Afghanistan en India. De Pamir-plateau scheidt revolutionair Rusland van India, dat met zijn 300.000.000 inwoners, tot slaaf wordt gemaakt door een handvol Engelsen. Op dit plateau moet na de revolutie de rode vlag van het bevrijdingsleger wapperen. Moge de mensen van India, die tegen hun Engelse onderdrukkers vechten weten dat er snel hulp komt. Doe alsof je thuis bent bij de vrijheidslievende stammen van Noord-India, bevorder door hun woord en daad

revolutionaire vooruitgang, weerleg de massa van laster verspreid over Sovjet-Rusland door agenten van de Britten: vorsten, heren en bankiers. Lang leve de alliantie van de revolutionaire volkeren van Europa en Azië!”

Een Turks manifesto is niet minder duidelijk:

De mannen van het zwoegen, verzetten zich momenteel tegen de rijken. Deze mensen, nu met de hulp van de aristocratie en hun huurlingen proberen Turkse werkers in hun ketenen te houden. Het zijn de rijke mensen van Europa die Turkije leed hebben bezorgd. Kameraden, laat ons gemeenschappelijke zaak maken met de zwoegers van de wereld. Als we dat niet doen, zullen we nooit meer opstaan. Laat de helden van de Turkse revolutie toetreden tot het bolsjewisme. Lang leve de Derde Internationale! Ere aan Allah!”

Al deze volkeren die zich slachtoffer voelden werden echter in de rug gestoken door de Sovjets. Zelfbestuur werd voorheen versterkt en aangemoedigd als bescherming tegen Engelse invloeden. In 1920 werden in Turkmenistan alle lokale heersers en hun erfgenamen verwijderd van alle posities van macht. Van de lokale boven- en middenklasse werden hun eigendommen afgenomen. Verzet werd gebroken middels het grove neerslaan van opstanden, martelingen, massa-executies en andere kenmerkende marxistische gruweldaden. In 1920 werd Azerbaijan, wat in 1917 haar onafhankelijkheid van toen nog Tsaristisch Rusland had uitgeroepen binnengevallen en tot Sovjetrepubliek gemaakt. De voor Sovjets gebruikelijke gang van zaken werd gevolgd: plundering en executie van boven- en middenklasse, toe-eigening van bezit om deze aan de armen en arbeiders te geven en de vestiging van een schrikbewind om mensen door angst te laten gehoorzamen. In de herfst van 1920 werd een Sovjetcongres voor de Oosterse Volkeren georganiseerd in Bakoe. Waar openlijk werd gesproken over de omverwerping van westers imperialisme en het communistisch maken van het oosten.

Opruiende brieven, die allen worden geciteerd door Stoddard, werden gestuurd richting Teheran, Bagdad, Constantinopel, Yerevan, Damascus en Riyadh. Deze brieven stonden vol met teksten die bedoeld waren om oude wonden open te rijten tussen Perzen, Arabieren, Turken, Armenen en Koerden. Men werd per brief openlijk tegen elkaar opgezet. Het door vele oosterlingen bezochte congres in Bakoe, met 1900 bezoekers bleef enkel rustig omdat de grote Sovjetpartij uit Moskou zelf orde hield. Het eindresultaat van het congres bleek echter een positieve: alle delegaties besloten eerst in hun eigen land de revolutie doorgang te geven i.p.v. elkaar te bestrijden, dat was van later zorg. Toen men eenmaal doorkreeg dat communisme net zo’n tol zou eisen van het oosten als kapitalisme, was het al te laat. Communisme vond in Azië een dankbare en vruchtbare voedingsbodem omdat dezelfde omstandigheden aanwezig waren als in Rusland: Er was dezelfde diepe onwetendheid van de massa, dezelfde afwezigheid van een grote en krachtige middenklasse, dezelfde traditie van despotisme, dezelfde populaire berusting in de macht van een kleine minderheid. De daadwerkelijke nationalisten in Azië, die oprecht niets te maken wilden hebben met het communisme herinnerden hun misleidde landgenoten aan het volgende gezegde: “Hij die slurpt met de duivel, heeft een lange lepel nodig om hem op afstand te houden.” Diverse islamitische leiders omarmden het communisme echter, in de meeste gevallen een sterke islamitisch getinte variant ervan: Moammar Khaddafi, Yasser Arafat, Ali Shariati, Muhammad Iqbal, Gamal Abdel Nasser, Soekarno, islamsocialiste en feministe Benazir Bhutto, Hikmet Kivilcimli, Michel Aflaq en Musa al-Sadr zijn enkele voorbeelden.

