Abraham Kuyper en de verdwijning van ideologen en vertegenwoordigers onder politici

1
302

Recent las ik een Engelse biografie uit 2013 van Abraham Kuyper, de minister-president van Nederland tussen 1901 en 1905 [1]. Het was wat mij betreft opvallend dat er in Amerika nog een heel boek gewijd wordt aan een specifieke politicus, die een eeuw terug in een voor Amerikaanse begrippen klein land leefde. Nu blijkt de voornaamste reden voor deze interesse al snel: Abraham Kuyper was veel meer dan slechts een politicus.

Waar hij ooit begon als vrij modernistisch ingestelde dominee in de Betuwe, ‘bekeerde’ hij zich tot het Calvinisme, waar hij de rest van zijn leven aan vast zou houden. Hij zou veel andere beroepen uitoefenen in de daarop volgende jaren: journalist van zowel een dagblad als een weekblad, het stichten en leiden van de Vrije Universiteit in Amsterdam, en een decennialange carrière als politicus die hem uiteindelijk tot te hoogste trede in dat veld bracht.

Hij was de voornaamste kracht in de Doleantie, een kerkscheuring onder de hervormde en gereformeerde gelederen die tot de dag van vandaag zijn sporen heeft nagelaten. Ook stond hij aan de basis van de verzuiling in Nederland, die ook in bepaalde gebieden in Nederland nog steeds te bemerken is.

Het voornaamste principe dat hij in zijn geschreven werk uitdroeg heet ‘soevereiniteit in eigen kring’, een systeem waarin kringen – bevolkt door een specifieke groep – zelfbeschikking hebben en niet onder het gezag staat van bijvoorbeeld een overheid of kerk. Dit bracht hij in de praktijk op veel gebieden, zoals in het onderwijs: de eerste grote prestatie van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) was het op gelijke hoogte stellen van het Christelijke lager onderwijs met het seculiere. Er zijn veel kringen mogelijk gebleken naast lager onderwijs: vakbonden, universitair onderwijs (waar Kuyper zelf vooraan stond), kerken, kranten, enz. Het was volgens Kuyper de oplossing voor een pluriforme samenleving zoals Nederland in religieus en levensbeschouwelijk opzicht was in zijn tijd. Variaties op dit concept zijn overgenomen door andere landen, met een andere achtergrond en insteek: wellicht is de Apartheid van Zuid-Afrika de meest bekende vorm van ‘soevereiniteit in eigen kring’ ter wereld, waarin de ‘eigen kring’ een etnische en raciale lading kreeg.

Nu wil ik in dit artikel niet al te uitgebreid ingaan op Kuyper zelf, maar de blik op zijn levenswandel in de genoemde biografie deed mij wel stilstaan bij een simpel feit: Kuyper was door en door een ideoloog. Hij bood in zijn geschreven werken – of dat nu boeken, artikelen, toespraken of partijprogramma’s waren – een totaalvisie op hoe een geschikte samenleving er uit zou zien voor zijn mensen. Deze visie bood hij uitgebreid op zowel het theologische deel, dat uiteindelijk tot de Doleantie leidde, als in de politieke arena, waar zijn Anti-Revolutionaire Partij (ARP) lange tijd een zeer relevante speler was. Ook profileerde Kuyper zich al snel als een ware afgevaardigde van ‘zijn mensen’, de gereformeerden/calvinisten in Nederland. Hij zag zichzelf (vrij terecht) als een man van het volk, in een tijd waar politiek nog veel bedreven werd door een elite, die al dan niet daadwerkelijk van adel was.

De vraag die door mijn hoofd spookte is vrij simpel: waar is dit type politicus gebleven? Men heeft het in politieke cirkels veel over idealen, en een term als ‘representatieve democratie’ kan op veel lof rekenen vandaag de dag. Echter zie ik dit in de landelijke politiek van vandaag maar weinig terug. Ik zal enkele grote lijnen proberen te schetsen waaraan ik vermoed dat dit ligt, door de situatie van Kuypers tijd te vergelijken met die van nu (met enkele tussenmomenten). Over een dergelijk onderwerp kunnen boeken vol geschreven worden, maar ik probeer het overzicht enigszins bondig te houden.

Representatie en afvaardiging

Sta mij toe te beginnen bij het laatstgenoemde punt, de kwestie rondom representatie. Kuyper kon gerust gezien worden als een afgevaardigde van de groep die hij vertegenwoordigde: hij kwam uit hetzelfde milieu als zijn stemmers, kende hun wensen over de breedte, en probeerde deze wensen (zij het met wisselend succes) tot uitvoering te brengen in de politiek. Kuyper, met in het verlengde de ARP, wisten maar al te goed wie zij vertegenwoordigden.

