Beware The World To Come

0
369

In het boek “Beware The World To Come” legt religiewetenschapper en historicus Christopher J. Bjerknes uit wat de Joodse esoterie, beter bekend als de “kabbala”, allemaal behelst. Hij behandelt uitgebreid deelonderwerpen zoals de Joodse metafysica en mythologie, het messianisme, de tweeling-messias en de Joodse visie op het Christendom. Bjerknes wil ons waarschuwen voor de “World to Come”, het streven naar Joods messiaans tijdperk. Hij doet daarbij controversiële uitspraken over het Christendom, dat als instrument van de Joodse agenda zou dienen.

Scheppingsmythe
Bjerknes verschaft de lezer interessante en opzienbarende inzichten over de Joodse scheppingsmythe. Binnen het (esoterisch) Jodendom is androgynie een belangrijk gegeven. Zo is hun schepper de Ein Sof van oorsprong androgyn, net als Adam, de oorspronkelijke mens in het scheppingsverhaal. Verder geloven Joden dat de Ein Sof de schepping van het universum mogelijk maakte door zich samen te trekken om ruimte te maken voor de uitstorting van het goddelijke licht, voortkomend uit zijn wezen. Dit licht plaatste de Ein Sof in tien vaten. Zeven van deze vaten verbrijzelden echter en bedekten de overige vaten (sefiroth) in scherven van duisternis (klipoth). De goddelijke lichtvonken staan voor Joden en de scherven, ook wel ‘omhulsels van duisternis’ voor de niet-joden.

Tikkun Olam, zo boven zo beneden
Joden geloven volgens Bjerknes in het ‘helen’ van de wereld, hetgeen neerkomt op het verwijderen van de duisternis (de niet-Joden) en het herstellen van de originele androgyne staat van zijn. Belangrijk is daarbij de doctrine ‘zo boven zo beneden’, het idee dat wat onder de goden gebeurt gespiegeld wordt door de mensen op aarde. Joden geloven dat hun goden ooit androgyn waren en dat weer zullen worden als de mens op aarde dat ook (weer) is. Dit is volgens Bjerknes dan ook de achterliggende reden voor de huidige media-aandacht voor transgenders.

Zo boven, zo beneden geldt ook voor goden in het algemeen. De Joodse god Yahweh is een jaloerse god en verdraagt geen andere goden. Tikkun Olam gaat om het vernietigen van andere volken en goden. De doctrine binnen Kabbala is dat goden doodgaan als ze niet meer aanbeden worden en dat een volk zal uitsterven als ze de bescherming van haar goden verliest – ‘zo boven, zo beneden’ werkt zo twee kanten op.

Tikkun Olam is iets waar elke Jood gedurende zijn/haar leven aan kan bijdragen, om vervolgens later weer te reïncarneren (gilgul). Het einddoel van deze agenda is het messiaanse tijdperk waarin Joden zullen heersen op aarde vanuit Jerusalem en de niet-Joden slechts hun slaven zullen zijn of, volgens Bjerknes nog waarschijnlijker en onderbouwd met onder andere vele passages uit het Oude Testament, tegen die tijd zullen zijn uitgeroeid.

Kalender, jaartelling
De joodse agenda, die volgens Bjerknes is opgesteld om de wereld te overheersen, stamt al van voor onze jaartelling. Het Jodendom kent dan ook een andere jaartelling dan de onze. Zij geloven in een jaartelling die 6 millennia bestrijkt en begint met de schepping van de aarde. De 6 millennia worden gesymboliseerd door de 6 dagen in het scheppingsverhaal. Op de 6e dag werkte God extra hard en de 7e dag is rustdag. Analoog hieraan zien joden het 7e millennium als het ‘sabbat-millennium’, het messiaanse tijdperk waarin rust heerst en zij de werkelijke bezitters van de wereld zullen zijn.

De 6 millennia worden verdeeld in 3 tijdperken: Het Taurus-tijdperk, het Aries tijdperk, en het Pisces-tijdperk, waar we ons nu in bevinden. Numerologie neemt een belangrijke plaats in binnen de joodse doctrine kabbala en wordt onder andere in samenhang met hun kalender gebruikt. Zo was het jaar 5600, het 600e jaar van de 6e eeuw, het jaar waarin bepaalde kabbalistische kennis werd geopenbaard; de zogenaamde “Poorten van Wijsheid” in de hemel gingen open. Afhankelijk van welke kalender (er zijn twee lichtelijk verschillende) wordt gebruikt valt deze gebeurtenis samen met de Reformatie en de late Renaissance of halverwege de 19e eeuw, toen in Europa het door de talmoedisch geschoolde Marx het communisme opkwam, allen zeer cruciaal in de joodse machtsovername.

Christendom
Het tijdperk waarin we ons nu bevinden is het Pisces-tijdperk. Dit wordt ook wel het tijdperk van het Christendom of van de niet-Joden genoemd. Volgens Bjerknes is dit ingegaan ten tijde van de kruisiging van Jezus. Kenmerkend voor dit twee millennia bestrijkende tijdperk is dat het bedoeld is om de joden te straffen en daarmee te reinigen van hun zonden, wat hen uiteindelijk de verlossing zal brengen voor en hoort bij het inluiden van het (messiaanse) Malkuth-tijdperk.

