Biocentrisme en Anthropocentrisme: Natuur vs. Mens

0
100

In de jaren voordat het christendom de toon zette, was Europe bezaaid met stammen die hun eigen mythologieën hadden. Het waren zogeheten ‘heidense stammen’ en bevolkingsgroepen. Waar in Europa het Indo-Europese pantheon van de mythologieën prevaleerde, hielden de mensen er ook verschillende wereldaanschouwingen op na. Dit was, om te beginnen, een biocentrische blik.

Biocentrisme betekent dat de mens zichzelf beschouwd als deel van de natuur, waarbij naar elk levend wezen in de natuur gekeken wordt als een die zijn of haar eigen intrinsieke waarde heeft. Ze zijn dus niet gelijk, maar ze hebben hun eigen plaats in het ecosysteem; zij het prooi, roofdier, virus of bacterie. Een goed en kwaad was hier niet zo sterk aanwezig, want, dat hoort bij een anthropocentrische wereldaanschouwing. In dit referentiekader wordt de natuur als radicaal verschillend van de mens gezien. Dit resulteert in het projecteren van menselijke waarden en sociale constructen op de natuur, waar dus ook goed en kwaad bij hoort. Dit wereldbeeld werd met name door het christendom geïntroduceerd.

De gevolgen van deze verandering was groot. De biocentrische wereldvisie zorgde ervoor dat de mens een natuurlijker evenwicht had met zijn omgeving, sinds dieren en planten gezien werden als organismen met waarden. Een cyclische wereldvisie hoorde hier ook bij. Want, net zoals in de natuur, verloopt alles in cyclussen, zoals bijvoorbeeld in het ecosysteem (geboorte, leven, dood, ontbinding – opnieuw). De natuurfilosofen zoals in het klassieke Griekenland hielden een soortgelijk beeld aan bijvoorbeeld. In het christendom is dit anders, sinds daar geen cyclisch wereldbeeld bestaat, maar slechts een die bestaat uit een begin en einde; het teleologische denken (alles heeft een doel en dus een einde).

De implicaties daarvan zijn groot. De menselijke wereldvisie heeft ervoor gezorgd dat de mens zijn plaats in de natuur is vergeten en daarbij ook de plaats van de natuur in zijn leven. Een referentiekader gebaseerd op financiële waarden en superioriteit zijn het gevolg hiervan. Maar ook vegetarisme en veganisme waarbij het argument is dat vlees of dierlijke producten eten ‘onethisch’ is. Dit geldt echter niet voor mensen die minder vlees eten, of alleen vlees dat rechtstreeks uit de natuur komt, sinds slachthuizen en overmatige vleesconsumptie wel degelijk problemen zijn in de huidige maatschappij.

Anthropocentrisme is in essentie een irrationeel wereldbeeld. Ten eerste ontkent het een natuurlijk evenwicht dat bestaat en in balans moet worden gehouden. Ten tweede, hoe vreemd dit wellicht ook klinkt, baant het de weg voor gruweldaden en ‘onmenselijk’ en barbaars handelen. Sinds de wereldvisie namelijk niet meer bestaat uit een biocentrische blik, is er een vacuüm dat gevuld wordt met menselijke ideologieën.

Deze ideologieën variëren van de salafistische islam tot aan marxisme en westerse apathie en humanisme. Een arrogante blik, waar de mens zichzelf als centraal wezen ziet en de krachten en spiritualiteit van de natuur zwaar onderschat. Dit vertaald zichzelf ook naar de politiek. Een biocentrische, organische wereldvisie is een natuurlijke wereldvisie.

In de natuur is er een hiërarchie, waar de fitste en sterkste de macht heeft. Hetzelfde geldt voor de maatschappij en hoe die in zijn meest natuurlijke vorm zou moeten zijn ingedeeld: hiërarchisch, organisch en personalistisch, met natuurlijke spiritualiteit als leidraad voor de samenleving. Zoals de natuur het voorschrijft zal dit ook gebeuren, sinds onze huidige maatschappij in een lange, harde, ruwe afdaling is belandt die alleen maar erger zal worden, totdat het dieptepunt is bereikt. Als dit punt bereikt is, dan begint de cyclus opnieuw en zal de hiërarchische maatschappij zichzelf oppakken.