De rol die de politicus van vandaag speelt lijkt eerder omgekeerd: met hulp van (sociale) media probeert hij zich te profileren in de zee van informatie en berichtgeving die overal langs komt. Deze profilering hoeft niet eens op ideologisch gebied te zijn, indien het voldoende aandacht weet te trekken is de missie geslaagd. Hopelijk komen er aan het eind van de campagne genoeg stemmen uit de electorale ether rollen om een zetel in de Tweede Kamer te pakken te krijgen. Waar deze stemmen precies vandaan komen, zal men slechts via de stembureaus na kunnen trekken, maar een compleet beeld van zijn achterban zal men niet krijgen, totdat men daadwerkelijk de straat op gaat.

Een van de voornaamste redenen waarom deze periodes verschillen is dat het stelsel waarmee politici verkozen worden veranderd is. Voor 1917 was het Nederlandse systeem zeer goed te vergelijken met het huidige systeem van de VS: een ‘winner take all’ systeem per kiesdistrict. Deze werd in Nederland afgeschaft ten faveure van het proportionele systeem, wat naar mijn inzien bijdraagt aan de het gebrekkige gehalte aan representativiteit van hedendaagse politici.

In een systeem met kiesdistricten moeten politici wel de straat op en zich kenbaar maken in hun beoogde district: het electoraat hecht naast de partij ook veel waarde aan de persoon die zij op een vrij letterlijke wijze afvaardigen naar Den Haag. Ook kunnen zij hun afgevaardigde afrekenen op keuzes (bijvoorbeeld qua stemgedrag) waarin zij zich niet gerepresenteerd voelen, door hem de deur te wijzen in een volgende stemronde.

In vergelijking hiermee wemelt het van de quasi-anonieme politici in de huidige Tweede Kamer: mensen die meer door bijvoorbeeld hun vermogen tot netwerken binnen een partij op het pluche belanden, dan door een oprechte aantrekkingskracht bij een bepaald electoraat. Het proportionele systeem verandert de aard van de backbencher tot een wezen wat nergens écht zijn verantwoording af hoeft te leggen, of direct contact heeft met een electoraat. Hij zal eerder verantwoording af moeten leggen bij de partijtop bij een afwijkende stemming dan bij het electoraat! Het ontbreekt tenslotte bij veel van deze politici aan stemmers die direct voor hem/haar hebben gekozen.

Echter kan het districtensysteem vanuit een opmerkelijke insteek aangevallen worden. Het kan als moeilijk ervaren worden in het individualistisch-liberale Nederland van vandaag om een kiesdistrict nog als een echt collectief te zien. Het proportionele systeem met zijn vele anonieme politici en het zwartegatelectoraat kan gezien worden als een resultaat van de sociale atomisatie die in de afgelopen decennia in een stroomversnelling is geraakt.

Het vertegenwoordigen van een duidelijk afgebakende groep, zoals Kuyper dat deed voor de calvinisten/gereformeerden, is een concept dat Nederlandse volksnationalisten een tweede leven kunnen geven, ditmaal voor het Nederlandse volk als geheel. Komisch genoeg doen andere volkeren en rassen, die minder beïnvloed zijn door liberalisme en individualisme, dit al wel (zie DENK, NIDA, Ubuntu etc.). Het Nederlandse volk lijkt in dit opzicht haar eigen verzuilde geschiedenis vergeten te zijn, wat een obstakel kan zijn voor de nieuwe etnische/raciale scheidslijnen die nu in Nederland aanwezig zijn.

Ideologie

Zoals eerder gezegd droeg Kuyper een compleet wereldbeeld uit, gebaseerd op zijn eigen ideologische overtuigingen. Waar hij in sommige gevallen definitief slaagde in het politieke speelveld (zie het lager onderwijs) moest hij op andere gebieden bepaalde concepten deels of volledig loslaten. Dit komt onder andere door de coalitiepolitiek die ook in zijn tijd al bestond. Kuyper en de ARP konden niet op absolute meerderheden rekenen: hij moest samenwerken met andere protestantse partijen (bijvoorbeeld de CHU) en met de katholieken om tot een meerderheid te komen. Vooral de samenwerking met de katholieken werd hem door zijn achterban niet in dank afgenomen, maar hij zag het als een noodzaak om verweer te geven tegen de liberalen en socialisten.