De strijd in vele Aziatische landen tegen het communisme vanaf het einde van WOII is een direct gevolg van communistische inmenging in Azië: de Vietnamoorlog die startte tussen het communistische Noord-Vietnam en de democratische republiek Zuid-Vietnam, het verzet van de Kuomintang oorspronkelijk in China, thans gevestigd in Taiwan, de Moedjahedien onder aanvoering van Osama bin Laden en Al-Qaeda, ook onder de leiding van Osama bin Laden zijn allen een tegenreactie tegen communisme in Azië. Slotsom is dat het oosten zowel te leiden had onder communisme als kapitalisme.

Iedereen die serieus kennis wil nemen van de problemen die er heden ten dage zijn met islam in al haar uitingen, waar dan ook ter wereld, doet er goed aan dit boek te lezen. Sterker nog, als u een boek met een analyse over islam wil lezen, zorg dan dat het dit boek is. De conclusie van het boek is dat islam wel hervorming in zich draagt, maar niet de hervorming die gewenst wordt door naïevelingen of kwaadwillenden die denken dat er samengeleefd kan worden met muzelmannen (in Europa). Ook wordt de langdurige en soms innige band tussen islam en marxisme beschreven.

Erkenbrand pleit voor ieder volk zijn eigen koers, stop het interventiebeleid in het Midden-Oosten en inmenging in elkaars aangelegenheden en beperk de interactie tot het drijven van handel.

Isengrim

One thought to “Boekbeschrijving van T. Lothrop Stoddard: ‘The New World of Islam’”

  1. Goed stuk, maar dit vind ik erg kort door de bocht;

    “Pan-islamisme is internationalistisch en antinationalistisch, juist bedoeld als tegenreactie op Europees nationalisme. Religie en niet etniciteit is de bindende factor in pan-islamisme, dat streeft naar een wereldwijde oemma. Dit internationalistische anti-nationalistische denken verklaard de ogenschijnlijk tegenstrijdige alliantie die cultuurmarxisten aangaan met muzelmannen, de kreet “geen grenzen, geen naties” gaat net zo goed op voor pan-islamisme als voor (cultuur)marxisme. Dit egalitaire denken vinden we ook terug bij feministen, postkolonialen, voorstanders van multiculturalisme en dus de kritische theorie van de Frankfurter Schule cultuurmarxisten. Het pan-islamisme lijkt een volledig nieuwe vinding te zijn, maar grijpt juist terug op de beginstaat van islam: een verenigd kalifaat onder één vlag in de woestijn van Arabië. Het is echter wel een vernieuwde uitleg hiervan, omdat, zoals reeds gezegd, een daadwerkelijk terugkeren naar die historische situatie onmogelijk is, dus ook hier: tajdid.”

    Rare gelijkstelling aangezien de islam in tegenstelling tot de westerse liberale opvattingen die jij hier noemt geenszins egalitair is. In tegendeel de Wahabieten bepleitten juist een vorm van traditionalisme: zij spreken zich immers uit tegen de vervreemding van de islam en grijpen terug naar de oerbron van hun religie.

    Daarom dat het islamisme zich juist in de koloniale tijd ontwikkelde tot wat het nu is: een tegenreactie op de (westerse) vervreemding. Een islamitische tegenreactie op juist die typisch westerse die de auteur hiermee in een adem noemt. In die zin staat het naderder tot het nationalisme dan de auteur doet vermoeden. Maar inderdaad de islam representeert (net als de andere wereldreligies) een ‘universeel’ waardesysteem dat de basis van hun gemeenschap vormt en etnisch denken is dus niet de leidraad voor de Oemma; ieder mens is een creatie van god en wie gods leer aanvaard wordt onderdeel van de gemeenschap. Overigens word er door de islam wel strikte segregatie bepleit met niet-moslims, dus echt multicultureel kun je ze nu ook weer niet noemen.

Reacties zijn gesloten.