Mede door de invloed van het Christendom zijn de Joden keer op keer uitgestoten, waardoor zij gesegregeerd bleven van de niet-Joden. Paradoxaal genoeg bevorderde het Christendom de Joodse identiteit. Bjerknes citeert vele rabbijnen en passages die zeggen dat assimilatie (met niet-Joden) het grootste gevaar is. De Christenen hebben deze gevreesde assimilatie met de vervolgingen juist weten te voorkomen.

Hiernaast heeft het Christendom een aantal andere ‘functies’ binnen de kabbala: ten eerste hebben niet-Joden hun oude heidense religies verruild voor Christendom en ‘zo boven, zo beneden’ zijn dus de heidense goden uitgeroeid en zullen volgens de doctrine de voorheen heidense volken uiteindelijk ook worden vernietigd. Ten tweede heeft het Christendom de Thora, het oude testament over de hele wereld verspreid, wat voor niet-Joden zeer nadelige, subversieve doctrines bevat, zoals ascetisme en de ideeën dat de materiële wereld slecht is en Joden het uitverkoren volk zouden zijn.

Analoog aan de mythe van Jacob en Esau, heeft het Christendom (Esau) de wereld veroverd, om haar macht uiteindelijk over te laten nemen door de Joden (Jacob).

Jezus wordt binnen de kabbala als de duivel gezien, als een reïncarnatie van de slang, die een belangrijk symbool is binnen de kabbala. Tevens fungeert Jezus voor de Joden als ‘zondebok’, zoals deze gebruikt wordt binnen de Joodse traditie van Yom Kippur, waarbij de Joden hun zonden overdragen op een bok en deze aan Satan offeren om hem tevreden te stellen en zo af te kopen.

Volgens Bjerknes stopte het ritueel met functioneren in het jaar dat Jezus werd gekruisigd, wat de reden was dat Jezus vrijwillig de plaats in nam van de bok, als zonde-offer. In tegenstelling tot wat Christenen denken stierf Jezus dus alleen voor de Joodse zonden en gaan Christenen niet naar de hemel maar naar de hel. Christenen aanbidden tenslotte Jezus, de zoon van Satan volgens Bjerknes.

Tweeling-messias
Een verwarrend maar belangrijk concept binnen de Joodse dualiteit is dat “kwaad” niet per se slecht is. Dit wordt gesymboliseerd door de tweeling-messias. Er is de Messias zoon van David, welke uiteindelijk vanuit Jeruzalem zal heersen en er is de Messias zoon van Jozef, welke de Joden straft en vervolgt maar ook de niet-Joden veel schade toe brengt en hiermee Tikkun Olam versnelt. De ‘Moshiach ben Yosef’ (MBY) reïncarneert elke generatie als iemand anders. Het kan iemand zijn die de Joden goed doet zoals de Perzische leider Cyrus, maar ook iemand die juist kwaad doet (wat uiteindelijk goed doet), zoals volgens Bjerknes in het geval van Adolf Hitler.

Jezus was ook een incarnatie van MBY; dit wordt in de bijbel waar Jezus’ vader daadwerkelijk Jozef heet nog eens extra onderbouwd. In de ‘World to Come’ zal geen MBY meer zijn. In het messianistische tijdperk zullen de dualiteiten verdwenen zijn: mannelijk en vrouwelijk zullen weer één zijn, niet-Joden (de klipoth) zullen niet meer bestaan en de Moshiach ben David zal alleenheerser zijn.

Geboorteweeën van de messias
Volgens Bjerkness zitten we tegen het einde van het Pisces-tijdperk en de joodse jaartelling in het algemeen. Net als God op de 6e dag extra hard werkt zal er in het tijdperk vlak voor de komst van de messias extra ‘hard gewerkt’ worden om de komst van de messias te bespoedigen. Bjerknes ziet dit als geboorteweeën. Denk hierbij aan wereldoorlogen, crises, rampen en andere calamiteiten, zoals bijvoorbeeld 9/11. Deze worden volgens Bjerknes niet veroorzaakt door een god maar door de Joden, die juist hun macht te danken hebben aan hun verspreiding over de hele wereld.

Bjerknes’ boek is een waarschuwing (vooral) aan de niet-joden. Het messiaanse tijdperk betekent voor de niet-joden of uitroeiing, of slavernij of op zijn best leven onder de 7 wetten van Noah (waaronder doodstraf voor de christenen) en voor Joden betekent het een wereld waarin zij heersen over de wereld maar in androyge en transhumanistische vorm. Bjerknes onderbouwt dit met de observatie dat in Israël reeds veel onderzoek wordt gedaan naar transhumanistische technologie.

Hoe bizar Bjerknes (hij heeft zelf joodse wortels) zijn beweringen ook mogen klinken, hij onderbouwt het door Joodse geschriften te citeren, te laten zien hoe de geschiedenis zich inmiddels in deze richting ontwikkeld heeft en wat voor ambities Israël en het Jodendom in het algemeen politiek en wetenschappelijk uitdragen.

Wie meer interesse heeft in de denkbeelden van Bjerknes zou kennis kunnen nemen van de volgende YouTube-video’s:

Een kritische beschouwing op de theorieën van Bjerknes over de Tweede Wereldoorlog is te vinden op de webpagina van Renegade Tribune: http://www.renegadetribune.com/the-lies-of-christopher-bjerknes/.