De compromiscultuur in Nederlandse politiek houdt veel ideologen op afstand, ben ik bang. Als je met overtuiging achter een zeker wereldbeeld staat, is het lastig om op delen toe te geven aan de belangen van andere groepen. Kuyper was zelf slechts vier jaar minister-president: veel plannen, vooral op sociaal-economisch gebied, schoof hij door naar de tweede termijn die hij dacht te behalen. Dat de geschiedenis anders liep, met een liberaal kabinet vanaf 1905, betekende dat hij niet zijn volledige visie kon realiseren.

Echter zorgde Kuypers rotsvaste ideologische overtuiging wel voor een grote mate aan consistentie en continuïteit in zijn partij, waar hij meer dan veertig jaar leiding aan gaf (1879-1920). Deze is bij veel politieke partijen vandaag de dag ver te zoeken, waar veel politici met een gerust hart van gedachte veranderen op fundamentele kwesties, puur om bovenaan de ladder te blijven. De bijna complete afwezigheid van ideologen in de hedendaagse politiek maakt de politieke cultuur van de flip-flops alleen maar sterker.

Ironisch genoeg zou dit proces ook plaatsvinden in de ARP. Kuyper leidde de partij tot zijn dood in 1920. Hij maakte zich al enigszins zorgen om de ideologische bona fides van zijn opvolger, Hendrik Colijn. Kuyper achtte hem als ‘te pragmatisch’, en vond dat hij door zijn vergaarde rijkdom als directeur van de Koninklijke Shell ‘te dicht bij Mammon leefde’ [2]. De man die Kuyper beoogde als zijn meer ideologisch ingestelde opvolger, Herman Bavinck, overleed plotseling in 1921, slechts een jaar na Kuyper.

De ARP eindigt in 1980 door op te gaan in het CDA, een partij die drukker is met ‘meegaan in de tijd’ dan het vasthouden van ideologische principes. Principes die wel vastgehouden worden, hebben weinig te maken met zowel Nederland als het christendom: zo blijkt Hugo de Jonge tijdens de recent voorzitterstrijd het liever over het joodse ‘Tikkun olam’ te hebben (‘wat alle CDA’ers delen’, volgens hem) dan over een meer christelijk onderwerp [3].

Conclusie

Ik heb in dit artikel gepoogd wat overpeinzingen rondom de gebreken van onze huidige politieke klasse samen te vatten, door deze te vergelijken met een van de meest vooraanstaande namen in de Nederlandse politiek aller tijden. Het ontstaan van een professionele politieke klasse waar ideologie in veel gevallen op een zijspoor is beland, is slechts een symptoom van de ontsporing van de Nederlandse samenleving in de breedte.

Politiek ligt benedenstrooms van cultuur: het verdwijnen van collectieve belangen, in Nederland geïllustreerd door het verdwijnen van de verzuiling, ligt aan de grondslag van het verdwijnen van politici die een oprechte functie als afgevaardigde hebben. Het is dus ook waarschijnlijk dat een fundamentele verandering in deze politieke situatie zal komen na een verandering in de cultuur. Om dit te concretiseren: de wederopstanding van een (deel van het) Nederlandse volk met een collectief besef zal eerst vooraf moeten gaan aan een herstel van een gezonde band tussen politicus en achterban. Dit is wat mij betreft een deel van de missie die alle volksnationalisten met zich meedragen.

Marcus

Bibliografie

[1]    James D Bratt, Abraham Kuyper, Modern Calvinist, Christian Democrat. (2013)

[2]    Voor een vrij complete blik op Colijn’s levenswandel, zie de collectie essays in ‘Colijn: Bouwstenen voor een biografie’ van J. de Bruijn (1994)

[3]    Het betreffende fragment van Hugo ‘Tikkun Olam’ de Jonge: https://twitter.com/JanHamer_/status/1286342132907859968

1 COMMENT

  1. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen de maatschappijvisie van Erkenbrand & die van andere nationaal-denkende organisaties, maar er zijn ook overeenkomsten: hart voor ons gedeelde nationale belang is daarvan de belangrijkste. Daarnaast wordt de kritiek van Erkenbrand op de huidige pseudo-democratisch realiteit van inhoudsloos en onrepresentatief kartel-parlementarisme nu gedeeld door grote delen van de denkend Nederland. Tenslotte wijst dit artikel op een derde onbetwistbaar maar vaak-gemist punt: de grote meerwaarde van Kuyper’s oer-Nederlandse concept van ‘soevereiniteit in eigen kring’ bij het bestrijden van de definitief mislukte multi-culturele ‘diversiteit’. Felicitaties aan Marcus met een geslaagd artikel!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here


8 + = 9